- Download preek als PDF bestand
  - Download liturgie als PDF bestand
  - Download PowerPoint presentatie
 
Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek is bestemd voor de eerste zondagen na Kerst, maar kan zo nodig ook gelezen worden in de tweede dienst van de eerste kerstdag.


ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 147:1,2 (Een psalm over het goede koningschap van God)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 147:7 (Het koningschap van God over Israël)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 2:1-12 (De geboren Koning in Israël en voor de wereld)
Liedboek voor de kerken, Lied 138:3,4 (De aanbidding van de geboren Koning op aarde)
Preek over de komst van de Wijzen uit het Oosten
Zingen: GK-2006 Lied 86 (Wij gaan uw koning tegemoet, o stad Jeruzalem)
Dienst van de gebeden
Collecte (geschenken voor de Koning)
Zingen: GK-2006 Lied 48:4 (de Koning gaat ons voor)
Zegen




Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 147:1,2 (Een psalm over het goede koningschap van God)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 2:1-12 (De geboren Koning in Israël en voor de wereld)
Liedboek voor de kerken, Lied 138:3,4 (De aanbidding van de geboren Koning op aarde)
Preek over de komst van de Wijzen uit het Oosten
Zingen: GK-2006 Lied 86 (Wij gaan uw koning tegemoet, o stad Jeruzalem)
Dienst van de gebeden
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 147:7 (Het koningschap van God over Israël)
Collecte (geschenken voor de Koning)
Zingen: GK-2006 Lied 48:4 (de Koning gaat ons voor)
Zegen



Preek over: Matteüs 2:1-12

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina






WEES WIJS MET DE WIJZEN!


En vind de Koning!

[1]

Gemeente van onze Heer en Koning Jezus Christus,


Op 25 december vieren wij als westerse kerk elk jaar de geboorte van onze Heiland. [2.1]

Zo´n 12 dagen later is het 6 januari. De dag van Driekoningen: dan viert de oosterse christenheid Jezus´ komst op aarde.

Veel mensen in heel de wereld kijken in deze weken terug naar zijn komst op aarde.

En velen vieren eind december of begin januari ,,het kind dat ons geboren is´´.

Dat mag ook gevierd worden, want werkelijk is Gods Zoon kind geworden, net als wij: wat een wonder!

*

Maar Kerst is nog veel méér: het is ook de geboorte van een Koning.

Veel mensen in Nederland zien jammer genoeg wel het Kind, maar niet de Koning.

Toch gaat het daar juist om: dat de Koning kind werd en dat het kind Koning zal zijn.

Wat een wonder dat we dit vieren mogen! Kerst en Driekoningenfeest horen samen en vragen van ons dat we Jezus´ komst vieren als onderdanen, als burgers die bevrijd worden.[2.2]

*

Met de geboorte van de messias breekt de tijd aan om met ons hele leven hulde te bewijzen aan deze Koning.

Zo leren de herders op weg gaan naar iemand die als Koning vrede op aarde zal brengen.

U hebt er op de kerstdagen vast over gezongen: over die herders die bevend de stal binnengingen en zich daar neerbogen.

Niet zo lang na hen kwamen er nog anderen naar de plaats waar het kindje was met zijn moeder en met Jozef, haar man.

Zij waren veel opvallender dan de herders die thuis waren in Efrata´s veld.

*

De wijzen die uit het Oosten komen zijn heel vreemde binnenkomers in Betlehem.

In het kerstverhaal zijn deze wijzen de meest opvallende verschijningen.

Hoog op hun kamelen trekken zij langs de horizon van de geboortegeschiedenis. Zij steken ver uit boven de herders en boven de eenvoudigen rond Simeon en Anna. Het zijn wijzen, magiërs of (zoals de traditie zegt:) koningen. Zij gaan en ze verdwijnen weer.

Zo zijn het vreemde passanten in een besloten kerstverhaal. De geur van hun wierook verraadt in Betlehem hun vorstelijke aanwezigheid. Maar het is in deze omgeving ook een vreemde geur. En wie zag hier ooit zoveel goud blinken in het licht van de olielampjes in een stal of in een nederig huis als waar de ster stilstaat?

Toch zijn deze vreemde voorbijgangers wel de eersten die van verre kwamen om Jezus als Koning te aanbidden. En dat uit zo verren land.[2.3]

*

Driekoningen: het is altijd weer een apart en mooi verhaal.

Maar het is ook een beetje een ongrijpbaar verhaal. Wat is er nu de betekenis van?

Op verschillende manieren hebben bijbellezers geprobeerd die betekenis onder woorden te brengen. Men zoekt dan naar wat deze komst van de wijzen betekent voor allerlei mensen in Jeruzalem en Betlehem.

Mogen we misschien zeggen dat hun komst een stille aanklacht was. Een aanklacht tegen Jeruzalem? Heidenen gaan Israël nu immers voor! Zou dat niet de betekenis zijn?

Dat zou kunnen, maar aan de andere kant waren Joodse herders de eersten die Jezus kwamen zoeken in de kribbe en de vrome Simeon en Anna kregen in Jeruzalem ook het woord!

Of is het dan misschien zo dat hun komst vooral bedoeld was als een bemoediging? En wel in het bijzonder een bemoediging voor Maria?

Dat zal stellig een effect zijn geweest van hun komst, maar anderzijds is het met haar rust juist gedaan na hun komst: zij hebben Herodes op het spoor gezet en de vlucht naar Egypte volgt op het vertrek van deze vreemdelingen. Veel tijd is er voor Maria niet geweest om na te genieten!


Het is nog niet zo eenvoudig om aan te geven welke betekenis de komst van de wijzen had voor de omgeving van Jezus, zijn volk, zijn moeder.

*

Matteüs zegt dan ook eigenlijk niets over de betekenis van deze wijzen voor anderen. Hij laat het toch allereerst zien als hun éigen verhaal. Hun reis had waarde voor henzelf.

Dit is het eigen verhaal van magiërs die Jezus vinden en geschenken geven. Het staat aan het begin van het evangelie naar Matteüs.

Aan het einde loopt dit evangelie uit op de uitzending van de leerlingen naar ,,alle volken´´. Jezus zegt tegen zijn apostelen dat Hij ,,alle macht´´ heeft in hemel en op aarde. In zijn naam moeten zij nu alle volken tot zijn leerlingen maken. Hij is met ons tot in eeuwigheid. Hem moeten ook wij leren kennen en aanbidden. Dat is in hoofdstuk 28 de spits van dit boek.

En ditzelfde boek begint Matteüs dan met een voorbeeld: vroege vertegenwoordigers uit de volken die direct al komen om Hem te aanbidden. Zij vereren met hun geschenken Hem die alle macht heeft, de geboren Koning van de Joden. De wijzen uit het Oosten zijn als zwaluwen die komen aanvliegen wanneer de lente nadert: hun komst is een voorteken van Jezus´ koningschap over alle volken.[2.4]

Diep in dit verhaal schuilt het mysterie van het geloof.

De magiërs komen, ze vinden, ze buigen.

En daarna verdwijnen ze voorgoed uit ons beeld: ze trekken langs een andere weg terug naar hun land. En niemand heeft ooit meer van ze gehoord!

Het ging om hun komen tot de Koning. Vroeg en veelzeggend!

*

Daar gaat het ook om in ons eigen leven! Dat wij de Koning van hemel en aarde gaan zoeken, voor Hem knielen en Hem de geschenken van ons leven aanbieden.

De rest doet er niet zoveel toe. Ook al zijn we met die rest en met ons eigen land en huis vaak het meest bezig, een leven lang.

Maar wat je ook bent of doet of wordt: eens verdwijn je in deze wereld uit beeld, zoals ook de wijzen uit beeld raakten.

En hoe verdwijn je dan? Als Herodes of als de wetgeleerden of als die magiërs die de geboren koning vonden aan wie het waard is het beste van je leven te geven? Wat is de blijvende vondst in je leven?

De magiërs brengen in beeld wat het waard is om de Koning te vinden en hun verhaal laat zien wat ervoor nodig is om die Koning van je leven voorgoed te leren aanbidden en voor Hem door de knieën te gaan.

[3]
WEES WIJS MET DE WIJZEN EN VIND DE KONING VAN JE LEVEN
1. heb een kompas
2. lees de kaart
3. gebruik je geld


1. (Heb een kompas) [4]

De driekoningen heten in het Grieks magoi: tovenaars of magiërs.

Dan moeten we niet denken aan goochelaars of rare snuiters die paranormale gaven zouden hebben. Of aan mensen die optreden op de kermis of op feestavondjes.

Het zijn magiërs uit het Oosten. Daar liggen de oude cultuurlanden van die tijd. Het Westen was toen nog zo jong als Amerika vandaag, maar het Oosten was in die tijd wat het oude Europa tegenwoordig is: bakermat van cultuur, taal en kunst. Wijzen uit het Oosten zijn wereldwijs.[5.1]

Ze kijken ook verder dan hun neus lang is.

Ze aanschouwen het heelal en ze bestudeerden de sterren. Het waren echte astronomen, sterrenkundigen.

Het is onvoorstelbaar hoe groot hun waarneming in die tijd is geweest. Met behulp van de astronomische tabellen van de Babyloniërs kunnen we vandaag nog tot op de dag precies vaststellen wanneer het in die eeuwen in een bepaald jaar vollemaan was of wanneer er een zonsverduistering was of een planeet verscheen.

Het waren echte wetenschappers, die magiërs.[5.2]

*

Nu weet u dat wetenschap vandaag lang niet altijd gelovig maakt. Integendeel. Mensen kijken naar dezelfde sterren en sommigen maken zelfs uitstapjes in de richting van de ruimte, maar het verandert hun leven niet. Ze worden er geen zoekende zielen door.

Wat is er dan met deze magiërs aan de hand dat ze hun stad verlaten en hun studeerkamer en hun sterrenkijkers? En dat ze de moeiten van een reis op zich nemen?

Ze gaan op zoek naar een geboren Koning van de Joden, omdat ze zijn ster hebben gezien. Dat is de aanleiding.

*

Naar de gewoonte van die tijd las men in de sterren ook aanwijzingen voor de geschiedenis. Vandaag gebeurt dat nog in de astrologische kalenders van de goedkopere amusementsbladen. Niet serieus te nemen. Maar in die tijd was het een serieuze bezigheid en dan ging het niet over alledaagse dingen maar over de grote gebeurtenissen van de geschiedenis en de volken.

Bijgeloof? Misschien. Wij weten niet hoeveel verband er is tussen sterren en volken. De Here heeft ons verboden om daar werk van te maken: het moet ons genoeg zijn dat Hij ons leidt en toespreekt. Luisteren is beter dan de hemel onderzoeken. De ontdekking van de hemel gebeurt hier op aarde, aan de voet van de Sinaï en niet achter de sterrenkijker in Westerbork. Hiermee is echter niet gezegd dat er niet iets te lezen zou zijn in de sterren.

Dit blijkt namelijk wel dégelijk het geval te zijn bij de magiërs. God schrijft in hun leesboek opeens met een heel bijzondere ster en dan blijkt hun vermogen om sterrentaal te lezen toch van pas te komen. Ze herkennen het schrift van deze bijzondere ster. Het moet een koningsster zijn. Ze zien hem in de hemelzone van de Joden: dus een geboren koning van de Joden! God gebruikt voor deze mensen de middelen van de algemene openbaring en spreekt ze toe in hun eigen wetenschappelijke taal.[5.3]

Dit wordt de aanleiding voor hun reis.

*

Toch zouden zij niet van hun stoel zijn gekomen, wanneer ze niet in God hadden geloofd. Deze magiërs staan in hun kennis en wetenschap open voor God en voor zijn werk. Zij zitten niet met hun kennis opgesloten in een bolwerk van hoogmoed en macht: als knappe wetenschappers die alleen zichzelf iets te zeggen hebben. Ze hebben niet alleen een mond, maar ook oren en ogen. En hun ziel heeft ontvankelijkheid voor God de Allerhoogste.[5.4]

Vandaag missen veel mensen dat. Zij zijn afgesloten voor de buitenwereld van God. Niets kan, behalve wat ze al dachten. De verrassing van God is voor hen bij voorbaat een illusie. Veel mensen zitten vandaag op slot. Ook veel wetenschappers.

En dan kan God doen wat Hij wil, maar niemand merkt het op en niemand staat er voor open. Hoe vaak God de zon ook doet opgaan en hoe vaak Hij ook tarwe en rijst laat groeien voor een hele wereldbevolking, mensen zien het niet. Ze eten wel, maar proeven niet. En hoeveel rampen en plagen God ook brengt, en hoeveel Hij de mensen ook uit de hand doet lopen, toch komen veel mensen niet in beweging om op zoek te gaan naar God. Ze lezen de letters wel, maar de boodschap blijft gesloten. Er is immers geen God!

Deze magiërs staan echter open voor het hogere. Zij sluiten zich niet af voor de Majesteit van de Ongeziene. Zij zitten op wacht: misschien geeft Hij signalen af.

Zij hebben echte wetenschap. Wie goed naar het uurwerk van het heelal kijkt, moet wel erkennen dat er méér is. Sterren, astrologie, astronomie: ze zijn zo bedwelmend en adembenemend dat je je wel móet gaan afvragen: waar is God en wat wil Hij?

*

Bent u ópen voor de hemel en kijkt u ernaar? Is er diep in u een oriëntatie op de Ongeziene Almachtige, achter uw hartklop, achter de ruimte, in de stilte. Innerlijke openheid: voel je die?

Wij hebben dat nodig. Wanneer we geen besef van God hebben, kunnen we ook niet komen tot dienst aan zijn Koning. Wanneer we als mens niet geraakt zijn door de vinger van de Hogere blijven we beperkt en gesloten.

Kijk ook eens, net als de magiërs, in avonden en nachten omhoog. Doet u dat vaak, of bent u te druk voor zoiets en loopt u altijd met het hoofd naar beneden of met de blik gericht op de volgende straat en het volgende programma? Ga nu rond deze jaarwisseling in gedachten eens naast Abraham en deze magiërs staan en tast met uw ogen de stille hemel af, de hemel van God en voel je een klein mensje in zijn heelal. Dáár is God! Geloof en u zult vinden!

Wij moeten ons innerlijk weer leren openstellen voor Hem die onze Schepper is en die rondom ons woont in al zijn werken van deze wereld. Wanneer die innige openheid ontbreekt, zullen we niet in beweging komen. Misschien zien we veel en weten we veel en hebben we veel meningen, maar in ons ontbreekt dan een stil gemoed dat opziet en openstaat en dat verlangt naar God, de zin van mijn bestaan.

*

Dan zijn we mensen zonder kompas. We blijven stil zitten waar we zijn. We komen niet in beweging omdat we geen oriëntatie hebben.[5.5]

Wees wijs met de wijzen: heb een kompas in je leven. Een naald die naar de hemel wijst, naar God. Een ziel die in een richting leert kijken, vol verwachting: het kompas beweegt en wijst en wij kijken op. Ik geloof in God hier beneden! En ik sta open voor zijn verrassingen in mijn leven!


2. (Lees de kaart)[6]

Voor deze godvrezende magiërs is Jeruzalem een koude douche geweest. Een drukke stad, politiek onder invloed van Herodes, met theologen die veel bijbelkennis hadden. Maar hoe dicht kan je hart zijn in de kerk. Dat blijkt wanneer deze open zoekers uit het Oosten komen.

Ze vragen naar Góds Koning. Is dat niet mooi? Die openheid voor een Hogere dan wij mensen? Zeker, het zijn heidenen. Het zijn sterrenkundigen. Eigenlijk zijn ze niets en hebben ze niets. Maar één ding hebben ze: verwachting van God in hun leven. En juist daar sluit Jeruzalem niet op aan. Men is er verlegen mee, ontsteld en in rep en roer. Je leest niet dat mensen zich bij hen voegen om meer te weten en om met hen naar die ster te kijken. Nee, Jeruzalem zit op slot: Wat moet je nu met zulke zoekers in een stad van wetenden?[7.1]

Jeruzalem zit in hoogheid, licht voor de natiën, leidsvrouwe voor blinden. Ze zenden uit, maar staan niet open. Hoe zou een ster hebben kunnen schijnen voor heidenen die het zonlicht van de wet missen?! Jeruzalem heeft God in bezit, vastgelegd in wet en tempel. Wie kijkt hier nu nog naar de sterren? Wie is daar nog nederig genoeg voor?

En als de magiërs gehoord hebben dat het in het gehucht Betlehem moet zijn, reist niemand mee. De koning niet omdat hij het eerst nog allemaal moet zien: hij kijkt wel uit om zich belachelijk te maken vanwege een gerucht. En de bevolking van de stad reist niet mee omdat ze alles al hebben, alleen moet de Messias nog komen. Uit Betlehem zal dit zijn. Maar hij zal uit Betlehem zeker te Jeruzalem komen. Je kunt dus wel eens uitzien of Hij er al aankomt, maar wie gaat er nu naar dat historisch plattelandsmuseum kijken?[7.2]

*

Toch vinden de magiërs hier de Koning van God. Dit danken ze daaraan dat ze openstonden voor de taal van de Schrift. Ze waren bereid de taal van Micha tot zich te nemen.

Ze willen overal wel zoeken.
Zo gaan de wijzen en ze vinden. Alleen maar een kind. Hoe komen ze er dan toe dit kind te aanbidden?

Door de Schrift die ze hoorden in Jeruzalem! Er mag van alles mis zijn met dat kerkvolk, maar de bijbel is daar wel aanwezig en duidelijk en richtingwijzend. Veel mensen willen vandaag ervaring zónder kennis van Schrift. Maar ervaring groeit juist rond Schriftkennis en -inzicht.

Dat zie je bij de magiërs.

*

De boodschap van Betlehem (Micha) werd niet meer verstaan door Jeruzalem. Het is immers een boodschap van vernedering. Micha profeteert dat het koningshuis uit Jeruzalem om zijn zonden zal terugkeren naar het onbetekenende troonloze dorpje Betlehem. Het klinkt als wanneer je zou zeggen dat de troonopvolger in Nederland niet uit Den Haag kan komen, maar in Dillenburg geboren zal moeten worden. Wil het nog iets worden met de kerk, dan moet de Koning uit Davids huis geboren worden in vernedering, in onaanzienlijkheid. Om te dragen de straf van Israël.[7.3]

De magiërs hebben juist dit woord aanvaard. En ze gingen op de Schriften af. En vonden.

Ze lazen de kaart, begrepen de wegen van God, vonden de secundaire weg die naar het doel leidt. En ze waren niet te hoogmoedig om die weg in te slaan. Omdat ze de kaart goed lazen en vertrouwden.

*

Zorg zelf ook dat je de bijbelse geschiedenis kent. Niet alleen losse teksten en motto´s. Verdiep je in de héle Schrift. Ken de geschiedenis van zonde en verlossing, de dalen en bergtoppen van het Oude Verbond. Dan kun je de dingen plaatsen. En dan loop je Betlehem niet voorbij. En ook niet de kleine kerk in vervolging. Of de gemeente die buiten de tijd lijkt te staan in deze jaren.[7.4]

Zonder geloof in God kom je niet in beweging, maar zonder luisteren naar de Schriften kom je nergens! Alleen met een kompas in de hand en ook met de kaart voor ogen zul je het doel bereiken: de Koning in je leven vinden.



3. (Gebruik je geld)[8]

Zo kwamen de magiërs ergens uit: bij de voederbak en bij moeder Maria.

En dan hebben ze geschenken voor een koning bij zich. En ze pakken die uit. Goud, wierook en mirre voor een kleine baby. Daar moet je wel in geloven! En dat doen ze.[9.1]

Ze gaan bij Jezus horen. Hoe? Door van zichzelf te investeren. Tijd maar ook geld. Zo blijven ze niet langer buitenstaanders. Zij investeren in lage doelen, gelovend dat hier de hoogste rente wordt gevonden in de toekomst van deze Koning.

Door dit geven worden de magiërs onderdanen van de Koning. Vrijwillig schatplichtig aan zijne Majesteit. Ze stellen zich door hun gaven onder zijn gezag.[9.2]

*

Dat is ook voor ons het middel. Gaven en geld bréngen je niet bij de Koning. Zijn genade is niet te koop. Geloof in God en luisteren naar de Schrift brengen je er. Maar je blijft je toch een buitenstaander voelen wanneer je dan niet knielt en aanbidt.

En de beste proef op de som van aanbidding is de collecte, de gave, de bijdrage. Vandaag worden gaven voor kerk en zending en theologische opleiding en voor barmhartigheidswerk heel zakelijk en ook wat vrijblijvend. Alsof het niet veel te maken heeft met het vinden van de Koning. Alsof het alleen een kwestie is van collectebonnen en bank-afschriften.[9.3]

Hoe geeft u zelf? Is het voor u ook een buigend offer? Of een routine-gebaar om je de mensen van de kerk en de deurcollecte van het lijf te houden? Tijdens collecten in de kerk zitten we rechtvaardig op onze stoelen en zijn geweldig afgeleid, maar eigenlijk zou het niet zo gek zijn wanneer we knielden tijdens de collecte en wanneer u knielt en bidt voordat u uw bankrekening gebruikt om iets te geven voor kerk en zending en opleiding en zoveel meer.

Wie knielend geeft, wordt zich bewust van zijn afhankelijkheid. Je gaat dan echt offeren. Niet in de zin van ,,heel veel geven´´ maar in de zin van ,,wijden aan de Koning´´. Zo word je onderdaan en blijft geen buitenstaander.

Dat geldt ook voor jongeren. Zo lang blijf je soms vrijblijvend, of hooguit bijdragend omdat je voor volwassen wilt worden aangezien. Maar twijfels en vragen van kleingeloof en ongeloof kun je ook bestrijden door jezelf en je beurs of je loon te zien als eigendom van je Koning. Wie aan de Koning leert geven, voelt betrokkenheid. Je verliest niet, maar je wint. En als je als jongere boordevol kritiek of twijfel zit, zou het ook wel goed zijn om eens te vragen: ,,Hoeveel draag je bij aan kerk en barmhartigheidswerk?´´ Wie niet geeft, verschraalt en raakt het zicht op de Koning kwijt. Maar wie geeft in verwondering, wint en groeit.[9.4]

En deze winst is zekerheid: ik hoor bij Hem, ik ben van Hem en Hij is van mij. Mammon krijgt de kans niet meer om je nog langer buiten te sluiten.

Het evangelie naar Matteüs eindigt met de Koning: ,,Zie Ik ben met u alle dagen´´. Dat willen we graag ervaren. Daartoe mogen we in God geloven, open voor Hem, en daartoe willen de geschiedenis van God begrijpen, kaartlezend op weg, en daartoe gaan we investeren: daar word je zo rijk van als een koningskind!

Onthoud het voor deze nieuwe week: je kompas, je kaart en je zakgeld. Dan reis je veilig van Betlehem naar het nieuw Jeruzalem, in dienst van die Koning.

Dan is het niet voor niets kerstfeest voor u geworden! Dan is het feest van Driekoningen aan je besteed. Dankzij Christus, onze Koning die wij aanbidden.

AMEN[10]



LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek is bestemd voor de eerste zondagen na Kerst, maar kan zo nodig ook gelezen worden in de tweede dienst van de eerste kerstdag.



Terug naar menu