|
- Download preek als PDF bestand - Download liturgie als PDF bestand - Download PowerPoint presentatie Terug naar menu |
| Tips voor de (voor)lezer. | ||||
|
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a. 2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''. |
||||
| Liturgie. | ||||
|
Morgendienst Votum, Zegengroet, Amen Zingen: Psalm 148:1,2 (Engelen rond Gabriël looft uw Heer!) Wet van de HERE Zingen: Psalm 148:4 (Mensen rond Maria looft allen uw Heer!) Gebed voor de eredienst Schriftlezing: Lucas 1:5-28 (Gabriël verschijnt!) Zingen: Liedboek 120:1,4 (Opent de poorten voor de Heer der heerlijkheid!) Tekstlezing: Lucas 1:26-28 Preek over Lucas 1:26-28 Zingen: Liedboek 132 (Maria was bereid toen Gabriël haar groette in ´t midden van de tijd) Dienst van de gebeden Collecte Zingen: Liedboek 127:1,3,5 (Gaat stillen in den lande uw Koning tegemoet) Zegen, Amen. Middagdienst Votum, Zegengroet, Amen Zingen: Psalm 148:1,2 (Engelen rond Gabriël looft uw Heer!) Gebed voor de eredienst Schriftlezing: Lucas 1:5-28 (Gabriël verschijnt!) Zingen: Liedboek 120:1,4 (Opent de poorten voor de Heer der heerlijkheid!) Tekstlezing: Lucas 1:26-28 Preek over Lucas 1:26-28 Zingen: Liedboek 132 (Maria was bereid toen Gabriël haar groette in ´t midden van de tijd) Dienst van de gebeden Geloofsbelijdenis Zingen: Psalm 148:4 (Mensen rond Maria looft allen uw Heer!) Collecte Zingen: Liedboek 127:1,3,5 (Gaat stillen in den lande uw Koning tegemoet) Zegen, Amen. |
||||
| Preek over: Lucas 1:26-28 | ||||
Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl? [1] GABRIËL GROET MARIAGegroet, je bent begenadigd! Kerstfeest is elk jaar het feest van de herkenning en ontmoeting. De oude vertrouwde namen komen opnieuw op ons af en zij boeien ons altijd weer: Betlehem, Jozef, Simeon. Zelfs Herodes en Augustus zouden we niet willen missen in deze rij. In gedachten groeten wij de oude bekenden. Laten we nu eens beginnen met te kijken naar het begin van deze rij. Het begon niet in Betlehem of Jeruzalem met Jozef of Simeon, Augustus of Herodes, maar het begon in Nazaret. En het begon daar niet met de geboorte, en evenmin met de ontvangenis, zelfs niet met de aankondiging, maar het begon daar alles met een groet. Een groet in Nazaret. Voor Maria. Van Gabriël. Dit is uniek in de wereldgeschiedenis. Engelen zijn boodschappers. Zij groeten als regel niet. Zij hebben hun tijd nodig! Maar hier neemt Gabriël de tijd. Tijd voor een kerstgroet, de eerste! Er moet hier wel iets bijzonders zijn, zonder weerga in de geschiedenis. Laten we erbij stilstaan, erbij nadenken. * GABRIËL GROET MARIA [2] 1. In de zesde maand 2. In Davids huis 3. In Eva´s geslacht 1. Gabriël groet Maria in de zesde maand [3.1] In de zesde maand: dat is een halfjaar later. Een halfjaar dat begon met de verschijning van een engel aan Zacharias. In het heilige, bij het reukofferaltaar. De engel had groot nieuws: God komt verlossen, beloften worden eindelijk vervuld. En de bejaarde Elisabet zal nog een kindje krijgen! Het was aan het begin van dit halfjaar ongeloofwaardig nieuws: Zacharias heeft er moeite mee. En dan opeens noemt de engel zijn naam. Dat is bijzonder. Meestal blijven engelen naamloos wanneer zij verschijnen. Alleen de profeet Daniël heeft ooit (lang geleden) enkele hoogverheven hemelse machten bij name horen noemen: Michaël en Gabriël. De laatste is hem zelfs meer dan eens verschenen om met hem te spreken over een verre toekomst. Daarna is die naam nooit meer gehoord op aarde. Het is een klank van vroeger: de naam Gabriël is verbonden gebleven met de toekomstprofetie aan de godsman Daniël. [3.2] Dit betekent dat Gabriël een naam is van ruim 500 jaar terug. Daniël was al bijna vergeten: een naam uit het verre verleden. Dit kan het gevoel geven dat ook zijn woorden verouderd waren. Maar nu is er iets wonderlijks. Uit het bijna vergane papier waarop de woorden van Daniël ooit waren geschreven, springt de engel Gabriël naar voren. Een naam uit een oud boek, maar ook een levende engel. Vijf eeuw eerder verschenen en nog altijd present! [3.3] Dit werpt verrassend licht op het boek van de profeet. Wanneer Gabriël daaruit stapt en in de tempel zijn naam noemt, is dit boek toch wel heel bijzonder. De woorden daarin zijn nog zo levend als de engel die ze bracht. Stel u eens voor in deze tijd waarin de bijbel voor velen een dood boek is geworden, dat hier opeens iemand kwam binnenlopen die zei: ik ben Stefanus uit Handelingen 7. Dan kijk je wel weer even anders tegen Handelingen aan! Zo is de verschijning van Gabriël het levend bewijs dat de profetenwoorden die vaak ontvangen werden uit de hand van engelen, hun betekenis niet verliezen wanneer de profeet sterft. Mensen gaan voorbij, maar engelen blijven actief. Wanneer de stem van de profeet sterft, wordt de verbinding niet verbroken. De lijn met de hemel is nog net zo open als bij Daniël. Hier is Gabriël opnieuw aan de lijn! * Zacharias werd als eerste geroepen om zijn ongeloof en kleingeloof los te laten: wat God ooit beloofde, blijft altijd van kracht. Zo zeker als de engel die aan hem verschijnt de engel Gabriël is. De beloften zullen in vervulling gaan. Te oude mensen als Zacharias en Elisabet zullen nog een kind krijgen. God haalt de dood in en laat haar achter zich: Elisabet uw vrouw zal zwanger worden van een zoon en hij zal voor Mij uitgaan! [3.4] En toen viel de stilte. Zacharias ging zwijgend naar huis. Gabriël kwam even achter de coulissen van de eeuwen vandaan, maar niemand werd het nog gewaar. * Toen kwam dat stille halfjaar. Een tijd waarin Zacharias steeds ouder werd, maar Elisabet jonger. Hij zwijgt, maar zij voelt zich zwanger. Hun klokken lopen nu tegen elkaar in. Elisabet reist steeds verder terug in haar tijd en Zacharias blijft maar sprakeloos. Maar één ding wordt heel zeker in deze zes maanden: Elisabet is zwanger geworden en verwacht een zoon die straks de voorloper zal worden van de Messias. * En in die zesde maand wordt het tijd voor de hemel. Tijd voor de volgende stap. In die maand werd dezelfde engel Gabriël nog eens door God uitgezonden. Het lijkt wel alsof er nu pas echt iets gaat gebeuren. Een half jaar geleden was Gabriël er even, daar in die tempel. Hij stond er en daarmee uit. Maar nu lezen we een plechtige vermelding van de uitzending uit de hemel. We zien Gabriël vanaf de troon van God als het ware tussen de rijen van de grootengelen en machten doorschrijden, door allen nagekeken waarheen zijn opdracht hem nu zal voeren op aarde. De hemel leeft mee, terwijl de aarde zich nog van niets bewust is. Nu gaat het gebeuren: in de zesde maand. Het is alsof die eerdere verschijning van Gabriël, daar in de tempel, een voorvertoning was ter voorbereiding van deze eigenlijke zending. Toch wordt deze grote opdracht gedateerd naar de kleinere: er moet een half jaar zijn tussen het moment waarop de deur van het huisje van Elisabet overdag gesloten bleef en de opening van de hemelpoort nu. God houdt de maanden bij. Johannes wordt verwacht als de directe voorloper en heraut. Hij mag straks niet in de leegte roepen: in zijn ruimte moet de Verlosser aanwezig zijn. God zorgt dat de heraut niet beschaamd zal staan. Enkele stappen achter hem aan zal de Koning komen. Zes stappen na hem, zes maanden later. * Soms lijkt het alsof onze God strooit met eeuwen. Daniël ligt in Babel te tobben over de zeventig jaar dat de tempel verwoest zal liggen. Hij krijgt visioenen die hem bemoedigen en ontzetten. En wanneer zal het allemaal gebeuren? Niemand die het weet. God zegt dat de profeet maar rustig het hoofd moet neerleggen, want de visioenen zien op een ver verwijderde tijd. God telt in vele eeuwen. Dat is voor ons niet te overzien: onze maat is kleiner dan een eeuw. Zo lijkt het er voor ons op alsof God wat nonchalant omgaat met de tijd. Alsof zijn werk over ons hoofd heengaat. Het kan ooit gebeuren wat Hij belooft, maar het kan net zo goed morgen zijn als over duizend jaar. Zo ervaren christenen de beloften van de wederkomst ook vaak. Zijn duizend jaar bij de Here niet als één dag? Maar voor ons is elke dag er één! De toekomstbelofte wordt dan iets dat een beetje buiten onze tijd komt te staan. Maar soms telt God de manen af. Dat zie je wanneer Gabriël wordt uitgezonden naar Maria. De hemelse klok heeft echt wel een secondewijzer. En hij loopt heel precies. God is bij zijn eigen tijd in deze zesde maand van Elisabets verwachting. Precies op tijd onderneemt Hij de eerste vervolgactie om het voorloperswerk van Johannes zijn zin te geven. De HERE laat geen maand teveel voorbij gaan. * Hier zien we, gemeente, dat Gods tijden wel langer zijn dan de onze, maar dat Hij ons kent per maand en per dag. Elisabets zesde maand is ook voor God de zesde maand. Hij is bij onze tijd. En Hij zet onze tijd bij met zijn hemelse tijd. Want nu wordt de engel Gabriël heel plechtig uitgezonden om de aarde die achter liep bij de hemel, weer in de pas te krijgen met de engelen. Gabriël wordt niet uitgezonden naar een andere hemelse vorst, bijvoorbeeld die van de Perzen of van de Romeinen, maar naar een meisje uit de mensenkinderen. De hoogste engel gaat bij een mens op thuisbezoek. In de zesde maand: wees maar niet bang dat God ook maar één maand van ons vergeet! Hij is nauwkeurig op tijd met zijn werk voor ons. En dat zal Hij altijd zijn: ook bij de wederkomst van Christus. Vele honderden jaren gingen al voorbij, maar Jezus Christus zal op tijd, op dag en uur, tot ons worden gezonden uit de hoge hemel. Hoewel God in eeuwen rekent, werkt Hij in onze maanden. De klok tikt niet voor niets. Het kalenderblad hangt er niet zomaar. Gods werk zal er naar te dateren zijn als het komt. Het wordt voorbereid in hemelse gewesten en tijden, maar het is bestemd voor deze aarde waar Gods zon de dagen voor ons opmaakt en waar Gods maan de maanden voor ons aftelt. En Christus komt terug op de dag af precies! Dit geeft moed om tegen Kerst een nieuw agenda in gebruik te nemen en de kalender voor volgend jaar te kopen. Gods werk valt bij te schrijven op ons kalenderblad. De bladen in ons agenda voor 2011 zijn nog zo wit en leeg, maar wie weet wat we over zes maand mogen noteren! * 2. Gabriël groet Maria in Davids huis [4.1] Wanneer we nu verder kijken waar de engel Gabriël naar toe wordt gezonden, lezen we allerlei namen van plaatsen en personen: Galilea, Nazaret, Jozef, David, Maria. Een carillon van namen strooit hier kerstklanken over ons uit. Al deze namen klinken voor ons als grote en kleine klokken. Nu, na eeuwen. Nu wel. Maar hoe was dat in die vroegere tijd? Hoe klonken deze namen in die zesde maand waarin Gabriël werd uitgezonden door God? Wanneer je in die tijd deze namen leest, zijn ze nog niet opgetuigd voor Kerst. Probeert u het maar in die dagen. Je neemt de eerste klok op: Galilea. Maar hij klinkt helemaal niet. Wat is daar nu van te zeggen in de tijd dat Jezus er nog niet werkte of woonde? Weet u waarom Lucas de naam noemt? Omdat hij voor Teofilus een beetje duidelijk moet maken welke richting Gabriël zo ongeveer insloeg. Galilea: is dat niet in het Noorden van Palestina? Ja precies: en daar ging Gabriël heen. Richting Noord. Duidelijk, maar zonder klank. En neem nu eens Nazaret in handen: ook geen klingelend klokje. Nu wel. Je kunt met koren kerstliederen gaan zingen in Nazaret: ontroerend. Dat mag. Maar niet vergeten dat vóór het leven van Jezus op aarde dit soort Nazaret er helemaal niet was. Nazaret klonk toen net als Sepphoris of Bleisveen. Nooit van gehoord. Wat moet Gabriël daar nu zoeken? Gaat het soms om de mensen? We horen de namen: Jozef en Maria. Wat klinken ook die namen ons liefelijk in de oren. We zien Maria op het ezeltje met haar kindje en Jozef er naast: de heilige familie! Maar dat is achteraf. Het is nu de tijd om ze te bezingen en te schilderen, maar dat was nog niet zo in die zesde maand. Jozef was een bouwvakker en er waren er meer met die naam. Zijn toekomstige vrouw heette Maria: en hoeveel meisjes met de naam Marrie waren er wel niet in het volk van Mirjam! Wat trekt Gabriël naar Galilea, naar Nazaret, naar Maria? Eigenlijk Jozef. Het is vreemd dat hij genoemd wordt. Hij is er helemaal niet bij en Gabriël zoekt hem ook niet op. Hij is buiten beeld, maar hij moet wel genoemd. Niet om zijn eigen persoon, maar om zijn familie-afkomst. [4.2] * Jozef is uit het huis van David. En dit is dan de enige naam die hier werkelijk klinkt als een klok. David is de man naar Gods hart. De koning in Israël, de profeet, de dichter van vele psalmen. David is ook het begin van een dynastie: zijn zonen regeerden enkele eeuwen in Jeruzalem. Ongeveer net zo lang als het huis van Oranje over Nederland. Je zult uit het huis van Oranje zijn! Maar vergis u nu niet. Het huis van Oranje Ãs iets en daarom is het mooi als je daar bij hoort. Maar het huis van David is een klank geworden: een klank van vroeger. Niet meer iets van vandaag. Het is al meer dan vijf eeuwen geleden dat de laatste koning uit dat huis regeerde. Je kunt in Nederland nog aardig wat mensen tegenkomen die afstammen van bijvoorbeeld Maarten Harpertszoon Tromp. Interessant, maar daar is het ook mee gezegd. Zij moeten allemaal net zo hard werken voor de kost als iedereen. Zo is het ook met Jozef. Uit het huis van David, maar daar wordt het niet veel anders van. Zo waren er nog wel meer. Toch is het belangrijk. God neemt zo het lijkt een willekeurig draadje op uit dit huis. Het is zijn keuze. Maar het is niet willekeurig dat het een draadje is uit dit geslacht. Eens had God aan David beloofd dat een zoon uit zijn nakomelingen voor eeuwig koning zou zijn op aarde. Dit was zo lang geleden dat veel mensen er al lang niet meer serieus mee rekenden. Maar God telt niet alleen de maanden van Elisabet, Hij telt ook de eeuwen vanaf David en Hij zorgt dat het uurwerk van de beloften nooit komt stil te staan. Acht, negen eeuw later en nog altijd is God bij de tijd van David en vergeet Hij niet de wijzers bij te zetten. Het kan lang duren, maar dat kan bij God geen gevaar! Hij denkt aan David en aan zijn eigen beloften, en vele eeuwen later wordt de engel Gabriël gezonden naar iemand uit het huis van David. * Dit is aan God te danken en niet aan Davids huis. Dit huis ligt onder een zware hypotheek van schuld. Na David is er veel ongeloof en zonde geweest in deze familie. Daarom heeft ze de macht ook verloren. [4.3] Wanneer God een draadje van dit verscheurde tapijt oppakt, is het dan ook heel opvallend hoe Hij dit doet. Hij zendt Gabriël niet direct naar Jozef. Hij die uit het huis van David is, kan wel op de bouw blijven. Gabriël bezoekt zijn ondertrouwde vrouw Maria. Zij zal zwanger worden uit de Geest. De beloofde Koning wordt wel in Davids huis geboren, maar het gaat met een boog om Jozef heen. Beschamend voor deze nazaat van de koningen! God werkt vóór hem, bij hem, maar zonder hem. Gabriël komt, maar Jozef krijgt hem niet eens te zien! Dit is het beschamend gevolg van de zonden van Davids huis. Eens heeft een zekere koning Achaz het tegenover de profeet Jesaja zelfs vertikt om van God een teken ter bemoediging te ontvangen. We lezen daarover in Jesaja 7. Toen heeft deze profeet Jesaja gezegd dat de HERE aan het huis van David een teken tot beschaming zou geven: de maagd zou zwanger worden en een zoon baren en men zou Hem Immanuël noemen. Het is zes, zeven eeuwen geleden dat Jesaja dit sprak. Wie denkt er nog aan? Maar God vergeet het niet. Gabriël loopt Jozef, de voordeur van Davids huis, voorbij en komt binnen via de achterdeur: zijn ondertrouwde vrouw Maria. Dit is een teken van boven bij het begin van de komst van Jezus. Hij zal het huis van David én het huis van Adam verlossen, maar het zal niet aan ons te danken zijn. Wij kunnen op Kerst alleen maar dankuwel stamelen. En dat is ons geraden ook, want we hadden het niet meer verdiend! 3. Gabriël groet Maria in Eva´s geslacht [5.1] Terwijl Jozef gepasseerd wordt, treedt de engel Gabriël bij Maria binnen. En dan is er opeens iets waarbij we de adem moeten inhouden. Deze grootmacht uit de hemelse gewesten komt binnen en staat stil en buigt zich en kust de hand van Maria. Hij groet haar en zwijgt. Nooit eerder is zoiets gebeurd. En nooit zal het opnieuw geschieden.[5.2] Er is maar één mens op de hele aarde en in de hele geschiedenis voor wie een engel, niemand minder dan Gabriël die voor God staat, de tijd even heeft stilgezet om eerst te buigen, te groeten. Als dauw uit de hemel druppelen de woorden van deze groet op Maria neer. * Wees gegroet. [5.3] Honderdduizenden mannen van naam gingen al voorbij door de geschiedenis. Zij paradeerden over de aarde en liepen trots onder de hemel. Mensen begroetten hen met gejubel, maar de hemel zweeg. Honderdduizenden vrouwen lieten harten sneller kloppen en veranderden de wereld, maar de hemel werd niet gehoord. Jongens en meisjes werden geboren onder blauwe en bewolkte luchten: gekust door hun ouders en begroet op de aarde. Hun namen schreven geschiedenis, bladzij na bladzij. Ook de hemel las dit boek, maar geen engel vond het de moeite waard om stil te staan voor één van deze namen. Totdat de zesde maand aanbreekt en de engel Gabriël van God gezonden wordt naar Maria en bij haar binnenkomt en stilstaat. Stilstaat bij deze bladzijde in de geschiedenis van de mensheid. En groet. Uit die allen wordt zij er uit gelicht. Haar naam mag voortaan met rode inkt geschreven worden tussen de zwarte namen van alle mensen. Niemand mag haar ooit vergeten. Wie zou niet stilstaan bij Maria, waar Gabriël stilstond? Ja zo is het. Wees gegroet Maria van ons allen! * Zij is de begenadigde. Zij krijgt geen ridderorde, maar zij krijgt het Geschenk. Het Geschenk voor de wereld wordt in haar handen gelegd, in haar schoot geweven. Later zullen we horen (Lucas 11) hoe een vrouw tot Jezus roept: ,,Gezegend de schoot die U heeft gedragen en de borsten die Gij hebt gezogen´´. En dan zegt Hij: ,,Zo is het´´. Zij is werkelijk de gezegende onder de vrouwen: alle geslachten van de aarde mogen haar gelukkig prijzen. Veel mensen zijn in onze eeuw goed af. Misschien uzelf ook wel. Maar het stelt allemaal niet zoveel voor. Er komt echt geen engel u feliciteren. Want het gaat ook weer voorbij en de zee van de tijd wist de sporen uit. Weet u wie echt te feliciteren is? Maria. Zij ontving een genade die niet verdwijnt. Haar zoon is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. Gabriël kent de zoon en daarom kust hij de hand van de aanstaande moeder. [5.4] * Niemand minder dan de Heer is met haar. God ging voor Israël uit in de woestijn, in vuur- en rookkolom. En Israël beefde. God daalde neer in de wolkkolom op het heilige der heiligen in de tabernakel. En niemand mocht er binnengaan. God was met ons, maar het gordijn hing ertussen. Dat moest ook wel: een zondig mens zou sterven wanneer hij de hoogspanningskabels van Gods heiligheid aanraakte. Het altaar staat ertussen. Zo kon het. Maar nu verdwijnt het gordijn en het altaar. En de heerlijkheid van de HERE overschaduwt een mensendochter. En zijn glorie is met haar. Zij wordt de tabernakel in ons midden: in haar woont straks de zoon van God totdat Hij uit haar in Bethlehem geboren wordt. Alleen zij mag het zijn: de begenadigde, de Heer is met haar, zij is de gezegende in alle eeuwen. * Gabriël groet haar. In haar eigen woning: hij haalt haar niet op, maar komt bij haar binnen. En hij laat haar in haar huis. Hij neemt haar niet mee. De gezegende blijft op de aarde. Gabriël keert terug, maar Maria blijft onder de mensenkinderen. Haar zegen is voor ons. Haar plaats is in ons midden. Met haar zegen moet ze bij Jozef blijven. En haar zegen zal uitstralen in Davids huis. En haar zegen zal op aarde geen einde kennen. De volken zullen in haar zegen wandelen en in het licht van haar schoot zich verheugen. Maria wordt niet ten hemel opgenomen, maar juist op de aarde gegroet. Zij blijft onder de vrouwen. Zij is op haar plaats als dochter van Eva. Het gaat God nu in Nazaret in deze zesde maand niet om de engelen, maar om het nageslacht van Eva. [5.5] Eens sprak Hij tot de slang: Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, tussen uw zaad en haar zaad. Dat zal u de kop vermorzelen, maar u zult het de hiel stukbijten. Dit laatste was gebeurd. Ook de hiel van Davids huis is stukgebeten. Het huis verloor zijn glorie en Jozef staat beschaamd terzijde. Maar nu gaat ook het eerste gebeuren. De dochter van Eva wordt de gezegende: haar zaad zal de kop van de slang vermorzelen. [6] * Gabriël groet Maria, verwonderd dat God omziet naar Adam en Eva. Eens moest God zeggen: ,,Adam, Man, waar zijt ge?´´ En nu zegt diezelfde God: ,,Eva, vrouwe Maria, hier ben Ik dan om met u te zijn´´. Gods genade keert de wereld om. De hemel kijkt ons weer in de ogen. Verkijk je niet op de mensen, de idolen, de sterren. Weet van wie je mag opkijken in het leven. Gelukkige Maria, namens ons allen werd u door Gabriël gegroet. Hoe is het in de wereld mogelijk! De blos van verwondering kleurt ook onze wangen. AMEN [7] |
||||
| Terug naar menu |