- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 18:1,9 (God is de rots die mij beschermt)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 19:6 (Laat al wat ik overleg U welgevallig wezen!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Filippenzen 1:1-11 (Dankzegging en voorbede van een apostel)
Zingen: Psalm 27:1,3 (Opzien tot God, elke dag)
Tekstlezing: Filippenzen 1:9-11
Preek over Filippenzen 1:9-11
Zingen: Psalm 25:2,4,6 (Heer, wijs mij zelf de wegen)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 102[a of b]:4,5 (Geest der kennis, leer ons wandelen bij uw klaarheid)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 18:1,9 (God is de rots die mij beschermt)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Filippenzen 1:1-11 (Dankzegging en voorbede van een apostel)
Zingen: Psalm 27:1,3 (Opzien tot God, elke dag)
Tekstlezing: Filippenzen 1:9-11
Preek over Filippenzen 1:9-11
Zingen: Psalm 25:2,4,6 (Heer, wijs mij zelf de wegen)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 95:2,3 (De HEER is groot, een God vol kracht)
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 102[a of b]:4,5 (Geest der kennis, leer ons wandelen bij uw klaarheid)
Zegen, Amen.


Preek over: Filippenzen 1:9-11

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



INZICHT EN FIJNZINNIGHEID


Wat je elkaar mag toebidden
[1]

Gemeente van onze Heiland,


Toen de christenen in Filippi deze brief van Paulus kregen, zat hij gevangen. Al een hele tijd. De gemeente kreeg hem niet meer te zien: hij zat ver weg achter een gesloten deur. [2.1]

Maar dan komt er een brief. Het is alsof er even een kijkluikje openzwaait in die celdeur. De mensen in Filippi kunnen een glimp opvangen van hun apostel in de cel.

En wat zien ze dan? Eigenlijk geen cel, maar een bidkapel. Op de harde vloer van zijn kerker, ligt de apostel geknield. En ze horen hem bidden. Voor wie? Voor hen zelf! Nota bene: terwijl zij in alle vrijheid hun zaken kunnen doen in Filippi en Paulus zielig achter die gesloten deur zit, bidt hij voor de mensen die niet zielig zijn. Voor hen die w├ęl kunnen werken en reizen en met vacantie gaan.[2.2]

U vindt dit misschien verrassend? Maar dit is nu echt een voorganger van de gemeente. Hij volgt hier het voorbeeld van zijn Meester. Toen Jezus op het punt stond gearresteerd en gekruisigd te worden, dacht Hij helemaal niet aan zichzelf. Hij bad juist voor de leerlingen die vrij zouden blijven door hun vlucht. Hij bad het gebed dat wij vinden in Johannes 17: ,,Vader, bewaar hen in uw naam, die U mij gegeven hebt!┬┤┬┤ Zo bad de Heiland. En Paulus volgt dat voorbeeld in zijn cel. Hoor maar wat hij schrijft: ,,Dit bid ik, dat uw liefde blijft groeien.┬┤┬┤

De apostel geeft op zijn beurt weer een voorbeeld aan ons, die door het raampje in de celdeur naar binnen gluren. Dit is dus goed: voor elkaar bidden! In de kerk denk je wel aan elkaar en je praat over elkaar en soms erger je je aan elkaar, maar wanneer de voordeur of de slaapkamerdeur achter ons dichtgaat, dan hoop ik dat God die bij ons binnenkijkt, ons ook ziet knielen om te bidden voor onze broeders en zusters. Het is je eigen familie en zou je ze dan niet opdragen aan je Vader?[2.3]

Dat gebed is nodig. De familie in het geloof is nog niet gearriveerd. Ze staat nog midden in deze zondige wereld, wordt erdoor aangevochten en moet daar overeind blijven. ,,Wat wordt er van ons in die staat, o Vader, zo U ons verlaat!┬┤┬┤ Dat is het gebed van Christus, van Paulus en als het goed is ook van ons voor elkaar.[2.4]

Laten we vandaag luisteren naar dat gebed van Paulus. Welke woorden kiest hij en waar moeten wij ons op richten wanneer we bidden voor elkaar? Paulus bidt om verdere groei en overvloed in inzicht en fijnzinnigheid. Dat is dan ook het thema voor de preek.

[3]
BIDT VOOR ELKAAR OM INZICHT EN FIJNZINNIGHEID

1. Voor de plant van de liefde
2. Om de vrucht van inzicht en fijngevoeligheid
3. Terwille van de oogstdag van Christus.



1. (Bidt voor elkaar om groei: Voor de plant van de liefde) [4]

Het gebed van Paulus gaat over iets dat er al is. Hij vraagt dat de liefde van de christenen ,,blijft groeien┬┤┬┤ (vers 9). Die liefde hoeft dus niet meer te beginnen: zij is er al en moet alleen maar verder gaan groeien.[5.1]

Aan wat voor soort liefde denkt Paulus dan? De liefde tot God? Dat zeker ook wel. Maar de liefde tot God staat nooit los van onze liefde voor Gods kinderen. En juist die liefde voor de broeders en zusters kun je heel goed zien bij elkaar. Johannes zegt in zijn brief: ,,Indien iemand zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben die hij niet ziet?┬┤┬┤ Zo constateert Paulus bij de mensen in Filippi hun liefde voor hun God ook aan de hand van hun liefde voor elkaar en voor hem persoonlijk.

In het voorgaande heeft hij daarop gezinspeeld. In vers 5 lezen we hoe hij ervoor dankt ,,dat zij vanaf de eerste dag hebben bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie.┬┤┬┤ De mensen in Filippi hebben zich laten meenemen door het evangelie: zo zitten ze nu in de gemeente van de christenen. En daar blijkt hun liefde uit hun houding tegenover de eerste prediker in Filippi: de apostel Paulus. Gemakkelijk hadden ze zich kunnen schamen voor zijn gevangenschap. Wie wil er nu graag de volgeling heten van een gearresteerde die tot opsluiting veroordeeld is? De christenen hadden het al moeilijk genoeg om duidelijk te maken dat de gekruisigde Jezus toch echt de Heer is van hemel en aarde. En nu kwam daar ook nog bij dat zijn voornaamste dienaar in de cel zit. Kun je je voorstellen dat de omgeving zich afvroeg wat dat voor een zaakje dat eigenlijk is, die nieuwe beweging van Christus-volgelingen?

Maar de christenen in Filippi keerden Paulus niet beschaamd de rug toe. In vers 7 betuigt de apostel zijn dankbaarheid over hun houding: ,,U hebt┬┤┬┤ zo schrijft hij, ,,deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig┬┤┬┤. De Filippenzen hadden zelfs een broeder uit hun midden gestuurd om Paulus bij te staan, een zekere Epafroditus (zie 2:25-30), en ze hadden hem ook een collecte ter ondersteuning van de gevangen apostel meegegeven (zie 4:10-20). Uit woord en daad bleek hun positieve houding tegenover Paulus, ook als gevangene in Christus.

Hij heeft dit ervaren als een hartverwarmende liefde. Liefde voor God en dan juist voor zijn evangeliedienaar. Hij merkt dit op als iets bijzonders.

*

En dat is het ook. Wij zijn zo gauw geneigd om het gewone functioneren van kerk en kerkverband als vanzelfsprekend te aanvaarden. Natuurlijk gaan we naar de kerk, doen we wat in de collecte en kijken we naar elkaar om. Ja, zo hoort het, maar het is niet natuurlijk. Het is de vrucht van de liefde van God. Wanneer Hij niet in ons leven was gekomen met zijn liefde, zouden wij hier vandaag niet met elkaar in dit gebouw zitten en we zouden er geen cent voor overhebben en we zouden elkaar koud laten. Maar God zij gedankt: er is liefde als een cement van de gemeente.

Dit is het begin van G├│ds werk. In vers 6 zegt de apostel dat ,,God bij ons een goed werk is begonnen┬┤┬┤. Hij kijkt naar de God die achter die mensen in Filippi staat en die ze beweegt tot de liefde. Paulus is de broeders en zusters dankbaar, maar Hij weet dat hij hen allen dankt aan God die met hen een werk is begonnen. Daarom is dat het startpunt voor Paulus in zijn danken ├ęn in zijn bidden.

Ook wij moeten altijd weer naar dat startpunt om goed van start te kunnen gaan met ons gebed voor elkaar. Wij missen dat startblok nogal eens. Dan maken we een valse start en we worden gediskwalificeerd. [5.2]

Een valse start maken we wanneer we blijven steken bij het kijken naar elkaar en niet teruggaan naar het begin van God met die broeders en zusters van ons. In Filippi bleef men op dit punt ook wel wat steken. Ze keken er vaak met hoogmoed, jaloersheid of ergernis naar elkaar. De apostel zal ze in deze brief nog moeten vermanen om elkaar lief te hebben in de gezindheid van Christus die zichzelf vernederde.

Ook wij zijn soms geneigd om te starten bij de kritiek die we op elkaar hebben. Of bij het gemis aan wijsheid of heiligheid dat we opmerken bij elkaar. Maar wanneer je daar je uitgangspunt neemt, dan verzuur je al gauw in de gemeente. Dan voel je je er al gauw niet meer thuis. Je krijgt last van elkaar en aan het gebed kom je niet meer toe of het wordt het gebed van de Farizee├źr die zo met zichzelf bezig was en die bleef steken in de horizontale vergelijking van zichzelf met de tollenaar in Isra├źl.

En wanneer we verzuren in de kerk, dan zijn we ook kleingelovig bezig. Dan zien we God over het hoofd. De Belangrijkste. De Eerste! Het is beter om Paulus┬┤ voorbeeld te volgen: houdt de Planter aan zijn planting. Hij is een goed werk begonnen, houdt Hem eraan. Hij zal het toch niet laten schieten? We moeten niet beginnen elkaar iets te verwijten, maar we moeten beginnen met van God iets te verwachten.

*

Dit betekent niet dat het met de ouderen in de kerk vanzelf wel goed komt en dat kerkjeugd vanzelf wel terecht komt. Paulus zegt niet dat ze zich in Filippi niet zo druk hoeven te maken, omdat het allemaal wel goed komt nu God het initiatief heeft genomen. Waarom denkt u dat hij in zijn cel geknield ligt op de grond? Omdat hij veel zorgen heeft, maar hij weet waar hij moet zijn. Zijn zicht op God die met zijn christenen een goed werk is begonnen, is het startpunt voor zijn voorbede.[5.3]

Denkt u eens aan de voorbidder Mozes. Wat heeft hij soms voor God staan pleiten. Dan dreigde de HERE zijn volk los te laten in de woestijn. Hij wilde ermee stoppen. En waarom ook niet: er viel geen eer aan te behalen! Maar dan valt Mozes op zijn knie├źn en hij herinnert de HERE aan de uittocht uit Egypte. Hij smeekt: ,,Indien U niet zelf met ons meegaat, doe ons van hier niet optrekken. Waaraan zal anders geweten worden dat ik en uw volk genade hebben gevonden in uw ogen dan doordat U met ons meegaat? Immers daardoor zijn ik en uw volk afgezonderd uit alle volken die op de aardbodem zijn┬┤┬┤ (Ex. 33:15-16). Zo worstelde Mozes bij God voor het volk.

Dat is de manier waarop wij ons mogen vastklampen aan God die een goed werk begon. Zijn begin is nooit een vanzelfsprekende zekerheid. Ook niet in het Nieuwe Verbond. Leest u maar eens de brieven aan de zeven gemeenten. Christus zegt daar tegen sommigen: ,,Ik kom de kandelaar wegnemen┬┤┬┤ of ,,Ik zal u uit mijn mond spuwen┬┤┬┤. Zoiets kunt u dus te horen krijgen als gereformeerde kerk van Christus: ,,Ik spuw u uit!┬┤┬┤ En hoe reageren wij daarop? IJzig? Met schouderophalen: ach, er moeten altijd weer reformaties komen? Leggen we ons daarbij neer? Denken we dat het zo┬┤n vaart niet zal lopen? Of voelen we ons daardoor juist gedrongen tot gebed: ,,Ach, Here, ontferm u, laat ons niet los, U bent toch niet voor niets begonnen met ons?┬┤┬┤

De kerk heeft geen garantie waarop je kunt gaan slapen. Maar wel een startblok voor hardlopers in het gebed.

*

Zo vraagt Paulus dat de nog gebrekkige liefde van de mensen in Filippi steeds meer overvloedig mag zijn. Laat God het goede werk dat Hij begon toch voortzetten in die gemeente![5.4]

En zo mogen wij voor elkaar worstelen bij God. Misschien is er veel te verwijten in de gemeente, en misschien gaat veel helemaal niet goed in de onderlinge verhoudingen of in de levensstijl. Daar mag natuurlijk over gesproken worden en daarover moet vermaand. Maar het eerste is ons gebed: ,,Here, laat onze liefde die u gegeven hebt, niet verschrompelen, maar overvloedig zijn┬┤┬┤.

Dat mogen ouders bidden voor hun kinderen wanneer zij daarover zorgen hebben. God heeft zijn werk geplant in hun levens. En wanneer die plant slap gaat hangen of dreigt overwoekerd te worden, dan kunnen wij niet beter doen dan allereerst de HERE aanroepen met aanhoudend smeekgebed. Misschien wil Hij zich ontfermen en verder doen groeien wat Hij begon in deze levens toen ze nog klein waren en knielden voor hun avondgebedje. Er is in de kerk van de levende God geen ruimte voor een veronderstelde wedergeboorte of wederkeer, maar er is wel grond voor aanhoudend gebed tot de Levende.

Dit soort gebeden is de hartslag van ons geloof in de gemeente! Laat dit hart kloppen bij voorgangers en gemeenteleden, bij ouderen en jongeren. Laat de HERE vanuit de hemel onze ogen gericht zien tot Hem als van een dienstmaagd die haar blik richt op haar meesteres. Dat Hij ons genadig zij!


2. (Bidt voor elkaar om groei: Om de vrucht van inzicht en fijngevoeligheid)[6]

Wat bidden we nu voor elkaar? Alleen maar aardse zaken als werk en gezondheid? Of gaan we allereerst bidden voor de dingen van het koninkrijk der hemelen? Omdat we weten dat de andere dingen ons wel geschonken zullen worden zovaak onze hemelse Vader weet dat wij ze nodig hebben?

Maar waaruit bestaat dan dit geestelijke gebed? Daaruit dat wij allemaal en vooral het volgend geslacht toch maar allemaal ,,bij de kerk mogen blijven┬┤┬┤?

Paulus gebruikt het werkwoord ,,blijven┬┤┬┤ niet op die stilstaande manier. Daar zou hij niet tevreden mee zijn. Stilstand is doodstand. Paulus bidt om blijvende en voortgaande groei. Hij bidt de gemeente vooruit.[7.1]

Liefde is een levende plant. Die moet uitgroeien en voldragen worden in vruchten. Wanneer er geen bloei komt en de vruchten uitblijven, ga je je zorg maken over die plant. Zo moet het ook in de kerk zijn. We worden er pas rustig op, wanneer er ontwikkeling is en geestelijke groei.

*

Nu is het verrassend om te zien wat Paulus dan concreet bidt. Waaruit bestaat dan die overvloed die hij graag ziet bij zijn broeders en zusters?

Hij noemt twee dingen: ,,Inzicht en fijnzinnigheid zodat u kunt onderscheiden waarop het aankomt┬┤┬┤. Misschien zouden sommigen van ons het anders geformuleerd hebben: ,,Dat ze mogen blijven bij de Schrift en de belijdenis┬┤┬┤. Paulus noemt echter niet alleen een ander werkwoord dan ,,blijven┬┤┬┤, hij noemt ook iets anders dan de Schrift of de overgeleverde waarheid. Natuurlijk moeten die blijven. Maar daarmee ben je er niet. Wanneer je een mens zou toewensen dat zijn geraamte in stand mag blijven, dan heb je nog niet zoveel gezegd. Hij zal zijn ruggewervel nodig hebben, maar er zal toch vooral verlangd worden naar groei en bloei van de hele mens. Zo bidt Paulus ook om groei (vanuit de overgeleverde waarheid) in eigen ,,inzicht en fijnzinnigheid┬┤┬┤.[7.2]

Met de bijbel alleen ben je er niet. Dit lijkt een vreemde uitspraak, maar het blijkt in de praktijk. Er zijn vandaag christenen (ook in reformatorische gemeenten) die zich heel stipt willen houden aan de bijbel: wanneer het daarin staat, dan mogen wij er niet van afwijken. Maar het duurt niet lang of dit wordt omgekeerd: wanneer het niet in de bijbel staat, ben je vrij om te doen en te laten wat je wilt. Eigenlijk worden de bijbelse geboden dan de uitzonderingen op mijn eigen wil en wens. Ik ben vrij om mij uit te leven, voorzover de bijbel mij niet duidelijk in de weg treedt. Dan krijgen we een christelijk minimalisme. Trouw aan de bijbel wordt dan een stilstaand water: geen diefstal en abortus, maar verder moet ieder zelf weten hoe hij of zij het christenzijn invult.
Een dergelijk biblicisme verstikt de geestelijke groei: de opvoeding in de kerk wordt erdoor verlamd en de goede zede brokkelt ermee af. Zo┬┤n biblicisme doet tekort aan het werk van de heilige Geest. De apostel weet dat wij naast de bijbel behoefte hebben aan ,,inzicht en fijnzinnigheid.┬┤┬┤ Het is van levensbelang dat we een antenne krijgen voor wat wijs is en verstandig en eervol en zorgzaam. Die antenne hebben we van huis uit niet meer: we zijn die kwijtgeraakt. En het is de Geest die dit juist door Gods woord weer wil herstellen in ons leven. Hij wil ons leren om zelf sappen te trekken uit de bijbel. [7.3]

God gaf ons niet alleen die bijbel. Dat zou te weinig zijn. De bijbel is al lang geleden afgesloten. Er staat vrijwel niets in over de invulling van je jeugd in de 21ste eeuw, er staat niets in over muziek, over modern dansen, over samen met vacantie gaan, over jeugdcultuur, over de invulling van visites, over vacantie houden, over open avondmaal en zegenende ouderlingen en correspondentie met buitenlandse kerken en contactoefening met kerken in Nederland enz.

En wat willen we nu? De bijbel uitspraken afdwingen over deze onderwerpen? Maar dat overvragen van de bijbel leidt alleen maar tot onderlinge verdeeldheid. Of vragen we nu opeens helemaal niet meer wat het er toe doet en wat verstandig is en wat beter is voor de opbouw?
De apostel zegt in 4:8-9:

,,Ten slotte, broeders, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het en de God van de vrede zal met u zijn┬┤┬┤.

Paulus draagt ons met deze woorden op om wat wij hoorden in de bijbel en gezien hebben in het leven van de apostelen en profeten, in toepassing te brengen: zelf moeten we dan bedenken wat waar, waardig, beminnelijk, welluidend is.
Hier ligt nu de opdracht voor ons om vruchten te dragen. De vrucht van ,,helder inzicht en alle fijngevoeligheid zodat u kunt onderscheiden waarop het aankomt.┬┤┬┤
En om die vruchten in ons leven bidt Paulus.

*

Staan wij er wel genoeg bij stil, dat wij die vruchten moeten gaan opbrengen? Een christen die met zijn voeten gefundeerd staat op de Schriften, moet dit laten blijken door daaruit de sappen van wijsheid en inzicht te zuigen en die om te zetten in de vrucht van alle fijnzinnigheid om te kunnen ,,onderscheiden waar het op aankomt.┬┤┬┤

Wilt u dit ook? U volstaat toch niet met van heel veel dingen vergenoegd te constateren dat de bijbel er niets over zegt of het niet verbiedt? Dan zou u lijken op die knecht die zijn talent in een zweetdoek begroef in de grond: hij vreesde de heer, maar was lui in het bewaren van het pand. Laat die geestelijke luiheid ons niet overvallen. Laten wij verlangen naar praktische wijsheid, naar een goed aanvoelen van wat verstandig is en lof verdient.[7.4]

Dit is ons enige wapen tegen wereldgelijkvormigheid. Wanneer de kerk niet naast het uitgangspunt van de Schriften ook het inzicht en de fijngevoeligheid ontwikkelt, zal zij automatisch wereldgelijkvormig worden met enkele uitzonderingspunten die al te duidelijk in de bijbel staan. Maar hoe zwak en zonder vrucht zal de plant dan worden: geen wonder dat ze verzengt in de zon.

Er is een maalstroom van zaken die op ons als ouderen en jongeren afkomen. Jongeren worden soms opgezogen door al of niet digitale jeugdgroepen en raken al snel geïsoleerd van de oudere generatie; ouders zijn in verwarring over hun rollenpatroon; jongens en meisjes worden door de hele sfeer van leven in Nederland uitgenodigd tot het snel op kamers gaan wonen, tot vrijere omgang met elkaar, tot het kiezen van dezelfde scholing en opleiding. Het moederschap verdwijnt naar een verre tweede of derde plaats in de samenleving. En de bijbel gaat daar niet altijd gedetaillerd op in.
Wat is nu wijs, wat is verstandig. Wat bouwt op en wat beschermt de naam van Christus? Hoe komen we uit bij wat lof verdient en hoe maken we onszelf kwetsbaar? Weet dat maar eens zo gauw!

Hier komt het gebed in beeld. Paulus leert ons ook te bidden om wat niet in de bijbel staat maar wel verstandig is en belangrijk.
Spreuken wijst ons dezelfde richting, maar reikt niet tot in de details van onze tijd.

Wat kunnen we, wanneer wijsheid ons tekort schiet, beter doen dan bidden om dat inzicht en die fijngevoeligheid?

Bidt het voor elkaar. Als christenen voor uw mede-gemeenteleden. Als oudsten voor de gemeente. Als kinderen voor je ouders. En als ouderen voor de jongeren.

Zonder dit inzicht en deze fijnzinnigheid zal de plant van de liefde verzengen in deze tijd en door onkruid overwoekerd worden. Maar wanneer God ons geeft dat wij kunnen onderscheiden waar het op aankomt, dan zullen we groeien en bloeien en de liefde zal haar vruchten dragen. En God zal zijn werk dat Hij in ons begon, op het gebed voortzetten tot het einde.


3. (Bidt voor elkaar om groei: terwille van de oogstdag van Christus)[8]

Wij hebben namelijk ons eindstation, de finish, nog niet bereikt. God maakte een begin, maar het einde moet nog komen. Daarom is er nog een gebed om groei.[9.1]

Wat is dit einde? Wij worden toch uit genade gered? En dan zijn onze zonden vergeven en dan zijn we behouden? Zo simpel zien sommigen het. Eigenlijk zijn ze al binnen en gearriveerd wanneer ze in de kerk gedoopt zijn en daar ook belijdenis aflegden. Maar dit is heel kortzichtig. Niemand van ons is nog binnen.

Het evangelie roept ons om de Meester op te wachten. Wij zijn geen mensen die ingescheept en aan land gebracht worden, maar mensen die uit de gevangenis gehaald zijn en nu hun Bevrijder gaan huldigen. Daar bereiden we ons op voor in dit leven.[9.2]

En hoe doe je dit? Met feestkleding aan, er helemaal op gericht.

Paulus zegt het zo in vers 10b-11: ,,Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God┬┤┬┤!

De toekomst moet nog komen. De dag van Christus┬┤ openbaring en terugkeer. Morgen misschien?

Hoe sta je er dan bij?

Dan kunnen we niet zeggen: dit of dat stond niet in de bijbel. Dan zal immers de Heer vragen: keek je dan alleen maar achterom en keek je niet vooruit?

Het gaat op aarde om de oogst voor God.
Niet om wat wij al of niet mogen en kunnen en aandurven, maar om de prima opbrengst tot zijn eer en prijs.[9.3]

Een kweker is niet tevreden als er maar bomen staan of als er maar iets aan groeit. Hij wil dat er eersteklas fruit komt, glanzend in de kist.

Wij zijn er voor de Kweker die ons gemaakt heeft. Je bent niet vrij vanuit jezelf, maar je bent vrij voor Hem. Hij wil ons voldragen zien als mensen in het goede.

Bidt daarom tot Hem om wat Hij zelf wil: Hij zal het u en jullie geven.[9.4]

Daar wordt de kerk wijzer van en u leert waar u aan toe bent. En zo gaan we een lang lint vormen van mensen die gelovend en biddend zich opstellen voor de aankomst van hun Verlosser die vrede en recht op aarde brengt. Hij zal ons dan een volmaakt helder inzicht geven: alle onzekerheid en onduidelijkheid verdwijnt voorgoed. En Hij zal ons vullen met alle fijnzinnigheid: voorbij is dan de domheid en ruwheid en kortzichtigheid. Als sterren mogen we dan stralen in het koninkrijk van onze Vader.

Bidt dat elkaar toe, elke dag dat we onderweg zijn!


AMEN [10]


- Terug naar menu