- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, Amen.
Psalm 84:1,2 (Een lied voor de kerk onderweg)
De wet van de HERE
Psalm 81:3,4,8 (De HERE leidde ons uit tot zijn dienst om ons te voeden met zijn hemels voedsel)
Gebed voor deze dienst.
Schriftlezing: 1 Timoteüs 6:2b-21 (Leren om rijk te zijn voor de eeuwigheid)
Antwoordlied: Psalm 49:2,5 (Waarom zouden wij bezorgd zijn en vrezen?)
Heid.Catechismus Zondag 50.
Preek.
Amenlied: Psalm 4:3 (Vertrouwen op de hemelse Vader die voor ons zal zorgen)
Dienst van de gebeden.
Dienst van de offeranden.
Slotzang: Psalm 84:3,4 (Vertrouwen en gebed op de pelgrimsroute van de kerk)
Zegen.


Middagdienst

Votum, zegengroet, Amen.
Psalm 84:1,2 (Een lied voor de kerk onderweg)
Gebed voor deze dienst.
Schriftlezing: 1 Timoteüs 6:2b-21 (Leren om rijk te zijn voor de eeuwigheid)
Antwoordlied: Psalm 49:2,5 (Waarom zouden wij bezorgd zijn en vrezen?)
Heid.Catechismus Zondag 50.
Preek.
Amenlied: Psalm 4:3 (Vertrouwen op de hemelse Vader die voor ons zal zorgen)
Dienst van de gebeden.
Geloofsbelijdenis.
Instemming: GK-2006 Lied 103:9 (Ere de Drie-enige!)
Dienst van de offeranden.
Slotzang: Psalm 84:3,4 (Vertrouwen en gebed op de pelgrimsroute van de kerk)
Zegen.


Preek over: Zondag 50

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________




ONDERWEG MET DAGRANTSOENEN


De vierde bede

[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Vandaag komen we toe aan de vierde bede. Zo staat het ook in de catechismusvraag: ,,Wat is de vierde bede´´.

Wanneer je vanaf het begin de gebedszinnen telt, klopt dit. Toch zit er iets misleidends in die telling.

De eerste drie zinnen in dit gebed zijn van een andere soort dan de volgende drie. Eigenlijk zijn het geen zes beden, maar twee groepen van drie. En eigenlijk vormen alleen de laatste drie echte gebeden, echte vragen. We zouden daarom ook wel kunnen zeggen dat we nu vandaag toekomen aan de eerste bede, hoe ongewoon dat ook zou klinken.[2.1]

*

Na de aanspraak van God als Onze Vader volgen eerst drie gescandeerde uitroepen. Het is alsof je mensen langs de weg ziet staan, terwijl in de verte de optocht nadert. Ze zwaaien met palmtakken en roepen Hosanna, Hosanna, Gezegend Hij die komt in de naam van de Here! Hoor maar: ,,Heilig uw naam. Kom met uw rijk. Voer uw wil uit!´´[2.2]

In deze uitroepen hebben we het over iets dat er aan komt en waarover geen twijfel mogelijk is. God wint deze wereld. Het vaandel met zijn naam zal in alle landen worden geplant, ook in Iraq en Sudan. Zijn rijk zal de Verenigde Naties overbodig maken. En zijn wil zal de wereld eindelijk veilig, hemels maken. Wij geloven dat, ook al zien we het nog niet. En we roepen erom: Kom Here Jezus, kom haastig. De christenen staan al langs de weg om hun Verlosser op te wachten en scanderen hun leuzen!

Uit deze eerste drie zinnen van het gebed blijkt, dat je niet bidden kunt wanneer je niet binnenkomt door de poort van geloof, hoop en deelname. Mensen klagen soms dat bidden ook niet helpt. Maar hoe bid je dan? Je moet eerst partij kiezen voordat je echt kunt vragen en smeken. Eerst het eerste: je met huid en haar gewonnen geven aan Gods komende Naam en Rijk en Wil. En dan pas sta je goed voorgesorteerd voor je persoonlijk bidden.

*

Deze eerste drie gescandeeerde leuzen richten onze blik omhoog doordat ze omsloten worden door het woord hemelen. Daarná komen dan drie dingen die we echt vrágen. Er is nu een verschil met het voorgaande. Bij het rijk kun je niet zeggen dat het misschien wél of misschien níet komt en dat je er nu maar om bidt. Maar bij de vierde tot en met de zesde zin van ons gebed gaat het wél om dingen die je ook níet zou kunnen krijgen.[2.3]

Dagelijks brood zou er voor ons niet zijn, wanneer we behoorden tot de milioenen die zieltogend neerliggen in stervend Afrika. Vergeving van de zonden zal nooit meer geschonken worden aan allen die zich hebben verhard in hun opstand tegen God. En de verlossing van de boze is een spannende zaak in de geestelijke strijd.

Toen het over God ging in de eerste drie zinnen, was alles zeker: je kunt het geloven of niet, maar je hoeft niet bang te zijn dat het misschien niet verhoord wordt. Maar nu het aan ons toekomt in de volgende drie zinnen, wordt het allemaal onzeker. Nu worden het echte vraag-gebeden naar vorm en inhoud. Nu geen uitroepen van verlangen meer, maar smeekbeden van afhankelijkheid.

*

En het eerste dat we mogen invullen, wanneer het vragenformulier voor ons ligt, is het vakje brood, eten! Is dat niet een beetje alledaags? Wanneer u nu eens die laatste drie zinnen had moeten ordenen, zou u dan niet eerst om vergeving en bewaring en tenslotte ook nog om brood hebben gevraagd? Wie begint er nu met vragen om éten? Is het niet irriterend, wanneer kinderen de deur binnenstormen en direct om eten of drinken vragen?[2.4]

Toch, broeders en zusters, leert Jezus ons eerst maar eens om brood te vragen. Niet brutaal: het gaat om dagelijks brood. Maar wel heel nuchter en bescheiden. Wat stellen we eigenlijk voor. Wanneer we bidden zijn we geen engelen. We zijn maar stof uit de aarde. Zonder een beetje brood houden we geen adem over en hoe zouden we dan nog verder bidden? De bidder moet niet hoogmoedig zijn: hij is als de spreker die om een glas water moet vragen voor hij weer verder kan. Sta bij uw vragen aan God niet op uw tenen: begin maar als mens met een maag. Meer zijn we niet. Stof uit de aarde. En dat mogen we nog wezen ook voor onze Schepper!

De vorm van deze bede is een filter voor ons denken en voelen.

Het is een heel speciaal verzoek: wij moeten het zó leren zeggen. We moeten zo klaar komen met ons mens-zijn in deze wereld vol goederen, dat we goed voorgesorteerd staan voor déze bede. Het mag niet een magisch motto zijn. Het moet niet alleen uit ons geheugen, maar ook uit ons eigen hart komen. Ook wanneer God het niet meer voorzei, zouden we het zo moeten aanvoelen: dat we bidden om ons dagelijks brood, heden. Niet meer, niet minder.

[3]
ONDERWEG MET DAGRANTSOENEN
1. niet meer
2. niet minder.


1. (Niet meer) [4]

Onze eerste vraag is heel menselijk: eten! Maar de omvang van het gebed is zeer beperkt. Alleen maar brood en alleen maar voor vandaag. Meer vragen we niet.[5.1]

*

Eigenlijk is deze vierde bede in Nederland vandaag het grootste onverhoorde gebed dat we kennen. Stel je voor dat God dit eens verhoorde! Zou u daar tevreden mee zijn? Of bent u maar blij dat God uw vierde bede niet al te letterlijk neemt?[5.2]

Stel je de verhoring eens concreet voor. Het wordt middagpauze op school. In de overblijfklassen gaan na het bidden de eettrommeltjes open. Maar opeens is het gedaan met de rust en de orde. Binnen de kortste keren schreeuwt iedereen tegen iedereen. Wie heeft de koek uit mijn vak gestolen? Waar is mijn komkommer gebleven? Meester, iemand heeft de kaas tussen mijn brood weggehaald. Wie heeft mijn Mars gepakt? Ik heb niks tussen mijn brood: zo lust ik het niet! Zou de onderwijzer op dat moment durven zeggen: jongens, dan is nu eindelijk ons morgengebed eens precies verhoord? Nu hebben we dan heden ons dagelijks brood in de trommeltjes! Meer vroegen we toch niet op deze morgen?

*

Het is een situatie die zich niet voordoet. En daarmee stuiten we op een belemmering bij ons bidden om dagelijks brood. Bij deze bede kan onze welvaart ons kwellen. Blijkbaar staat er heel veel in de winkels en in onze huizen waar we helemaal niet voor hoeven te bidden. Hoe overbodig lijken vele rekken levensmiddelen waar u regelmatig met het wagentje langs loopt, wanneer je je het gebed herinnert.[5.3]

Betekent deze bede dan een ascetisch program? Zondigen we, wanneer we op ons dagelijks brood ook nog jam of kaas doen? Zijn we geen goede christenen, wanneer we naast melk ook nog frisdrank kennen? En zijn alleen bijstands-christenen ware christenen?

We kunnen dit moeilijk volhouden, wanneer we de hele bijbel doorlezen. De Schrift spreekt over méér dan brood niet negatief.

In zijn klaaglied bij de dood van Saul, spreekt David waarderend over de welvaart die deze koning bracht, ook al moest de vluchtende David het er jaren zonder stellen:

,,Dochters van Israël, weent over Saul,
die u weelderig kleedde in scharlaken,
die gouden sieraden hechtte aan uw klederen.´´ (2 S.1:24)


En de apostel Paulus, die vaak op de rand van het bestaan wankelde, weet toch ook van tijden waarin hij voorspoed genoot. Zo schrijft hij aan de Filippenzen:

,,Ik heb geleerd met de omstandigheden waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.´´ (Fil.4:11b-13)


In de christelijke gemeenten worden ook rijken aangesproken. U hoorde het in de Schriftlezing uit 1 Timoteüs. Zij worden aangesproken en niet verwijderd uit de gemeente.

*

God heeft ook een woord voor de rijkste landen van de wereld. Dit woord: léér rijk te zijn in God. Dat betekent: heb het niet nodig, maar weet het te genieten en te gebruiken zolang God het geeft.

Wanneer de economie inzakt, wanneer we weer allemaal zouden moeten lopen of fietsen, wanneer we geen 10 soorten chips meer kunnen kopen, wanneer de tafel leger wordt en de broodschaal alleen overblijft, dan heeft een christen nog niets verloren. Hij kan er mee leven en hij kan er zonder. Hij bidt alleen om dagelijks brood. Zijn gebed is nog zo fris en verhoord als altijd!

,,Al zou de vijgeboom niet bloeien,
en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn,
al zouden de akkers geen spijs opleveren,
de schapen uit de kooi verdreven zijn
en er geen runderen in de stallingen zijn,
nochtans zal ik juichen in de HERE,
jubelen in de God van mijn heil´´ (Habakkuk 3,17-18).


Wanneer oogst en bezit wegvallen, moet je van de ene dag in de andere leven. Je positie is als die van de vluchtelingen in de kampen. Alleen nog maar een hap eten voor deze éne dag: morgen moeten we verder zien. Voor meer hoef je niet te bidden.

Wanneer de bijbel toch positief spreekt over welvaart, over beleg van het brood, betekent dit dat je er wél voor moet danken. Om brood moet je bidden. Voor frisdrank en kaas moet je danken. Dat leert ons de vorm van deze vierde bede.

*

Misschien worden wij op dit punt nog eens getoetst wanneer grote rampen of oorlogen ons treffen. Maar het is beter onszelf nu al te toetsen. Kunnen we laten staan? Leren we onze kinderen ook van jongsaf wat tevredenheid is? Ontwijken we de consumptie-mentaliteit van onze dagen? U beschouwt de volle schappen toch niet als een recht, dat je eventueel door hamsteren moet veiligstellen tegenover de naaste? We hoeven onze welvaart niet weg te gooien, maar we mogen die wel op de stoep laten staan, wanneer we gebeden gaan opzeggen. Welvaart is goed genoeg om voor te danken, niet belangrijk genoeg om voor te bidden.[5.4]

De apostel zegt in 1 Timoteüs 6:8: ,,als wij onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn´´. Wanneer we met lege handen in een tent zaten in een vluchtelingenkamp en brood voor die dag kregen van het Rode Kruis, was ons gebed verhoord. En nu zitten we hier met heel wat meer dan tentdoek over ons hoofd of een voedselpakketje voor één dag. Ons gebed doet ons beseffen hoeveel we te danken hebben, hoeveel we te geven hebben en hoe onbelangrijk het allemaal is wanneer je wat verder kijkt dan de etalages van vandaag.

Toch kunnen ook christenen zo verwend raken. En hun verworvenheden als rechten beschouwen. Hoeveel protest is er wanneer u zou achteruitgaan, dingen zou kwijtraken? Of anders gezegd: hoeveel verbaasde dank is er wanneer God méér geeft dan heden het dagelijks brood?

Nederland zal niet ten ondergaan aan zijn welvaart, maar wel aan zijn gebrek aan dankbaarheid. Hoe weinig mensen houden in Nederland nog dankdag? Maar wie de dankdag vergeet, komt ook in de knoop met het gebed om dagelijks brood.

*

Wie dankbaar is en weet dat hij dit vele niet nodig heeft en er ook geen recht op kan laten gelden, leert zien dat hij mag delen met anderen. Wie dankt, wordt mededeelzaam.

Laten we het eerste punt van de preek zo samenvatten: wie de vierde bede bidt, kan veel overhebben voor de derde wereld! Wanneer wij van harte bidden om niet meer dan dagelijks brood, ontstaat er innerlijke ruimte om Afrika te helpen. Ons giroboek wordt de keerzijde van deze vierde bede. We kunnen royaal geven en ontspannen leven wanneer we leren om niet meer te vragen dan dagrantsoenen!



2. (Niet minder)[6]

Niet meer dan brood voor heden is nodig. En in verreweg de meeste gevallen is dat er ook wel. Toch bidt de christen juist daarom wél. Hij bidt terwijl hij allang heeft! Hij vraagt om dat waar het minste gebrek aan is. Hij vraagt om het dagelijks minimum-rantsoen. De christen staat in de supermarkt opeens stil bij het broodrek en weet dat hij om dit bruinbrood moet bidden. Juist voor het artikel dat er eigenlijk altijd wel is en dat vrijwel iedereen nog wel kan kopen, gaat een christen bidden. Hij bidt om manna voor één dag. Is dat niet vreemd?[7.1]

Nee, daaruit moet nu blijken de richting van ons leven. We leren bidden als mensen die onderweg zijn. We vestigen ons nog niet. We zijn nog niet toe aan een banklening voor bedrijfskapitaal. In feite maken we lange dagmarsen op weg naar een verdergelegen doel. Dagrantsoenen wijzen op een veldtocht en op een Koning! Hoor de toon van het gebed van millioenen christenen elke dag: zorg voor onze fouragering, o Vader! We zijn een kerk die op weg is door de woestijn en die van manna wil leven, dag op dag, om zo aan te komen in het beloofde land.[7.2]

Horen we die toon van deze bede wel? De vierde bede herinnert ons aan ons geloof. We scandeerden toch onze hoop en verwachting al in massieve zinnen: Kóme uw rijk! Voer úit uw wil! Hóóg uw Naam! We staan langs de weg en reizen Hem tegemoet. Daarom hebben we alleen maar dagrantsoenen nodig.[7.3]

Het is de toon van mensen die in dienst staan. Ze vragen om bevoorrading om hun dienstplicht te kunnen uitoefenen, en de Grote Mars te kunnen volbrengen. Dáárvoor vragen we, als het goed is.

*

Toets daar uzelf eens op. Waar vraagt u het voor? Voor uw comfort, voor uw pochen, voor uw verwendheid, voor uw ontevreden jaloersheid? Of leeft u onder de wapenen en in strijd en op weg naar de victorie van het Lam? Is dat in wezen uw énige zorg?!

Op die weg zijn we geen engelen die zonder eten kunnen. En er is meer dan brood. Er is zoveel dat een ademend stofje nodig heeft: water, vitaminen enz. En frisse lucht!

Wij vragen erom, als volstrekt afhankelijk. [7.4]
We hebben het niet zelf in huis: het moet ons elk oogstseizoen opnieuw worden bezorgd vanuit de hemel. Dit gebed dwingt rijken op de knieën. En als we opstaan zijn we wijzer geworden! We verkijken ons niet meer op de aardse schatten. We kijken erover heen naar de hemelse schatten. Voor de aankomst op de overvloedige en belegen feestmaaltijd van de bruiloft van het Lam heb je vandaag brood nodig: niet meer, niet minder. En je vertrouwt dat de grote Reisleider het zal geven.

Denk er daarom goed bij na, wanneer u het uw Heiland leert nazeggen: ,,Geef ons vandaag ons brood voor deze dag´´. Leer bidden om dagrantsoenen. Dat betekent: blijf op weg! Leef niet gearriveerd. Strijdt om in te gaan en vraag God elke dag om de plakjes brood waar u als mens niet zonder kunt, zelfs niet op weg naar het hemelrijk.

Wanneer ik zo ga bidden om niet meer dan mijn lunchpakket, leer ik het te menen, wanneer ik roep: Zijn koninkrijk kome.

*

En nu is het goed om tegen het einde van deze preek nog uit te komen bij iets dat de catechismus niet vermeldt. Wij zijn er daarom wat aan ontwend, maar zeer vele christenen in verleden en heden betrekken de vierde bede ook op het hemelse brood, Christus. Niet voor niets is het dan ook door de eeuwen heen een avondmaalsgebed geweest.[8.1]

Op het eerste gezicht vinden vele gereformeerde christenen dit wat een onwennige gedachte. Ja natuurlijk, Christus is het ware Brood. Hem hebben wij dagelijks nodig. Maar zou de vierde bede daar ook over gaan?

Wanneer we nu in deze preek alleen het eerste punt hadden gehad (vraag niet meer dan dagbrood), dan zou de verbinding moeilijk zijn voor te stellen. Maar wanneer we in het tweede punt nu hebben gezien dat we ook om niet minder bidden en wel ter wille van onze geestelijke veldtocht naar het hemelrijk, dan komt opeens het dagelijks voedsel in het licht te staan van die hemelse toekomst. En we beseffen dat de mens bij brood alleen niet leeft, maar dat daar dagelijks ook het levende woord bij hoort, het hemelse brood.[8.2]

Wie ernstig op weg is, ziet het in elkaars verlengde liggen. Een scheepsbeschuit om te overleven en een kapitein die ons een behouden vaart geeft. Een dagrantsoen van manna op de woestijntocht naar het Beloofde Land, maar ook de beschermende wolkkolom die voorgaat. Bij dat dagelijkse brood leeft een christen.[8.3]

Misschien hebt u een broodplank met rondom de woorden ,,Geef ons heden ons dagelijks brood´´. Maar u zou ook op uw bijbel een sticker kunnen plakken met die vierde bede: ,,Geef ons heden ons dagelijks brood´´. Want elke goede gave wordt geheiligd door het woord van God en het gebed.[8.4]

Er is geen kloof tussen het brood op tafel en het brood van het avondmaal. Door dit brood kan ik overleven naar lichaam en geest: dankzij de hemelse Vader die mij roept en voedt. In Johannes 6, het hoofdstuk van wonderlijke broodvermeerdering, spreekt Jezus in één adem door over Zichzelf als het Brood uit de hemel. De schare eet brood en moet ook zijn lichaam en bloed eten. Zo wordt hun dagrantsoen opgenomen in de zorg van Christus. Hij gaf zichzelf om ons dagelijks brood te zijn onderweg. Dat leert me om ook die snee tarwebrood verwonderd te ontvangen, in hemels licht. En terwijl we om niet meer en niet minder vragen dan ons dagrantsoen, krijgen we moed en kracht om het uit te roepen: ,,Heilig is Uw Naam, Kome Uw rijk, Leve uw wil!´´

Weet elke dag dat je onderweg bent. Op weg door de woestijn van deze goddeloze wereld naar het licht van het hemelrijk. Gedraag je als pelgrims, met sandalen aan hun voeten en hun staf in de hand. Dan voel je je vaak een vreemdeling op aarde. En daarom krijg je behoefte aan contact met je hemelse Vader. Je zoekt zijn hand en vraagt zijn dagrantsoen. Van Hém wil je het hebben.

Soms wil een klein kind in het ziekenhuis niet eten. Het voelt zich vreemd en ligt steeds te huilen. Mamma moet komen! En wanneer zij gekomen is, gaat het mondje opeens wel open: het kindje wilde door niemand anders gevoerd worden dan door haar eigen lieve mamma. Dan alleen voelt het zich veilig.

Laten wij leren om innig te bidden onderweg: ,,Vader, alleen uit Uw hand wil ik leven! U vraag ik verlangend: Vader, geeft U mij elke dag hemelbrood voor vandaag. Want naar U alleen ben ik ook vandaag op weg!´´


AMEN[9]


- Terug naar menu