- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.



Liturgie.

Morgendienst


Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 27:1,3 (E├ęn ding blijf ik vragen: te wonen bij de Heer)
De Tien Woorden
Zingen: Liedboek voor de kerken, lied 75:13-14 (Wij zijn de schapen die Gij weidt)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: 1 Korinti├źrs 13 (,,Jaagt de liefde na!'')
Zingen: Psalm 133:1,3 (,,Op Sions berg gebiedt de HEER de zegen'')
Preek: 1 Korinti├źrs 13:10-12
Zingen: Liedboek voor de kerken, lied 95 (,,Nu bidden wij met ootmoed en ontzag: wij zullen tot de volle wasdom komen in Gods verheven naam'')
Dankzegging en gebeden
Dienst van de offeranden
Zingen: Psalm 61:3,4,6 (Een psalm van reizigers die op weg zijn)
Zegen.



Middagdienst


Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 27:1,3 (E├ęn ding blijf ik vragen: te wonen bij de Heer)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: 1 Korinti├źrs 13 (,,Jaagt de liefde na!'')
Zingen: Psalm 133:1,3 (,,Op Sions berg gebiedt de HEER de zegen'')
Preek: 1 Korinti├źrs 13:10-12
Zingen: Liedboek voor de kerken, lied 95 (,,Nu bidden wij met ootmoed en ontzag: wij zullen tot de volle wasdom komen in Gods verheven naam'')
Dankzegging en gebeden
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 52 (De lofzang van Simeon)
Dienst van de offeranden
Zingen: Psalm 61:3,4,6 (Een psalm van reizigers die op weg zijn)
Zegen.


Preek over: 1 Korintiërs 13:10-12

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________




OP WEG NAAR HET VOLMAAKTE


Nog niet volwassen

[1]


Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Het bijbelgedeelte dat we lazen, is heel bekend en geliefd. Het heeft zelfs een eigen naam. We noemen het vaak ,,Het lied van de liefde┬┤┬┤. De liefde is onbegrensd![2.1]

Maar in dat lied staan een paar vreemde regels. Die gaan helemaal niet over de liefde, maar over de grenzen van onze kennis en profetie. Paulus schrijft: ,,Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben┬┤┬┤ (vers 12).[2.2]

Paulus is onze grote gids: de leraar van de volken!
Is het dan niet wat schokkend om te horen dat deze Paulus zijn kennis nog maar wazig vindt?
Hebben wij als kerk soms een gids met beslagen brillenglazen?

Wanneer je voor de zekerheid de tekst nog weer even naleest, kom je er niet onderuit. Paulus schrijft het onvoorwaardelijk en algemeen. We lezen in vers 8-9: ,,Ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt┬┤┬┤ want ,,profetie├źn zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan┬┤┬┤.

Soms denken christenen dat ze met de bijbel en met al hun gaven de wijsheid in pacht hebben. Maar Paulus zegt dat we nog maar onderweg zijn. Nog niet gearriveerd. Slechts halverwege.[2.3]

Blijkbaar moeten we ons dat ter wille van de liefde goed bewust zijn. Wij leven in een tijd van mondigheid en maakbaarheid. En dat beïnvloedt ook de gelovigen. In zo´n tijd is het nuttig om van Paulus te horen dat het volmaakte niet maakbaar is, maar voor ons uit ligt, in de toekomst.[2.4]

Het is niet zo dat we als christenen verdwaald zijn. We hebben het baken van de bijbel. Maar dit betekent niet dat we al zijn aangekomen. We zijn nog onderweg. Op weg naar het volmaakte dat komen zal, maar er nog niet is.

OP WEG NAAR HET VOLMAAKTE [3]
1. bescheiden
2. verwachtingsvol
3. actief


1. (Bescheiden)[4]

Heeft een christen met de bijbel onder de arm al niet de volmaakte wijsheid in pacht?
Het is een boek vol profetie├źn en vol wijsheid. De Joden gingen er prat op. En christenen voelen zich soms ook gearriveerd nu hun bijbel compleet is. We denken voor bijna elk probleem wel een oplossing in huis te hebben. We hebben toch de apostelen!

Toch zegt juist zo┬┤n apostel dat ons kennen en ons profeteren nog beperkt is en tekort schiet. Het volmaakte moet nog komen, ook voor de apostelen zelf. We zitten met elkaar pas op de basisschool en we zijn nog niet volleerd.[5.1]

*

De apostel heeft een aanleiding om dit te beklemtonen.
Hij is een brief aan het schrijven aan christenen in Korinte.[5.2]

Deze jonge christenen dachten de wijsheid in pacht te hebben. Zij verdrongen elkaar met hun profetie en klanktaal. Zij drongen zichzelf naar voren in de gemeentesamenkomsten. En wanneer christenen zichzelf naar voren dringen, legt de liefde het loodje.

Nu ontmoedigt de apostel deze jonge christenen niet. Zij hebben werkelijk gaven van de Geest ontvangen. Zij mogen werkelijk profetie in ere houden. En hun kennis is alle moeite waard.

Maar m├ę├ęr dan dat alles is de liefde in het omgaan met elkaar en in het omgaan met die gaven van de Geest.
En die liefde l├ę├ęr je pas goed wanneer je bescheiden bent en je beperktheden ziet. In hoofdstuk 14 geeft Paulus daar voorbeelden van.

Zo is klanktaal een mooie gave om God mee te loven en te danken, maar lang niet altijd kan iemand het vertalen voor de gemeente. Daar is dan opeens de beperking. Je hebt niet alles en kunt niet alles. Dat stelt grenzen aan het gebruik. Zolang er geen vertaling is, moet de spreker in klanktaal maar zwijgen. Bescheiden moet hij de grens erkennen.

Dit geldt ook de profetie. Er zijn m├ę├ęr profeten en die moeten ook ieder de gelegenheid hebben om te spreken: dat stelt grenzen aan je spreektijd. En wat je profeteert mag ook nog onderwerp zijn van doorspreken en proeven. Je profetie is niet het einde van alle navraag.

*

Niemand wist beter hoe beperkt en onvolledig ons kennen nog is dan Paulus zelf. Hij is ooit opgetrokken geweest in de derde hemel en heeft woorden gehoord die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken (2 Kor. 12:2-4). Hij is opgetild geweest tot een hoger kennisnivo en heeft van grote hoogte kunnen neerkijken naar de aarde. Hij beseft nu te beter hoe onvolledig ons kennen is. Wat weten wij van de derde hemel? Wat weten wij van de engelen en machten? Wat weten wij van de verbanden tussen dat alles?[5.3]

Is Paulus nu sinds die tijd alle profetie en kennis gaan relativeren? Doet hij er vanaf die dag laatdunkend over? Integendeel. Hij zet onze kennis en ons profeteren nu juist in het perspectief van de weg naar het volmaakte. Na de eerste kilometers ben je nog niet op je bestemming, maar die kilometers zijn wel de ├ę├ęrste van een weg die naar je doel leidt. En om dat doel gaat het.

Kennis en profetie en klanktaal zijn het abc van groep 3. Je hebt dat abc nodig om later heel goed te leren lezen en schrijven. Maar wie het abc heeft geleerd, moet niet denken dat hij al een schrijver is. Daarvoor moet je nog meer inzicht en kennis ontvangen.

*

De apostel gebruikt zelf nog een ander beeld. Dat van de spiegel. In die tijd waren spiegels van gepolijst metaal en ze gaven een wazig beeld door de corrosie van het metaal. Het messcherpe spiegelbeeld waaraan wij gewend zijn, ontbrak de mensen in die tijd. Daarom is de spiegel een goed beeld voor iets dat je wel ziet, maar niet zo volledig of scherp.[5.4]

Paulus vergelijkt onze tegenwoordige kennis en profetie met het kijken in een beslagen spiegel: je ziet wel werkelijkheden, maar je ziet ze wazig en indirect. Vergelijk het maar met wat je in je auto ziet via je achteruitkijkspiegel wanneer de achterruit beregend is of beslagen. Je ziet de koplampen van wie achter je rijden, maar je kunt onmogelijk zien welk merk auto er achter je rijdt. Je kennis is beperkt. Gedraag je daar ook maar naar en rijd voorzichtig!

*

Kijken in een wazige spiegel is niet nutteloos: het geeft je beeld. Het wordt pas gevaarlijk wanneer je vergeet dat je maar beperkte kennis hebt. Het wordt riskant wanneer je denkt alles al te weten.

Zo geeft de bijbel ons enig inzicht in het ontstaan van de aarde en de mensheid: wees zuinig op Genesis 1-3! Maar denk niet dat u hiermee een volledig beeld hebt: daarvoor zijn deze hoofdstukken veel te kort.

De bijbel profeteert ook over de toekomst, maar het beeld is nog wazig. Herkenbaar, maar onvoldoende om de tijd te kunnen zien aankomen.

De bijbel spreekt over de vergadering van de kerk en over sacramenten, maar ook hier is het beeld nog onvolledig en begrensd. We kunnen er mee verder, maar we kunnen er niet alle vragen over kerk en doop en avondmaal mee beantwoorden.

Soms heeft de kerk dit vergeten. Soms dacht men zo ongeveer alles te weten over God, over de engelen, over het duizendjarig rijk, over de kerk, over de politiek. Men vergat dat onze kennis beperkt is en niet volkomen.

Wie met een zaklantaarn in het duister over een kaart gebogen staat om de weg te zoeken, moet zich niet gedragen alsof hij heer en meester is van de omgeving.

Wees blij met profetie, kennis, gaven, maar besef dat het allemaal toch heel beperkt blijft. De bijbel is een heldere richtingwijzer, maar geen encyclopedie. Er zijn dingen die we volstrekt duidelijk zien, maar ook veel onderwerpen die vager zijn.

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat in artikel 13 het volgende: ,,Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden┬┤┬┤. Onze belijdenis houdt het ons dus duidelijk voor: Wie geloof in God belijdt, moet zich de grenzen van zijn kennis bewust blijven!

*

Claim dan ook niet zomaar God voor jouw meningen en plannen. [6.1]

Hoe gemakkelijk werd in het verleden niet van allerlei zaken tegen de hele gemeente gezegd dat de Here dit of dat duidelijk voor ons allen zo wilde in kerk, samenleving en politiek.[6.2]

En vandaag claimen veel christenen individueel heel gemakkelijk dat de Heer hun iets heeft aangewezen: een roeping gegeven om naar dat land te gaan of om in die stad te gaan evangeliseren onder deze of die groep.[6.3]

Al te gemakkelijk ontbreekt dan de bescheidenheid: ons kennen over Gods plannen met ons leven is nog maar beperkt en en zij schiet vaak tekort. Wij lopen vaak tegen grenzen aan in ons kennen en in onze zekerheden. Dat herinnert ons eraan dat we nog onderweg zijn naar het volmaakte.

Bezit daarom uw kennis en profetie en geestelijk gevoel in bescheidenheid![6.4]
Claim niet zomaar God voor wat je zelf met je beperkte inzicht van plan bent.
En verlang ernaar dat het volmaakte komt!

Dit is ons tweede aandachtspunt in de preek. Het eerste was dat we allereerst bescheiden moeten zijn in afwachting van het volmaakte, maar het tweede punt gaat erover dat we gelijktijdig ook heel verwachtingsvol mogen zijn!


2. (Verwachtingsvol) [7]

Het volmaakte komt, zo schrijft Paulus in vers 10a.
Wanneer komt dat volmaakte? Hoe mogen wij het verwachten en waar? [8.1]


Het nu volgende inspringende gedeelte kan bij voorlezing desgewenst worden weggelaten.

De meningen van de bijbeluitleggers lopen hier uiteen.

Vaak zie je een tweesprong.

(a) De ├ęne groep uitleggers denkt dat het volmaakte werd bereikt toen de bijbel voltooid was. En zij verbinden daaraan de conclusie, dat alle gaven dus overbodig zijn geworden nu het volmaakte is gekomen.

Deze gedachtegang is echter niet zo aannemelijk. Het grote keerpunt naar de volmaaktheid kan moeilijk liggen bij het overlijden van de apostelen en het bundelen van hun geschriften. Aan de apostel Paulus was het geheim van het evangelie geopenbaard. Hij kende dat en gaf het door als een pand om te bewaren. Het zou toch vreemd zijn wanneer diezelfde apostel van mening zou zijn geweest dat de bedeling van hem en de andere apostelen ,,onvolmaakt┬┤┬┤ was ten opzichte van de tijd waarin we het doen met de voltooide bijbel. Paulus en de andere apostelen zijn z├ęlf al de inhoud van die later in druk verschenen bijbel. De tijd van de apostelen is ook de tijd van hun gebundelde geschriften. Onze tijd met de bijbel is niet volmaakter of onvolmaakter dan de tijd dat de apostelen nog in ons midden waren.

(b) Daarom kiezen andere uitleggers ook een ander standpunt.
Deze andere groep denkt dat het volmaakte pas wordt bereikt bij de wederkomst.
En zij verbinden daaraan de conclusie dat die gaven nog volop actueel moeten blijven totdat het volmaakte komt van de wederkomst.

Toch is ook deze gedachtegang niet zo aannemelijk. Het is moeilijk om bij het volmaakte te denken aan de wederkomst. Paulus gebruikt daarvoor altijd woorden als ,,de dag van de Here┬┤┬┤ of ,,zijn verschijning┬┤┬┤.
En wat nog belangrijker is: Paulus spreekt hier heel persoonlijk over zichzelf als gelovige: ,,Straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben┬┤┬┤.
De apostel schrijft in 1 Korinti├źrs 13 ook niet over de duur van de gaven, maar over de onvolmaaktheid ervan. Hij ziet persoonlijk uit naar dat volmaakte.


*

Paulus denkt bij het volmaakte niet aan de tijd na de apostelen en ook niet aan de tijd van de wederkomst.[8.2]

Hij denkt aan iets heel persoonlijks. Het moment waarop hij als apostel oog in oog zal komen te staan met zijn Heiland. Dán heeft hij de volmaaktheid bereikt.

En wanneer verwacht Paulus nu als mens eigenlijk dat hij zijn God oog in oog zal kennen? Wanneer verwacht hij als persoon de volmaaktheid te bereiken?

Het antwoord op die vraag is gemakkelijk af te lezen uit zijn brieven. Zo schrijft hij aan de Filippenzen dat hij bij zijn sterven of door de marteldood straks zal heengaan om met Christus te zijn en dat is verreweg het beste (Filippenzen 1:23)! Dan wordt geloven aanschouwen en hopen wordt zien. Dan bereiken we onze bestemming, namelijk ,,het evenbeeld te worden van Gods Zoon┬┤┬┤ (Romeinen 8:23-30).[8.3]

Wanneer hij aan een mogelijke martelaarsdood denkt, schrijft Paulus aan Timote├╝s: ,,De Heer zal me van alle kwaad redden en veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen┬┤┬┤ (2 Timote├╝s 4:18a). De apostel denkt hier niet aan de jongste dag, want dan komt het hemels koninkrijk op aarde. Paulus denkt hier aan een moment dat hij zelf zal worden overgebracht naar Christus┬┤ hemels koninkrijk. Dat zal gebeuren wanneer hij op aarde als martelaar sterft. Dan zullen engelen hem binnendragen in de luister van de hemelse werkelijkheid rond de troon van de grote Koning.

*

Als christenen in de 21ste eeuw lopen we het gevaar vooral in een algemeen tijdsperspectief te denken. We denken dan in het horizontale kader van een kerk- en wereldgeschiedenis met daarna de wederkomst en de voleinding. Maar het Nieuwe Testament leert ons allereerst persoonlijk te leven in het verticale perspectief van de hemel waar ons burgerschap is en waarheen we op weg zijn.[8.4]

Daar bij Christus is de kennis niet begrensd. De profetie is daar niet nodig. Klanktaal heeft er geen beperkingen meer.

In zijn tweede brief aan de Korinti├źrs schrijft Paulus het volgende:

,,Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel. 2 Wij zuchten in onze aardse tent en zouden willen dat onze hemelse woning er nu al over wordt aangetrokken. 3 We zijn er echter zeker van dat we ook ontkleed niet naakt zullen zijn.
6 Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen. 7 We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. 8 We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen. (2 Kor.5:1-8).


De oudste christenen ÔÇô martelaren voorop ÔÇô leefden in het besef dat ze bezig waren met een korte reis die hen zou leiden naar de ontmoeting met hun Heer en Heiland.

*

In 1 Korinti├źrs 13 schrijft Paulus dan ook niet niet over het eindgericht en over het vergaan van de elementen en over de opstanding van de doden. Hij schrijft over het moment dat hij volmaakte kennis zal bereiken.[9.1]

En dat volmaakte bestaat voor hem uit het oog in oog komen te staan met de Here (vers 12a). Dan kijkt de apostel niet meer in een wazige achteruitkijkspiegel, maar hij ziet de levende Here voor zich, die hem ooit toesprak op de weg naar Damascus.[9.2]

*

Wij kijken vandaag als christenen in de achteruitkijkspiegel van de evangeli├źn en de brieven. We leren geloven in Jezus zonder Hem ÔÇô zoals Petrus zegt ÔÇô ooit gezien te hebben (1 Petrus 1:8). En geloof en hoop doen ons uitzien naar het moment van de ontmoeting. Dan gooien we het onvolmaakte af en lopen het eeuwig samenzijn van de liefde binnen. Dan begrijpen we dat onvolledige kennis voorbijgaat en dat profetie├źn verdwijnen. De bijbel heeft zijn werk gedaan: we zijn er, we zien Hem, we gaan in in de vreugde van de Heer.

Het zal zijn als bij Maria van Magdala na Pasen. Ze geloofde in Jezus en hoopte op Hem, maar haar kennis was zo beperkt. Ze dacht op dat moment dat de tuinman zijn lichaam had weggenomen. Totdat Jezus haar aansprak en haar naam noemde: ,,Maria!┬┤┬┤. Toen draaide haar wereld een slag om en zij viel voor Hem neer, oog in oog: ,,Rabbouni, mijn Meester!┬┤┬┤.

*

Nu leven we nog bij een plaatje, een icoon: straks leven we oog in oog.

En hoe goed zal het zijn om in de machtige, vertrouwenwekkende en liefdevolle eeuwige ogen te kijken van onze Heiland.

Dan zullen we volledig kennen, zoals we nu al ,,gekend worden┬┤┬┤.[9.3]

Paulus weet het: al zien wij Hem nu nog niet oog in oog, Hij ziet ons wel met ogen van liefde. Stefanus stond voor het Sanhedrin in geloof en hoop, maar toen hij gestenigd werd mocht hij even zien hoe Jezus vanuit de hemel naar hem keek en alles volgde en op hem wachtte.

Nu al zijn er armen om mij heen en ogen achter mij.
Straks mag ik omzien en dan zal ik met de Here zijn: Rabbouni!

*

Dat uitzicht maakt bescheiden en het doet ook vurig verlangen.
Is dit ook ons levensperspectief?[9.4]

Is het ons perspectief bij het ouder worden: bijna staan we oog in oog! Waarom zijn veel oudere broeders en zusters niet wat verwachtingsvoller, waarom wordt er niet wat minder geklaagd en wat meer getuigd van de hoop die in ons is?

Maar ook voor jongeren is dit het levensperspectief: het moderne leven met al zijn techniek en wetenschap trekt aan je ├ęn het laat je vallen. Maar de beperkte kennis van het evangelie trekt je omhoog en laat je nooit vallen. Je wordt nu al gekend en de mist van je onvolledig kennen vandaag trekt straks op en je zult zelf Hem aanschouwen die al de dagen van je leven jou al kende en volgde en zocht.


3. (Actief)[10]

Wat zal nu tenslottte het gevolg zijn van dit reisperspectief? Zal het ertoe leiden dat we de onvolledige dingen op aarde wat minder belangrijk vinden? Dit is zeker niet de bedoeling van de apostelen. Paulus geeft ook zelf het voorbeeld van grote activiteit. Enerzijds leeft hij bescheiden en verwachtingsvol, maar anderzijds is hij een heel actief mens.

Dit brengt ons bij het laatste punt van de preek. Onderweg naar het volmaakte mogen en moeten we actief zijn en blijven.

De apostel schrijft brieven, loopt zijn sandalen stuk op reizen langs de gemeenten, riskeert vele gevaren om het evangelie verder de wereld in te brengen.

Paulus heeft bepaald niet een afwachtende en relativerende houding.

We kunnen dit wat beter begrijpen wanneer we aandacht geven aan het voorbeeld dat hij gebruikt in vers 11: ,, Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.┬┤┬┤[11.1]

Eens werd Paulus als mens van kind tot volwassene. Zo is hij nu als gelovige nog iemand die onvolkomen kennis heeft, maar hij hoopt straks de volmaaktheid te bereiken. Hij ziet uit naar de volwassenheid van het oog in oog kennen.

Nu zijn kinderen niet afwachtend en relativerend. Kinderen praten, handelen, denken, leren. Je kunt niet eens een volwassene worden wanneer je niet eerst als kind heel actief bent geweest. [11.2]

Jezus zegt zelfs dat we het hemelrijk niet kunnen binnengaan wanneer we niet worden als de kinderen. Kinderlijk actief.

Het verschil tussen kinderen en volwassenen is niet dat de ├ę├ęn afwacht en de ├índer handelt. Het verschil is dat kinderen weten, dat ze nog niet volwassen zijn.[11.3]

Kinderen zijn onderweg. Ze groeien door wat ze krijgen. Hun borstvoeding, hun pap, hun brood, hun eerste woordjes die worden voorgezegd, hun eerste stapjes waarbij ze geholpen worden, hun eerste schrijfletters die worden voorgetekend, hun eerste training in balbezit.

Kinderen weten dat ze nog geen schrijver of metselaar of profvoetballer zijn. En als ze het straks wel zijn geworden, dan hebben ze hun eerste schriftjes opgeborgen en hun oefenstukken aan de kant gelegd en hun trapveldje allang verlaten.

Zo zijn profetie, kennis, klanktaal en bijbel allemaal middelen om te groeien. Niet om aan jezelf te werken. Niet om een rijp en stoer christen te worden op aarde, maar om de volmaaktheid te bereiken bij Hem.

*

Bij Hem die Liefde is, kennende liefde. En die liefde blijft.

Laten we nog even terugkomen op het voorbeeld van de kaart en de zaklantaarn. Wie een kaart en een zaklantaarn heeft gekregen, kan zich niet gedragen alsof hij de omgeving beheerst. Maar juist omdat hij afhankelijk is van de beperkte middelen van kaart en zaklantaarn, is hij daar zuinig op. Hij gebruikt ze uitputtend. Alleen zo bereikt hij het doel en wordt het mindere uiteindelijk overbodig door wat blijft: de aankomst in het beoogde vaderland.

Zo mogen wij ook actief zijn, ondanks onze beperkte kennis. Met de ├ę├ęn of twee talenten die ons zijn toevertrouwd mogen we aan de slag. Het lijkt weinig. En wij zijn geen sterke of indrukwekkende mensen als christenen. We zijn niet de alwetenden. We zijn niet de wereldverbeteraars op aarde. Christenen lijken zelfs achter te lopen. Zij zijn niet echt ge├źmancipeerd. Ze stellen zich afhankelijk op, opziende naar hun hemelse Vader. Kinderlijk is dat wanneer je het vergelijkt met het stoere, zelfstandige weten van de moderne mens met zijn evolutiezekerheid en zijn vertrouwen in de moderne techniek en wetenschap.[11.4]

Het opkijken tegen de wijsheid van de wereld kan christenen zelfs wat laf of inactief maken. Vooral christenen in een welvaartsland zijn vaak bang voor wat ,,achterlijk┬┤┬┤ of ,,beperkt┬┤┬┤ lijkt. En veel kennis in de bijbel lijkt op aarde achterlijk, niet volledig, stukwerk. Maar het is wel de groeikennis voor kinderen die volwassen moeten worden. Schaam je er niet voor. De kerk hoeft niet ge├źmancipeerd te zijn in de ogen van de beperkte tijdgenoten: zij moet zich als een kind laten opvoeden tot de emancipatie en volwassenheid die doorbreken wanneer het volmaakte komt.

*

We komen nu weer terug bij het begin van de preek. Hoe is onze levenshouding en ons zelfbeeld? Zijn wij als christenen ook als kinderen die onderweg zijn naar de volwassenheid, naar het volmaakte?

Dat zal ons helpen om kinderlijk actief te zijn in geloof, hoop en liefde. Het is allemaal nog voorlopig en onderweg. Maar op die weg worden we wel gekend door Hem die op ons wacht en die zijn liefde ons gegeven heeft.

Op Hem wil Paulus de wat hoogmoedige christenen in Korinte wijzen. En op Hem worden ook wij gewezen in een hoogmoedige wereld. Hij is de alwetende. Bij Hem is de kennis onbegrensd en de liefde duurzaam. En naar zijn volmaaktheid zijn we als kinderen onderweg.

Dan zullen wij met alle heilgen saam
In ┬┤t morgenlicht op hoge tinnen staan
En hoogte en diepte, lengte en breedte van
Gods heil doormeten mogen.
Dan kennen wij de liefde uit den hoge
Al gaat zij verre het verstand te boven.
Wij zullen tot de volle wasdom komen
In Gods verheven naam.
(Liedboek voor de kerken 95:2)



AMEN[12]

>

- Terug naar menu