- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 113 (Wij prijzen God die ons het leven gaf en geeft)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 86:4 (Leer mij naar Uw wil te handelen)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Spreuken 5 (Wees wijs: pleeg geen overspel!)
Zingen: Psalm 139:1,11 (Doe mij toch met vaste schreden de weg van eeuwig heil betreden)
Tekstlezing: HC Zondag 41
Preek over het zevende gebod
Zingen: GK-2006 Lied 134:1,3,4,6 (O grote Christus, eeuwig Licht: houd ons gemoed voor U bereid)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 160 (God is trouw en nabij)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 113 (Wij prijzen God die ons het leven gaf en geeft)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Spreuken 5 (Wees wijs: pleeg geen overspel!)
Zingen: Psalm 139:1,11 (Doe mij toch met vaste schreden de weg van eeuwig heil betreden)
Tekstlezing: HC Zondag 41
Preek over het zevende gebod
Zingen: GK-2006 Lied 134:1,3,4,6 (O grote Christus, eeuwig Licht: houd ons gemoed voor U bereid)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 36:2 (Geheiligd worde Uw Naam!)
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 160 (God is trouw en nabij)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 41

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________




HOUD HET HUWELIJK HOOG!



Het zevende gebod

[1]
Gemeente van onze Heiland en Bruidegom Jezus Christus,


De preek gaat in deze dienst over het huwelijk. Dat is een groot onderwerp. Te groot eigenlijk voor één preek. Want bij dit onderwerp hebben wij allemaal in de kerk onze eigen ervaringen of gedachten of meningen. Voor velen is het een emotioneel onderwerp. Zo heeft niet iedereen in de gemeente een huwelijk. Sommigen zullen nooit trouwen of krijgen de gelegenheid niet. Anderen zijn wel getrouwd, maar niet iedereen is gelukkig getrouwd en sommigen voeren binnen het huwelijk een moeizame strijd om trouw te zijn en elkaar te blijven liefhebben. Nog anderen dragen rouw als weduwe of weduwnaar of voelen zich verlaten door man of vrouw. Wanneer je gescheiden bent en de bittere ervaringen van scheiding en voorgeschiedenis nog met je meedraagt, dan is het niet eenvoudig om te gaan luisteren naar een preek over het huwelijk als instelling van God. En dan is er ook nog om ons heen een samenleving waarin het huwelijk tussen man en vrouw steeds meer beschouwd wordt als één van de mogelijke relatievormen waaruit je kunt kiezen. En zelfs als je kiest voor een relatie tussen man en vrouw, waarom zou je dan trouwen? Samenwonen is toch een even goede mogelijkheid?

Met elkaar verwachten we in deze dienst misschien wel veel meer dan in één preek kan worden beantwoord en uitgezegd en meegevoeld. Laat ik daarom aan het begin duidelijk maken waar deze preek vooral over gaat. Ze gaat over het huwelijk als een instelling van God en over zijn opdracht om daar zorgvuldig mee om te gaan. Dat is het uitgangspunt van de schepping. En ook al zullen we vanmorgen veel vragen niet beantwoorden of gevoelens niet aanraken, het zevende gebod is wel het startpunt en over dat startpunt is vanmorgen al genoeg te zeggen.

Want met dat startpunt hebben we allemaal te maken. De meesten van ons zijn geboren in een huwelijk: het was hun wieg! En wanneer je zelf later niet getrouwd bent, om wat voor reden ook, dan heb je huwelijken van familieleden en vrienden om je heen. Ook al verschillen onze gezichtshoeken, we hebben allemaal het huwelijk in ons blikveld, als gelukkige mensen of als gehavende gemeenteleden, getrouwd of ongetrouwd of gescheiden. En nu wil het zevende gebod ons leren dat het huwelijk Gods startpunt is bij Adam en Manninne. En het eindigt ook met een bruiloft: de bruiloft van het Lam. Er mag op de weg daartussenin heel veel vreugde en verdriet zijn, heel veel liefde en heel veel haat, maar wat God heeft ingesteld blijft van kracht. Daarom moet het huwelijk onze zorg en aandacht hebben: Je zult niet echtbreken! Over dit richtinggevend startpunt gaat de preek vandaag.

*

De HERE zegt in het zevende gebod: Je mag niet echtbreken. Het woord echt heeft hier de betekenis heeft van huwelijk. Denk maar aan het woord echtgenoot: de persoon met wie je getrouwd bent. Wie in de echt zijn verbonden, zijn getrouwd. Je mag niet echtbreken betekent dus dat je het huwelijk niet mag stukma-ken.[2.1]

In de Nieuwe Bijbelvertaling is het wat ouderwetse woord echtbreken niet meer te vinden. Daar luidt het zevende gebod nu als volgt: Pleeg geen overspel. [2.2]
Op het eerste gezicht lijkt het nu een wat ander gebod. Niet meer zo gericht op het behoud van een huwelijk. Maar dat is slechts schijn. Wie overspel pleegt gaat zijn huwelijk te buiten: hij of zij is niet trouw aan dat huwelijk, maar heeft contact met een dérde, buiten dat huwelijk. Een overspeler of overspeelster pleegt verraad aan de huwelijkstrouw. En juist dat verbiedt God de HERE.

*

Dit zevende gebod richt zich dus zowel in de oudere vertaling als in de nieuwere vertaling op het √ļitbreken √ļit het huwelijk en op het √≠nbre¬¨ken √≠n dat huwelijk.[2.3]

In het Oude Testament wordt het hier voorkomende werkwoord gebruikt voor een vrouw die ontrouw is aan haar man en die andere mannen bemint (zoals bijvoorbeeld de vrouw in Hosea 3): zij is een uitbreekster.

En in Leviticus 20:10 lezen we over een man die echtbreuk pleegt met iemands vrouw: hij breekt binnen in het huwelijk van een ander, hij is een inbreker.

En het gelezen bijbelgedeelte (Spreuken 5) laat ons zien dat inbreker en uitbreekster vaak samenspelen: in óverspel overspélen zij samen het huwe¬lijk.

*

Door dit te verbieden leert God ons de waarde die HIJ aan het huwe¬¨lijk hecht. D√°t moet in ieder geval heel blijven. Het gebod richt zich niet in de eerste plaats op onze mannelijke of vrouwelij¬¨ke gevoelens. Die hebben hier wel alles mee te maken. Maar dit gebod is als een strekdam: indirect be√Įnvloedt deze de rich¬¨ting van het golvende water. [2.4]

De stromingen mogen de kust niet afkalven. Het strand moet heel blijven. Dat staat voorop en daaraan wordt al het andere ondergeschikt gemaakt. Het gaat allereerst om het heel blijvendehuwelijk. En naar de eerbied daarvoor moet de rest van onze gevoelens en daden zich rich¬ten. Zowel wanneer we gehuwd zijn als wanneer we ongehuwd zijn.

*

Je moet de nieuwere vertaling ,,Pleeg geen overspel¬ī¬ī dus niet wettisch misbruiken. Alsof je rustig je huwelijk mag verwaarlozen, zolang je maar geen overspel pleegt. Alsof echtscheiding niet zo¬īn groot kwaad is zolang er maar geen derde in het spel is. Uit de hele bijbel is duidelijk dat dit niet de bedoeling kan zijn. In Maleachi 2:16 lezen we dat de God van Isra√ęl het verafschuwt wanneer een man zijn vrouw wegstuurt. Het verbod op overspel is dan ook een gebod om het huwelijk in ere te houden. Zoals het verbod op doodslag ons op het pad van de naastenliefde leidt, zo leidt het verbod op overspel de getrouwden op de weg van huwelijksliefde.

*

Nu staat de bijbel niet alléén met deze hoge waardering van het huwelijk. Die waarde wordt onder vele volken erkend. En we zien zelfs dat men in de loop van de geschiedenis altijd weer bewegingen krijgt die het huwelijk als hoeksteen van de mense¬lijke samenleving gaan beschermen of her-invoeren. Wij zitten op dit ogenblik in Nederland in een dal, maar er zal gemakke¬lijk weer een reactie kunnen komen. Een reactie waarbij welis¬waar niet wordt teruggekeerd tot God, maar waarbij wel weer het huwelijk in bescherming wordt genomen.

De sociale en economi¬sche beteke¬nis ervan dringt zich steeds weer op. Blijkbaar past Gods gebod heel goed bij zijn schepping en de mensen zullen dat vroeg of laat ook altijd weer ontdekken.

Ook buiten Isra√ęl waren er vele volken die echtbreuk zeer negatief beoordeelden en die daden van echtbreuk afstraf¬¨ten, zoals nu ook nog gebeurt in de islamitische wereld.

Zelfs in ons moderne, onchristelijke Nederland wordt van een hecht huwelijk niet zoveel kwaads gezegd. Met alle protest tegen de gedachte dat het huwelijk een instelling van God zou zijn, beschouwt men het huwelijk toch nog altijd wel als een aanbeve-lenswaardige vorm van menselijk samengaan, goed voor mensen en nuttig voor de kinderen.

*

De bijbel brengt de eerbied voor het huwelijk echter als een gebod. Het huwelijk moet in ere zijn.[3.1] Bij iedereen, gehuwd of ongehuwd.

En juist daarover leven vandaag vele twijfels:

- Waarom zou je niet mogen samenwonen? Is de liefde juist dan niet de hoge inzet? Een kwetsbare, maar centrale inzet. Eigenlijk veel centraler dan het geval is bij een afspraak voor het leven waardoor alles komt vast te liggen en de liefde kan bevriezen.

- En waarom zou er trouwens ook niet enige vrijheid mogen zijn voor het aangaan van buiten¬huwelijkse relaties? Dat voorkomt krampachtigheid en schijnwaarden.

In onze samenleving is er nu een streven om het huwelijk tussen man en vrouw als een variant te rang¬schikken onder de vele varianten van meer duurzame relaties tussen mensen.[3.2]

*

En waarom zouden we ook pleiten voor het huwelijk als een duurzaam trouwver¬bond? De werkelijkheid van huwelijken is vaak helemaal niet zo mooi. De realiteit na de zonde¬val is vaak verdrietig. Wordt niet terecht gewe¬zen op de misère in veel huwelij¬ken? Hier kan men een wereld van geweld, sadisme, bedrog en haat vinden! Het is na het paradijs onwerkelijk om heel romantisch te praten over het huwelijk.

Christenjongeren moeten we dus ook maar niet opvoeden vanuit een idea¬¨listische kijk op het rozengeurachtige huwelijk. Ook in de kerk zien we rokende ru√Įnes waar huizen hadden moeten staan. Zonde en verdriet worden ook onder Gods kinderen gevonden.[3.3]

*

Het bijzondere van het zevende gebod is echter dat God de Schepper zich niet neerlegt bij onze verwrongen werkelijk¬heid. God laat het niet bij wat het is geworden. Dat is goed nieuws.

De wet op Sinai is de herstelwet van de HERE. Hij grijpt refor¬merend in op ons scheefgroeiende leven. Hij vraagt van ons om het hele huwelijk weer te leren respecteren. Niet omdat huwelijken altijd zo mooi zijn, maar omdat HIJ er is die ons heeft uitgeleid en die beslag op ons leven legt om het weer beter te maken. De wet zegt niet dat huwelijken van nature het ideaal zijn en dat je er daarom alles van moet verwachten. De wet zegt dat de HERE onze Maker en God is en dat Hij wil dat wij aan het huwelijk weer een ere¬plaats gaan toekennen. Daaraan verbindt Hij zijn zegen. [3.4]

De God van Exodus 20 is immers ook de God van Genesis 1-2. Hij zelf heeft deze wereld en de mensheid geschapen. En Hij heeft het huwelijk ook ingesteld, nadat Hij Adam en Manninne zo had gebouwd dat zij daarop waren ingesteld. Het gaat bij het huwelijk niet om een menselijke uitvinding, waarop varianten mogelijk zijn. De bijbel leert ons dat niet de mensen het huwelijk hebben uitgevonden in de loop van de geschiedenis, maar dat de Schepper daarmee de menselijke geschiedenis is begonnen.

Hij heeft zijn eigen bedoeling met dat huwelijk. Hoor maar wat gezegd wordt in het paradijs, wanneer Manninne en Mens elkaar ontmoeten: Een man zal zich losmaken van zijn vader en zijn moeder en zich hechten aan zijn vrouw met wie hij één lichaam wordt.

*

Daartoe heeft God man en vrouw gemaakt, met inbegrip van sexualiteit en ouderschap. Toch is de natuur van de mens niet zonder meer gericht op het huwelijk. Bij de natuur komt Gods instelling en die sluit aan bij de natuur en maakt er gebruik van.[4.1]

Ongelovigen zijn geneigd het mense¬lijk leven te beschrijven als een hogere variant van het dierlijke. De bijbel leert ons echter, dat God de mens niet alleen mannelijk en vrouwelijk maakte, maar dat Hij aan hen ook een bijzondere opdracht gaf. De mens als beeld Gods krijgt de opdracht om bijzondere vorm te geven aan de natuur¬lijke gege¬vens, aan het mannelijk en vrouwelijk zijn. [4.2]

Al spoedig blijkt, dat alleen deze instelling van God mensen onderscheidt van dieren. Zonder eerbied voor het huwelijk als instelling van God, wordt het verschil tussen menselijk en dierlijk gedrag inderdaad snel kleiner. In de kring van hen die God minachten, zien we namelijk al spoedig, dat het natuurlijke van de mens kan leiden tot het nemen van `m√©√©r vrouwen¬ī , zoals bij Lamech (die Ada en Zil¬¨la nam). Wanneer we geen rekening houden met Gods bedoeling, komt de weg vrij voor vele losbandige mogelijk¬¨heden. Die dingen kwamen ook binnen Isra√ęl voor: de wetten van Mozes houden zich ermee bezig. Het leiden¬¨de uit¬¨gangspunt is dan echter dat niet de natuurlijke moge¬¨lijkheden of begeerten bepalend zijn voor de mens, maar dat deze geleid en gesnoeid moeten worden door de centrale instelling van het huwelijk. Dat is de teugel voor onze natuur. [4.3]

*

Waarom dan juist dit huwelijk? Omdat het een instrument is tot verede¬ling van de liefde. Door de trouw kan zij uitgroeien tot een rijpe vorm van liefde, waarin het onbaatzuchtige steeds meer uitkristalliseert. En waarin het beeld-zijn van God zichtbaar wordt. We zien die vorm wanneer een man zijn aftakelende vrouw dag en nacht verzorgt zonder iets terug te krijgen. Het zou tot deze hoge graad van belangeloze liefde niet zijn gekomen zonder dat er eens een zeer belanghebbende aan¬trek¬kingskracht was geweest tussen twee mensen, een jongen en een meisje. Maar in de teugels van de trouw is deze zoekende en vragende liefde langzaam verrijkt tot een louter gevende liefde. Hartstocht is tijdelijk, maar het huwelijk voor het leven! [4.4]

En daarin keert de mens die tot dit huwelijk wordt geroepen zich tot Gods beeld. Het huwelijk is een afdruk van Christus en de gemeente. De liefde van Christus is die van het hoofd dat de doornenkroon draagt voor de bruid. Hij schiet er zijn leven bij in om ons maar in leven te hou¬den. Het is déze vorm van liefde, die de uitkomst en het doel moet zijn van het huwelijk. Christus staat model voor óns.

*

Het huwelijk is niet automatisch het middel om deze liefde te leren, maar de eerbied voor het huwelijk is dat wel. Het zevende gebod zegt niet: ,,U zult trouwen¬ī¬ī. Het is niet ieders roeping om te trouwen. Dat zegt Paulus ook in 1 Korinti√ęrs 7. Maar dezelfde apostel zegt ook dat we allemaal, hoe onze roeping ook is, hoog zullen denken over het huwelijk en dat we het intact-blijven ervan zullen bevorderen. Dat we het niet zullen minachten of degraderen. Dat we niet zullen inbreken in het huwelijk van een medemens. [5.1]

Die eerbied zal voor veel mensen uitmonden in het feite¬lij¬ke huwelijk, maar voor anderen in het niet gehuwd-zijn: een oefenschool om geen misbruik te maken van de moeilijke momen¬ten van andermans huwelijk om iemand te verleiden tot ontrouw. Een oefenschool in de afzwering van jaloersheid en zelfbeklag. Wie de training van de ongehuwde staat doorloopt met respect voor het huwelijk als instelling van God, wordt er zelf door gelouterd en ge¬rijpt tot een even belangeloze liefde als de gehuwde moet leren.

Het eerbied hebben voor het huwelijk als instelling van God wordt een strekdam die de stromingen in ons levenswater totaal be√Įnvloedt. Dat geldt ook voor hen die w√©l trouwen. In de tijd van de voorbereiding op het huwelijk zijn we dan uit respect voor God geroepen niet te doen alsof we al ge¬¨trouwd zijn. In allerlei misbruik van de tijd van vriendschap en verloving of in allerlei vormen van geheel of gedeelte¬¨lijk samenwonen kan men wel degelijk uit zijn op het goede voor elkaar. Maar men doet dan alsof er niet een Derde is om wie het gaat. ,,Ik ben de HERE uw God¬ī¬ī: dat wordt ook gezegd tegen jongelui wanneer ze aan hun vriendschap en relatie een vorm moeten geven die duidelijk onderscheiden is van de vorm van het huwelijk dat door God is ingesteld.

*

De catechismus kijkt dan ook ver om zich heen. De startzin luidt: ,,Dat alle onkuisheid door God vervloekt is¬ī¬ī. Het woord onkuisheid is wat ouderwets. Daarmee is bedoeld wat wij vandaag losbandig¬¨heid noemen. Antwoord 108 gebruikt voor het tegengestelde ervan het woord ingetogen. Natuurlijk is er je gevoel, je sexua¬¨liteit, je begeren. Maar die wilde paarden moeten beteu¬¨geld worden. Wij moeten ons daardoor niet laten meeslepen, maar wij moeten die gevoelens onder de controle brengen.[5.2]

De uitwerking daarvan verschilt of wij getrouwd zijn dan wel niet. Maar binnen het huwelijk is dit net zo goed aan de orde als daarbuiten. Wie denkt dat de strijd tot het bedwingen van hartstochten in het huwelijk makkelij¬ker is dan daarbuiten, vergist zich. Waar een mens last van heeft, is niet zijn ongetrouwd zijn, maar zijn gebrek aan ingetogenheid. En wat veel huwelijken in problemen brengt, is niet die ander, maar het eigen tekort aan zelfbeheersing. Er is ook verkrachting binnen het huwelijk: laten we niet vergeten dat de catechismus alle onkuisheid en onbeteugelde hartstocht binnen het huwelijk strafwaardig voor Gods gericht heeft genoemd!

*

In antwoord 109 geeft de catechismus aan waarom wij geen lijfeigenen van eigen lijf mogen zijn. Zowel lichaam als ziel zijn van de HERE: en voor de gelovigen geldt dat de Heilige Geest in ons wil wonen. Behalve de vaak zo sterk waarneembare be¬geerten en lusten woont er in ons ook de Geest van God. En eerbied voor Hem verplicht ons tot het zuiver en heilig houden van lichaam en gedachten en gevoelens. Wanneer je inwoning hebt, moet je daarmee gaan rekenen. Je kunt als jongere op een goed moment wel menen, los van thuis te zijn en alleen met elkaar of met jezelf, maar er is altijd iemand bij je: de Heilige Geest van God. Bedroef Hem niet door in zijn bijzijn te doen alsof je alleen met jezelf had te maken of alleen met elkaar.

Dit leven in eerbied kunnen we niet vanzelf. Vanuit onszelf komen we terecht bij alle vuiligheid en losbandigheid van deze tijd, hetzij we eraan meedoen, hetzij we er graag naar kijken of naar luisteren. In deze realiteit moet de HERE een verbod geven. Om het positieve doel te bereiken, moeten we een strijd tegen het omgekeerde voeren. Zondag 33 is ook hier actueel: de oude mens moeten we afsterven om de nieuwe te kunnen aandoen. Het zevende woord is niet voor niets gegoten in de vorm van een verbod: wij moeten na de zondeval veel √°fleren om weer toe te komen aan de zuivere en opofferende liefde.

*

En zo verbiedt de Here, naar de omschrijving van de catechismus, alle onreine daden. Let op dat woordje alle: we hebben vaak altijd wel één soort onreine daad die ons dierbaar is en die we liever voor onszelf houden. Maar de Here verbiedt ook díe onreine daad. Hij verbiedt ze alle.[5.3]

En Hij verbiedt verder alle onreine gebaren: en nu moet je maar eens nagaan of heel veel van allerlei moderne dansen, op het podium of op dansfestivals, niet voor een belangrijk deel leeft bij de gratie van het element `on¬¨reine gebaren¬ī. En trek daar dan de consequenties uit als een kind van God![5.4]

De Here verbiedt ook alle onreine woorden: luister maar eens goed op het schoolplein en in de fabriek. God is geduldig en Hij verdraagt die spraakvervuiling nog, maar Hij verbiedt haar in zijn gebod en zal er eens over rechtspreken. Wees jong en moedig, spoel je mond en schoon je smartphone op en laat wat beters van je horen![5.5]

De Here verbiedt ook alle onreine gedachten: niemand vermoedt ze in ons, maar voor de Here zijn onze gedachten niet verborgen. Laten we niet hoogmoedig zijn. Alsof een praktiserend overspeler voor God erg zou zijn en een fantaserend overspeler niet even erg.[5.6]

God verbiedt ook alle onreine begeerten: we kunnen ons niet verontschuldigen met de opmerking dat er niets verkeerds is gebeurd. God kent ons wel beter![5.7]

En tenslotte noemt de catechismus ,,alles wat de mens daartoe verleiden kan¬ī¬ī. Dit betekent: lees alleen boeken, kijk alleen programma¬īs, zoek alleen sites die u niet kunnen verleiden tot onreine blikken, gedachten of begeerten.[5.8]

*

Het is een hele opsomming in antwoord 109. Wanneer je die serieus neemt, bent je voorlopig nog niet klaar. Dan is er nog wel wat huiswerk voor ons deze week.

Is dat nu echt allemaal nodig? Onze omgeving suggereert dat het niet zo belangrijk is. Wij leven in een tijd die het gevoel afstompt. En mis¬schien is dat wel het ellendigste waaronder we lijden als kerk.

Er zal in uw midden wel weinig bezwaar zijn tegen het zevende gebod. Maar slijt de fijngevoeligheid voor zuiverheid en reinheid niet heel hard bij de christenen in deze tijd? U zult daar iets aan moeten doen. De strijd tegen de echtschei¬¨ding begint niet wanneer er problemen komen in een huwelijk. Die strijd begint al heel jong, wanneer je wordt opgeroepen om uit eerbied voor het huwelijk en uit eerbied voor je God alles wat je tot ego√Įstisch-onkuise daden, gedachten en begeerten kan leiden, te mijden en te ontvluchten.[6.1]

*

Ook hier geldt: overwin bijtijds het kwade door het goede. Ons leven gaat stuk wanneer het alleen bestaat uit het vluchten voor wat bezoedeld is: we zijn dan in het negatieve eigenlijk nóg voortdurend gefascineerd en geobsedeerd door het onreine. Dit kwaad moet je overwinnen door het goede. Zoek boeken en kran¬ten, zoek vrienden en vrien¬dinnen, zoek gesprek¬ken, zoek kleding die je weer wat feeling geven voor wat mooi is, en ingeto¬gen of beschermend, en zuiver. Vul je tijd met alles wat je een positieve kijk geeft op God, op man en vrouw, op liefde en toekomst. Ontdek hoeveel tederheid en zorg er in huwelijken kan zijn.[6.2]

*

Waarom dit alles zo belangrijk is? Omdat de vergroving en verruwing van ons gevoel ons steeds minder geschikt maken voor de verfijning van de liefde die de eerbied voor het huwelijk juist wil bereiken.

U zult niet echtbreken, pleeg geen overspel! Dat betekent: houd het ideaal van de gevende liefde hoog in het leven. Dit vaandel wordt opgestoken in een vuile veldslag van de satan tegen Gods mooi gemaakte mensen.[6.3]

Volg dit vaandel vanaf je jeugd: het zal je terugbrengen in een echt mooie wereld. Hij is de HERE die met ons op weg is: uit het diensthuis van de onpersoonlijke sexualiteit naar de persoonlijke bruiloft van het Lam. Vandaar zijn dagorder voor mannen en vrouwen: wees wijs, beschadig het huwelijk van jezelf of van een ander niet en laat overal de liefde groeien in de rich¬ting van Christus, onze Bruidegom.

*

Zullen wij hiertoe van onszelf in staat zijn? Zullen we onszelf als reine mannen en vrouwen voor God kunnen stellen? Hoe meer je jezelf leert kennen, hoe meer je leert beseffen dat je daar niet toe in staat bent vanuit jezelf. Het zevende gebod drijft je misschien in het nauw. Dat leert je om steeds meer te smeken om de vergeving van je zonden, getrouwd of ongetrouwd. En je zult de weg zoeken naar de genade van onze Heiland over een Adam en Eva die in zonde zijn gevallen! De HERE zegt: Pleeg geen overspel, en dan moet ik leren zeggen: Heer, straf mij niet naar mijn overtredingen, wees mij zondaar genadig!

Struikelend zoeken wij als gelovigen de weg terug naar de bruiloft van het Lam. En de fijngevoeligheid die zijn liefde ons leert, helpt ons om steeds indringender te bidden om vergeving en te zoeken naar bekering. Het gebod van de HERE geeft ons dan bescheidenheid en fijngevoeligheid terug. Wie dat gevoel voor Gods reinheid en liefde ontvangt, wordt in eigen ogen steeds meer een zondaar en in Gods ogen steeds meer een kind dat om Christus’ wil in genade zal worden aangenomen. We hoorden het gebod: Ga zuinig om met het huwelijk, en dan keren we ons om en horen het beginwoord van dit gebod: Ik ben de HERE je God die je uit het diensthuis heeft uitgeleid! Zoek Mij en je zult leven! Wat een genade!

AMEN [7]

- Terug naar menu