- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek is wat lang uitgevallen als voorleespreek. Probeer bij het voorlezen een voordrachtsverschil aan te brengen tussen punt 1 en 2. Het eerste punt is meer analyserend-ontdekkend en het tweede punt meer beeldbepalend. Verder is (per 1 maart 2008) de hele inleiding tussen [ ] gezet: men kan die overslaan om de preek te bekorten. In dat geval moet men bij de beamerpresentatie van dia 1 direct naar dia 3 gaan (even overleg met de persoon die de presentatie verzorgt).


ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 92:2,7,8 (Een lied voor de sabbat)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 86:2,4 (Een bede om vergeving en om in Gods waarheid geleid te worden)
Gebed voor de eredienst
Tekstlezing: Matte├╝s 5:33-37
Zingen: Psalm 141:3 (Antwoord op de tekstlezing)
Schriftlezing: Matte├╝s 5:1-16.33-37.48 (Het onderwijs waarin de tekstpassage is opgenomen)
Zingen: Psalm 141:2 (Antwoordlied op de Schriftlezing)
Preek over Matte├╝s 5:33-37
Zingen: GK-2006 Lied 133:3,4,5. ,,Door U geschapen om uit U te leven'' (Antwoordlied op de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 100 (Leven in het licht van Gods waarheid)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 92:2,7,8 (Een lied voor de sabbat)
Gebed voor de eredienst
Tekstlezing: Matte├╝s 5:33-37
Zingen: Psalm 141:3 (Antwoord op de tekstlezing)
Schriftlezing: Matte├╝s 5:1-16.33-37.48 (Het onderwijs waarin de tekstpassage is opgenomen)
Zingen: Psalm 141:2 (Antwoordlied op de Schriftlezing)
Preek over Matte├╝s 5:33-37
Zingen: GK-2006 Lied 133:3,4,5. ,,Door U geschapen om uit U te leven'' (Antwoordlied op de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 111:4 (Amenlied op de belijdenis)
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 100 (Leven in het licht van Gods waarheid)
Zegen



Preek over: Matteüs 5: 33-37

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina



PRATEN MET ELKAAR VOOR DE POORT VAN DE HEMEL



Matte├╝s 5:33-37: Laat jullie ja ja zijn en jullie nee nee



[1]
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Onze wereldgeschiedenis is begonnen met een Ja-woord. God de Almachtige sprak `Ja┬┤ tegen het licht en het was er. En het bleef er. God hield zijn woord: er was voorgoed licht! [2.1]

Zo maakte de Here een wereld vol lucht en water en aarde, gesierd met bomen en bloemen en dieren. Het kwam allemaal op uit woorden van God. En die woorden waren `Ja┬┤ tegen de schepping. Zij bleven ook `Ja┬┤: de aarde is er n├│g. Ondanks alles.

{{Wanneer God ┬┤Ja┬┤ zegt, dan ├şs het `ja┬┤! Dan blijft de maan wassen en weer afnemen. Dan blijft de zon opgaan en ondergaan. Dan blijven er dieren en mensen geboren worden. [2.2]}}

Op dit `Ja┬┤ van God leven en bewegen wij ons. {{Daar kunnen we op bouwen. We kunnen getijdentafels maken van eb en vloed, tabellen van zonsopgangen en -ondergangen. We kunnen elke dag weer wandelingen langs de zee maken. Gods `Ja┬┤ maakt ons leven mogelijk. Daar rekenen we ook op, zonder erbij na te denken. We denken er niet eens aan dat God morgen ook wel eens `Nee┬┤ zou kunnen zeggen tegen de zonsopgang. Het spreekt voor ons vanzelf: `Ja┬┤ is `ja┬┤!

*

Als mensen zijn wij naar Gods beeld gemaakt. God wil zichzelf herkennen in ons. [2.3]

Dieren kunnen geen ja of nee zeggen. Zij hebben wel trouw en vaste regelmaat, maar die heeft God in hun hart gelegd. Wij noemen dat met een wat dom woord `instinct┬┤ of iets dergelijks. We zoeken naar een woord, want wij kunnen onmogelijk echt begrijpen waarom de postduif terugkeert en waarom ganzen hun routes kennen en waarom de zalm over duizenden kilometers in de zee de eigen geboortegrond weer terugvindt. Groot zijn die wonderen in de schepping.

Maar groter nog is het wonder dat God een mens heeft geschapen met een eigen wil. Een mens die zelf beslist of hij ja of nee zal zeggen. Die bijzondere gave heeft God gelegd in mensjes die uit het stof van de aarde zijn gemaakt. Zijn die benen niet te zwak om deze weelde te kunnen dragen? Zullen Mens en Manninne werkelijk als God zijn zodat ook hun ja altijd ja en hun nee altijd nee is? Niet uit instinct maar uit vrije wil en eigen beslissing?

*

U weet wat er gebeurd is. Manninne zei Nee tegen de ├ęne boom die God had verboden, de boom van kennis van goed en kwaad. Maar op een kwade dag besloot zij Ja te zeggen tegen diezelfde boom omdat hij er aantrekkelijk uitzag en omdat de slang zei dat de vrucht de moeite waard was. Nee werd Ja. Gods beeld viel in stukken. Hij liet alles op aarde blijven zoals Hij het in het begin had gesproken. Maar Eva bleef niet dezelfde. Zij verwisselde haar Ja en Nee. Zij werd onbetrouwbaar. [2.4]

De mens Adam had eerst Ja gezegd tegen Gods gebod. Maar toen zijn vrouw hem de verboden vrucht kwam brengen, veranderde hij zijn Ja in Nee. Nee tegen Gods gebod. En daarmee veranderde ook zijn houding tegenover Eva. Hij had op dit moment Nee tegen haar moeten zeggen, maar het werd Ja en hij at van de vrucht.

*

Vanaf dat ogenblik heeft de mens op zijn reis door de geschiedenis twee kwade metgezellen gekregen: de Onzekerheid en de Angst. De mens weet nu niet goed meer waar hij of zij aan toe is met de ander. Dat maakt onzeker. De mens weet nu ook niet goed meer wat God van hem vindt en hij kruipt weg achter de struiken. Dat is de angst! [2.5]

Dankzij Gods Ja blijven bomen nog groeien en bloeien planten nog door, maar de mens die naar Gods beeld is gemaakt, wordt een zwerveling tussen Ja en Nee.

*

Het is dan ook niet voor niets dat de HERE in zijn wet bij de Sinai weer oproept tot trouw aan elkaar, tot eerlijk spreken en daarbij blijven. Het negende gebod zegt het onomwonden: ,,U moet ophouden met vals getuigenis te geven over uw naaste!┬┤┬┤ Isra├źl krijgt het ingeprent dat God het recht liefheeft en de waarheid en de trouw. En dat Hij de leugen haat.

En dan komt Gods Zoon op aarde.}} Jezus wil ons terugbrengen naar Gods rijk. Dat rijk is ├│├│k een rijk waar alleen waarheid regeert. In het nieuw Jeruzalem zal niemand binnenkomen die ,,de leugen koestert en ernaar handelt┬┤┬┤ (Openbaring 22:15).

In de gemeente van Christus zijn we geroepen om ons voor te bereiden op dit hemelrijk van God. We zijn burgers geworden van het rijk dat daarboven is, in de hemelen. Als burgers van dat hemelrijk moeten wij ook weer leren terug te keren naar het begin waarin Ja ook Ja was. En bleef! [2.6]

{{Wanneer we het niet willen leren om de waarheid lief te hebben, zijn we blijkbaar niet echt getrokken door de belofte van G├│ds rijk. Hoe kun je nu aan de ene kant oneerlijk zijn in je spreken en in je doen en laten en aan de andere kant gelijktijdig verlangen naar een stad die fundamenten heeft en waar de zon alle leugen wegbrandt? Je zou je er niet thuis voelen!

Om dat te voorkomen spreekt onze Heiland in het onderwijs van de bergrede ook over onze liefde tot de waarheid. Ons praten met elkaar en ons omgaan met elkaar heeft alles te maken met onze reis naar de eeuwigheid. We praten met elkaar voor de hemelpoort.}} Daarom geeft Jezus ons tijdig spraakles, opdat we met nieuwe tongen leren spreken.

We vatten de preek over dit gedeelte uit de bergrede alsvolgt samen: [3]

JEZUS GEEFT SPRAAKLES VOOR HET HEMELRIJK
Eerste oefening: leer uw eigen tijd kennen.
Tweede oefening: leer uw eigen wereld kennen.


1. Eerste oefening: leer uw eigen tijd kennen. [4]

In zijn onderwijs knoopt de Here Jezus aan bij de wet van de Sinai. Destijds werd tot het volk Isra├źl gezegd: ,,Leg geen valse eed af┬┤┬┤. We lezen dat in Leviticus 19:12. Ook werd tegen ze gezegd: ,,Voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost┬┤┬┤. Dat woord vinden we in Deuteronomium 23:21. In deze geboden wordt het negende gebod uitgewerkt: geen vals getuigenis! En ook het derde gebod wordt hierin uitgewerkt: de naam van de HERE moet je altijd eerbiedig gebruiken!

In de wetten van Mozes wordt sterke nadruk gelegd op de ernst van de eed. Isra├źl moet weten dat de HERE niet is als de afgoden. Die kun je met vrome woorden en opvallende eden een rad voor de ogen draaien. Maar dat lukt je niet bij de Almachtige, de Levende God. Voor zijn aangezicht is ons spreken niet een spelletje. Hij doorziet ons en toetst ons hart. En Hij wil waarheid en oprechtheid vinden in ons die naar zijn beeld zijn gemaakt.

*

In Isra├źl waren ze dan ook zuinig met eden en geloften. En Jezus sluit aan bij deze wet van Mozes en bij de praktijk. Maar Hij gaat verder. Hij wijst een weg die nog hoger voert. De weg van de liefde. Die voert niet naar een aards beloofd land, maar naar het hemelrijk zelf.

Zo spreekt Jezus: ,,En Ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren┬┤┬┤. Hij zegt dit niet omdat Hij tegen de eed is, zoals men het er later soms van zal maken. Jezus is niet t├ęgen de eed, maar Hij is v├│├│r de waarheid. En dat op een nog verdergaande manier dan Mozes in zijn wetten. Jezus gaat verder en hoger. Hij zegt: ,,Laat jullie ja ja zijn en jullie nee nee┬┤┬┤. Wanneer wij altijd de waarheid spreken, hebben w├şj de eed niet meer nodig. Mensen gebruiken de eed soms om aan te geven dat ze d├ęze keer echt de waarheid spreken. Zo┬┤n eed moet je niet willen. Je moet gewoon altijd spreken alsof je onder ede staat. Dan wordt een bijzondere eed overbodig en je ja is altijd ja, je nee is altijd nee. Zo hoort het voor mensen die naar Gods beeld zijn gemaakt! Zo moet het weer worden op aarde!

Jezus spreekt dit hoge woord in een diep gevallen wereld. Er is hier heel veel ja en nee waaraan nog iets wordt toegevoegd. Daarvan zegt Jezus (in vers 37) dat het ,,voortkomt uit het kwaad┬┤┬┤. [5.1]

*

Er is in de tegenwoordige wereld veel meer dan een simpel en eerlijk ja of nee. Ik noem u slechts vier voorbeelden van wat niet voortkomt uit God maar uit het kwaad.

1. Soms wordt aan het ja of nee toegevoegd het woordje ,,misschien┬┤┬┤. Het is geen ja en het is geen nee. Het zit er tussenin. Het wordt veel gebruikt door de mensen. ,,Kom je morgen bij me?┬┤┬┤ Antwoord: ,,Ja, misschien┬┤┬┤. Bedoelen we dat echt? Of zijn we helemaal niet van plan om te komen. Ons ja is helemaal geen ja. We geven onze naaste hoop door ons ja, maar het zal vanwege ons ,,misschien┬┤┬┤ een ijdele hoop blijken te zijn. We zeiden wel ,,ja┬┤┬┤ maar we bedoelden eigenlijk ,,Nee┬┤┬┤. [5.2]

Met ,,misschien┬┤┬┤ maken we ons van onze naaste af. Kom je op tijd thuis? Misschien! Je kunt je als opgroeiende kinderen van je bezorgde ouders afmaken met een ontwijkend antwoord. Je kunt als man de dringende vragen van je vrouw ontwijken door een vaag of dubbelzinnig antwoord.

Het gevolg is dat er een mist van verminderd vertrouwen komt te hangen tussen jou en je ouders, tussen u en uw vrouw.

Bedriegen we elkaar totaal? Laten we elkaar helemaal vallen? Waarschijnlijk is dat niet onze bedoeling. Maar wij geven elkaar geen houvast aan onszelf. Je houdt iets achter, je bent niet open en eerlijk.

In het ,,misschien┬┤┬┤ verbergt de mens zich voor zijn medemens: dat is liefdeloosheid en ontrouw. Die geheimzinnigheid past niet bij het hemelrijk, maar die hoort bij het kwaad in deze wereld.

*

2. Er is ook een andere manier om aan ja of nee nog iets toe te voegen. Dat is wanneer we ja zeggen, maar in stilte er het woordje nee aan toevoegen. Zoals die jongen in de gelijkenis. Hij zei tegen zijn vader dat hij de akker zou gaan bewerken. Maar hij voegde er in gedachten een nee aan toe. En hij deed het dus niet. [5.3]
Door ja te zeggen en er in gedachten nee aan toe te voegen, geven wij de naaste illusies. Hij of zij voelt zich in het zonlicht staan van ons ja, maar later ontdekt hij of zij dat het kunstlicht was dat opeens wordt uitgedaan zodat de duisternis over je valt. Je bent bedrogen!
Door de naaste iets voor te spiegelen bewerken we dat hij of zij ontgoocheld wordt en alle vertrouwen verliest. Hoeveel jongeren zijn er vandaag niet in Nederland die al heel vroeg hun vertrouwen in het ja van een jongen of een meisje hebben verloren omdat ze bedrogen werden door een ja dat helemaal geen ja was? Oneerlijk omgaan met een medejongere en illusies oproepen die niet gemeend zijn, is het beschadigen en soms vernielen van een kind van God in deze wereld!

*

3. Het omgekeerde kan ook gebeuren. We zeggen nee, terwijl het een ja had moeten zijn. Ons wordt gevraagd of wij ergens van weten, of wij iets hebben gedaan, of wij ergens zijn geweest, ergens aan hebben meegedaan. En we zeggen nee, maar in onszelf weten we dat er een ja aan wordt toegevoegd dat we niet hardop zeggen. [5.4]

Dan bedriegen we onze naaste, onze vader of moeder, onze geliefde. We zetten de ander op een dwaalspoor. En als ooit die ander ontdekt dat het nee een ja had moeten zijn, dan is het vertrouwen weg en het wantrouwen kruipt binnen. En er is niets zo erg voor een relatie ouders-kinderen of man-vrouw als dat daar het wantrouwen rondspookt. Dat is werkelijk het kwaad in deze wereld!

*

4. Het kan ook gebeuren dat je geen ja zegt en geen nee. Je zegt helemaal niets. Je zwijgt als je moest spreken. Je houdt je afzijdig als je partij moet kiezen. Je draait je om en doet alsof je niets gezien hebt. Ben ik mijn broeders hoeder? [5.5]

Misschien denken we dan: ,,Ik heb geen verkeerd woord gezegd┬┤┬┤. Maar je hebt ook niet het goede woord gezegd. Het woord van hulp waar die ander op rekende. Of het woord van waarschuwing dat die ander nodig had. Geen ja en geen nee: daarmee kun je elkaar ook doodzwijgen! Behoort dat niet tot het kwaad in deze wereld?

*

Tegen deze achtergrond van het veelvoudige kwaad in de wereld spreekt Jezus zijn radicale woord. Laat het bij de burgers van het hemelrijk zo worden dat hun ja ja is en hun nee nee. Niets daarbovenuit of niets tussen de regels in. Wees kristalhelder en betrouwbaar in uw spreken met elkaar! [6.1]

Dat is een radicaal woord in onze tijd. Zo kennen we onze tijd niet. Ook als christenen denken we nog vaak dat er een grijze zone is tussen waarheid en leugen. Een soort tussengebied waar noch de duivel noch God veel mee te maken hebben. In dat tussengebied worden ontwijkende antwoorden gegeven, worden dingen verzwegen, worden zaken doodgezwegen, worden vage beloften gegeven. In dat tussengebied worden misschien zaken gedaan of formulieren ingevuld. In dat tussengebied wordt gescharreld in vrijblijvendheid. Ieder moet zelf maar zien!

Dat is de tijd waarin we leven. Die moeten we leren onderkennen. Jezus vaagt haar van de kaart en maakt ons haar bewust. Dit grijze tussengebied bestaat niet: het is gewoon het gebied van de duivel. Benoem je tijd met goede woorden! [6.2]

De duivel heeft er juist alle belang bij dat wij n├şet de goede woorden gebruiken. Hij stelt voor als neutraal wat in feite gemeen is. Dat ontdek je wanneer je het houdt tegen het licht van het hemelrijk.

De duivel kruipt in de kleine gaatjes. Hij kruipt via de tong in de kleine gaatjes van de leugentjes om bestwil en van de schone schijn, de poreuze belofte.

Wij moeten worden wakkergeschud. Voor Manninne leek het ook een kleinigheid waarover de slang sprak, maar opeens viel zij in zonde heel diep want zij viel van God af! Jezus wil ons behouden. Hij leert ons onze ogen uit te wrijven om het kwaad te zien van de schemer: geen ja en geen nee!

*

In deze kwade tijd leert Jezus ons om onze horloges gelijk te zetten met de tijd van het hemelrijk. Daar is ja ja en daar is nee nee!

Gaat het onze Heiland dan om koele, neutrale en objectieve waarheid waar niets tegen valt in te brengen? Nee, Jezus heeft het over ons omgaan met elkaar, ons spreken t├│t elkaar. Als mensen gaan we met elkaar om. We zeggen ja en nee tegen elkaar. Het gaat om die onderlinge omgang. Hebben wij elkaar lief met onze houding en onze woorden? Kunnen mensen op ons aan? [6.3]

Dit is het omgekeerde van het kwade in deze wereld. Laten we die vier negatieve punten nu eens kort omkeren naar het positieve. [6.4]
1. Zorg altijd dat de ander weet wat hij aan je heeft. Of het nu je onderwijzer is, je man of vrouw, je vader of moeder, je ouderling of buurvrouw. Houd jezelf niet schuil. Laat er geen mist hangen tussen u.
2. Wees trouw aan beloften. Wanneer je ja tegen elkaar zegt, laat het gemeend zijn. Houd je woord. Je ja van doop en belijdenis. Wees niet wispelturig: soms in de kerkdiensten, soms ook weer niet. Soms op de bijbelstudie, maar dan opeens wegblijven zonder reden. Leef niet vanuit waar je zelf op dat moment zin in hebt, leef vanuit je ja en je nee, ook in de kerk. Zet elkaar niet opeens in het donker!
3. Laten we ons houden aan het woord van de apostel Paulus aan de Efezi├źrs (4,25): ,,Leg daarom de leugen af en spreek waarheid tegen elkaar┬┤┬┤. Laat het wantrouwen niet binnenkruipen. Boezem elkaar vertrouwen in.
4. Zwijg de ander niet dood. Zeg ja en nee. Prijs en vermaan. Waardeer en onderwijs. Trek je elkaar aan.

*

Op dit positieve spoor wil de Heiland u zetten. Op het spoor van liefde en waarheid. Op dit spoor zult u steeds beter ontdekken dat onze eigen tijd op een ander spoor staat en dat de bacillen van die tijd ook in je eigen bloed zitten. Van alle kanten klinkt het in onze oren en het echoot ook in ons eigen hart: ,,Wees jezelf: zeg ja tegen jezelf, ook al wordt dat soms nee tegen de ander┬┤┬┤. ,,Kies voor jezelf in de eerste plaats, ook al moet je dan tegen de ander wel eens ja of nee of iets vaags zeggen┬┤┬┤. Op deze manier worden moderne mensen aangespoord om in ieder geval ja tegen jezelf te zeggen en daarna zullen we dan wel zien hoe het met de ander gaat.

In dit klimaat past ook de sterk toegenomen voorkeur voor samenwonen in plaats van trouwen. Veel samenwonenden kunnen elkaar oprecht liefhebben en trouw zijn. Maar op de bodem van hun relatie ontbreekt een blijvend en onvoorwaardelijk ja. Ooit moet het ja ook nee kunnen worden wanneer de omstandigheden of de tijden veranderen. Het is een ,,ja, zolang het geen nee wordt┬┤┬┤. Hoe diep dit ja soms ook is, toch is het ziek in de wortel.

Het is wel te begrijpen, want een ja dat ja blijft kan ook veel kosten. Trouw en liefde moeten soms een hoge prijs betalen. Waarom zou je dat doen wanneer de dood het einde is? Maar wanneer we op weg zijn naar het hemelrijk, wordt de prijs van onvoorwaardelijk ja en nee zeggen tegen elkaar heel anders. Er is iemand die ons ja draagt en die ons ook zelf draagt in ons ja-zeggen. [6.5]

We bedenken het niet zelf dat ons ja ja moet zijn: we leren het in de school van Jezus. Maar dan zijn we ook veilig: Hij houdt over zijn leerlingen de wacht, in makkelijke en zware tijden, in blijdschap en verdriet, in leven en sterven. Totdat de morgenster opgaat in onze harten.

Dat is pas echt de tijd waarin we mogen leven!

*

Zo leerden we de eerste oefening: leer uw eigen tijd kennen. We vonden die oefening in de verzen 33 en 37.
Er is ook nog een tweede oefening:


2. Leer uw eigen wereld kennen. [7]

Die oefening ligt besloten in de verzen 34-36.

In deze verzen vinden we een aantal voorbeelden. Jezus zegt dat we helemaal niet moeten zweren en dit werkt hij dan uit aan de hand van deze concrete voorbeelden.

Om deze voorbeelden te begrijpen moeten we weten dat de Joden er soms sterk in waren om op handige manier onder het gaas van de wet door te kruipen. Ze wisten heel goed: een eed bij de naam van de HERE is heilig en met zo┬┤n eed valt niet te spotten. Maar daarom hadden ze ook lichtere eden. Geen eden bij de naam van de HERE, maar slechts bij de hemel of de tempel of de stad of het eigen hoofdhaar. In die eden werd de HERE niet genoemd en dus maakte men daar gemakkelijker gebruik van.

Maar nu zegt Jezus dat men helemáál niet moet zweren, ook niet bij hemel of tempel, stad of hoofdhaar. Ons ja moet ja zijn en ons nee. Verder niets.

*

Gelijktijdig schuift de Here Jezus echter onder deze voorbeelden zijn onderwijs over God onze Schepper en over de wereld waarin wij leven. Tot vier maal toe onderstreept Hij dat deze wereld met alles wat daarin is, toebehoort aan de HERE. We kunnen ons niet voor Hem verstoppen of Hem ergens buiten houden door zijn naam te verzwijgen. Overal is God. Overal ontmoeten we Hem. Hij is in ons midden. In onze stad en bij ons hoofdhaar. Weten we eigenlijk wel goed in wat voor wereld we leven wanneer wij als mensen onderling met elkaar praten? [8.1]

Je kunt het meemaken dat mensen met elkaar wat fluisterend staan te praten. Op het schoolplein of op het kerkplein of zomaar op de markt. Maar opeens zwijgen ze: de leraar komt eraan, de vrouw over wie ze het hadden loopt achter hen. Ze voelen dat het nu even niet kan: de ander is teveel in de buurt.

Maar God is áltijd in de buurt wanneer wij onze mond opendoen, of het nu op het schoolplein is of op het kerkplein of op de markt.

We moeten het alleen leren beseffen! Daarom luisteren we naar de vier voorbeelden die Jezus ons geeft.

*

(a) Het eerste leert ons dat ,,de hemel de troon is van God┬┤┬┤.

Wij leven altijd onder die hemel, onder een blauwe of grijze lucht. Altijd wanneer we praten met elkaar, welft de hemelkoepel zich boven ons hoofd. En als je in huis bent, kunt je uit bijna elk raam die hemel wel zien en de wolken die er langs jagen. [8.2]

Daarboven, in de ongeziene hemel, is de troon van God. Precies boven je hoofd! Wij leven dus met elkaar op het voorplein van zijn paleis. Daarbinnen schittert Gods glorie en door de vensters ÔÇô waardoor wij niet naar binnen kunnen kijken ÔÇô zien engelen op ons neer.

Wij hoeven daar niet zenuwachtig van te worden. Wij worden niet bespionneerd: dat gebeurt vanuit de menselijke satellieten die boven ons hangen en die we niet zien maar die ons wel in de gaten houden. Maar vanuit het paleis van Gods glorie zijn vriendelijke ogen op ons gericht. Ogen van een Vader. Geen ogen van haat en vreemdheid, maar ogen van bekendheid en belangstelling. Die ogen gaan over de hele aarde.

Wanneer wij met elkaar aan het praten zijn, staat God nooit met de rug naar ons toe. Hij is boven in zijn paleis en wij zitten of lopen over het voorplein. Laten we daar altijd aan denken wanneer we ja of nee gaan zeggen. Boven ons is de Schepper die dag aan dag Ja zegt tegen deze wereld en tegen mijn leven: daardoor ben ik er nog. God blijft Ja zeggen tegen zon en maan. De lichten op het voorplein gaan nooit uit.

Laat op dit voorplein ook ons ja ja zijn en ons nee werkelijk nee! We praten voor de troon van God!

*

(b) En, zo vervolgt Jezus in een tweede voorbeeld, deze aarde is ,,zijn voetenbank┬┤┬┤.

Het beeld is ontleend aan de wereld van het nabije Oosten. Koningen konden hun voeten laten rusten op een voetenbank waarop de overwonnen volken waren afgebeeld. Zo┬┤n voetenbank was niet zoiets als een bankje voor mensen met wat korte benen. Het was een machtssymbool: de volken liggen onder zijn voeten!

Zo is de aarde helemaal onderworpen aan de HERE! God wordt door sommigen vandaag vooral gezien als een metgezel en als iemand die met ons lijdt, maar de bijbel tekent ons de meelevende God ook als een oppermachtige God. Hij is Koning der koningen en de Heer der heren. Allemaal samen liggen de volken ÔÇô ondanks alle schijnbewegingen ÔÇô machteloos onder zijn voeten. [8.3]

Dat is dus die wereld waarin, zoals we in het eerste punt van de preek zagen, het kwaad van de leugen nog machtig is. Een ellendige wereld vol bedrog en onrecht en egoïsme. Maar het is geen wereld waar God niets meer over te zeggen heeft. Zelfs de werken van de satan liggen onder zijn voeten. De satan komt er nooit verder mee dan God wil.

Zelfs al lopen wij vandaag door een walm van leugen die ons in de hele samenleving tegenkomt, toch is die samenleving niet vrij en onafhankelijk. Zij ligt onder Gods voeten en zij zal uitkomen waar H├şj wil. Eens zal Hij de leugen wegvagen en de Waarheid alles doen overstralen. Dat is de overwinning van Christus┬┤ komst. Dan zal blijken dat de hele moderne mensenwereld daar niet tegen is opgewassen. Zij ligt nu al geketend aan Christus┬┤ voeten.

Daarom hoeven we in deze wereld ook niet angstig onszelf in te dekken. We hoeven onszelf niet veilig te stellen door noodleugentjes en vage waarheden. We kunnen de afloop aan God overlaten. Laat ons ja ja zijn en ons nee nee. Voor de rest zorgt de Koning die zijn voeten op deze wereld laat rusten. Laten we zo de wereld kennen waarin we leven!

*

(c) In die wereld is, zoals Jezus in zijn derde voorbeeld zegt, ook ,,de stad van de grote koning┬┤┬┤

Jezus herinnert ons eraan dat op deze aarde de stad Jeruzalem is gebouwd, de stad van David, de stad van Jezus┬┤ opstanding. Hij noemt Jeruzalem hier de ,,stad van de grote koning┬┤┬┤. Nu was er in die dagen geen koning in Jeruzalem, alleen een romeinse stadhouder. Jezus verwijst hier dus naar Gods beloften: er is een stad en aan deze stad is de belofte gegeven van de grote koning! [8.4]

Wij leven in een wereld waarin God al volop werkt aan de vervulling van zijn beloften. Het is de wereld van Abraham en Jesaja. En Jezus is de grote Koning die deze beloften komt vervullen. Deze grote Koning vaardigt nu op de berg zijn wetten uit in de bergrede en straks zal Hij hier in Jeruzalem sterven voor zijn volk en opstaan voor hun redding.

We leven niet in een vormloze geschiedenis, beheerst door toeval en geld en macht. Wij leven niet in een draaikolk waarin ieder maar voor zichzelf moet zwemmen voor zijn leven. Wij leven in een wereld die richting heeft en uitzicht. Aan het einde staat de grote Koning ons op te wachten van wie David zei:
,,Hij is als een stralende morgenzon
Die na de regens opkomt aan een wolkeloze hemel
En met zijn warmte het jonge groen laat opschieten┬┤┬┤ (2 Sam.23:3).

Wanneer we met elkaar praten en ja of nee zeggen, doen we het in een wereld die wacht op de binnenkomst van de grote Koning. Bereid u voor: laat uw ja ja en uw nee nee zijn. Dat past bij de Koning die komt met recht en gerechtigheid!

*

(d) Tenslotte laat Jezus ons in zijn vierde voorbeeld voelen hoe persoonlijk dit alles is. Soms lijken grote waarheden ver van ons gewone leven af te staan. Maar Jezus stapt over die kloof heen. Hij komt binnen in je eigen kamer waarin je vooral jezelf wilt zijn. Met je eigen haarkleur en je eigen kapsel. [8.5]

En dan zegt Jezus: ,,Je kunt nog niet ├ę├ęn van je haren wit of zwart maken┬┤┬┤. Wanneer je op straat loopt, zou je zeggen dat wij dit juist heel goed kunnen. Hoeveel zwart zien we niet in de winkelstraat dat eigenlijk grijs is? En hoe gemakkelijk kun je je haar bleken of rood verven of wat je maar wilt. Dat kunnen wij!

Maar wat wij doen, is niet echt. We geven onszelf een andere schijn. Zoals je aan nee de schijn van ja kunt geven, zo kun je aan blond haar de schijn van paars geven. Meer kunnen we niet. We kunnen nog niet ├ę├ęn haar echt van binnenuit wit of zwart maken.

Toch heeft ons haar een kleur. Of we die nu mooi vinden of niet. Wie heeft die kleur dan gegeven wanneer we het zelf niet kunnen zijn geweest? Kijk eens in de spiegel: Wie heeft er aan je haar gezeten en het zwart of blond of grijs gemaakt? Wie?

Wie maakte mijn gezicht, wie vormde mijn oren, wie boetseerde mijn lippen? Wie?

Het antwoord is: dat deed de grote God die in de hemel zijn paleis heeft en die de aarde tot een voetbank voor zijn voeten heeft en die Jeruzalem maakt tot stad voor de grote Koning.

Hij houdt zich ook bezig met u en met jou, zelfs met je haren. Zelfs met die ├ęne haar die nu als eerste bezig is grijs te worden tussen het zwart.

Het is haast niet voor te stellen: is God z├│ dichtbij? Kijkt Hij ook in mijn spiegel?

Jezus zegt: Ja, dat is zo.

Wij weten dus nog lang niet goed genoeg in wat voor wereld we leven. We zingen het gemakkelijk: ,,Op bergen en in dalen, ja overal is God┬┤┬┤. Maar dat woordje ,,overal┬┤┬┤ dat vergeten we zo gauw wanneer we de deur achter ons dichtdoen en wanneer we voor de spiegel gaan staan. Dat vergeten we zo gauw wanneer we met elkaar praten in beslotenheid, tegen elkaar schreeuwen, over elkaar roddelen, elkaar vage antwoorden geven. ,,Ja, overal is God┬┤┬┤!

Dit betekent dat het eigene van mij ÔÇô mijn ik met zijn eigen haarkleur ÔÇô niet doorslaggevend is voor ja of nee. Doorslaggevend is Hij die ja tegen mij zegt, tegen mijn persoon, tegen mijn huid, tegen mijn haar.

Hij is zo nabij, elk ogenblik en in elke schuilhoek. Hij heeft mij onderhanden, dag en nacht. Wanneer we de wereld waarin we leven echt goed leren kennen ÔÇô Zijn wereld! ÔÇô dan verstomt alles wat tussen ja en nee inzit. We beseffen dan te goed waar we zijn.
,,Mijn mond spreekt nog geen enkel woord
Of Gij hebt alles reeds gehoord.
Omgeeft mij niet aan elke kant
Op heel mijn pad uw sterke hand?
Mijn kennis is te klein bevonden
Ik kan dit alles niet doorgronden.┬┤┬┤
(Psalm 139:2)

Wanneer u en ik zo voor onze Schepper en Vader komen te staan als kleine en schuldige mensen, dan hebben we de veiligste plek op aarde gevonden. Een plek waar we vergeving kunnen vragen voor elk oneerlijk of vaag woord. Een plek waar we om kracht kunnen bidden om nu al waarheid te spreken met elkaar. We vinden de plek waar je je kunt voorbereiden op het leven in de stad van de grote Koning. Daar zullen we voorgoed alleen maar meer de zuivere lucht van de waarheid inademen. Volg dan op tijd de spraaklessen van het hemelrijk. Dan geldt ook voor u de zaligspreking van uw Heiland: ,,Zalig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien!┬┤┬┤


AMEN. [9]



LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek is wat lang uitgevallen als voorleespreek. Probeer bij het voorlezen een voordrachtsverschil aan te brengen tussen punt 1 en 2. Het eerste punt is meer analyserend-ontdekkend en het tweede punt meer beeldbepalend. Verder is (per 1 maart 2008) de hele inleiding tussen [ ] gezet: men kan die overslaan om de preek te bekorten. In dat geval moet men bij de beamerpresentatie van dia 1 direct naar dia 3 gaan (even overleg met de persoon die de presentatie verzorgt).

- Terug naar menu