- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 63:1,2 (,,O God, mijn God, Ik zoek Uw hand!┬┤┬┤)
Wet van de HERE
Zingen: Liedboek 115:2,3,4 (,,De woorden zijn waarachtig die Hij gesproken heeft┬┤┬┤)
Gebed voor de eredienst
Lezing van de tekst: Zondagen 5-6
Zingen: Psalm 86:1,2 (,,Tot U hef ik mijn leven┬┤┬┤)
Schriftlezing: Romeinen 7:7-25
Zingen: Psalm 86:5 (,,Gij hebt mij tot het licht doen komen uit de diepten van de dood┬┤┬┤)
Preek over de zondagen 5-6.
Zingen: Liedboek 110(:1-4) (,,Het Lam voor ons op aard┬┤ geslacht┬┤┬┤)
Dankzeggingen en gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 lied 47:1,3,6 (,,De Lofzang van Maria┬┤┬┤)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 63:1,2 (,,O God, mijn God, Ik zoek Uw hand!┬┤┬┤)
Gebed voor de eredienst
Lezing van de tekst: Zondagen 5-6
Zingen: Psalm 86:1,2 (,,Tot U hef ik mijn leven┬┤┬┤)
Schriftlezing: Romeinen 7:7-25
Zingen: Psalm 86:5 (,,Gij hebt mij tot het licht doen komen uit de diepten van de dood┬┤┬┤)
Preek over de zondagen 5-6.
Zingen: Liedboek 110(:1-4) (,,Het Lam voor ons op aard┬┤ geslacht┬┤┬┤)
Dankzeggingen en gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Lied 115:1,2 (,,Die op de troon zat, zeide: nieuw maak Ik alle ding┬┤┬┤)
Collecte
Zingen: GK-2006 lied 47:1,3,6 (,,De Lofzang van Maria┬┤┬┤)
Zegen




Preek over: Zondag 05-06

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



HOE TE ZOEKEN OM TE VINDEN
Zondag 5-6: Vragenderwijs op weg naar Gods pad

[1]
*

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

De zondagen 5 en 6 vormen het tweede voorportaal van onze catechismus. [2.1]

Het eerste voorportaal vormden de zondagen 2-4. We zagen daar Adam en Eva, onze voorouders. God schiep hen als de twee eerste mensen. En uit hen maakte Hij de hele mensheid, ons allen inbegrepen. ZIJN wet heeft daarom recht op ons menselijk leven. Ook op mijn eigen leven. Sinds de val van onze voorouders staan wij nu s├ímen schuldig tegenover die wet. E├ęn mensheid, gevallen in ├ę├ęn ellende, onszelf niet uitgesloten. [2.2]

Dit eerste voorportaal van de catechismus (het stuk der ellende) is belangrijk. Het leert ons dat we geen los zand zijn en dat we als mensen samen met elkaar ├ę├ęn Verlosser nodig hebben. Ik en mijn naaste, wij en de allochthonen, de tegenwoordige mensen en de vroegeren. De beelden van onze eerste voorouders Adam en Eva nodigen ons tot ootmoed. En tot zoeken: waar is verlossing voor deze mensheid, waar is dus ook de redding voor mij en voor onze kinderen?

Je zou verwachten dat de catechismus ons nu, na dit stuk van de ellende, direct binnenlaat in de vreugde van de geloofsbelijdenis. Mogen we in zondag 5 niet het begin verwachten van de bespreking van de apostolische geloofsbelijdenis waarin we het ontvangen evangelie verwoorden?

Toch gaan de zondagen 5-6 daar nog niet over. We ontdekken na zondag 4 dat er in ons leerboek nog een tweede voorportaal is, gevormd door deze zondagen 5-6. Pas aan het einde van zondag 6 wordt ,,het heilig evangelie┬┤┬┤ genoemd en pas daarna komt in zondag 7 de belijdenis van dat evangelie met de woorden van de apostolische geloofsbelijdenis.

In deze tweede voorhal lijkt het alsof we eerst een aantal keren worden rondgedraaid en duizelig gemaakt. Een stortvloed van nauwelijks beantwoorde vragen komt op ons af. Er zijn wel antwoorden, maar ze zijn meestal negatief en ze verwijzen ons steeds weer door naar een volgend punt. Het lijkt wel een doolhof met allerlei doodlopende paadjes. [2.3]

Is er verlossing? Ja, maar uit zondag 4 blijkt dat er dan wel voldoening nodig is!
Voldoening door onszelf? Nee.
Door een ander? Nee.
Wat dan? Iets beters.
Waarom? Anders kan het niet.


Het is een vreemde draaimolen van vragen zonder een echte oplossing.

Pas in de tweede helft van zondag 6 krijgen we grond onder de voeten. Dan valt een naam: Jezus Christus. En dan wordt een wegwijzing gegeven naar het evangelie. Tot dat moment lijkt het een wat langdurig vragen naar de bekende weg.

Is dit misschien zo opgezet om als introductie te kunnen dienen voor een evangelisatie-gesprek met iemand die nog nergens van weet? Nee, het is in de eerste plaats zo opgezet voor de gemeente van Jezus Christus. We hebben allemaal zondag 1 al leren belijden. We erkennen allen met zondag 1 volmondig dat Jezus Christus onze enige troost is. De catechismus is een leerboek b├şnnen de kerk!

Maar waarom springen we dan van zondag 1 of van zondag 4 niet rechtstreeks naar de tweede helft van zondag 6? Waarom moeten we dan in een leerboek voor de kerk (die hier binnen is), onze weg gaan via een doolhof, al zoekend? Alsof we er nog niet zijn, maar er nog moeten komen?

Het antwoord is dat je daardoor iets heel belangrijks moet leren als christen. Je moet leren dat je Jezus wel kunt kennen, maar dat je Hem dan vooral moet gaan ZOEKEN! [2.4]

Je komt al langer in de kerk misschien. Mogelijk al van je jeugd af aan. Maar wát zoek je er? Je zoekhouding is heel belangrijk om de troost die hier is, niet mis te lopen.

Dat kan namelijk heel goed. Dat je in de kerk bent, alles van Jezus weet, en toch alles misloopt. Een verkeerde zoekhouding doet het heil missen ook al zie je Jezus als Heer. Daar zijn voorbeelden genoeg van in de bijbel.


1. Petrus beleed bij Caesarea Filippi Jezus als de Christus, de Zoon van God. Een hemels inzicht! Maar direct daarna mist hij alles wanneer hij tegen Jezus zegt dat er geen sprake van kan zijn dat deze zou moeten gaan lijden en sterven. Petrus zocht bij Jezus de verkeerde oplossing! (Mt.16,13-23)
2. Zo zijn er ook na de broodrede vele discipelen die zich van Jezus afkeren. Zij hadden Hem lief. Maar ze wilden niet horen dat ze zijn lichaam en bloed zouden moeten eten en drinken. Ze volgden Jezus met een verkeerd zoekbeeld en knapten daarop af (Joh.6,60-71).
3. Dit is een re├źel gevaar. In de gelijkenis van de zaaier waarschuwt Jezus zelf voor zaad in de akker dat toch verloren gaat omdat het geen diepe wortel heeft om water te zoeken in de aarde. Midden in de akker en toch verdorrend!

(Mt.13,18-23)
Daarom is het niet zo vreemd dat Jezus, toen Hij op aarde levensgroot aanwezig was, toch zei: ,,ZOEKT en u zult vinden.┬┤┬┤ Hij is er. Je ziet Hem. Maar ZOEK je eigenlijk wel iets bij Hem?

Het gevaar dat we Christus en de verlossing uiteindelijk mislopen door niet te zoeken of met een verkeerde houding te zoeken, bedreigt ook ons. Wij leven in een tijd van onthechting (maatschappelijk, kerkelijk, liturgisch).


Sommigen verliezen m├ęt alle veranderingen ook hun geloof. Zij zochten het oude, vertrouwde, de traditie. En wanneer die wankelt, verdort ook het plantje van hun geloof.
Voor anderen wordt het geloof een oppervlakkig Teletubbies-geloof dat maar tijdelijk is. Zij zochten het lichte en opgeluchte gevoel. En wanneer de verzoekingen komen, komen ze ten val.


Ik sprak eens een jongere collega in Zuid-Afrika, op het moment dat de apartheidspolitiek verdween. Hij was bezig zijn geloof te verliezen. Van huis uit was voor hem geloof onlosmakelijk verbonden geweest aan politieke veiligheid en aan de afgeslotenheid van de blanke zonen van Jafeth. Dat zochten zijn ouders: houvast en zekerheid in een mooi maar bedreigend land. Toen dat houvast verdween, verdween met de politieke zekerheid van zijn grootouders en ouders ook het geloof. Mijn collega zei: ,,Ik kan de God die ik zocht, niet meer terugvinden in het nieuwe Afrika┬┤┬┤.

Hier zien we hoe belangrijk het is om te weten wat je nu ├ęigenlijk zoekt in de kerk, wat u zoekt in uw leven of beter gezegd: wat u daar zou m├│eten zoeken. Crises in kerk of samenleving of in ons eigen bestaan kunnen ons hier heel bewust van maken: zocht ik wel goed? [2.5]

Op welke kern richt u zich? Komt u in de kerk om er te z├ştten, voor uw gemak of voor uw belang, of om er te z├│eken?

De zondagen 5-6 willen voorkomen dat het met ons gaat als met die man die ver in zee was gegaan. Heerlijk zwom hij in de rustige zee, de branding voorbij. Hij genoot van de zon en van de rust. Maar de kustwacht zag dat hij te dicht bij een gevaarlijke stroming kwam. Ze stuurden een helicopter van de reddingsbrigade naar hem toe. Toen de man de helicopter zag, was hij blij. Hij steunde het werk van de reddingsbrigade als contribuant. Enthousiast zwaaide hij naar de helicopter en speels tikte hij even tegen de touwladder die er onderaan hing. Goed werk wat die mannen deden! Al zwaaiende naar hen, zwom hij blij verder. Hij bewonderde de redders, maar zocht ze helemaal niet. Totdat de golfstroom hem ging meezuigen. Met de reddingsbrigade boven je, kun je verdrinken omdat je wel bewondert maar niet zoekt. Geen hulp denkt nodig te hebben. J├şj n├şet.

[3]
WEET HOE U MOET ZOEKEN OM TE VINDEN
1. De zoekweg
2. De vindplaats



1. (De zoekweg) [4]

Zondag 5 reikt ons eerst een stappenplan aan om te leren zoeken.
Dit stappenplan wil voorkomen dat we in valse rust vastroesten. Het stappenplan wil ons bewegelijk houden door ons nederigheid en ootmoed te leren.
Laten we het kort samen lezen. [5.1]

*

Antwoord 12 repeteert met ons eerst de voorgaande les.
Wij hebben naar Gods rechtvaardig oordeel straf in tijd en eeuwigheid verdiend!

Dit wisten we nu toch al? We hebben zondag 2-4 toch al gehad?
Ja, maar dat betekent nog niet dat u het al ter harte hebt genomen.

Wanneer je de les van zondag 2-4 goed hebt geleerd, dan heb je je eerste zoekvraag te pakken: ,,Hoe kan ik aan deze straf ontkomen en weer in genade worden aangenomen?┬┤┬┤ Had u dat er ook aan overgehouden? [5.2]

Het is niet altijd zo┬┤n gangbare vraag in de tegenwoordige kerk. Hoort u die vraag vaak op huisbezoek? Klinkt ze door in onze gebeden?

Misschien vindt u dat eigenlijk niet eens nodig.
Aan de straf ontkomen? Dat ligt toch al achter ons?
Weer in genade worden aangenomen? Maar ik ben toch al gedoopt?

Toch legt de catechismus deze vragen in de mond van gedoopte christenen: ,,Hoe ontkom ik de straf, hoe krijg ik genade?┬┤┬┤

Die vragen zijn niet overbodig geworden omdat u in de kerk woont.
Je bent juist in de kerk om die vragen te leren stellen en te oefenen.
Buiten de kerk leeft het niet.
Maar in de kerk leer je Gods heiligheid kennen en zijn rechtvaardige toorn.

Juist in de tempel waar alles helder blinkt, voel je je kleiner en groezeliger worden.
Juist voor de verschijning van de hemelse Heiland valt Johannes als dood ter aarde.
Here, hoe groot en liefdevol en rechtvaardig bent U! ,,Ik ben niet waard, uw zoon of dochter te heten!┬┤┬┤

De eerste zoekvraag leert ons erkennen dat wij bij God ,,toorn verdiend hebben┬┤┬┤.
Tilt u daar ook aan? Bent u daar wel mee bezig, dat u voor Gods gericht straks niet zult kunnen bestaan?

Niemand minder dan de apostel Paulus zegt dat hij er naar jaagt om te bereiken wat Christus belooft, maar dat hij het nog niet gegrepen heeft. Paulus wist dat hij nog niet gearriveerd was, hoe ijverig hij ook bad en geloofde.

En wat zoekt u hier in de kerk? En hoe zoekt u hier? Met welke houding en in welk gevoel?
Ik moet hier leren zoeken als een schuldige en zoeken naar vrijspraak.
Alleen zo word ik echt gered.

*

Antwoord 13 maakt dat zoeken van ons dringend. Kan ik zelf betalen?

Ik ben lid van een kerk. Ik doe veel zonden niet. Ik betaal een kerkelijke bijdrage. Ik doe veel vrijwilligerswerk in de gemeente. En ik heb een set goede overtuigingen over het verleden en heden van de kerk. Of ik heb een heel aantal goede idee├źn over wat er allemaal anders zou moeten.

Misschien voelt u zich aardig veilig daardoor. En zou u niet weten wat u nog moet zoeken: u b├ęnt er immers!

Maar dan zegt antwoord 13 dat ,,wij de schuld elke dag groter maken┬┤┬┤.
Er staat niet dat we elke dag verschrikkelijke zonden en misdaden doen.
Maar we maken de schuld, het tekort, groter. [5.3]

Een tekort bestaat uit wat ontbreekt.
Bij ons ontbreekt elke dag nog iets aan de volmaakte liefde voor God en voor elkaar.
Geen dag is er waarin we zonder enige hapering en zonder enig tekort uit de liefde leefden.

We vinden dat heel gewoon.
Zo zijn wij mensen nu eenmaal: niemand is volmaakt. Aan ieder ontbreekt wel iets!

Maar zou God dat aan het eind van de dag ook zeggen: ,,Laat maar, niemand is nu eenmaal volmaakt!┬┤┬┤
Hij is toch de God die ons volmaakt geschapen had! En Hij is toch geen God van halve liefde?

Elke dag is er schaamte om wat ik m├ę├ęr had kunnen doen. Schaamte omdat ik niet voor iedereen op elk moment alleen maar een helder beeld van mijn hemelse Schepper was.

Je moet leren dat de zoekvraag dringend is: ,,Ik heb geen geld genoeg op zak om mijn reis naar de eeuwigheid te betalen: wie kan me helpen?┬┤┬┤
Die vraag leer je stellen, wanneer je beseft dat het God menens met je is!

*

En dan komt antwoord 14 nog met een derde zoekvraag.
Kan een ander in mijn plaats staan?

Wie zou die ander moeten zijn? Uw ouders? Je man of vrouw? Je buurman? Je dominee? De mede-kerkmensen?
Maar daar hebt u nu juist heel vaak kritiek op.
Die kunt u dus niet aan God voorstellen als boven alle kritiek verheven.

Al mijn kritiek op medemensen maakt me plotseling heel alleen voor God.
Zelf kan ik niet. De anderen deugen niet.
Niemand heeft genoeg geld op zak.
Worden we straks allemaal opgepakt?
Welke kant moet ik nu op? [5.4]

Het zijn juist deze vragen die ontbreken in onze menselijke cultuur. Ze ontbreken in een cultuur van vooruitgang, maar ze ontbreken ook bij cultuurpessimisme.

Ze ontbreken ook vaak in de kerk. Ze ontbreken bij kerkelijk optimisme (,,wij zijn des Heren tempel┬┤┬┤) en ze ontbreken ook bij kerkelijk criticisme (,,die anderen bederven het voor ons in de kerk┬┤┬┤).

Je hebt werkelijk het onderwijs van de Heilige Geest nodig om de goede vragen te leren stellen en om in de kerk op zoek te gaan naar een verlosser voor jezelf in de komende week.

Zondag 5 wil ons een vraag leren die onbekend is temidden van alle vragen en protesten die mensen durven te uiten in de richting van God en in de richting van elkaar.

*

Zo neemt zondag 5 ons bij de hand en leidt ons naar een zaligspreking van Jezus: ,,Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid┬┤┬┤ [5.5]
Jezus zei niet: ,,Zalig de ontevredenen over de ongerechtigheid van zichzelf of anderen┬┤┬┤
Jezus zei: ,,Zalig de mensen die zelf een lege maag hebben, hongeren en dorsten, en die de hand ophouden voor Gods gerechtigheid en dat ook doen als kerk en als cultuur.┬┤┬┤

Alleen die zoekweg brengt ons als kerk en als land werkelijk de redding bij de Redder.
Hem zoeken, dat doe je alleen wanneer je met zondag 5 leert beseffen dat je wel zult m├│eten, om je levens wil.

Maar dan is er voor hen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid een belofte.
De belofte van het zullen ,,vinden┬┤┬┤ bij Jezus: ,,zij zullen verzadigd worden┬┤┬┤.



2. (De vindplaats) [6]

Zo is zondag 5 ons stappenplan om te leren zoeken. In ootmoed en nederigheid.
En zondag 6 is dan een stappenplan voor het vinden. [7.1]
Dit stappenplan leert ons verbondenheid.
Laten we deze zondag kort overzien.

*

Antwoord 16 en 17 maken ons duidelijk dat wij een verlosser moeten vinden die uit Adam en Eva is geboren en die dus bij ons menselijk geslacht hoort, maar zonder de zonde. En gelijktijdig moet Hij m├ę├ęr zijn: ook werkelijk God.

Mens ├ęn meerdere.
Juist dat laatste is belangrijk. [7.2]

Het humanisme verlangt wel naar de grote mens, de held, de fijne leider, de menselijke voorganger en president. Een Kennedy, een Nelson Mandela.
En voor velen in de christenheid is het ook prima om Jezus te aanvaarden als de religieuze mens, de wonderdoener, het voorbeeld voor velen.
Voor veel christenen is Jezus vandaag de lieve vriend, de prima Heer, het fijne voorbeeld, maar niet GOD.
Je zult echter geen verlossing kunnen vinden bij een mens. Alleen God zelf kan de mensheid uit dit moeras trekken.

De vindplaats is: Christus┬┤ genadetroon. De hemelse Heiland, hoog verheven aan Gods rechterhand en daar onze broeder.

In de evangeli├źn zien we Jezus in zijn diepe vernedering, in zijn lijdende mensheid. Dat hebben we nodig. Maar u moet niet volstaan met dat beeld van de evangeli├źn. U ziet daar ook al zijn godheid en vandaag is dat het bepalende beeld: de Almachtige Jezus in de hemel, met ogen als een vuurvlam en een stem als de donder.

Leer bidden tot deze Koning Jezus: ,,Mijn Heer en mijn God, kom mij ter hulpe!┬┤┬┤
De vraag is niet of wij de redder bewonderen als mens en hem zo propageren, maar of wij eerbiedig r├│epen tot Hem als tot onze God.
Zo alleen vinden we.

In Matte├╝s 7 zegt Jezus dat er later velen zullen zijn die zeggen: ,,In uw naam hebben we geprofeteerd┬┤┬┤. En dan zal Jezus zeggen: ,,Ga weg van Mij, Ik ken u niet┬┤┬┤.
Profetie zonder aanbidding is een hel klinkend cimbaal.
Praten in de kerk zonder knielen, is een lege huls.
Zoek uw Meerdere.
Zoek de knielbank, want daarmee wordt de ware kerk gebouwd.

*

Zo gaan we vinden.
En dan is die vindplaats voor aanbidding waar we de Verlosser vinden: de kribbe van de geschiedenis!

De mensheid leeft vandaag als los zand. Het leven lijkt te beginnen bij onsz├ęlf.
En ook de huidige christenheid leeft vaak bij flarden/klanken, bij het losse zand van een selectie aan bijbelwoorden en niet bij de geschiedenis van God.

Maar antwoord 19 (,,Waaruit weet u dat?┬┤┬┤) zegt niet dat ik Jezus ken uit een paar teksten of uit een stuk van de bijbel. Het antwoord noemt zelfs niet eens rechtstreeks de bijbel. Het antwoord is: ,,Ik vind mijn verlosser in het goede nieuws van Gods lange en samenhangende geschiedenis┬┤┬┤. [7.3]

Onze bijbel is een venster. Daar moet je doorheen kijken. Naar het eeuwenwijde landschap van Gods grote daden.

We leren ver terugkijken: tot in het Paradijs waar Gods goede werk begon, direct na de val van onze voorouders.
Onze ogen moeten eeuwen terugkijken naar de aartsvaders in hun tenten: daar werkte God aan onze toekomst.
Onze oren moeten klanken opvangen van verre profeten in oude tijden: daar worstelde God om ons behoud.
We mogen vanuit de verte de tabernakel bezichtigen en rondkijken in een tempel: ze zijn vol beeldend onderwijs over Gods verlossing.
En tenslotte is dat alles tot zijn hoogtepunt gekomen in Jezus Christus.

Wie de top van de berg wil vinden, moet beginnen aan de voet.
De weg naar Jezus begint in het paradijs. Geen dag later.
Gods geschiedenis is een mensheid lang.
Wees er wijs mee! Word er rijk van!
Ga u verbonden voelen!

We worden door het evangelie binnengeleid in een overvolle kathedraal, vol beelden en herinneringen en taferelen.
De vindplaats van het Lam Gods is tussen Adam en Eva. Maar het is ook, als op dat altaarstuk van de gebroeders Van Eyck in Gent, omringd door de aartsvaders, de offeranden, de profeten en heiligen, de apostelen en de gelovige voorgangers. Kent u hun geschiedenis? Leven ze voor u omdat u de bijbel als geheel doorleest en de kerkgeschiedenis en de zendingsgeschiedenis liefhebt? Zo gaat u de patronen zien, niet alleen losse draden!

Onze kerkgebouwen zijn sinds de Reformatie erg leeg van de tijd der eeuwen.
Laat het wel vol zijn in uw hart en in uw gebed.
Leef in de stroom van Gods eeuwenomvattende reddingswerk. Lees erover. Denk erover. Spreek erover.

Dan hebt u meer te praten dan de kleine actualiteiten in uw omgeving.
Dan hebt u meer houvast dan uw eigen tijd.
Misschien zitten we tijdelijk of landelijk in een klein woestijntje, maar dan hebben we altijd nog Elia en Elisa, Johannes de Doper en Andreas, moeder Maria en de apostel Paulus. Al de heiligen van weleer staan rondom Christus die ons gegeven is.
En dan hebben we altijd nog de werken Gods in China en in Zuid-Amerika.
De vindplaats van Gods heil is eeuwenbreed en wereldwijd.

Sluit u aan bij die grote schare. Wees verbonden met hen. [7.4]
U leeft ook als christenen hier in de westerse cultuur momenteel in een tijd van onthechting.
Zorg dat u diep gehecht bent aan die hechte geschiedenis van God in alle eeuwen. Omdat u niet weten zou waar u zou moeten blijven z├│nder dat evangelie van vele eeuwen.
Dan houdt u de touwladder vast en God gaat ook u optrekken.
Uiteindelijk tot voor de troon van het Lam.

Daar klinkt het nieuw gezang van de vier dieren en de vierentwintig oudsten, vol aanbidding voor Hem die mens is en tegelijk sterker dan alle schepselen omdat Hij ook echt God is. Hij die ons van God geg├ęven is tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing. Voor Hem klinkt het lied van allen die hartstochtelijke zoekers waren naar wat ze vinden bij Jezus┬┤ troon all├ę├ęn:

,,U bent waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want U bent geslacht en U hebt hen voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en u hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters en zij zullen als koningen heersen op de aarde.┬┤┬┤ (Openb.5:9-10).


Zo worden verzadigd allen die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van God.
Zalig de zoekenden: z├şj zullen vinden!

AMEN. [8]



- Terug naar menu