- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie'' .

Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 76:1,3 (Groot is Gods naam!)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 103:1,9 (Zijn naam worde geheiligd!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Johannes 17 (De Naam als redding voor de wereld)
Zingen: GK-2006 Lied 103:8,9 (Amen op het hogepriesterlijk gebed)
Tekstlezing: Zondag 36-37
Preek over Zondag 36-37
Zingen: GK-2006 Lied 47:1,2,3 (Maria's lofzang op Gods naam)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 63:2,3 (Overgave aan Gods heilige Naam)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 76:1,3 (Groot is Gods naam!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Johannes 17 (De Naam als redding voor de wereld)
Zingen: GK-2006 Lied 103:8,9 (Amen op het hogepriesterlijk gebed)
Tekstlezing: Zondag 36-37
Preek over Zondag 36-37
Zingen: GK-2006 Lied 47:1,2,3 (Maria's lofzang op Gods naam)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 63:2,3 (Overgave aan de Naam die wij belijden)
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 103:1,9 (Zijn naam worde geheiligd!)
Zegen




Preek over: Zondag 36-37

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________


GODS KWETSBARE NAAM: ONZE SCHUILNAAM

Zondag 36-37: Het derde gebod.

[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

In het tweede gebod verbiedt God ons om beelden te beitelen van Hem en ons daarvoor te buigen. Hij zelf is ons te hoog. Gods gestalte is voor ons niet hanteerbaar. Ons past het alleen, te buigen met lege handen. Geen beelden dus.

Maar wél klinkt in deze wereld en op onze straten de naam van God. Zij gaat van mond tot mond. Die naam is wél hanteerbaar. Wij hebben die immers gehoord. De stem van God sprak en wij kennen nu zijn naam. [2.1]

Zijn gestalte en glorie kunnen wij niet vatten, maar die naam kunnen wij uitspreken. En dat gebeurt ook. Soms in vertrouwen, maar ook heel vaak profaan of met een vloek. Aan de naam van God, tot onze vreugd nabij, kunnen mensen zich nu gaan vergrijpen. God zelf bewoont een ontoegankelijk licht, maar zijn naam ligt op mensentong: ,,God, Here, Jezus, Geest´´. Hoe maken wij er gebruik van? Daarover gaat nu het derde gebod.

*

Hoe gaan wij er mee om dat God zich aan ons heeft voorgesteld. Want dat is Gods naam: dat God zich voorstelt en bekend maakt, zodat we nu weten hoe Hij heet.

Machtig is Hij in de schepping aanwezig, maar zijn naam is daar voor ons verborgen. Deze horen wij als mensen in onze taal uitgespeld bij de brandende braamstruik: HERE is mijn naam! En op de Sinaï klinkt het heel duidelijk: ,,Ik ben de HERE, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heb bevrijd´´. En terwijl de Here later het gezicht van Mozes bedekt voor zijn luister, roept Hij daarbij luid zijn naam uit met vele woorden (Ex.33:19; 34:5): ,,HERE, HERE, een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat´´ (Ex.34:6-7a).

God houdt zich niet anoniem in de schepping. Hij komt naar de mensen toe. Hij zegt hoe Hij is en we herkennen Hem nu in zijn werk. Gods werk in de uittocht uit Egypte is gestempeld door zijn naam.[2.2]

*

Dat was altijd al zo: dat je in Gods werk zijn naam herkent. Het gebeurde ook bij Noach. Barmhartig en genadig is Hij die de ark deed bouwen voor al de levende dieren opdat ze niet zouden omkomen met de goddelozen die Hij niet onschuldig hield.

En zo herkennen we het ook bij Abram en Lot. Lankmoedig en groot van goedertierenheid is Hij over alle volken in Kanaän (Abram moet maar wachten), maar de zeer schuldige stad Sodom houdt Hij niet onschuldig en zij vergaat door vuur.

En vele eeuwen later herkennen we dezelfde naam nog steeds. Jezus heeft de naam geopenbaard van de Vader. Genadig en barmhartig in het genezen en vergeven. Maar streng en vol oordeel tegen ieder die niet gelooft in de geliefde Zoon.

Wij hoeven naar God niet te raden: we kunnen weten wie Hij voor ons is. Hoe Hij heet. Hij is ,,onze Vader die in de hemelen woont´´.

*

En nu komt het derde gebod. Het waarschuwt ons ervoor, die naam niet ijdel, niet leeg en zomaar, te gebruiken. Letterlijk staat er dat we de naam niet zullen opheffen tot het ijdele. Dit betekent kort en goed dat we de naam niet naar beneden zullen halen naar alles wat daar helemaal niet bij past. God verbiedt het onaangepast gebruik van zijn naam.

Maar daardoor is er in het derde gebod ook iets heel mysterieus. Het verbod bepaalt ons bij wat maar al te vaak gebeurt. Het misbruik van Gods naam. Blijkbaar kán dat. God láát het gebeuren. Hij grijpt niet in met bliksem en vuur. Hij verbiedt het wel, maar het blijft nog doorgaan. Daarom moet het derde gebod steeds weer klinken.[2.3]

God laat blijkbaar zijn hoge naam kwestbaar zijn in deze wereld. Hij zegt niet: ,,Ik zal er wel voor zorgen dat niemand het lef heeft om mijn naam verkeerd te gebruiken´´. Zo kwam Lamech op voor zijn naam en sprak: ,,Hoor wat ik zeg! Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt!´´ (Gn.4:23). Dat is andere taal dan we horen in het derde gebod. God waarschuwt ons wél in dit gebod: ,,Als het gebeurt, zal Ik niet onschuldig houden´´. Maar Hij slaat de mensen die zijn naam misbruiken niet ogenblikkelijk plat. Het verbod laat zien hoe God rekent met de werkelijkheid van het ijdel gebruik. En Hij laat deze werkelijkheid nog voortbestaan. Vloekende ouders krijgen nog een tweede en een derde geslacht, kinderen en kleinkinderen. God is geduldig, ook al zal het niet eindeloos ongestraft zo doorgaan op aarde.

God stelt op deze manier zijn naam open voor vernedering. Een tijdlang kan de Farao blíjven zeggen: ,,Wie is de HERE dat ik Hem zou gehoorzamen?´´ (Ex.5:2). En een tijdlang kan de Assyrische veldheer ongestraft de naam van de HERE naar beneden halen voor de muren van Jeruzalem. Hoor hem snoeven: ,,Als geen enkele god in staat is gebleken zijn land uit mijn handen te redden, hoe zou dan de HERE Jeruzalem kunnen redden?´´ (2 Kon.18:5). En de hemel hoort van verre toe wanneer de leiders van Israël bij het kruis staan om de naam van Jezus te bespotten: ,,Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!´´ (Mt.27:40).

*

Dit gebeurt in de wereld en ook binnen Gods volk. Het derde gebod is er nu op gericht om ons daarvoor te bewaren.[2.4]

Wij mogen Gods verloste kinderen zijn en we mogen als gedoopten zijn naam dragen: God wil voorkomen dat ook u zou doen wat vandaag wél kan en veel gebeurt: ,,Gods naam ongepast gebruiken´´.

[3]
HOE KWETSBAAR IS GODS NAAM
1. Wat een wonder
2. Wat een geluk


1. (Wat een wonder) [4]

God maakt zich bekend op aarde, maar deze wereld is allang geen neutraal gebied meer. Gods naam daalt vandaag neer in een opstandige mensheid. Daarom ontstaat er ook misbruik, miskenning, vloek en spot. De goede naam wordt onthuld in een vijandige omgeving. Niemand wachtte erop. Mensen bouwen inmiddels in Babel hun eigen toren en verdedigen hun eigen naam. En dat de dood daarop volgt, vergeten ze. Daarom is de naam van die God van daarboven niet welkom en roept ze weerstand op. Gods naam is te goed voor déze wereld.[5.1]

En toch zwijgt God niet, maar stelt zich voor. De Koning landt bij de opstandelingen. Hij laat van zich horen en laat zich niet tot zwijgen brengen. Juist omdat de naam van God zich niet laat verdrijven van de aarde, zien we dat het misbruik ervan geweldig toeneemt. De aversie die mensen tegen deze naam koesteren loopt op en baant zich een uitweg.[5.2]

*

Dat gebeurt door vloeken. Daarbij wordt de naam omgebouwd tot een krachtterm om jezelf te handhaven. De naam wordt omgekeerd. Mensen maken bij het vloeken uit de vlag van de Koning een spandoek voor zichzelf. Nederland vloekt bij het leven totdat de dood erop volgt.

Maar ook in de meineed verandert Gods naam tot een dekmantel voor onszelf en onze duistere praktijken. De naam die gegeven is om bij God te schuilen, wordt een meineed om je zelf voor mensen te vérschuilen.

*

Helaas vinden we dit misbruik van de Naam ook onder Gods eigen volk. En op grotere schaal nog in vele andere vormen.[5.3]

Je hoeft er geen eed bij af te leggen om toch onder de christennaam gemene, oneerlijke, ontrouwe en onzedelijke dingen te doen. Alsof we gedoopt zijn in de naam van Jezus om nu misbruik te maken van onze vrijheid. Door onchristelijk leven beledigen wij de naam die over ons is uitgeroepen en we bewerken ook dat die naam door anderen gelasterd wordt om ons.

En soms zien we dat de naam van God wordt opgeheven over zaken die helemaal niet door God zijn bevolen. Ik denk aan de jarenlange bloedige strijd in Noord-Ierland tussen protestanten en roomsen in de naam van de God van de Oranje-orde of de katholieken. En ik denk aan de manier waarop de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika door de kerken jarenlang is verdedigd in naam van God de Schepper. En ik denk aan de manier waarop sommige mensen menen dat zij het trouweloos verlaten van hun man of vrouw kunnen goedpraten met een beroep op de Here die immers zou willen dat er niets tussen Hem en ons komt te staan.

De wereldgeschiedenis en de kerkgeschiedenis laten ons een zee van misbruik van Gods naam zien.

*

En daarin staan we dan meteen voor de oceaan van Gods geduld. Hij is lankmoedig en barmhartig. Hij wil liever de goddeloze niet doden. Zijn naam doet Hij op aarde niet inslaan als een kruisraket, maar Hij doet die landen tot redding van mensen. Daarom is God niet kortaangebonden, maar neemt Hij de tijd van zijn geduld.[5.4]

Hij is die Eigenaar van de wijngaard die zijn knechten stuurde. En al werden die de één na de ánder gedood, Hij stuurde er niet direct zijn leger op af. Integendeel: Hij zond zijn zoon. Hoe kwetsbaar! Want ook deze werd gedood. En pas na dit lange verhaal vol diepe liefde, komt het einde van de lankmoedigheid en pas dan komt de straf over de pachters van de wijngaard.

*

Zo menens is het God met zijn reddingsoperatie. Zijn naam is een lichtsignaal dat ons een weg wijst uit de dood. Het is een lichtsignaal in het duister van een eigenwijze mensenwereld. Daarom zijn er risico´s verbonden aan deze operatie. En daarom loopt de naam van God op aarde vele littekens op. Gods naam blijft niet ongeschonden op een veilige afstand van onze ellende. God gaat de duisternis binnen met zijn vriendelijke naam en ondervindt daarbij veel spot en verwerping. Hoe groot moet de liefde van de Almachtige zijn dat Hij niet rechtsomkeert maakt en zijn naam terugtrekt van de aarde! Hoe groot moet zijn genade zijn, dat Hij liever zijn naam laat schenden dan de wereld aan haar lot over te laten.

*

Het lijkt nu soms een mislukking te worden. Wordt Gods naam niet weggehoond van de aarde? Is het niet bijna gedaan met het christendom en met de naam van Christus? Dat lijkt soms zo, maar vergis u niet. De HERE bereikt wel degelijk zijn doel. Het geduld van God is effectief: Hij haalt werkelijk vele zondaars op en er is vis in zijn netten. En de naam wordt aangeroepen, hoe zwak soms ook. Midden in de storm van gevloek stijgt ook het gebed als een spiraal van reukwerk naar boven. Dit verwaait niet in de storm.[5.5]

Wanneer men in de dagen van Enos de naam van de Here begint aan te roepen, valt dit in die tijd minder op dan het geschreeuw van Lamech, maar in de hemel wordt Enos gehoord en God houdt hém onschuldig!

Bij de prestaties van de sterke Kaïn lijkt Abel maar een bleke figuur. Toch wordt zijn offer aangenomen door God. Ook al vloeit zijn bloed op de akker, de naam van God draagt hem de heerlijkheid binnen. God houdt hem niet schuldig!

En in de dagen van de goddeloze Achab, wanneer de naam van de HERE wordt afgedankt terwille van de Baäls en de Astartes, zijn er toch zevenduizend die hun knie niet voor de Baäl bogen en die de naam van de HERE vol ontzag aanroepen, zoals ook Elia dit deed. En zij mogen onschuldig worden voor God.

En wanneer Jezus Christus aan de vooravond staat van zijn arrestatie en kruisiging, dan lijkt het erop dat Hij vergeefs en voor spot de naam van de Vader heeft geopenbaard. Toch dankt Hij in zijn laatste, grote gebed voor de leerlingen die Hij kreeg. En Hij weet dat velen door hun prediking ook zullen gaan geloven in de naam van de Vader. En zij zullen door dat geloof worden behouden: zij worden voor eeuwig onschuldig gehouden!

De kwetsbare naam is door Gods geduld in alle eeuwen juist een wonder van redding voor velen die dood waren in hun zonden. Door Gods geduld bereikt de naam ook u en mij: God maakte er geen voortijdig einde aan. Hij trok zijn naam niet in gekwetste toorn terug voordat u en ik geboren werden. Wat een wonder! Hij liet zijn naam blijven, ondanks vloek en spot en meineed, opdat ook wij in die naam gedoopt zouden worden en door geloof behouden.

*

En daar gaat het om. God zal ons niet onschuldig houden wanneer dat geloof en dat gebed ontbreken in ons leven en wanneer wij de arke van behoud bespotten in plaats van erin plaats te nemen. De Here zal straffen wie Hem miskent.

Maar Hij zegt het van tevoren. Hij waarschuwt op tijd: neem de bijbel serieus, wees eerbiedig met de naam van God![5.6]

God heeft geduld. Maar het is geen spel. Het is zelfs levensgevaarlijk om de bijbel van je af te schoppen of van je af te schrijven of bij je eigen voorkeuren aan te passen, ook al kan het vandaag schijnbaar ongestoord. Het is levensgevaarlijk om Gods naam in een vloek te veranderen, ook al kijkt geen mens in Nederland daarvan op.

*

Broeders en zusters, oud en jong, wees zuinig op de naam. Kies de zijde van je God. Nu zijn naam in liefde zo kwetsbaar is, neem het daarvoor op. Schaam je niet voor het geduld van God.

Ban het vloeken uit je eigen leven. Uit de wereld kun je het niet bannen, maar wel uit je eigen leven. Uit je gedoopte leven! Want de Here zal niet onschuldig houden wie zijn naam misbruikt.

En laat je leven God niet uitdagen. Prikkel God niet door een grote spanning op te bouwen tussen zijn liefde en je eigen experimenten met alles in deze tijd. Je heet christen: wees het dan ook van harte!

Christenen uit één stuk, kinderen van God bij dag en nacht: daar gaat het om. Bedenk hoe ver zijn liefde gaat. En overwin het kwade door het goede. Je leert het kwaad van het vloeken en van een wereldgelijkvormig leven af door het te overwinnen met het goede van de verwondering: de verwondering over Jezus die God is en die zich kwetsbaar buigt om onze voeten te wassen. Wat doe je dáármee in je leven?



2. (Wat een geluk) [6]

Laat die verwondering ons steeds meer overweldigen: dat God zijn naam zo kwetsbaar maakt om mij te bereiken. Dat Hij ervoor wil waden door de modderstroom van Israëls geschiedenis, vol schoffering en blamage. Dat Hij er in zijn zoon de slagen door de dienaren van het Sanhedrin voor verdraagt. En dat Hij duldt dat de naam van Christus en van christenen zo vaak wordt vervolgd.

Jakobus schrijft in zijn brief: ,,Zie de Landman, en dat is God, wacht op de kostbare opbrengst van het land en heeft geduld´´ (Jk.5:7-11). [7.1]

En dan vervolgt Jakobus met de oproep: ,,Oefent ook gij geduld!´´ Wij leven in een situatie van misbruik en verwerping van Gods naam. Wanneer we in die situatie deze naam toch gaan hooghouden en ervoor willen uitkomen, dan zullen ook wij kwetsbaar worden. De dienaar steekt niet boven de Meester uit.

Petrus, onze apostel, bemoedigt ons wanneer we kwetsbaar gaan worden vanwege de naam die wij belijden: ,,Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust´´ (1 Pe.4:14). [7.2]

Wanneer je als jongere in eigen kring opkomt voor het heilig gebruik van Gods naam, kun je op school soms uitgelachen worden. Wanneer je christelijk wilt leven en de naam dragen op een schoon gewaad, kun je eruit liggen als ouderwets of preuts, ook binnen de kerk.

Gods naam heiligen in gebed en lied, ervoor opkomen en ernaar leven, dat maakt je vandaag kwetsbaar. In de wereld, en helaas ook vaak binnen de christenheid en de gemeente.

*

Maar dat is juist een geluk! God trekt je uit de modder. Het ijdele om je heen, wordt je vreemd. De naam sleurt je uit de diepe put van ijdelheid die voorbijgaat en waarin je steeds meer vastraakte. De naam van God trekt ons omhoog uit die trots en verbeelding die uiteindelijk leeglopen bij de dood. Gods naam trekt je uit dat oppervlakkige leven dat leeg blijft. Juist de binnenkomende naam van God en de kwetsbare liefde van Christus openen onze ogen ervoor dat de glamour van deze tijd een dodelijke ijdelheid der ijdelheden is. [7.3]

De kwetsbare naam van God is ons geluk. Farao kan minachtend op die naam neerkijken, maar Israël wordt daardoor gered uit de Rode Zee. En de wereld kan vandaag de schouders ophalen over Gods naam en over de bijbel van zijn openbaring, maar daardoor gaan wij toch maar net op tijd veranderen van gedaante. God maakt ons daardoor nieuwe mensen. De oude mens sterft af, het ijdele gaat voorbij. En de naam op ons voorhoofd gaat door de Geest ons innerlijk vernieuwen. Wij ontkomen aan het verderf dat door de begeerte in de wereld heerst.

Het is onvermijdelijk dat wij nu met een tere huid gaan leven in een ruwe wereld. En dat Lot dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gekweld heeft door het zien en horen van hun tegen alle wet ingaande werken (2 Petrus 2:7-8). Wanneer je je vandaag niet kwetsbaar gaat voelen in een losbandige wereld, dan is er nog iets mis met je. Wanneer je werkelijk een nieuwe huid krijgt, dan moet je wel kwetsbaar worden. Maar je bent wel van melaatsheid gereinigd! Wat een geluk!

*

Want juist in die kwetsbaarheid van jezelf wordt de Naam van je God een sterke toren, een schild, een toevlucht. Hij blijkt een wonder in je mond, een kracht in je leven. Een genezing van de onzin en onmacht en trots en onverschilligheid in deze onchristelijke cultuur. Een schuilplaats in een wereld die je vreemd gaat worden.[7.4]

We zwaaien niet trots met Gods naam in deze wereld als met een imponerend vaandel. Maar we nemen er de toevlucht toe. Niet ijdel gebruiken, betekent: schuilen.

Wat een geluk dat Gods naam voor ons niet een kille mededeling is, maar een reddende persoon. Niet een wet, maar vriendelijke ogen. Met zijn naam stelt Hij zichzelf aan ons voor: hier is je eeuwige Vader! In zijn naam kunnen we nu wonderen verrichten van volharding en liefde en blijdschap. Wat zijn wij goed af, wanneer zijn naam ons geneest en weer fijngevoelig maakt voor reinheid en heiligheid en eerlijkheid.

Dan worden we kwetsbaar in onze omgeving, maar steeds veiliger in de naam van onze Vader. Wat een geluk! Niet langer naamloos na de dood, maar veilig benoemd voor het leven! Voor eeuwig op naam gezet van Hem die blijft en die de wereld reinigt. Dat geeft ons een open deur. De naam van God is in ons leven een poort om door naar binnen te gaan. In gebed, in vertrouwen, in hoop. Een poort naar het licht dat blijft wanneer de ijdelheid van deze gevallen wereld in vuur vergaat.

Broeders en zusters, oud en jong: bemin de kwetsbare naam van uw God. Er is geen andere keuze dan die tussen vloeken en beminnen. Kies het beminnen. [7.5]

Kies de liefde voor deze kwetsbare naam. Als een libelle streek ze neer op ons haar, in druppels water bij de doop. Soms wordt de libelle verjaagd, het water weggeveegd. Maar wanneer je goed kijkt, is het ontroerend hoe kwetsbaar dichtbij God ons komt in zijn naam. Neem heel voorzichtig die naam in je hand, kijk er je ogen op uit, krijg een nieuwe naam. [8]

O tere naam,
neem mij mee:
maak van ons twee
één eigennaam.

Kwetsbare liefde,
geur in albast,
geef dat mijn leven,
bij u past.

O naam van God
aan het kruis geslagen:
U wil ik voorgoed
als schuilnaam dragen.


AMEN [9]


- Terug naar menu