- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 33:1,2 (Lof op de enige onzichtbare God)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 33:8 (Het vertrouwen op Gods geopenbaarde Naam)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Deuteronomium 4:1-20 (Horen, Niet zien en w├ęl geloven)
Zingen: Psalm 93(:1,2,3) (Hoog is de Ongeziene boven de wateren!)
Lezen: Heidelbergse Catechismus Zondag 35
Preek over Zondag 35 (Het tweede gebod)
Zingen: GK-2006 Lied 36:1,2 (Antwoordbede na de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 104:1,9,10 (Lof zij de Schepper uit ├│nze mond)
Zegen



Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 33:1,2 (Lof op de enige onzichtbare God)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Deuteronomium 4:1-20 (Horen, Niet zien en w├ęl geloven)
Zingen: Psalm 93(:1,2,3) (Hoog is de Ongeziene boven de wateren!)
Lezen: Heidelbergse Catechismus Zondag 35
Preek over Zondag 35 (Het tweede gebod)
Zingen: GK-2006 Lied 36:1,2 (Antwoordbede na de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 33:8 (Het vertrouwen op Gods geopenbaarde Naam)
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 104:1,9,10 (Lof zij de Schepper uit ├│nze mond)
Zegen


Preek over: Zondag 35

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



GEEN BEELDEN MAKEN VAN GOD

Zondag 35: Het tweede gebod

[1]
*


Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Het tweede gebod luidt kort en goed: ,,Beitel geen beeld van God┬┤┬┤. [2.1]

Sinds dit gebod heeft geklonken, is er iets heel revolutionairs gaan gebeuren in het Oude Midden-Oosten, zo┬┤n 3000 jaar geleden. Iets ongehoords.

Er kwam in deze wereld een volk met een lege tempel.
Wie had dat ooit gezien! Wie had dat ooit gehoord! [2.2]

Alle tempels zijn er immers terwille van het beeld. Daarvoor bouw je juist die tempel: om er een beeld in te plaatsen en om je god daardoor dicht bij je te hebben.

Maar dat volkje Isra├źl heeft een tabernakel, een tempel, waar niets in staat. Wel wat meubilair, maar geen beeld. Het lijkt een onbewoond huis. En hun God lijkt eindeloos ver weg.

Het was opzienbarend voor de volken in die tijd. We lezen in buitenbijbelse bronnen hoe ook de mensen in de tijd van de Romeinen zich daarover verbaasd hebben. Ze vroegen zich af: ,,Waarom is dit? Wat wil deze God met dit nieuwe?┬┤┬┤

We hebben het zostraks gelezen in Deuteronomium 4. De HERE wilde zijn volk er op deze manier aan herinneren, hoe zij bij de Sinai hadden gestaan. Hij was toen vlakbij hen. Ze hoorden zijn stem. Ze kregen zijn tien Woorden. Maar een gestalte zagen zij niet. Zo begon het: een Stem die in je oren klinkt, maar geen beeld om naar te kijken. Dat was de werkelijkheid bij de Sinai. [2.3]

En nu is het tweede gebod een herinnering aan hoe het begon. Er was die indringende Stem. En er waren die krachtige daden: welke god heeft ooit een volk met tien van zulke plagen uitgeleid en dwars door het water geleid naar de vrijheid? Maar er was geen zichtbare gestalte bij de Sinai. Laat Isra├źl daarom dicht bij God blijven door te luisteren en door gehoorzaamheid: beelden beitelen hoort daar niet bij.

*

Is dit nu omdat God een abstractie zou zijn? Alleen iets dat je je kunt denken, maar niet iets dat een gestalte heeft en dat je je kunt voorstellen? Van alles dat is, kun je je toch een beeld vormen? Waarom niet van God: is Hij te ijl voor beelden? Is Hij als lucht die geen vorm heeft?

Vandaag leeft er wel zo┬┤n soort godsbeeld bij veel moderne mensen, ook bij sommige christenen. Voor hen is bijvoorbeeld bidden niet meer het spreken in een bepaalde richting en naar een bepaalde Persoon. Bidden is voor hen een houding, een vorm die je aanneemt om daardoor het ongevormd aanwezige uit te drukken.

De bijbel leert ons echter niet om te geloven in een ijle, ongevormde God, een nevel die ongrijpbaar is. Integendeel. In Deuteronomium staat niet dat God geen gestalte heeft, maar dat men die niet heeft gezien. [2.4]

*

Natuurlijk is er de gestalte van God en bestaat dus zijn beeld.

In het begin schiep God de mens naar zijn beeld. Hoe zou dit ooit enige betekenis kunnen hebben wanneer God niet zelf een gestalte heeft?

En dezelfde Mozes die het volk leert om geen beeld te beitelen, mag iets van de HERE zien. Weliswaar bedekt de HERE bij die gelegenheid het gezicht van Mozes, maar toch mag hij van achteren iets zien van de glorievolle gestalte van God.

God is overal, maar niet als lege lucht. Hij heeft wel degelijk een adres en een woonplaats. De hemel is zijn troon en de aarde de voetbank van zijn voeten. Hij is niet overal en nergens!

God ziet alles, zijn ogen gaan over de hele aarde, en toch kan gesproken worden over bepaalde engelen die altijd voor zijn aangezicht staan. Die engelen zijn niet overal en nergens: zij staan op een bepaalde plek voor de troon van de HERE. Hun plaats is waar Hij zetelt!

En zo gebiedt het tweede gebod ons ook om te buigen voor de Almachtige. In het moderne christendom is misschien nog ruimte voor meditatie en voor gebedsmomenten van stilte, maar het buigen is er vaak niet meer. Buigen doe je voor een gestalte en in een bepaalde richting. Voor lucht kun je niet buigen, maar voor de HERE wel. Hij gebiedt het zelfs. [2.5]

Maar bij dat buigen mogen we nu geen beelden beitelen om ons te helpen.
Het tweede gebod leert ons knielen voor een lege nis.
De mens mag die niet invullen.

Niet buigen voor beelden. Maar het buigen blijft w├ęl. Niet voor steen en hout, maar voor God zelf. Voor Hem die naijverig is en geen beeld van ons voor zijn aangezicht verdraagt. Wanneer je buigt voor deze Almachtige en Naijverige moet je met lege handen komen. Dat is het tweede gebod.

We vatten daarom het tweede gebod zo samen: [3]

O MENS, BUIG MET LEGE HANDEN VOOR DE ALMACHTIGE!

En we zien waarom dit nodig is:

1. Hij is altijd h├│ger
2. Hij komt zelf dichtbij
3. Hij maakt zijn eigen beeld




1. (Hij is altijd hoger) [4.1]

De HERE verbiedt ons het beitelen van beelden niet omdat er niets valt af te beelden en uit te drukken.

Hij verbiedt het maken van een beeld aan ├│ns, omdat onze materialen ongeschikt zijn. Wij hebben een groot atelier met eindeloos veel attributen: de hemelen met sterren en vogels, de aarde met dieren en planten, de wateren met vissen van allerlei soort. Welke schilder heeft er ooit zoveel kleuren op zijn schilderspalet gehad en wie heeft er ooit zoveel vormen tot zijn beschikking gehad als de mens die niet op het doodse Mars woont maar op de kleurige aarde? We zijn nooit uitgeschilderd en er komt geen eind aan de inspiratie van de beeldhouwer en de musea raken er vol van.
En toch blijkt ons materiaal ontoereikend, want God is altijd hoger. [4.2]

De schepping verwijst wel naar hem. De orkaan is de echo van zijn stem. De zon is het nagloeien van zijn warmte. In de kracht van het paard vonkt de kracht van God. In de schoonheid van een mens zijn herinneringen aan de schoonheid van God. Maar Hijzelf is altijd hoger.

Zo heeft God het laten merken aan Job. Hij spreekt met hem over onweer en draken. Sporen van Gods werk, maar Job leert dat de Almachtige hoger is.

En Elia heeft het gemerkt: de storm bij de Sinai herinnert aan God en toch is Hij daarin niet. Hoger dan de storm is Hij en Hij woont in de diepe, ontoegankelijke Stilte!

*

De mensheid beitelt zich vandaag een wereld door de wetenschap en via de techniek en zij laat het daarbij. Ze maakt er een wereldbeeld van. Een wereldbeeld met een voetstuk dat we ,,evolutie┬┤┬┤ noemen. Een wereldbeeld met een uitstraling die we ,,vooruitgang┬┤┬┤ noemen. Mensen noemen die moderne wereld die zij vormen, ontdekken en benoemen niet God, maar ze laten het er verder bij. Meer valt er voor hen niet te zeggen: deze wereld, dat is het dan! En in feite wordt dit moderne wereldbeeld hun zo toch tot een afgod. Verder dan dit wereldbeeld hoeven we niet te gaan. Een hogere god is er niet. [4.3]

Maar God zelf wil juist dat wij boven al onze beelden uitkijken in het ongeziene. En dat betekent dat wij boven al het geschapene uitkijken en in Hem geloven. Er is iemand voorbij de atomen. Er is iemand achter de zwarte gaten in het heelal. Er heeft iemand de hand in de aardlagen. Je vindt Hem niet met microscoop en satelliet. Je vindt daarmee alleen alles dat in de hemel en dat op de aarde en dat in de wateren onder de aarde is. En het blijkt gigantisch veel te zijn. Je maakt er foto┬┤s van en grafieken en je schrijft er boeken over vol en documentaires voor de TV. Een gigantisch kijkboek: schitterende beelden. Onze wereld!

Maar God wil niet dat we ons hierop verkijken en dat dit ons eindbeeld wordt en dat we het daarbij laten en ons voor dit beeld nu buigen. Dat we buigen voor wat we zien op ons beeldscherm. Of dat we juist ophouden met alle buigen vanwege ons wereldbeeld, dat het einde zou zijn en dat volstaat met lucht, aarde en water.

God verbiedt die beeldvorming van beneden af. Want Hij is hoger. En dat is nu het eerste dat we moeten gaan leren als moderne mensen. Dat God ons te boven gaat. Dat God ook de beeldvorming vanuit het geschapene, ons onderzoeksveld, te boven gaat. Dat je dus moet buigen voor een Almachtige die je niet ziet en niet vindt en je niet kunt voorstellen. Dat je buigt omdat je zijn stem hoort. Een geluid dat ons doet opzien en doet beseffen dat er nog een hogere wereld is, een wereld achter onze muren.

*

Zo moeten we lucht, aarde en water leren gebruiken om stil te worden. Ademloos kijk je naar rivieren die buiten hun oevers treden en millioenen mensen zwijgend te sterk zijn. Groter dan de Yangtze is God! [4.4]

Hoog mag je opkijken van de diepten van het heelal, de ruimte, de enorme melkwegstelsels. Groter dan de ruimte is Hij!

Alle hoeken van het heelal zeggen tegen ons: ,,Wij zijn te klein, wij zijn Hem niet!┬┤┬┤ En zo moeten we gaan ontdekken dat er iemand is die nog wijzer is dan de dieren en de mensen. Ons netvlies en onze gedachten zijn boordevol, maar steeds horen we achter ons de stem: ,,Dit is Hij nog niet zelf┬┤┬┤

*

Want hoor de stem: ,,Ik ben de HERE, uw God, Ik ben een naijverig God┬┤┬┤. Hij is er wel degelijk. Hij houdt zijn gestalte schuil, maar Hij wil niet vergeten zijn in het geschapene. Hij zal de schuldige die zich opsluit in deze wereld niet onschuldig houden. De mens die wegkruipt achter de struiken, schrikt op van een stem: ,,Mens, waar ben je!┬┤┬┤

Daarom is het ook zo laag bij de grond wanneer we zouden zeggen: ,,Hoe kan ik in een God geloven die de oorlogsgruwelen en de mensenuitbuiting en mijn persoonlijk leed laat bestaan┬┤┬┤. Wij zien onrecht, wij dragen leed, wij snijden daarvan een beeld en denken: zo is God dus. En dan verwerpen we het beeld. Hoe zouden we in zo┬┤n God kunnen geloven. [4.5]

Maar dan hebben we het over ons gebeitelde beeld. Daarbij blijven we stilstaan. Onze fout is niet dat wij struikelen over de boomwortels op aarde, maar dat we denken dat we God zelf bij die boomwortels nu wel in beeld hebben.

Ook het leed en de ellende die de mensen overkomen, zijn niet geschikt om daarvan een beeld te beitelen van de Almachtige. Je kunt van God geen beeld maken, ook niet uit de modder van de aarde. In de bijbel worden grote voorgangers tot zwijgen gebracht wanneer zij tegen God in opstand komen. Mozes, Elia, Job: zij leren de hand op hun mond te leggen. De dichter van psalm 73 ontdekt dat hij zich vergiste toen hij zijn ervaringen van leed en onrecht omzette in een godsbeeld dat hij wilde weggooien.

Het tweede gebod leert ons bescheidenheid. Een mens kan zich kapotdenken over God, maar hij moet zijn gedachten stilleggen en openstaan voor het Wonder dat hoger is dan al onze voorstellingen.

Dat geldt ook voor heel ons spreken over God, ons belijden: daarin verwoorden wij wat de Schrift openbaart. En dan sluiten mensen soms God daarin op. Er kan een benauwend Godsbeeld ontstaan. Alsof God op de maat is gesneden van onze formuleringen. Die formuleringen kunnen goed zijn, maar zij blijven mensenmaat. Wanneer we voor God komen te staan, dan kunnen we niet een papier uit onze zak trekken en zeggen ,,ja het klopt, we herkennen u┬┤┬┤. We zullen het wel laten. We zullen als dood voor zijn voeten vallen: kan iemand God zien en leven?

Dit diepe gevoel van ontzag voor Iemand die al onze voorstellingen en woorden te boven gaat ontbreekt steeds meer in onze cultuur. Het is vaak wel aanwezig bij volken die afgoden dienen, maar daar wordt dit gevoel tot angst en schrik en het wordt omgezet in het maken van beelden (soms heel griezelige beelden) waardoor men dat ontzag probeert te bedwingen en hanteerbaar te maken.

Nu zijn de beelden uit onze cultuur verdwenen. Mensen zijn voor de dood niet meer bang! En daarmee hebben we toch een beeld gemaakt van God: een beeld dat ons niet meer beangstigt. Als Hij er is, zal Hij ons niet deren!

Maar dan klinkt in onze moderne tijd opeens het brullen van de leeuw: ,,Ik zal niet onschuldig houden!┬┤┬┤

Het tweede gebod neemt ons alle beelden en voorstellingen uit handen en zegt: Hij is er wel degelijk zelf en Hij is groter! Daarmee roept dit woord ons tot eerbied, tot heilig ontzag en tot intense nederigheid.

Moge ons praten over God weer doortrild worden van heilige siddering: hoe zou iemand God zien en leven! Laat ons nooit over Hem spreken en aan Hem denken, zonder eerst en steeds weer ons hoofd, dat denkende en protesterende en eigenwijze hoofd, oprecht en diep voor Hem te buigen!

God is altijd hoger: dat is het eerste. Wie daar niet begint, raakt voorgoed de weg kwijt.
Maar dan is er ook een tweede: God die altijd hoger is, komt z├ęlf dichtbij.


2. (Hij komt zelf dichtbij) [5.1]

Het tweede gebod is als een lege nis: gevuld met een onzichtbare Stem. De beitel valt uit onze handen en bevend buigt een mens voor de Onzichtbare die een ontoegankelijk licht bewoont.

Maar waarom blijft de tempel leeg? Waarom is er eigenlijk die lege nis?

Zij herinnert ons eraan dat er wel degelijk een richting is waarin je moet kijken (de hemel) en een aanwezigheid (daarboven) en een beeld (een werkelijkheid)!

Er is echt wel een gestalte van God, maar de mens kan die niet uitvinden. En hij is ongeschikt om er een beeld van te maken.

Het tweede gebod is de leegte die uitziet naar een werkelijkheid. Een werkelijkheid die wij niet naar ons toe kunnen halen, maar die God zelf dichterbij brengt op zijn eigen tijd.

Want God heeft later in deze wereld zijn gestalte wel degelijk laten zien.

Jezus Christus is het beeld van de onzienlijke God. Wie Hem gezien heeft, heeft de Vader gezien. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader. Jezus is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen. Hier staat het beeld van God voor ons in levende lijve! [5.2]

Maar wie had deze gestalte bedacht? Zij is verborgen geweest voor de verstandigen, de rijken en de edelen. De oude filosofie en wetenschap zijn nooit op het idee gekomen van een God die zich in zijn zoon opoffert voor de wereld. Geen mens heeft ooit gedacht dat God zijn zoon zou doen sterven aan een kruis.

En nu staat Hij daar. Gods beeld! Kunnen wij dat beeld van God nu dus w├ęl tekenen en beitelen? Kunnen we het doen via plaatjes in de kinderbijbel en door crucifixen met een stervende Jezus in de kerk? Hebben we nu eindelijk beelden genoeg om voor te buigen en te knielen in de kerkgebouwen, met kaarsen en wierook? Kunnen we het godsbeeld nu vangen in Jezus-films?

Het lijkt zo, maar dan vergeten we ├ę├ęn ding. De evangeli├źn laten ons maar het achterste van de gestalte van God zien. Het is nog maar een glimp. Want de evangeli├źn beschrijven ons de vernederingstijd van Jezus. Zijn echte en volledige beeld als afspiegeling van de Vader wordt groter en groter na Pasen. Het ontstijgt ons in de hemelvaart en wordt aan ons oog onttrokken. En wanneer Johannes de zoon van Zebede├╝s zijn meester later nog een keer vanaf Patmos te zien krijgt, is het nog altijd de man met wie hij talloze malen heeft zitten eten en drinken, maar zijn gestalte is nu zo gestegen dat Johannes als dood voor zijn voeten neervalt. Als dood voor die ogen als een vuurvlam. Als dood voor die stem die klinkt als het brullen van vele wateren. Als dood voor dat gezicht waarin je evenmin kunt blijven kijken als dat je in de zon kunt staan kijken. [5.3]

Wanneer Jezus verschijnt, laat God zijn gestalte zien. Maar beitel en hamer vallen ons uit handen op Golgota en op Pasen, wanneer God zelf nabij komt en ons ontmoet.

Het beeld van God kun je niet omvatten, je kunt het alleen aanbidden. Aanbidt de Vader in de Zoon!

En dat moeten we dan ook zeker doen. Want sinds Jezus op aarde was, weten we heel zeker dat die nis van het tweede gebod niet leeg blijft omdat God niet dichtbij wil komen. Dat gevoel hadden de heidense volken wanneer ze naar Isra├źl keken: dat leek het volk van de verre God. Hun God wil zeker niet dichtbij zijn in een beeld, in aards hout of steen, spijkervast. [5.4]

Maar de waarheid is anders. God wil wel degelijk dichtbij komen bij ons. Maar niet in hout of steen. Hij wil zijn handen zegenend op ons leggen, doorboorde handen!

Dat kunnen wij niet maken. Op deze manier kunnen wij God niet dichterbij halen, door een beeld, met een beitel. God wil dat wij met lege handen buigen omdat Hij zelf en Hij alleen dichterbij ons wil komen. Hij slaat zelf de spijkers in de handen van zijn zoon. Hij is het zelf die zijn beeld dichtbij brengt, spijkervast! En wij zien dat Hij dood geweest is en leeft tot in alle eeuwigheden. Daar staan wij met lege handen bij en laten ze vullen. Daar buigen wij zonder beelden en laten ons verzadigen met het beeld waarin God zelf ons verschijnt in Jezus uit Galilea.

Gij zult u geen gesneden beelden maken: God zal zichzelf een beeld voorzien, o mens!

Zo leren we dat God altijd hoger is en z├ęlf dichtbij komt.
En tenslotte zien we ook nog dat God zelf zijn eigen beeld maakt.


3. (Hij maakt zijn eigen beeld) [6.1]

Hoe mogen wij nu deze Here w├ęl dienen?
Niet vanuit onze beeldvorming.
Maar door te luisteren.
Wie mijn geboden bewaart, die is het die Mij liefheeft.
Want die mens geeft zich over en houdt op het altijd b├ęter te weten dan God.
Het ligt ons w├ęl om het beter te weten. Kijk maar naar Petrus op de berg van de verheerlijking (,,laten we hier drie tenten maken┬┤┬┤) en bij de voetwassing (,,u zult mij de voeten niet wassen┬┤┬┤) en bij de aankondiging van het lijden en de verloochening (,,dat zal niet gebeuren┬┤┬┤). Steeds speelt daar nog een voorstelling over God in zijn achterhoofd dwingend mee. Hij struikelt over zijn beeldvorming.

En dat gebeurt door de hele kerkgeschiedenis. ,,Wij kunnen ons niet voorstellen dat God dit (niet) goed zou vinden┬┤┬┤. Of: ,,Wij kunnen ons niet voorstellen dat God niet alsvolgt zou zijn┬┤┬┤. Onze voorstelling van God (gesneden en soms heel fraai) bepaalt dan onze houding en ook ons gedrag.
Maar luisteren is beter dan offers. [6.2]

Luisteren is moeilijk. Het ligt ons niet erg.

Wij leven in een tijd van weinig luisteren en veel je mening geven. Dat merk je ook op de catechisaties en de bijbelstudiekringen. Ook daar zit het ons in het bloed, die infectie om over God en zijn dienst te praten vanuit je eigen idee en beeld. Let maar eens op hoe vaak je hoort ,,dit vind ik┬┤┬┤ of ,,daar kan ik me niets bij voorstellen┬┤┬┤. En gelijktijdig besteden we dan soms weinig of geen tijd aan bidden, vragen, nadenken, bijbellezen, voorstudie. Laten we dat gaan veranderen. Laten we de catechisaties en de verenigingen weer in de eerste plaats gebruiken om ons samen open te stellen. Om te luisteren. En aan de lijn te zijn. En dan niet om zelf te praten, maar om te vragen dat we wijs worden met de hemelse wijsheid.

Soms zal dit tot behoorlijke beeldcorrecties leiden in onze idee├źn en in ons gedrag. Er zijn namelijk heel wat beeldjes in je hoofd geplant, via de massamedia en de suggesties van onze cultuur. Het zal ons moeite genoeg kosten om die beeldjes weg te doen. Een beeldenstorm tegen stenen beelden in de kerk is een stuk gemakkelijker dan een beeldenstorm tegen de vele beeldvorming die ons vandaag in hoofd en hart wordt opgedrongen, ook door veel christelijke media.

Luisteren met lege handen.
Dat is ook de kern van de kerkdiensten.
Beelden kunnen dat niet vervangen.
Ze kunnen het wel ondersteunen. Als ze maar van zichzelf afwijzen en ons niet verleiden om voor hen te buigen.

De catechismus is behoorlijk fel over beelden in de kerk. Geen wonder: het was helemaal misgegaan en het gaat in de rooms-katholieke kerk nog vaak heel erg mis op dit punt.

Het gaat niet mis omdat er platen of beelden zouden zijn in een kerk. Wanneer er soms kindertekeningen of bouwfoto┬┤s in een vrijgemaakte kerk mogen hangen, waarom zou een kunstenaar dan niet een kruisweg mogen ontwerpen of een ikoon van Christus-overwinnaar of een liturgisch kleed?

Het moet kunnen, maar het kan toch vaak niet. De geschiedenis maakt ons verlegen. Veel bleek niet te kunnen. We zullen dus met overleg te werk moeten gaan, ook bij het inrichten en versieren van onze kerkgebouwen.

De christelijke kerk is ook op dit punt niet altijd een succes-verhaal.
Maar het is wel een gemeenschap waar mensen als Petrus en u steeds tot de orde worden geroepen.
Ook door dat tweede gebod.
Het zet ons stil.
En leert ons weer luisteren.

Het doet ons groot van God denken: Hij laat de oceanen achter zich!
Het doet ons klein van onszelf denken: wij zouden nooit op het beeld van God zijn gekomen.

En waarom blijft de nis, waarvoor wij buigen, leeg en moeten wij met lege handen staan en de oren openzetten voor de Stem? Omdat God - en dit is de grootste verrassing - zijn eigen beelden wil maken en dat zijn wij! God wil door zijn woord en door de Geest van Christus zo lang en zo ingrijpend aan ons beitelen dat wij perfecte beelden worden. Geen beelden om voor te buigen, maar beelden die zelf buigen voor hun God. [6.3]

Heel de genadige openbaring van God is gericht op het herstel van de mens als Gods beeld. Op het besnijden van ons hart. God is de grote Beeldhouwer. En Hij maakt geen beelden van hout of steen, maar beelden van vlees en bloed, met namen van jongens en meisjes, mannen en vrouwen!

Paulus herinnert in 2 Korinti├źrs 3 aan de Sina├». Mozes┬┤ gezicht weerspiegelde daar soms de glans van Gods glorievolle verschijning. Het was een uitzondering. Maar het was ook een indrukwekkend voorteken. Die kant gaat het op! Mensen met een hemels glanzend gelaat! Paulus schrijft in dit hoofdstuk over ons die de glans van God in Jezus Christus hebben gezien. Die glans zal ook ons deel worden. De apostel zegt dat in een wat lange en op het eerste gezicht wat ingewikkelde zin:

,,Wij allen, die met onbedekt gezicht de luister van de Here aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Here naar de luister van dat beeld worden veranderd┬┤┬┤ (2 Korinti├źrs 3:18).

Een moeilijke zin over een onvoorstelbare werkelijkheid. God laat zich zien in Jezus. Wij zien Jezus, onze Heiland. Wij ontvangen zijn Geest. En dan gaat Hij ons transformeren. Er begint een gedaanteverwisseling. Een gedaanteverwisseling die van u en mij een beeld van een mens maakt. We gaan het beeld van Christus vertonen. Spiegelbeelden worden we, stralend en imponerend.

Dat is God met ons van plan. Daaraan werkt Hij door zijn woord.

Daar is Hij dan ook heel zuinig op. Hij kan het niet hebben dat je Hem hierin voor de voeten loopt en dwarsboomt. Hij is hierin naijverig: Hij duldt dat dwarsbomen niet! [6.4]

Hij laat het nooit toe dat iemand in zijn atelier de beelden in wording zou kapot maken. Hij houdt de schuldige niet onschuldig.

En Hij is blij met ieder die zich onderwerpt aan de beitel van zijn woord en Geest, en die zich laat veranderen van een afgodsdienaar tot een eerbiedige dienaar. Tot een mens die leert om met lege handen voor de Almachtige te buigen. En die zich als materiaal beschikbaar stelt om gebeiteld te worden tot een beeld van God. Een beeld waar de engelen voor zullen buigen.

De nis van het tweede gebod blijft leeg.
En wacht op ├║w gedaanteverwisseling.
God wil afgebeeld worden!
In u, in jou!
Eens en voorgoed!


AMEN [7]



- Terug naar menu