- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden maar ook als onderdeel van een blokje van vier preken over Romeinen 1 en 2.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst:
Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 106:1,2 (,,Looft nu de HEER, want Hij is goed!'')
Wet van de Here
Zingen: Psalm 143:1,2,8 (Gebed om een genadige Rechter)
Gebed
Lezen: Romeinen 1:28-2:11
Zingen: Psalm 101(:1-6) (,,Ik delg de bozen uit, dat Sion zij van onrecht vrij'')
Tekst: Romeinen 2:1-11
Preek over Romeinen 2:1-11
Zingen: GK-2006 Lied 79:4,5,6 (Biddend op weg naar de rechter van 't heelal)
Gebed
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 139:5,6 (Geef dat wij bij Uw komst onstraflijk wezen mogen)
Zegen


Middagdienst:

Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 106:1,2 (,,Looft nu de HEER, want Hij is goed!'')
Gebed
Lezen: Romeinen 1:28-2:11
Zingen: Psalm 101(:1-6) (,,Ik delg de bozen uit, dat Sion zij van onrecht vrij'')
Tekst: Romeinen 2:1-11
Preek over Romeinen 2:1-11
Zingen: GK-2006 Lied 79:4,5,6 (Biddend op weg naar de rechter van 't heelal)
Gebed
Apostolicum
Zingen: GK-2006 Lied 165 (Machtige God, sterke Rots)
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 139:5,6 (Geef dat wij bij Uw komst onstraflijk wezen mogen)
Zegen


Preek over: Romeinen 2:1-11

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina



GOD IS EEN ONPARTIJDIG RECHTER VOOR ALLE MENSEN

Romeinen 2:1-11: ,,God beloont ieder mens naar zijn daden┬┤┬┤


*
[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Aan het begin van deze dienst klonken de zo bekende en blijde woorden ,,Genade en vrede voor u!┬┤┬┤. Dat is Gods welkom voor allen die op Jezus vertrouwen. Wij leven door Hem in vrede met God en we mogen elke dag binnengaan in het licht van zijn gunst. Ook de zondag.

Stel u nu eens voor dat ik de dienst met heel andere woorden was begonnen: ,,Gericht en oordeel wachten u allen!┬┤┬┤ Dat zou niet alleen veel somberder hebben geklonken, maar we zouden er misschien ook wel tegen geprotesteerd hebben. We zijn als christenen toch juist onttrokken aan het oordeel? En na Golgota is er toch geen gericht meer voor de gemeente? We leven toch na de Grote Verandering! [2.1]

U zou gelijk hebben met uw protest tegen zo┬┤n opening van de dienst: de zegengroet aan het begin moet werkelijk beginnen met genade en vrede. Het offer van Christus geeft ons vrede! Maar in deze kerkdienst wordt dan vervolgens ook de Schrift gelezen: daarvoor zijn we bijeengekomen. En in die schriftlezing hoor je dan opeens een zin die helemaal niet lijkt te passen bij die groet en die helemaal niet thuis lijkt te horen in deze kerkdienst. We horen Paulus zeggen:

,,God beloont ieder mens naar zijn daden┬┤┬┤ ,,op de dag dat Hij zijn rechtvaardig vonnis uitspreekt en uitvoert┬┤┬┤ (2:5-6).

[2.2]
Dit is nu ├ę├ęn van die teksten in de bijbel, die wij er niet verwachten. Wanneer het niet in Romeinen 2:6 stond, zouden we denken dat het een ketterij was: ,,God beloont ieder mens naar zijn daden┬┤┬┤. Dat staat toch haaks op het geloof dat wij door genade alleen worden behouden en niet door de werken? Hoe kan Paulus dit schrijven? Vaak lezen de mensen maar gauw door naar hoofdstuk 5. Toch staat hoofdstuk 2 niet voor niets in deze brief. Misschien wilde je er liever geen preek over maken, maar wanneer je een vervolgserie over Romeinen gaat houden, zul je wel m├│eten. Je wordt bij het maken van de preek gedwongen om ook hier stil te staan en ook hierover na te denken. Ook dit onderwijs van de Schrift moet een plaats krijgen in mijn en uw leven, zoals het een plaats heeft in deze brief aan Rome.

Deze uitspraak van Paulus is immers niet een uitzondering in de bijbel. [2.3]

Er staan veel meer van dergelijke woorden in de Schriften. Zo zegt Jakobus dat je een dwaas bent als je niet beseft dat geloof zonder daden nutteloos is (Jak.2:20). En de Here zelf geeft de volgende belofte aan het einde van de bijbel: ,,Ik kom spoedig, en heb het loon bij me om iedereen te belonen naar zijn daden┬┤┬┤ (Openb. 22:12)! Het is toch niet zo vreemd wat Paulus schrijft, ook al klinkt het ons onwennig in de oren.

Vreemd is eigenlijk veelmeer dat wij deze boodschap van Gods gericht over alle daden soms maar moeilijk een plaats kunnen geven in ons geestelijk leven. Hoe komt dat toch dat wij daar te weinig ruimte voor hebben? En dat je vandaag in programma┬┤s met of voor ongelovigen zelden hoort spreken over Gods komende gericht. En dat je ook weinig christenen hoort die zich afvragen of zij dat komend gericht wel zullen doorstaan. [2.4]

Blijkbaar hebben we soms toch een wat te eenzijdige kijk op genade en vrede. Wanneer ,,genade┬┤┬┤ zoiets gaat betekenen als ,,alles is al vergeven┬┤┬┤, dan lijkt het inderdaad vreemd dat er nog een oordeel komt over onze werken.

Terwijl onze vaderen in vroegere eeuwen vaak spraken, schreven en zongen over het komend oordeel, denken velen vandaag zelfs wel dat er helemaal geen gericht meer is voor de gelovigen. Bij het sterven wordt dan ook vaak gesproken alsof er geen oordeel meer komt. Alsof het sterven het laatste en beslissende moment is. Ook in rouwadvertenties en op grafstenen lees je zelden meer iets over de verwachting van het komend oordeel. Het lijkt er soms op dat genade een streep zou zijn door het eindgericht. Dan zou genade betekenen dat je zaak niet meer voorkomt en geseponeerd is.

Maar de apostel Paulus leert ons heel anders. Zo schrijft hij in 2 Korinti├źrs 5:10 dat ieders zaak nog moet voorkomen:

,,Wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht┬┤┬┤.


En de Heiland zelf heeft meer dan eens gesproken over zijn komst op de wolken en zijn rechtszitting die dan wordt gehouden over alle volken, over de schapen en de bokken.

Paulus herinnert ons in Romeinen 2 aan een vandaag soms wat vergeten werkelijkheid: wij zullen allen nog voor de Rechter verschijnen. En dan maakt God geen onderscheid: Hij trekt niemand voor boven een ander. Het is werkelijk r├ęchtspraak! Dat heeft bij Paulus de nadruk, dat er geen aanzien van persoon is bij God! Joden en Grieken, kerkmensen en niet-christenen hebben allemaal verantwoording af te leggen.

Paulus schrijft dit niet om de lezers van zijn brief bang te maken, wel om ons serieus te doen uitzien naar de Heiland en zijn verzoenend werk. We zullen het nog nodig hebben! [2.5]

Laten we op tijd beseffen dat God een onpartijdig rechter is. Zonder advocaat kan niemand de toekomst overleven! Wanneer er geen dag van oordeel meer zou komen, had Paulus de lange brief aan Rome over het grote werk van Christus, over de grote verandering door de Geest en over het christelijke leven niet hoeven te schrijven. Maar juist omdat hij zoveel goeds heeft te vertellen over Gods reddingsoperatie, staat hij ook stil bij de dringende noodzaak om je op die redding voor te bereiden, of je nu een heidense Griek bent of een gelovige Jood.

[3]

GOD IS EEN ONPARTIJDIG RECHTER OVER ALLE MENSEN
1.

Hij gaat niet af op uiterlijke verschillen tussen mensen (2:1-3).
2.Hij vraagt van geen mens terug wat Hij niet eerst gaf (2:4-6).
3.Hij heeft het goede voor met alle mensen (2:7-11).



1. (Hij gaat niet af op uiterlijke verschillen tussen mensen (2:1-3)). [4]

Wanneer wij denken aan het gericht van God over al ons doen en laten, dan weten we allemaal wel dat we niet volmaakt zijn. Toch zijn we snel geneigd om te denken dat ons proces er heel anders uit zal zien dan dat van een moordenaar aan het kruis of van een goddeloze koning als Manasse of van allerlei vandalen en criminelen. Er is nu eenmaal verschil onder de mensen. [5.1]

En als we om ons heen kijken, dan staan we vaak aan de goede kant. We hebben een afkeer van diefstal en geweld, we moeten niets hebben van allerlei losbandigheden. We veroordelen allerlei verschijnselen en personen in onze samenleving heel scherp. Denk niet dat wij gemene zaak maken met misdadigers! En wij menen dat. [5.2]

Er is op aarde ook werkelijk een groot verschil tussen weldenkende mensen en losbandigen, tussen verantwoordelijke burgers en onverantwoordelijke. En we zijn snel geneigd om te denken dat die verschillen ook van belang zullen zijn bij Gods gericht. Het zal er voor ons toch wel anders uitzien bij Gods oordeel dan voor veel andere mensen, denken we.

Paulus kent die cultuur van verontschuldigingen. Hij weet hoe mensen zichzelf verontschuldigen door anderen te veroordelen. Dat is eigenlijk al begonnen in het paradijs. Adam veroordeelde Eva die hem van de verboden vrucht had gegeven en door dat oordeel leek hijzelf onschuldiger. En Eva veroordeelde de slang die gelogen had en door dat oordeel leek zijzelf eigenlijk onschuldig. De mensengeschiedenis is een lange geschiedenis van verontschuldigingen. ,,Z├│ ben ik niet!┬┤┬┤. Mensen spelen de vermoorde onschuld.

En wanneer we anderen veroordelen voelen we onszelf daardoor zelfs al een beetje gerechtvaardigd. Als de betere burger of de betere buur. Als de nettere man en de trouwere vrouw. ,,Ik dank u dat ik niet ben zoals die tollenaar┬┤┬┤ zegt dan de Farizee├źr. En als we zoiets niet z├ęggen, dan d├ęnken we het vaak toch w├ęl. De uiterlijke verschillen in de mensenwereld zijn gigantisch groot. Dit leidt tot oordelen en veroordelen en ook tot zelfvertrouwen.

*

De apostel Paulus gaat daarop in bij 2:1. Hij schrijft daar:

,,Natuurlijk, u veroordeelt dit alles┬┤┬┤.


Dat veroordelen is wel terecht. Maar het kan je niet leiden tot zelfvertrouwen tegenover God. Paulus vervolgt immers met te schrijven:

,,Maar u bent evenmin te verontschuldigen. Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook.┬┤┬┤

[5.3]
Klopt dit nu wel? Wij maken ons toch niet allemaal schuldig aan de criminaliteit en losbandigheid die we veroordelen? Dat is waar. Maar waar komt die criminaliteit vandaan? Wat is de wortel? Dat heeft Paulus uiteengezet in hoofdstuk 1:18-32. De wortel waaruit alle kwaad voortkomt, is de miskenning van de Schepper en het tekort aan dankbaarheid en eerbied voor Hem. De gevolgen zijn spectaculair en halen de pers, maar de stille oorzaak is veel ernstiger en schokkender: de ontkenning van onze Maker.

Wie God buiten zijn leven houdt, komt z├ęlf in beeld. En dat kan op heel verschillende manieren. Bruut en gewelddadig: echt om te veroordelen! Maar het kan ook ijdel en zelfvoldaan. Dat ziet er een stuk vrediger uit en dat verwerft meer goodwill, maar in feite doe je hetzelfde: God miskennen in je doen en laten!

De vraag is niet hoeveel je in uiterlijk gedrag verschilt van andere mensen, maar hoeveel je verschilt van hen door je dankbaarheid en door het eren van God met al je daden! De Here zal in zijn gericht niet afgaan op de uiterlijke verschillen. Die zijn belangrijk voor onze samenleving en ook voor de aardse rechtbank, maar ze vallen weg als je voor God komt te staan. Dan komen diepere dingen open te liggen voor zijn doordringende ogen. Niet hoe je oordeelde over anderen, niet of je beter was dan anderen, maar of je goed was voor God in je daden en gedachten. Dat telt. [5.4]

*

Broeders en zusters, laten we onszelf hierop toetsen: voor God is d├ít alleen beslissend. Niet het uiterlijke verschil tussen de mensen is bepalend in het gericht. U kunt zich niet rechtvaardigen omdat u er beter uit zag dan veel tijdgenoten. U kunt zich daardoor wel overeind houden voor de publieke opinie van de mensen. Maar niet voor God. Voor Hem is de is de vraag niet of u van h├ęn verschilt, maar of u toegewijd was aan H├ęm in alle dingen.

God ziet de persoon niet aan. God gaat niet af op de uiterlijke verschillen tussen de mensen. Dat geldt niet alleen negatief, maar ook positief. Wanneer de moordenaar aan het kruis smeekt om genade, dan gaat het paradijs open voor die crimineel. Dan zie je het heel duidelijk. Het beslissende verschil is niet of je een hogepriesterlijk gewaad draagt dan wel aan het kruis hangt als een crimineel. Het beslissende verschil is of je God zoekt met je hele hart en of je zijn genade inroept uit de diepte van je schuld. Dat alleen maakt het grote verschil uit in het gericht dat komt.

Kijk daarom als het over Gods gericht gaat niet opzij in uw leven, kijk alleen omhoog.
Vergelijk u niet met de andere mensen, maar smeek of u aan Gods beeld gelijkvormig mag worden.
Daar gaat het om in zijn gericht. Dat zullen we merken op de jongste dag. En het is goed dit op tijd te weten.


2. (Hij vraagt van geen mens terug wat Hij niet eerst gaf (2:4-6)). [6]

Bij veel mensen rijst hiertegen echter protest: wat heeft God voor recht om ons op deze manier te beoordelen. Voor veel mensen is God een vreemde: waarom zou Hij dan een oordeel mogen uitspreken over hun daden? [7.1]

Het lijkt op wat we horen in de gelijkenis van de talenten. Dan zegt de ongeïnteresseerde knecht die niets doet met zijn talent:

,,Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant┬┤┬┤ (Matth. 25:24).


Deze knecht had geen gelijk. De Heer had hem een talent in bruikleen gegeven. De Heer had gezaaid en geplant. Maar de knecht heeft daar niets mee gedaan en hij miskent zelfs die werkelijkheid. We vinden het terecht dat zo┬┤n man veroordeeld wordt. Hij liegt immers over zijn heer! [7.2]

Maar is dit onderdeel van Jezus┬┤ gelijkenis niet in het klein de werkelijkheid van alle mensen op aarde? Paulus zegt in vers 4:

,,Veracht u dan Gods onbegrensde goedheid, geduld en verdraagzaamheid, en weet u niet dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen?┬┤┬┤


De apostel herinnert de lezers eraan, dat God niet een rechter is die vanachter de schermen plotseling te voorschijn komt aan het einde van de tijden. God is altijd en eerst de goedheid zelf en Hij is een God van eeuwenlang geduld en vergaande verdraagzaamheid. [7.3]

Stel u eens voor dat u mensen gastvrijheid verleent in uw huis en dat zij u vervolgens vastbinden aan een stoelpoot om daarna uw koelkast leeg te eten, uw meubilair kapot te maken, de lampen stuk te gooien en in uw bankstel te gaan zitten om te drinken en te kletsen zonder dat ze zich ook maar iets meer van u aantrekken. Alsof u er niet bent. Alsof het uw huis niet is. Alsof u niet bestaat. Is dat niet afschuwelijk?

Maar stel u nu eens voor dat zij u n├şet zouden vastbinden en toch al die dingen doen. En dat u wel protesteerde, maar het toch allemaal zou l├íten gebeuren. Terwijl zij doen alsof u niet bestaat, staat u er zelf bij en belt voorlopig niet de politie. Is dat niet het toppunt van verdraagzaamheid?

Wat voor zin heeft zulke goedheid? Ze heeft alleen maar zin als mensen daardoor tot bezinning gaan komen en zich gaan schamen. Het werkt alleen maar goed uit, wanneer het tot die mensen doordringt waar ze mee bezig zijn, zodat ze zich intomen en de schade proberen te herstellen en hun excuses gaan aanbieden voor hun misbruik van je huis.

Wat voor zin heeft Gods verdraagzaamheid? Ze heeft alleen maar betekenis doordat ze mensen tot inkeer wil brengen. [7.4]

Als dat berouw en die inkeer uitblijven, net als in de jaren voor de zondvloed, dan komt er een moment waarop Gods maat vol is. Zijn geduld is onbegrensd, maar zijn goedheid wordt geen dwaasheid. Er komt een ogenblik waarin het geduld ten einde is. God zal zijn schepping niet opofferen aan de dwaasheid van de mens, ook al heeft Hij lang geduld.

De tijd van het gericht komt over allen die ,,de waarheid niet eerbiedigen┬┤┬┤ en die de werkelijkheid van God niet respecteren in deze wereld. Want de waarheid van deze wereld, dat is God zelf, de Eeuwige, Schepper en Vader, te prijzen tot in eeuwigheid!

In het gericht zal niemand kunnen zeggen dat God wil oogsten waar Hij niet zaaide. N├║ is het zijn zaaitijd. Nu Hij ons allemaal het leven en het zonlicht en veel gaven van verstand en lichaam geeft. Straks is het oogsttijd: wat heb je daarmee gedaan voor Mij?

Paulus schrijft:

,,Weet u niet dat zijn goedheid u tot inkeer wil brengen?┬┤┬┤(2:4slot).


De apostel schrijft dit niet alleen voor mensen die wij terecht moeten veroordelen. Hij schrijft het voor ons allemaal. Leven we elke dag in het besef dat wij gasten zijn in het huis van de Schepper?

In Isra├źl mocht land nooit voorgoed verkocht worden. De HEER zegt dan:

,,Het land behoort Mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn┬┤┬┤ (Lev. 25:23).


Daarom zegt de dichter van psalm 119:

,,Ik ben een vreemdeling op aarde, verberg uw geboden niet voor mij┬┤┬┤ (Ps.119:19).


Maar veel mensen leven maar door alsof God er niet is: zo sparen zij toorn op. Zij dagen God uit: Hij ziet het toch niet. In plaats van zich te schamen, denken ze met onbeschaamd gezicht in het bezit van hun volle mensenrechten de wereld in te kunnen kijken. God ziet dat, maar Hij zwijgt er nog over in zijn geduld.

En ook als christenen kunnen wij dingen doen in ons leven die helemaal niet passen bij onze Schepper. In het verborgen hebben we dan ook de houding van een rechthebbende: ik doe wat ik wil. En omdat God er voorlopig vaak over zwijgt, denken we dat het allemaal wel kan. Wat er echter gebeurt, is dat wij gaan beleggen in de toorn van God.

Paulus gebruikt in vers 5 een aparte uitdrukking.
,,Gij vergadert uzelven toorn als een schat┬┤┬┤ zegt de Statenvertaling.
De vertaling 1951 heeft het iets vager weergegeven: ,,Gij hoopt u toorn op tegen de dag des toorns┬┤┬┤.
Dit betekent: ,,U maakt dat de straf alleen maar zwaarder wordt┬┤┬┤ (NBV).

Het werkwoord dat Paulus gebruikt is heel beeldend: ,,oppotten, sparen, een schat aanleggen┬┤┬┤. Daarop is het leven vaak gericht: jezelf veilig stellen door een eigen huis, een voldoende tegoed, een comfortabel leven. Maar in feite beleg je in toorn wanneer je God niet erkent en liefhebt met je hele hart. God zwijgt nu in zijn goedheid, maar eens zal de vraag aan je worden gesteld, wat je gedaan hebt met zijn geduld. Als dan blijkt dat je zijn goedheid misbruikt hebt, dan zul je de uitgestelde straf met rente ontvangen. [7.5]

Juist omdat God elke dag zaait in ons leven, elke dag de goede Schepper is, juist daarom gaat het niet goed met de mens wanneer hij of zij zich weinig aantrekt van deze goedheid en dit geduld.

God staat in zijn recht wanneer Hij komt oordelen naar de werken.
Dan gaat het bij die werken niet om prestaties die wijzelf al ploeterend zouden moeten klaarmaken, maar het gaat om de vraag of wij zijn goedheid elke dag miskenden of juist eerbiedig erkenden in dankzegging en gebed en vroomheid. Het gaat om de werken van onze houding tegenover God.

Dat telt.
Dat je reageert op Gods geduld en je niet dood houdt of werkeloos of onbeslist of hardnekkig.


3. (Hij heeft het goede voor met alle mensen (2:7-11)). [8]


God zal ieder oordelen naar zijn of haar werken in de tijd van zijn geduld.

Nu denken wij bij oordeel vaak alleen aan veroordeling, maar voor Paulus is het juist straffen of belonen. [9.1]
Bij een Nederlandse rechter krijg je ├│f straf ├│f vrijspraak, maar nooit beloning of een ridderorde.
Het gericht van God is anders. Dat is niet het gericht van een buitenstaander die als rechter even in beeld komt om uitwassen te straffen.
Gods gericht is het gericht van een Schepper en Vader die afrekening houdt met zijn schepselen, met zijn kinderen. God is zelf betrokken bij alles wat gebeurde. Vanwege zijn goedheid en geduld zal Hij ├│f straffen in zijn toorn ├│f juist belonen wie Hem zocht.

In vers 8 wordt opnieuw gesproken over Gods komend oordeel en straf, gericht op allen die Hem miskennen in dit leven.
In zekere zin is dit een herhaling van de verzen 4-5.

Maar vers 7 is dan opeens een verrassende tussenvoeging. Paulus zegt daar dat het gericht ook een uitdeling kan betekenen van het eeuwige leven. Het gericht is dus ook het feest van de beloning en de uitdeling!

Aan wie zal dit eeuwig leven ten deel vallen? Het antwoord luidt:

,,Aan wie het goede doet en daarin volhardt, aan wie glorie, eer en onsterfelijkheid zoekt┬┤┬┤ (2:7).

De apostel zegt niet dat wij zelf glorie, eer en onsterfelijkheid bewerken of moeten verdienen, maar dat we het ,,zoeken┬┤┬┤. [9.2]

Wat zoek je in je leven? Waar ben je op uit? Ben je echt uit op glorie, eer en onsterfelijkheid? Zoek je naar het licht van God en naar de heiligheid van de Schepper en naar de wereld waar de dood is overwonnen?
Wie dat zoekt, zal vinden.
Wie klopt, zal worden opengedaan.

Daarom is de grote vraag of wij in deze wereld van onze Schepper zoekers zijn, verlangend naar zijn goddelijke wereld. Zijn wij de goudzoekers van de eeuwigheid?

Een zoekende houding vraagt naar God en zijn geboden.
Dat stempelt je daden.
Dat is het werk van de nederigen.
En die daden zijn niet sterk genoeg om je in leven te houden, maar God kan er wel het loon aan geven, de beloning van het eeuwige leven dat allen zullen vinden die er naar zoeken, er op uit zijn, er naar verlangen en er dagelijks om bidden.

Komt dit nu niet neer op het onderscheid tussen tussen kerkmensen en ongelovigen? En zijn we dan niet weer terug bij het begin van de preek toen we de vraag stelden waarom het oordeel nog gepreekt moet worden voor mensen die leven onder de genade?

Paulus gaat hierop in in de verzen 9-10. Heel nadrukkelijk zegt de apostel dat de toekomst van gericht en loon op gelijke manier geldt voor de Jood en voor de Griek. Deze verzen 9-10 zijn grotendeels herhaling van wat al is gezegd, maar ze bevatten ├ę├ęn nieuw element: dit enige nieuwe is de uitdrukkelijke verzekering dat je gericht en loon niet kunt verdelen over Grieken enerzijds en Joden anderzijds. Alsof de straf voor de Grieken was en het loon voor de Joden. Het is ook niet zo dat de ongelovigen moeten wachten op het oordeel, maar dat de gelovigen zonder meer vrijspraak ontvangen. Beide groepen moeten voorkomen. Beide groepen vallen onder het gericht van God. Allemaal moeten we ons voorbereiden op het komend oordeel, wanneer de bazuin klinkt en de rechterstoel wordt neergezet. [9.3]

Voor Joden zijn dit toch wel schokkende zinnen. Vergelijkbaar met de schok die Johannes de Doper teweeg bracht toen hij juist de gelovige Isra├źlieten opriep tot boete en voorbereiding: hadden zij dit dan nodig? Johannes maakt echter duidelijk dat ook de Joden, ook de leden van het uitverkoren volk, zich moeten voorbereiden op de komst van de Rechter met de wan in zijn hand en met zijn loon bij zich. En Paulus sluit zich daar bij aan.

Juist door die ernstige boodschap wil de HERE bewerken dat wij allemaal boete doen, allen ons bekeren, allen de Rechter verwachten, allen met een oprecht hart de Here zoeken. Dan zal de Messias komen om het koren in de schuur te dragen en het kaf met vuur te verbranden.

Koren ben je niet omdat er een label aan je hangt, maar omdat je korrels draagt. En voor allen die de HERE zoeken, is er dat vreugdevol bericht: uw Rechter zal u belonen en Hij zal u geven de door u gezochte glorie, eer en vrede!


*

Aan het einde van de preek kom ik terug bij het begin.
Wij kwamen de kerk binnen onder de zegen van genade en vrede.
En we vroegen ons af wat we nu moeten met zo┬┤n dagtekst over God die ieder mens naar zijn daden beloont.
Het antwoord is vinden we aan het slot van dit gedeelte, in vers 11: ,,God maakt geen onderscheid!┬┤┬┤
Het is een voorrecht dat je in de kerk mag komen, maar het is geen privilege dat je voorrang geeft.
Ook voor een ieder van ons geldt: Bereid u voor! Zoek eerst het koninkrijk Gods!
Dan is er belofte en toekomst.
Verkijk u niet op het uiterlijk van mensen en rust niet op uw status als kerklid.
Genade en vrede voor u! Dat betekent: haast je om die te grijpen en te zoeken. [9.4]

Straks zijn er geen naambordjes meer en dan is er geen onderlinge vergelijking meer en geen kans op zelfrechtvaardiging in vergelijking met anderen.
Dan is er alleen Jan Huisman en Grietje Dwarshuis en Clementine Westervoort en John de Mol en Samir B.
Namen, o mens, zoals ze straks op de grafstenen zullen staan.
Op de grafstenen staat er meestal ook niet meer bij van welke kerk je lid was of tot welk volk je behoorde of hoe je familie was of hoe je strafblad was.
De namen op het kerkhof laten de mensen zien zoals ze nu staan voorgesorteerd voor het eindgericht.
Allemaal samen ÔÇô zonder aanzien van persoon ÔÇô op ├ę├ęn akker.
Allemaal namen, zonder verschillen.

En als eens de bazuinen klinken en de graven opengaan, dan zal beslissend zijn wat Hij over u en mij uitspreekt.
Hij weet of ik het leven gezocht heb of teerde op mijn eigen goede naam.
Hij weet wat in de mens was.
En zijn oordeel beslist over alle volken en mensen, mannen en vrouwen, jongens en meisjes.
Wees dus bescheiden met uw oordeel over de andere mensen en zoek zelf voor Gods aangezicht naar glorie, eer en onsterfelijkheid.
God is juist zo geduldig vandaag om alle zoekers op tijd de weg te doen vinden!
Dat is zijn genade en vrede.
Geen slaapmiddel, maar wel een schuilplaats op tijd!


AMEN [10]



LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden maar ook als onderdeel van een blokje van 4 preken over Romeinen 1 en 2.


- Terug naar menu