- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden maar ook als onderdeel van een blokje van 4 preken over Romeinen 1 en 2.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst:

Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 33:1,2,5 (Gods grootheid en goedheid die we overal kunnen zien in deze wereld)
Wet van de Here
Zingen: Psalm 27:3 (,,Ik wil aandachtig luisteren naar Zijn stem'')
Gebed
Lezen: Romeinen 1:18-32
Zingen: Psalm 115:2,3,4 (Onze God heeft de toekomst, niet de menselijke afgoden)
Preek over Romeinen 1:18-32
Zingen: Psalm 115:5,6,7 (Ons vertrouwen in de HERE, geprezen voor eeuwig)
Gebed
Collecte
Zingen: Liedboek 434 (Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere)
Zegen



Middagdienst:
Votum, zegengroet
Zingen: Psalm 33:1,2,5 (Gods grootheid en goedheid die we overal kunnen zien in deze wereld)
Gebed
Lezen: Romeinen 1,18-32
Zingen: Psalm 115:2,3,4 (Onze God heeft de toekomst, niet de menselijke afgoden)
Preek over Romeinen 1:18-32
Zingen: Psalm 115:5,6,7 (Ons vertrouwen in de HERE, geprezen voor eeuwig)
Gebed
Apostolicum
Zingen: Psalm 115:8 (Leven om God te loven)
Collecte
Zingen: Liedboek 434 (Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere)
Zegen


Preek over: Romeinen 1:18-32

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina




HET EVANGELIE BEREIKT EEN WERELD IN DOODSNOOD

Romeinen 1:18-32: ,,Toorn van God wordt openbaar vanuit de hemel┬┤┬┤


[1]
*

Gemeente van onze Heiland,


Het lijkt vandaag een nogal sombere tekst: zo ongeveer alles wat er mis kan gaan bij mensen, staat hier op een rij genoteerd. Een zwarte spiegel om in te kijken. [2.1]

Waarom zo┬┤n spiegel opgehangen voor wie het huis van deze brief betreedt? In de vele kamers van deze brief klinken liederen. [2.2]

Paulus zal gaan schrijven over de rechtvaardiging door het geloof in Jezus Christus: Hij werd voor ons tot een offer voorgoed.

Hij zal schrijven over de innige voorbede van de Geest in de gelovigen.

Hij komt toe aan hoopvolle hoofdstukken over Isra├źl.

En tot aan het einde van de brief blijft hij verrast over het geheim van God dat nu is geopenbaard.

De glans van geloof, hoop en liefde ligt over heel de brief gespreid. Waarom dan aan het begin, bij binnenkomst, die doffe lijst van zonden, ellende en dood?

*

Om dat te begrijpen moeten we wel even letten op de plaats waar Paulus dit gedeelte schrijft. Hij begint er niet helemaal direct mee. Hij begon met het neerzetten van een krachtig stempel van het evangelie op de adreszijde van de brief (in de verzen 1-7). En in de verzen 8-15 opende hij daarna de eigenlijke brief met hartelijke woorden om tenslotte in de verzen 16-17 uit te komen bij de pracht van het evangelie: het is Gods Macht en het brengt Gods gerechtigheid voor ieder die gelooft. Juist omdat Paulus zo hoog kan opgeven van het evangelie, schaamt hij zich er niet voor, ook niet in Rome.

Maar op dit punt aangekomen, dringt zich een vraag op: zit de wereldstad Rome en zit de wereld in het algemeen wel te wachten op zo┬┤n evangelie van God? Komt Paulus niet met een ongevraagd artikel? [2.3]

Dat gevoel hebben we ook vandaag meer dan eens wanneer we met mensen trachten te spreken over de hoop die in ons is. Men vindt dat mooi, maar heeft zelf geen behoefte. Mensen denken gewoon het evangelie niet nodig te hebben: het blijft voor hen een liefhebberij voor gevoelsmensen.

Waarom zouden we dat evangelie dan uitdragen in een wereld waar niemand er op wacht? Paulus kan wel zeggen dat hij zich niet schaamt om dat te doen, maar hij hóeft zich eigenlijk helemaal niet zo te schamen, want de mensen zullen hem ongeïnteresseerd voorbijlopen.
Dit is het feitelijke uitgangspunt.

Daarom gaat Paulus nu eerst nader in op de vraag of de wereld het evangelie wel echt n├│dig heeft.

*

Zijn boodschap is dan kort en goed de volgende: de wereld wacht niet op het evangelie van God, maar zij heeft het wel bitter hard nodig!!

Vers 18 begint als een harde paukenslag: ,,Toorn van God hangt boven deze wereld!┬┤┬┤
Toorn is werkzaam in de mensheid.
En aan het einde, in vers 32, klinkt nog eens een harde paukenslag: ,,Het loopt voor alle mensen uit op de dood!┬┤┬┤
Deze passage staat gespannen tussen de woorden ,,toorn┬┤┬┤ en ,,dood┬┤┬┤.

Dat is de echte werkelijkheid, zegt Paulus.
En dáárom is er dringend redding nodig, al beseffen de mensen dat niet en al verdringen ze het dagelijks.

De mensheid lijkt op de opvarenden van de Titanic: veel feest en drank. Met dit verschil dat de mensheid niet beseft dat het schip van hun wereld zinkende is.

Voor zulke mensen moet je de alarmbel luiden: roep iedereen naar de reddingsboot!
Zoiets doet Paulus nu in deze passage.
Hij luidt de alarmbel om ons er op tijd toe te bewegen de reddingsboei te grijpen. [2.4]

Jezus komt redden, dat is het evangelie.
Die redding is hard nodig: maar dat moeten mensen nog l├ęren ontdekken.

Vandaar dat Paulus na de passage over de macht van het evangelie, nu verder gaat met een uitweiding over de zwakheid van de mensheid, ook in Rome.

Paulus is geen zwartkijker. Hij is een echte apostel van de reddingsbrigade. Hij gaat het brandend huis binnen om slapende mensen te redden.

Daarom is dit zijn boodschap: [3]

HET EVANGELIE BEREIKT EEN WERELD IN DOODSNOOD
1.

Losbandig
2. Losgelaten
3. Levenslang schuldig



1. (Losbandig) [4]

Het grootste gedeelte van deze passage bestaat uit een tekening van de menselijke situatie. In de verzen 24-32 beschrijft Paulus hoe het toegaat onder de mensen en hoe het beeld van de mensheid er uit ziet.

Het lichaam wordt bij de mensen onteerd, zo lezen we in vers 24. Het prachtige lichaam dat God aan mensen heeft gegeven, maken zij tot een lustobject voor elkaar. Het gebeurt zelfs dat mensen die eerst als man of vrouw getrouwd waren, hun vrouw of man later verruilen voor mensen van hun eigen geslacht (1,26-27). Mensen gebruiken elkaars lichaam en laten dat dan ook weer vallen. [5.1]

Nu is ons lichaam het middelpunt van ons doen en laten. In een wereld waar het lichaam onteerd wordt, groeit rondom dat lichaam dan ook een hele praktijk van dingen die niet passen. Deze uitstraling beschrijft Paulus vanaf vers 28. Het blijft niet bij kleine incidenten. Mensen worden in hun denken en belangstelling en handelen vaak helemaal vervuld van wat geen pas geeft.

Paulus geeft een lange reeks voorbeelden daarvan. Het zijn allemaal dingen waarin het lichaam niet meer functioneert als centrum van liefde voor de naaste, maar waarin het lichaam met zijn handen en voeten, zijn ogen en oren een levensgroot en voortdurend struikelblok wordt voor de naaste. [5.2]

*

Het zijn heel herkenbare woorden die nu volgen. Laten we ze eens kort ├ę├ęn voor ├ę├ęn bekijken. Om te ontdekken dat het allemaal woorden zijn die aangeven hoe de ├índer gaat lijden onder de manier waarop wijzelf met ons lichaam en onze ledematen omgaan.

Boosaardig: de ander moet voor jou op z┬┤n hoede zijn.

Hebzuchtig: pas op voor de zakkenrollers van allerlei soort.

Slechtheid: vertrouw elkaar maar niet al teveel!

Jaloers: ze gunnen je je werk of kinderen of huis niet echt.

Moord: de samenleving wordt hard, pas maar op en zeg maar niets, want een mes is gauw getrokken.

Twist: voor je het weet, sleept de buurman je voor de rijdende rechter.

List: het leek zo┬┤n mooi product dat je werd aangepraat, maar je komt er bedrogen mee uit.

Kwaadaardigheid: er valt niet normaal mee om te gaan, ook straffen helpen niet meer.

Oorblazers: geroddel tegen jou op school of bij het msn-en verpest al je plezier in het schoolgaan.

Lasteraars: bewijs maar eens dat het niet waar is wat ze over je liegen.

Verwatenen: wat voel je je klein wanneer ze met hun arrogante blik op je neerkijken.

Overmoedigen: ze trekken zich niets aan van afspraken of goede regels, ze halen je rechts in.

Grootsprekers: altijd zijn hun verhalen groter dan die van jou.

Vindingrijk in het kwaad: de politie loopt altijd weer een paar passen achter bij die criminaliteit.

Hun ouders ongehoorzaam: ouders vluchten in vacanties om van die bedriegelijke en hen uitbuitende zoon of dochter af te zijn voor een poosje.

Onverstandig: niet te overtuigen, want zij weten het altijd beter.

Onbestendig: je kunt er niet op bouwen.

Zonder hart of barmhartigheid: vraag het maar eens aan mensen die met een collectebus aanbellen bij hardhouten deuren.


Kortom: een mensenwereld vol mooie lichamen, vol mooie mensen, maar wees geweldig op je hoede!


Misschien vindt u dit wat somber aangezet.
Er is toch ook zoveel moois onder de mensen.
Dat is ook zo: het komt in hoofdstuk 2 nog wel aan de orde.
Toch is het beeld van zonde en liefdeloosheid erg bepalend voor het menselijk samenlevingsbeeld.
De schade die mensen aan elkaar oplopen, kan niet gecompenseerd worden door goede werken en bemoedigingen. Het goede overwint het kwade niet op deze aarde. [5.3]

*

Het ergste komt echter nog in vers 32: mensen doen niet alleen zelf deze dingen, maar zij geven ook hun bijval aan wie ze bedrijven.

Stel nu eens dat we in een wereld leefden, waar de meeste mensen een verschrikkelijke afschuw hadden van drank, overspel, gemeenheid, hebzucht, trots, gokken, ontrouw.

Dat zou een heel andere wereld zijn.

Maar dat is niet zo.

Ook wanneer niet alle mensen tegelijk alle kwaad doen, dan is het nog wel zo, dat zij er vaak hun bijval aan geven of er niet erg mee zitten. [5.4]

De commerci├źle zenders weten het beste wat de meeste mensen mooi vinden. Daar stemmen ze reclame, films en programma┬┤s op af.

En wat blijkt dan? Wat Paulus hier beschrijft in de verzen 24-32 komt vrijwel overeen met de korte programma-aanduidingen in uw TV-gids voor een hele reeks programma┬┤s. En het loopt parallel met de soort onderwerpen die het hoogst scoren op de schaal van onderwerpen die op internet het meest worden gezocht.

Dat is de werkelijkheid.

Wij kunnen wel leven met een droom, een ideaalbeeld, over goede en welwillende mensen, maar de Romeinen in het circus en de moderne mensen voor de TV of op het internet willen iets anders zien dan vroomheid en goede werken en liefde en barmhartigheid.
Paulus zat er niet naast: z├│ is de realiteit van de mensheid.

*

Het is alleen een realiteit die we liever niet verwerken in ons moderne wereldbeeld en onze visie op de mens. We leven liever bij een hoog mensbeeld, want dat streelt onze eigendunk.

Maar de kijkcijfers bedriegen niet.

Paulus schreeuwt ons wakker: in wat voor wereld leven jullie eigenlijk!
Heb je dan geen verandering nodig?
Is de mensheid op deze manier goed af?
Of heeft ze dringend behoefte aan redding uit deze hardheid en liefdeloosheid, dit egoïsme en deze vervuiling?

Er zit in de menselijke cultuur een geweldig stuk zelfmisleiding.

*

Daarom roept Paulus ons nogal luidruchtig wakker in vers 32: ,,Jullie weten toch dat mensen die zo leven, de dood verdienen?┬┤┬┤ Waarom ontvlucht je het dan niet? Waarom stop je niet met het bekijken van die programma┬┤s, waarom krijg je geen verdriet over dat alles waar de filmindustrie geld aan verdient? Waarom ga je er niet tegen in bij jezelf en anderen?

Alle kijkers vinden immers de dood!
Het Zwitserleven-gevoel eindigt op het kerkhof.
Zegt ons dat dan niets? [5.5]

Kijken we bij de dood weg?
Maar het ravijn van de dood is het levensgrote waarschuwingsteken van God: ,,Ten dage dat u van die boom eet, zult u de dood sterven!┬┤┬┤

Elke begrafenis zou ons er aan moeten herinneren: We zijn op de verkeerde weg!

Ziekten en epidemie├źn zijn de opgerichte tekenen langs de weg: we zijn verdwaald. Mensen zijn te mooi om te sterven, te beloftevol om weg te teren.
Mensen, word wakker!
En luister op tijd naar goed nieuws van God.


2. (Losgelaten) [6]

Paulus schrijft over dat evangelie in vers 17, maar hij schrijft dan ook meteen daarna over de toorn van God (vers 18). [7.1]

In dat vers schrijft de apostel dat toorn van God zich openbaart van de hemel. En waarin blijkt dat dan?

Veel mensen denken bij Gods toorn allereerst aan rampen. Alles wat mis kan gaan in het leven wordt al gauw aan God verweten. Het wordt op rekening gezet van zijn onvriendelijkheid of zijn toorn. [7.2]

Wanneer u mensen wilt aanspreken over het evangelie, zult u vaak direct de volgende tegenvraag krijgen: ,,Waarom zou ik naar het evangelie luisteren van een God die het toelaat dat er ziekten zijn en dat aids verteert en dat bacteri├źle rampen dreigen en dat kinderen hun ouders verliezen bij een tsunami?

Mensen beginnen als er een ongeluk gebeurt of een tornado toeslaat, meteen te praten over Gods toorn over de mensheid (ook bij bomaanslagen). En als zij worden aangesproken vanuit het geloof in God, is het eerste dat je te horen krijgt, een verwijt in Gods richting. Wat een b├│ze en sl├ęchte dingen zien we van God, als Hij bestaat. Het ,,waarom, waarom┬┤┬┤ is niet van de lucht en het wordt als een schild opgeheven tegen het evangelie.

Op zo┬┤n moment doen wij alsof het gewone leven neutraal is, iets waar we gewoon recht op hebben, en dat het bijzonder is dat zo nu en dan de bliksem inslaat. En we stellen ons al gauw op alsof christenen dan maar moeten proberen een goed woordje voor hun God te doen. Soms hoor je zelfs zeggen dat mensen best ,,boos┬┤┬┤ mogen zijn op God wanneer dat alles gebeurt wat ze niet willen.

Toch noemt Paulus in dit bijbelgedeelte over Gods toorn helemaal niet al die rampen en moeiten die de mens kunnen treffen.

Paulus ziet de toorn van God heel anders. Veel dichterbij dan de mensen denken. Paulus denkt bij Gods toorn niet aan alles wat wij onprettig of rampzalig vinden. Hij denkt eigenlijk juist aan de dingen die we gewoon vinden en geaccepteerd hebben.

*

Paulus omschrijft Gods toorn heel anders. Hij komt daarbij uit in vers 24. Hij geeft dan vanaf vers 24 tot vers 32 die tekening van het menselijke losbandige leven, zoals we die al hebben gelezen.

Maar zie nu eens het opschrift daarboven in de verzen 24, 26 en 28. Boven de brede beschrijving van het hebzuchtige mensenleven zet Paulus een opschrift, dat een schokkende boventiteling vormt. Hij zegt: ,,God heeft hen aan hun hartstochten overgegeven┬┤┬┤ en ,,God heeft hen overgegeven aan een verwerpelijk denken┬┤┬┤. [7.3]

Met andere woorden: ons menselijk leven is helemaal niet alleen ons eigen boze avontuur. Het is een straf van God dat we mogen zijn wat we willen en dat we mogen doen wat we begeren. We worden losgelaten. Drijf dan maar op je ,,Nieuwste soapserie over de goede en de slechte tijden van de mensen´´ en zoek dan maar je eigen spelletjes uit en vul dan zelf je vacantie maar in op Ibiza. Dát is Gods toorn. Dat Hij ons láát gaan.

Wanneer je vader je niet meer vasthoudt omdat je toch niet wilt luisteren, dan is dát het ergste dat je kan overkomen. En wanneer God zijn eigen mooie mensen loslaat omdat zij toch niet anders willen, dan is dat het ergste dat een mens kan overkomen.

Zijn trotse menselijke vrijheid is de verschrikkelijke straf voor de mens, want nu holt hij met dichte ogen de dood tegemoet.

Dat je mag doen wat je wilt, dat is loslating. Ga dan maar, zoals die verloren zoon, en kom dan maar ver van de Vader bij de varkens terecht. Modern leven is gestraft bestaan.

De toorn van God, gemeente, spoelt dagelijks door de TV en de literatuur en zij spoelt over de straten van de levenden. De toorn van God is om u heen in het losbandige leven.

Dit leven lijkt (zolang er niets gebeurt) onze ,,eigen vrijheid┬┤┬┤ maar het is in feite een ,,overgegeven zijn aan┬┤┬┤: dit is Gods toorn over onze wereld dat we onze gang mogen gaan met alle gevolgen daarvan. Wanneer we pas over God gaan denken bij tsunami┬┤s en verkeersongevallen en mishandeling, zijn we veel en veel te laat. Dan missen we de realiteit van elke dag en we verdwalen in wat ons schokt.

*

Deze werkelijkheid van Gods toorn besef je wanneer je omkijkt naar God en opkijkt naar de hemel. Niet voor niets zegt Paulus in vers 18 dat deze toorn openbaar wordt ,,van de hemel┬┤┬┤. Wanneer je je kop in het zand steekt, zie je geen onweerswolken. En wanneer je God buitensluit in je gedachten, merk je weinig van zijn loslating. [7.4]

Maar wanneer je weer leert om op te zien naar de hemel, ontdek je dat wij geen rechten hebben alsof we onszelf gemaakt hadden. Laten we als christenen niet in de eerste plaats verontwaardigd zijn over veel ongerechtigheid of in de verdediging schieten wanneer er rampen gebeuren, maar laten we als Abraham bidden voor die stad die aan zichzelf is overgegeven, zonder vreugde en met de dood als einde.

God liet door Jona de ondergang prediken aan het trotse menselijke Ninev├ę. Niet omdat Hij die ondergang graag wilde, maar omdat ze zonder bekering onvermijdelijk is. Gods bedoeling met die stad waarin zoveel mensen en ook zoveel kleine kindertjes woonden, bleek heel duidelijk toen Hij afzag van de ondergang van die stad omdat de mensen zich met berouw gingen wenden tot hun Maker.

Daar is God op uit, als de onheilsprofeet uitgaat onder de mensen. De prediking van zijn toorn wil de weg openen voor het goede nieuws waaraan zo┬┤n behoefte bestaat ook al erkennen mensen dat maar moeilijk.

Laat het ook onze eigen instelling zijn, meer dan bij Jona:
,,Heer, vergeef het hun, want zij beseffen niet wat zij doen┬┤┬┤


3. (Levenslang schuldig) [8]

Misschien vraagt u zich echter toch nog wel af hoe Paulus het geseculariseerde leven Gods straf kan noemen, Gods toorn. Waar straf is, is schuld. Maar is dit wel schuld? Als mensen toch niet weten van God?! Hoe kan er nu toorn zijn voordat mensen eerst het evangelie van God hebben beluisterd? [9.1]

Paulus heeft daarop bij voorbaat een antwoord gegeven in de verzen 19-24. Hij schrijft daar dat God door alle mensen gekend kan worden uit zijn grote werken, uit zijn schepping, uit zijn onderhouding van de wereld. God is aanwezig, voelbaar, kenbaar. Hij is om ons heen. Je voelt de hele dag de bewegingen van zijn vingers en je ziet het product van zijn handen.
Wanneer je goed kijkt, zie je daarin zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. [9.2]

Maar dan moet je wel goed willen kijken. En dat is nu juist de zondeval van de mens: dat hij alles wil zien behalve God. Paulus beschrijft hoe de mensen graag afgodsbeelden maken en de godheid dus afbeelden naar iets dat binnen de schepping is (het eigen beeld van de mens of beelden van vogels en vissen en landdieren). Dit doen zij liever dan dat zij zouden erkennen dat er Iemand is die Hoger is dan deze hele wereld en dat Hij de eeuwige Schepper is, God te prijzen tot in eeuwigheid. [9.3]

Dit besef van God ÔÇôwerkzaam in ieder mens ÔÇô wordt weggemoffeld in laag-bij-de-grondse beelden en vandaag wordt het weggemoffeld in de losse opmerking dat ,,er misschien wel iets is┬┤┬┤ maar ,,dat je dat verder toch niet kunt weten┬┤┬┤.

Vandaag, in de westerse wereld, zijn de afgodsbeelden minder zichtbaar, maar het verdringen van het gevoel van Gods aanwezigheid is er niet minder sterk.

Zelfs als mensen moeten erkennen dat er een geweldig ontwerp in de schepping schuilgaat en dat deze niet bij toeval kan zijn ontstaan, dan nog noemt men dit misschien wel ID (,,intelligent ontwerp┬┤┬┤) maar zonder de handen omhoog te heffen in verwonderd gebed tot de Eeuwige.

*

De ernstigste zonde van deze wereld, gemeente, is niet het overspel of de hebzucht of alles dat Paulus zal gaan noemen. Dat alles is gevolg. Het ernstigste noemt Paulus in vers 21: ,,zij hebben God niet als God verheerlijkt of gedankt┬┤┬┤. [9.4]

Zelfs niet als ze ademloos het avondrood zien bij een zonsondergang in zee. Zelfs niet als hun hart elke seconde gezond klopt. Zelfs niet als ze vol verrassing de vreugde genieten van energie en liefde. Zelfs niet als de zon en de maan altijd maar op tijd komen en gaan. Zelfs niet als men ontdekt dat alleen al het oog en het hele proces van het zien een onbegrijpelijk wonder is. Zelfs niet als elk jaar graan en rijst groeien voor vele miljoenen mensen.

God kan geven wat Hij wil, maar het blijft doodstil.

Totdat er iets gebeurt dat ons pijn doet: dan opeens scheurt het woord ,,God┬┤┬┤ door de wereld.
Maar als de naam ,,God┬┤┬┤ verwijtend ter sprake kan komen bij rampen, waarom wordt Hij dan doodgezwegen bij de duizend maal grotere werkelijkheid van geluk, vrede, rijkdom, geboorte, stemmen, landschappen, vriendschap?

Hier legt Paulus de vinger bij de diepe schuld van de mens: hij zwijgt midden in de stralende wereld van God. Hij dankt niet op de regelmaat van het leven en vloekt bij de onregelmatigheden ervan.

Terwijl God zo voelbaar dichtbij is, elke dag, elke bloem, elke boterham.

Vanwege deze schuld, vanwege deze stilte, is het dat God mensen gaat loslaten. Dat Hij ze laat gaan zoals ze willen. Als ze dan toch niet danken willen en alleen maar willen zwijgen tegenover hun Schepper, laten ze dan maar zien waar ze uitkomen zonder Hem.

En zo zwijgt Rome voor de HERE, de Schepper, al hebben ze wel hun afgoden naar hun eigen beeld gemaakt en bewijzen ze daardoor dat ze wel voelen dat er iets goddelijks moet zijn, hoger dan zij zelf.

Dit zwijgen roept de toorn van God op waarin Hij zijn handen begint terug te trekken.

Het schip vaart nog, al feestend, maar binnenkort zal het helemaal zinken.
Tijd voor een reddingsactie!

Gods Macht komt eraan, het evangelie bereikt de zinkende stad.

*

Misschien blijft u het ondanks wat Paulus schrijft toch maar vreemd vinden om op dit punt te beginnen wanneer je over het evangelie wilt gaan schrijven of spreken. Vaak benaderen christenen hun medemensen alsof deze neutraal zijn en moeten worden overgehaald om iets te gaan zien in godsdienst. Ik geloof, maar voel jij er ook niet voor?

Aan deze toonzetting kan bedoeld of onbedoeld iets ontbreken. Het aanspreken van onze naaste op de levensgevaarlijke situatie waarin zij verkeren. Toorn van God regent van de hemel in onze menselijke cultuur. Niet omdat God onbekend zou zijn, maar omdat Hij miskend wordt, genegeerd, niet gedankt. Omdat mensen eten en drinken alsof het hun uit het niets wordt aangereikt.

Daar begint het mis te gaan op aarde. En daar begint ook het evangelie. En daar moeten wij ook beginnen in alle wijsheid, maar ook met duidelijkheid.

In Lystra en Athene begint Paulus eerst met de heidenen te herinneren aan God, hun Schepper en aan zijn weldaden (Hand. 14 en 17). Hij wijst erop dat de miskenning van deze goede en weldoende God levensgevaarlijk is. En dán zet hij uiteen hoe het evangelie een Macht is tot behoud voor een ieder die gelooft.

Het evangelie is een reddingsboei voor drenkelingen: wie zou die boei grijpen wanneer hij het verdrinkingsgevaar niet beseft?

Evangelisatie en zending kunnen in onze tijd niet beginnen zonder eerst over de miskende God te spreken, over de bloemen waar niet voor wordt gedankt, over het leven dat zomaar wordt genomen, over het beeld dat men maakt van God.

Christenen tuinen er vandaag maar al te vaak in. Wanneer bij rampen direct beschuldigingen worden geuit naar God toe, dan komt van hun kant het excuus en het theologiseren. Maar Paulus wacht niet op dat beschuldigende vingertje, hij steekt zelf de vinger uit: jullie duwen God weg bij al je doen en laten en in alle voorspoed. Wanneer Hij gedankt zou moeten worden, zwijg je. Begin bij het begin. Als God bestaat, dan bestaat Hij niet pas als er in onze ogen iets mis gaat, dan bestaat Hij ook nu en overal. En wat doen we?

De wereld is schuldig, levenslang.
Zonder deze boodschap blijft het evangelie in de lucht hangen of het wordt verkeerd begrepen, alsof het alleen maar iets aardigs is voor je gevoel of om vrienden te krijgen.

*

Gelukkig maar dat God een reddingsmacht stuurt, een leger des Heils.
Omdat we het nodig hebben.
Opdat we weer terugkomen. En terugkeren tot Gods beeld omdat we God niet langer afbeelden naar ons eigen beeld, maar zelf weer willen gaan lijken op onze Schepper.
Zo predikt Paulus een reddend, maar ook een ernstig evangelie.

Hoe moet nu je eigen houding zijn, wanneer de boodschap van deze preek een boodschap is voor de wereld van alle mensen om ons heen?
Moet de kerk dreigend en somber in deze wereld staan?
Staat Paulus daar als een zwarte onheilsprofeet zonder vreugde in zijn ogen?
Zeker niet.

De apostel laat blijken wat hem zelf beweegt.
In de verzen 24-25 vinden we opeens een uitroep: ,,De Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen┬┤┬┤. [9.5]

Waarom schrijft Paulus dit?
Is het een routine-gebaar, een standaard-formule die je zo nu en dan toevoegt aan je tekst?
Zeker niet.

Het is een onverwachte en spontane uitroep.
Dit komt zomaar opwellen uit Paulus┬┤ hart.
Hij constateert met verdriet dat God miskend wordt op aarde.
Het doet hem pijn.
Zijn God en Schepper is immers te prijzen: groot en goed is mijn God!
Je hoort de vreugde van Paulus┬┤ hart, de jubel, het Halleluja.

Kijk, gemeente, dat zullen de mensen aan ons moeten merken.
De boodschap van de kerk kan ernstig zijn, maar de ogen van de kerkleden moeten glanzen. En je moet het aan ze merken: het gaat over een God waar ze gelukkig mee zijn in leven en sterven.

Wie luidop en van harte Halleluja roept, heeft de goede toon gevonden om te wijzen op de ernst van de miskenning van deze Schepper.
Laat dit de toets zijn voor onszelf: hebt u verdriet over de wereld omdat u zo blij bent met uw God? Omdat de Schepper u zo lief is?
De mensen om u heen zijn gevoelig voor de toon. Zij voelen die aan.

Laat het de mensen voelen: ,,Voor mij is God de grootste voorgoed┬┤┬┤.
Dat beweegt me.
Ook als ik Paulus naspreek dat de toorn van God over de wereld geopenbaard wordt. Omdat mensen zwijgen waar ze moesten jubelen, stilte laten vallen waar ze moesten danken.
Dat doet mij pijn, want hoe goed is Hij!

Onze Schepper: Hij is te prijzen tot in eeuwigheid! Dat is in een losbandige en losgelaten wereld het abc van het evangelie. Daar kun je amen op zeggen! En dat Amen mogen de mensen horen. Om ze wakker te schudden en tot die vreugde van God terug te brengen.


AMEN [10]




LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden maar ook als onderdeel van een blokje van 4 preken over Romeinen 1 en 2.


- Terug naar menu