- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek vormt een drieluik met die over Marcus 16:9-14 en Marcus 16:15-16.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 147:1,2 (Gods grootheid is onze hulp)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 147:7 (Gods goedheid in zijn wet)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Marcus 16:9-20
Tekstlezing: Marcus 16:17-20
Zingen: GK-2006 Lied 141 (Van Hem de ene Heer gaf het verleden blijk!)
Preek over Marcus 16:17-20
Zingen: Liedboek 32:1,4,5) (O Sion, heel de wereld weet dat God u niet vergeet!)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 96:1,2 (Looft God die wonderen volbracht)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 147:1,2 (Gods grootheid is onze hulp)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Marcus 16:9-20
Tekstlezing: Marcus 16:17-20
Zingen: GK-2006 Lied 141 (Van Hem de ene Heer gaf het verleden blijk!)
Preek over Marcus 16:17-20
Zingen: Liedboek 32:1,4,5 (O Sion, heel de wereld weet dat God u niet vergeet!)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 149:1,2 (Dat vromen zich verblijden, ook 's nachts zijn naam belijden)
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 96:1,2 (Looft God die wonderen volbracht)
Zegen


Preek over: Marcus 16:17-20

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina


GELOVEN KRIJGT GENOEG TE ZIEN OP AARDE

Marcus 16:17-20: ,,De tekenen die de verkondiging bevestigen┬┤┬┤

[1]
*

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Er is in onze tijd een heimwee naar wonderen. Geloof lijkt voor zoveel mensen alleen maar iets van woorden: preken! En van papier: belijdenissen! En in deze tijd maken woorden en papier minder indruk dan wat je ziet en wat opzien baart. [2.1]

Daarom vindt men preken en belijdenissen maar weinig. Ongemerkt is ons gevoelsleven wel wat gaan staan naar de visuele tijd waarin wij leven. En dan lijkt geloven nogal kil: wat is daar nu aan te zien en te beleven? Vooral het beleven is iets waarnaar mensen verlangen, ook in de kerk. [2.2]

Mag dat niet? Geloof staat toch niet buiten deze schepping? Geloof is toch niet iets van theorie, iets onwerkelijks, zonder handen en voeten? Louter visie en geen feit? Het omgekeerde is waar. Wie gelooft in God de Schepper, gelooft in de Almachtige. Dan mag je ook meer verwachten dan woorden en papier. Je mag erop rekenen dat Gods macht ook zichtbaar en voelbaar wordt. En wanneer dat niet zo is, zou je een gevoel van gemis mogen hebben.

Het verlangen naar beleven sluit niet alleen aan bij onze sensatiebeluste tijd, het past nog veel beter bij ons geloof in de almacht van onze hemelse Schepper.

Daarvan krijgen we een bevestiging in de belofte die Jezus sprak na zijn opstanding. We lezen in Marcus 16:17 -18:

,,Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij demonen uitdrijven, in nieuwe tongen spreken, slangen oppakken en wanneer zij iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen herstellen┬┤┬┤.


Dat is nu echt een belofte over wonderen. Triomfantelijke tekenen zullen er nog gaan gebeuren in Jezus┬┤naam. Zieken zullen genezen, gifbeten niet deren, demonen zullen vluchten. Dat alles zal er te beleven zijn op aarde dankzij Jezus┬┤ verrijzenis. [2.3]

*

Merkwaardig genoeg is de christenheid soms wat verlegen met deze belofte. Komt dit allemaal wel uit? En dan zie je twee tegengestelde bewegingen.

Een deel van de christenen wil God en de medegelovigen als het ware dwingen om deze wonderen ook in hun eigen omgeving te doen. De belofte is toch ook voor ├│nze tijd!

En een ander deel van de christenen wil God en de medegelovigen als het ware verhinderen om dit te doen, omdat volgens hen de belofte juist niet voor deze latere tijd zou zijn. [2.4]

Zo zien we dat een bemoedigende belofte vandaag soms de inzet wordt van een verwarrende, emotionele twist onder gelovigen. Laten we daarom dit woord van de Heiland nog eens rustig overwegen in samenhang met wat de Here Jezus op dat moment verder nog heeft gezegd. We zien dan hoe de Here bij het woord ook de tekenen geeft. Het evangelie legt ook harde feiten over, die bemoedigen om bij het geloof te volharden. Jezus is de Heer: dat zul je zien!

We vatten de preek alsvolgt samen: [3]

GELOVEN KRIJGT GENOEG TE ZIEN

1. Het evangelie heeft gevolgen
2. Wie niet terugkijkt, mist veel
3. Geloof vat moed



1. (Het evangelie heeft gevolgen) [4]

Bij de Schriftlezing hebt u al wel gemerkt dat de Here Jezus dit beloftewoord over de tekenen heeft gesproken na zijn opstanding. Hij sprak het tot de leerlingen bij hun uitzending. [5.1]

Marcus beklemtoont dat het veel moeite kostte om de leerlingen tot geloof in die opstanding te bewegen. Het bericht van mensen die Hem gezien hebben, ketst eerst af op ongeloof. En het waren nog wel zulke overtuigende boodschappers. Eerst de wonderlijk genezen Maria van Magdala (vers 9-11). En dan twee leerlingen die Jezus in een andere gedaante hadden gezien (16:12-13). Hun woord had Petrus, Johannes en Jakobus kunnen herinneren aan wat zij al eerder aanschouwden op de berg van de verheerlijking. Maar niets werkt. Ongeloof overheerst.

Pas nadat de Meester ook zelf aan Simon en aan de anderen is verschenen, staan de leerlingen op uit hun ongeloof. Dan komt er een eind aan hun zuchten en treuren. Ze houden weer maaltijd. Ze doen het met zijn elven (16:14): het moet dus inmiddels alweer de achtste dag zijn na de opstanding: eerder was Tomas er niet bij. Allen geloven nu.

Maar Jezus spreekt op die achtste dag alsnog met hen door over dat eerste ongeloof waarmee het was begonnen op Pasen. Hij laat ze zien dat hun ongeloof niet te wijten was aan te weinig gebeurtenissen. Het lag aan henzelf: hun halsstarrigheid blokkeerde hen. Zij weigerden het lijden van Jezus te aanvaarden en daarom wilde het opstandingsbericht er niet in. Jezus leert de toekomstige verkondigers van het evangelie dat hun eigen halsstarrigheid het grootste probleem is. Wanneer zij goed hadden geluisterd naar het lijdensevangelie en dat hadden aanvaard, dan waren er geen verschijningen nodig geweest. Dan waren ze gelovig geweest en direct naar Galilea vertrokken om Jezus daar terug te zien. Wie nederig luistert, heeft geen bijzondere verschijningen of tekenen nodig om op weg te gaan! [5.2]

Wanneer de Here de elf daarna opdraagt om aan ieder schepsel het goede nieuws bekend te maken, beklemtoont Hij dat ieder geoordeeld zal worden naar zijn houding tegenover dat goede nieuws. Geloof of ongeloof in dat evangelie worden beslissend voor de eeuwigheid. De apostelen worden niet uitgezonden om door tekenen de mensen te verbazen en te overweldigen. Ze worden uitgestuurd met een boodschap, een woord van vreugde. En die boodschap moet nederig aanvaard worden. Halsstarrigheid wordt bestraft. Geloof beloond.

*

Toch komt daarna ook een belofte over wonderen en tekenen. Die gaan niet voorop. De verkondiging gaat voorop (vers 15) en het geloof komt eerst (vers 16). Maar daarna zijn er wel geweldige tekenen die gaan volgen. In het gevolg van evangelie en geloof gaat veel gebeuren. Daar mag men op rekenen!

Zoals de meeuwen achter het schip aanvliegen, zo zullen de wonderen en tekenen achter het evangelie aanvliegen door deze wereld. In vers 20 kunt u die samenhang heel goed zien. Daar wordt de uitvoering van de belofte uit vers 17-18 beschreven. En dan lezen we dat de apostelen overal het goede nieuws bekend gaan maken. En:

,,de Here hielp hen daarbij en zette de verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen┬┤┬┤.

U kunt hier in vers 20 heel duidelijk zien dat de wonderen en tekenen gepaard gaan met de verkondiging van het evangelie. Het zijn dus tekenen voor de waarheid van het evangelie en het zijn bewijzen van Jezus┬┤ macht in hemel en op aarde. [5.3]

Het is dus niet zo dat het tekenen zijn van het persoonlijk geloof. Wij moeten de tekst niet iets anders laten zeggen dan er staat. De Here Jezus zegt niet, dat deze tekenen het geloof zullen bewijzen en verzegelen. En Jezus zegt niet dat je pas een gelovige bent wanneer je allemaal zulke wonderen kunt doen of ervaart. Het gaat niet om ons maar om de Meester.

We moeten hier wel even stilstaan bij de manier waarop de NBV vers 17 heeft vertaald. Deze vertaling is heel goed in vers 20 maar zij dreigt ons in vers 17 op het verkeerde been te zetten.
De vertaling luidt daar:

,,Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen┬┤┬┤.

Wanneer je nu alleen vers 17 in de NBV leest, lijkt het alsof je als gelovige pas herkenbaar bent wanneer je deze tekenen doet. U kunt echter gemakkelijk in andere bijbelvertalingen, bijvoorbeeld de NBG-vertaling, zien dat Jezus het anders zegt. Hij zegt dat deze tekenen ,,de gelovigen zullen volgen┬┤┬┤.

Het werkwoord volgen doet ons denken aan mensen die op weg zijn: zij reizen en trekken. In hun gevolg zijn de tekenen. Deze belofte is nauw verbonden met de opdracht van vers 15 om in de hele wereld het evangelie te gaan prediken. De apostelen zaten eerst stom terneer. Ze zeiden niets vanwege hun ongeloof. Maar nu bemoedigt Jezus hen. Wanneer ze nu tot geloof zijn gekomen, moeten ze met het woord op pad. En dan zullen ze merken dat hun verkondiging effect heeft. De tot geloof gekomen predikers, die niet halsstarrig en ongelovig meer zijn, zullen ontdekken dat Jezus hun prediking laat volgen door wonderen en tekenen.

De opmars van het woord zal een geweldige nasleep hebben. Uit vers 20 blijkt wel dat dit de bedoeling moet zijn. Zoals het schip een spoor trekt door de zee, zo zal het evangelie een spoor achterlaten van wonderen en tekenen. Niet om daardoor het geloof te bewijzen. Maar als bemoediging v├│├│r de gelovigen en als bewijzen bij het woord dat men aanvaardde. Zo staat ook in vers 20, dat de Here het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden! De NBV komt hier weer op het goede spoor: ,,De Heer zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen┬┤┬┤. Niet het geloof wordt gewaarmerkt, maar de boodschap, de verkondiging wordt bewezen uit de effecten. Daaraan kan men zien, dat het werkelijk waar is, wat men gelooft van horen zeggen. Het is geen theoretische visie, maar het zijn werkelijke feiten in deze schepping. De Heer is werkelijk opgestaan in deze wereld en onzichtbaar werkt Hij door de genezende handen en de nieuwe tongen en de overlevende vervolgden.

*

Zijn deze tekenen ook niet werkelijk meegekomen met het evangelie? Lees het boek Handelingen er maar eens op na. Dan wordt u gewaar, hoe de apostelen overal wonderen en tekenen deden en zij niet alleen. De binnenkomst van het evangelie in het Romeinse rijk ging gepaard met vele wonderen. Slechts een gedeelte ervan kennen wij en dat deel is al verrassend genoeg. [5.4]

Het begint in Handelingen 3 met de genezing van verlamd geborene. En daarna vervullen de apostelen Jeruzalem met hun genezingen en wonderen. Lammen staan op, maar zelfs doden herrijzen: te Joppe wordt Tabita door Petrus opgewekt uit de dood! In Efeze worden zweetdoeken van Paulus naar de mensen gedragen en ze genezen. De vele wonderen en tekenen die het evangelie volgden, maakten de toeristenindustrie rond de Artemistempel in Efeze zelfs werkeloos! En wanneer Paulus op Malta door een gifslang wordt gebeten, gebeurt er tot grote verbazing van de bevolking helemaal niets. Het Romeinse rijk rond de apostelen gonsde van de wonderen en tekenen.

De mannen die op de paasmorgen zo mistroostig voor zich uit zaten te kijken, ontdekken nu zij tot geloof zijn gekomen in de Opgestane, dat Jezus Heer is en dat alle macht bij Hem is. Het evangelie is in deze wereld niet alleen woord en papier. Het is allereerst kracht en majesteit. Waar het evangelie komt, daar gaat iets gebeuren! Het evangelie heeft gevolgen!


2. (Wie niet terugkijkt, mist veel) [6]

Nu lezen moderne christenen deze belofte vaak met heimwee. Wij hebben vaak de neiging, alleen vandaag om ons heen te zien en dan te klagen, dat van al die tekenen niets is waar te nemen. Dat is echter heel kortzichtig. Laten we dan maar eens terugkijken naar de tijd, dat de apostelen in de wereld uitgingen. [7.1]

Om dit te kunnen doen, om te zien wat al achter je ligt, moet je wel willen omkijken. Wij moeten de moeite nemen, terug te kijken. Daarvoor moet je wel in de achteruitkijkspiegel kijken. Dat moesten de Isra├źlieten ook. De meeste Isra├źlieten hebben nooit de tien wonderen in Egypte beleefd of de doortocht door de Rode Zee meegemaakt. In hun tijd gebeurden zulke dingen niet. Maar gelovigen in Isra├źl vergaten nooit om terug te kijken naar de wonderen en tekenen bij de uittocht uit Egypte en al terugkijkend dichtte men er vele psalmen op die men enthousiast zong. Men zong ze in een tempel waarin al eeuwen niets bijzonders gebeurde maar waarin al sinds eeuwen toch veel te gedenken en te zingen viel. Zelf hadden ze de tien plagen nooit meegemaakt, maar ze gedenken ze en raken er niet over uitgezongen. Voor Isra├źl hoefde God niet eindeloos alles te herhalen om de mensen aan het zingen te krijgen! [7.2]

Zo moet het ook. God doet zijn wonderen en tekenen niet om het geloof te vervangen door zien. Het is geen eindeloos doordraaiende voorstelling. Voor de meesten geldt het woord dat ook tot Tomas werd gesproken: ,,Zalig wie niet gezien en toch geloofd heeft!┬┤┬┤ Dit geloven staat niet los van wat te zien was en waar men over hoort in het evangelie. Maar dit geloof hoeft niet z├ęlf te zien en te ervaren voordat het gelooft. Het past ons niet om te zeggen: ,,Wanneer ik niet zelf van ziekte genees of wanneer ik niet zelf een zieke genees, zal ik niet geloven┬┤┬┤. Dan zouden we terugvallen in het ongeloof van Tomas.

Daarom moeten wij allereerst de wonderen en tekenen gedenken die plaatsvonden bij de verbreiding van het evangelie. Daar mogen we onze gezangen op maken. Wie niet stilstaat en gedenkt, maakt zichzelf arm bij veel rijkdom. Wanneer u in Handelingen leest over die genezingen en wonderen, lees er dan niet overheen. Neem even de tijd, er over na te denken. Stel het u voor. En vat moed: zo re├źel is het evangelie voor de schepping. En dat zijn dan nog maar de tekenen: zij laten een glimp zien van wat het gaat betekenen, wanneer wij door geloof behouden worden. Het verlost ons ook van doodsgevaar en van vele beperkingen en van onmacht. De voorproefjes wijzen naar de glorie van de nieuwe aarde! Terugkijkend naar deze tekenen, durfden de martelaren de brandstapel te bestijgen met een hoopvol lied in de mond! [7.3]

Wanneer je de tekenen overdenkt en g├ędenkt, dan weet je wat het evangelie waard is. Laten wij niet halsstarrig zijn als de leerlingen op de paasmorgen. Zij weenden en treurden. Zij waren hun gevoel en beleving helemaal kwijt. Maar hoe kwam dit? Doordat er geen wonder gebeurde? Ik denk het niet. Jezus liet voorlopig ook niets gebeuren op de paasdag. Hij stuurde boden: Maria van Magdala en twee anderen. Boden met woorden en belijdenissen. Die herinnerden de leerlingen aan Jezus┬┤woorden en zijn eerdere wonderen en aan de eerdere verheerlijking op de berg. Dat had genoeg moeten zijn. Waarom echter hebben opeens al die dingen hun glans verloren? Omdat de leerlingen halsstarrig zijn. Ze hebben de triomf van Jezus wel willen aanvaarden, maar niet zijn lijden en sterven.

*

Laten wij als christenen in de 21ste eeuw er maar voor oppassen dat de tekenen en wonderen uit het verleden hun glans voor ons gaan verliezen omdat we alleen de triomf van Jezus voortdurend willen ervaren, maar zijn evangelie over het lijden aan ons laten voorbijgaan. Jezus heeft vroeg genoeg gezegd dat gelovigen, ondanks wonderen en tekenen, op aarde nog niet de glorietijd binnengaan. Zij zullen nog te maken krijgen met verdrukking en lijden en dood. De dienstknecht is niet meer dan zijn Meester. Zij hebben Mij gedood, ze zullen ook u vervolgen! Jezus heeft aangegeven dat ook de apostelen zullen sterven, tenzij Hij een uitzondering zou willen maken. Jezus heeft de triomf van de Almachtige beloofd in het hemelrijk. Dat moeten we geloven. Door geloof gaan we in. Niet door beleving en ervaring.

Daarom zijn de wonderen en tekenen een bemoediging onderweg, een oase om nooit te vergeten tijdens de verdere woestijnreis, maar ze zijn nog niet het paradijs van de eindoverwinning. Eens zal de dood in de poel van vuur worden geworpen. De dodenopwekkingen die we zien gebeuren door Jezus en de apostelen zijn daarvan een bemoedigend voorteken. [7.4]

Maar om die bemoediging niet te missen, moet je verder terug willen kijken dan de moderne mens gewend is. Wanneer je jezelf als het middelpunt van alles beschouwt, dan wordt het minder interessant wat er gebeurde bij de uittocht uit Egypte of bij de opwekking van Lazarus. Maar wanneer je als gelovige leert begrijpen dat niet jij het middelpunt bent, maar je Here en Heiland, dan blijven de wonderen en tekenen die Hij deed actueel en je hebt ze lief. En je blijft aan het zingen van psalmen en gezangen. Looft de Here, mijn ziel en al wat in mij is!


3. (Geloof vat moed) [8]

Wanneer christenen zingen over het verleden, vatten zij moed voor het heden. De Here heeft immers geen tijdsbeperking gegeven bij deze belofte. Wij mogen ook vandaag voor de zending bidden, dat de Here het woord zal bevestigen door de tekenen die erop volgen. De latere zendingsgeschiedenis kan ook inderdaad vele verhalen vertellen over wonderen die de Here deed. Wanneer wij bidden, kan het de Here behagen te werken. [9.1]

In de christelijke kerk bleven vele wonderen en tekenen van de Here in herinnering doordat men dagen had gewijd aan heiligen en martelaren: hun geschiedenissen zijn vaak ook vol wonderen. Men gedacht die betekenisvolle levens als kerk. Met de Grote Reformatie zijn de protestanten die herinneringen kwijt geraakt. Er was veel scheefgroei gekomen en heiligen werden vereerd. Met het wegdoen van deze heiligenverering zijn echter ook de verhalen uit de christelijke kerk verdwenen. Toch zouden we vaak versteld staan over wat de Here heeft gedaan in de levens van bijvoorbeeld de martelaren. [9.2]

Het is niet goed wanneer wij Marcus 16:17-20 opsluiten in het verleden. Wij gaan daar niet over: wat God allemaal nog wil doen en wanneer Hij dat wil doen. Dat is aan Hem. En we hoeven dat ook niet af te dwingen. Want geloof steunt wel op wonderen, maar het wordt er niet door bewezen. De HERE liet in Isra├źl generaties komen en gaan zonder meer wonderen dan ze al kenden van de uittocht uit Egypte en de intocht in het beloofde land. En dan opeens is er de profeet Elisa die veel wonderen doet. Zijn optreden schudt het volk wakker en herinnert hen aan de God van de uittocht die ze zo vaak vergaten. Het hele Oude Testament laat ons zien dat wonderen niet tot de standaardgeschiedenis van Gods volk behoorden, maar dat de HERE ze toch kan geven wanneer het Hem behaagt. Zo zal ook vandaag niets voor de HERE te wonderlijk zijn. Maar Hij werkt niet omdat wij het wensen maar wanneer Hij het gewenst vindt. Zo is ook de geschiedenis van de nieuwtestamentische kerk niet zonder wonderlijke genezingen en duiveluitdrijvingen, maar zij wordt er niet door bepaald. Bepalend is het evangelie, het woord van de apostelen en profeten, inbegrepen de grote daden van de HERE die we mogen gedenken, zijn wonderen en tekenen, in Egypte en in Jeruzalem en in Efeze, in Europa en in de nieuwe zendingsgebieden, [9.3]

Wij mogen die tekenen echter nooit afbidden omdat wij lui zijn en ons talent begraven. Wanneer we verveeld luisteren naar de bekende wonderen en tekenen, in de bijbel beschreven, moeten we maar niet denken dat de Here ons tegemoet komt met nieuwe wonderen. De belofte is er niet om verwende christenen in het Westen met een rijk verleden nog eens een extra beleving te schenken. Maar wanneer we in Geestelijke liederen God loven en zingen over de wonderen die Hij allemaal al in het verleden van kerk en zending heeft verricht, dan mogen wij ook verwachting hebben. We mogen verwachten, dat deze God dezelfde wonderen en tekenen zal verrichten zo vaak dat nodig is om het woord te versterken bij zijn opmars op de zendingsvelden. Dan bidden we niet voor onszelf maar voor hen die nog tot geloof moeten komen. [9.4]

Bidden voor de zending, is niet alleen bidden voor de zendelingen. Het is allereerst bidden voor de pasbekeerden, die geloofden en gedoopt zijn. Opdat zij de bevestiging van het woord ontvangen in hun eigen wereld en in hun heidense omgeving. God laat de wonderen en tekenen niet over aan de antichrist. Hij laat het wel aan hem over om er mee te pronken en mensen te verblinden. God echter zet zijn tekenen in om te beter het licht van zijn werkelijkheid te doen stralen in pas geopende ogen. Zo was het bij de opmars van het evangelie in het romeinse rijk en daar mogen we ook om vragen bij de opmars van het evangelie in de uithoeken van de aarde, in de braziliaanse oerwouden en in het vaak zo gesloten China.

Geloven krijgt genoeg te zien op aarde.
Sper uw ogen open voor wat de Here al heeft gedaan.
Geloof de belofte.
En bid veel voor de uitbreiding van het evangelie van de Opgestane.

Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Daarom hebben wij goede moed. We zien de sterrenbeelden van de wonderen en tekenen in een duistere nacht. [9.5]

En we voelen ons geleid naar de dageraad, wanneer de morgenster opgaat in onze harten.
Zie Hij maakt alles nieuw!



AMEN [10]




LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek vormt een drieluik met die over Marcus 16:9-14 en Marcus 16:15-16.

- Terug naar menu