- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden, maar ook als onderdeel van een blokje van 4 preken over Romeinen 1 en 2

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 24:1,2,3 (Wij zijn thuis in Gods wereld!)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 139:6,11 (De Here kent ons binnenste: het ligt voor Hem open)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Romeinen 2:12-29 (Het uiterlijk rechtvaardigt ons niet)
Zingen: Psalm 16:1,3,4 (Getrouwe Heer, Gij zijt mijn enig goed!)
Preek over Romeinen 2:12-29
Zingen: Liedboek 437(:1,2,3) (God laat mij voor uw aangezicht, naar lijf en ziel herboren zijn: Antwoordlied op de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 131 (Mijn hart is niet trots meer)
Zegen



Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 24:1,2,3 (Wij zijn thuis in Gods wereld!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Romeinen 2:12-29 (Het uiterlijk rechtvaardigt ons niet)
Zingen: Psalm 16:1,3,4 (Getrouwe Heer, Gij zijt mijn enig goed!)
Preek over Romeinen 2:12-29
Zingen: Liedboek 437(:1,2,3) (God laat mij voor uw aangezicht, naar lijf en ziel herboren zijn: Antwoordlied op de preek)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 23:3 (Verwachtingsvol be-amen)
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 131 (Mijn hart is niet trots meer)
Zegen



Preek over: Romeinen 2:12-29

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina



GEZOCHT: DE VERBORGEN CHRISTEN
Romeinen 2,12-29: Wie innerlijk een jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God!

*
[1]

Geliefde broeders en zusters,


In dit bijbelgedeelte gaat het over verborgen mensen. In vers 16 lezen we immers dat God oordeelt over wat er in de mens verborgen is. En in de verzen 28-29 komt dit terug: God prijst wat innerlijk is in de mens, voor mensen verborgen maar waardevol voor Hem.

Het gaat daarom in deze preek over ,,de verborgen christen┬┤┬┤. God zoekt die verborgen mens. Daarover gaat straks zijn oordeel. En die verborgen christen ontvangt lof. Je zou kunnen zeggen: ,,GEZOCHT: de verborgen christen.┬┤┬┤ [2.1]

*

,,De verborgen christen┬┤┬┤: dat is voor ons vandaag een onwennige term.

Wij leven in de tijd van de zichtbare mens. De TV laat alle zichtbare elementen van de mens wel in beeld komen. Tot in de meest intieme emoties toe en tot in het afzichtelijke en naakte toe. Eigenlijk is er nauwelijks meer iets dat niet geshowd wordt. En verder helpen webcams en weblogs en andere middelen ons om onszelf zo zichtbaar mogelijk te maken voor anderen.

In zo┬┤n tijd is het heel vreemd om iets te lezen over de onzichtbare mens: moet de cameraploeg daar niet direct op afgestuurd? Wat zou er zijn dat zich onttrekt aan vastlegging door geheime digitale camera┬┤s? Zo┬┤n onzichtbare mens kan zelfs helemaal geen weblog hebben of mobiel bereikbaar zijn. Wat moet je nu met een verborgen christen? [2.2]

*

Ook in de kerk kan het onwennig voelen om te lezen over de verborgen mens.

Er is tegenwoordig onder christenen een streven om de mens ,,aan de dag te brengen┬┤┬┤: wat blijft er nog verborgen in praatgroepen? Moet niet alles open gecommuniceerd worden? Is de kerk niet dat je alles deelt? Moeten zonden niet direct worden meegedeeld? En is het niet goed om je verhaal te vertellen over wat verborgen zonde was? Het is een tijd van uitwendigheden: van bevlogen charisma en uiterlijke vernieuwing.

Het lijkt erop dat er niet zoveel meer ,,verborgen┬┤┬┤ blijft in de kerk. En christenen raken er zo aan gewend, dat het zelfs een deugd lijkt om alles te delen in de groep of in de kerk of in de krant. [2.3]

*

Toch schrijft onze apostel Paulus meer dan eens over de ,,verborgen mens van het hart┬┤┬┤. En in dit gedeelte van zijn brief aan de christenen in Rome, schrijft hij over wat innerlijk is, door mensen niet wordt gezien of geprezen, maar wat door God wordt waargenomen en gewaardeerd. [2.4]

Zo nodigt de tekst ons uit om vandaag na te denken over die verborgen christen. Dat is de mens waar een ander niet bij komt.

*

Maar hoe komt Paulus eigenlijk op dit onderwerp?

Hij schrijft een brief aan pasbekeerde christenen uit de heidenen. Zij wonen in Rome. En daar wonen ook de joden die vele synagogen hebben. Hun aanwezigheid roept de vraag op of de jonge christenen uit de heidenen niet in het nadeel zijn tegenover dat oude bondsvolk. De joden hebben immers de tempel, de besnijdenis, de sabbatten en zoveel meer. [3.1]

Joden hebben daarin veel dat zichtbaar is en uiterlijk (de tempel in Jeruzalem die door vele toeristen uit Rome werd bezocht, de besnijdenis waaraan iedere joodse jongen herkenbaar was, de sabbat die als rustdag erg opviel in het druk levende Rome). Heidenen staan daarbuiten. Moeten christenen nu ook niet iets uiterlijks gaan opbouwen? Wat wordt h├║n ,,verhaal┬┤┬┤ en profiel voor de mensen? Hoe gaat hun image worden? [3.2]

Daar komt nog bij dat de joden zich door dat uiterlijke ook heel erg beschermd voelden: de wet, de besnijdenis en het volk waren als kleden om hen heen. Christenen uit de heidenen konden daar wel jaloers op worden.

Maar in de afgelopen tijd had Johannes de Doper juist aan die uiterlijke zekerheid gewrikt. En nu doet Paulus doet dit ook. [3.3]

De boodschap van Johannes de Doper ├ęn van Paulus is dat je niet kunt leunen op uiterlijkheden: het gaat om de inwendige en verborgen mens. En eigenlijk is dat altijd al de boodschap geweest van Mozes en de profeten. Johannes de Doper en Paulus vertolken die boodschap nu in hun eigen tijd en op hun eigen manier. [3.4]

Paulus schrijft in dit tekstgedeelte dan vooral in de richting van de joden, maar daarmee maakt hij ook zijn christelijke brieflezers indirect iets duidelijk. Wat hij zegt over de joden geldt natuurlijk ook voor de jonge christenen in Rome. De meelezers moeten ook voor zichzelf conclusies trekken.

En Paulus┬┤ boodschap heeft ook voor ons in een latere tijd dezelfde kracht. Christenen voelen zich inmiddels, na vele eeuwen, onbewust ook vaak beschermd door de uiterlijke kenmerken: het bezit van de bijbel, het gedoopt zijn en het lidmaatschap van een kerk. Allemaal dingen die je kunt zien.

Maar ook voor ons geldt: het gaat niet om die dingen die gezien worden. Iedereen ziet je naar de kerk gaan, iedereen weet dat je een bijbel hebt. Dat krijgt aandacht van mensen. Maar het gaat uiteindelijk om iets anders.

Het gaat om de jood, de mens, de christen in het verborgen. Niet gezien door mensen. Daar kijkt God naar!

Wij zijn niet zo gewend om te denken aan de verborgen mens.
Het is ook juist iets waar je niet over kunt praten of chatten want dan is die mens niet meer verborgen.
Wat heeft Paulus ons dan vandaag te zeggen wanneer hij schrijft over de verborgen mens van het hart? Laten we luisteren naar wat hij zegt. De boodschap is:

[4]
GOD PRIJST WAT VERBORGEN IS
1. Hij peilt hoe diep zijn Naam bij ons zit (2,17-24).
2. Hij verkijkt zich niet op het zichtbare (2,12-16).
3. Hij zoekt een gedoopt hart (2,25-29).



1. (Hij peilt hoe diep zijn Naam bij ons zit) [5]

In de verzen 17-20 noemt Paulus de zichtbare voorrechten van de joden. Zij hebben de wet en zij kunnen daarmee anderen onderwijs geven! [6.1]

Paulus doet daar niet negatief over. Alsof dat allemaal niets voorstelde, die zichtbare kant.
Voorrechten zijn werkelijk voorrechten: wees blij met wat je kreeg als joodse gelovigen. Wees blij met het bezit van de Schriften: daardoor kun je voor anderen een licht ophouden in het duister! [6.2]

Maar de vraag van Paulus is nu of dit licht ook wel schijnt in je eigen binnenste. In de verzen 21-24 werpt de apostel de joden voor de voeten dat Gods naam om hen vaak gelasterd wordt. Dat was ook zo in die tijd. In de stad Rome hadden de joden als geheel niet zo┬┤n goede naam. Zij houden wel de lamp omhoog van Gods Woord, maar hoe diep dringt het licht daarvan door in hun eigen hart en leven? Er zijn immers steeds weer schandalen in de stad waar ook joden bij betrokken zijn!

*

Wat Paulus ons hier wil leren, is dat de buitenkant zijn waarde verliest wanneer er geen onzichtbare binnenkant is.
Voorrechten zijn geen medailles, het zijn maatstaven voor onszelf.
Zien de zo bevoorrechte joden er van binnen uit zoals het van buiten lijkt?
Die vraag geldt niet alleen hen, maar ook de lezers van de brief zelf.
Gods Naam houden deze jonge christenen alleen hoog door zelf in het verborgen onderdanig te zijn aan zijn wet. [6.3]

*

Er kan zo gemakkelijk een tegenstelling ontstaan tussen de uiterlijke christen en de innerlijke mens die niet gezien wordt.

Het kan gebeuren dat je braaf in de bijbel leest in de kerk en in aanwezigheid van anderen, maar dat je er niet aan denkt wanneer je alleen bent.

Of dat je gebed in het gezin vroom is, maar dat je als vader of moeder nooit voor jezelf in stilte bidt tot God.

Het kan ook gebeuren dat je de wet voorhoudt aan je kinderen, maar dat je soms heel andere dingen doet wanneer je alleen bent met je computer of je geld. Niemand ziet dat, geen echtgenoot en geen kind en al helemaal geen ouderling. Maar God ziet het verborgene en dáár toetst Hij ons.

Hij peilt hoe diep zijn naam in ons leven zit. Daar kan een ander niet over oordelen.Daarin kunnen we alleen onszelf in de binnenkamer onderzoeken voor Gods aangezicht.

*

Het avondmaalsformulier herinnert ons ook aan dit zelfonderzoek van ons innerlijk dat andere mensen niet kennen. [6.4]

Soms gaat dit wel eens aan gemeenteleden voorbij. Vooral in een kerkgemeenschap waar de toelating tot het avondmaal beschermd wordt door de kerkelijke tucht en waar de toegang geregeld wordt door avondmaalsbriefjes. In zo┬┤n gemeenschap kan gemakkelijk het gevoel ontstaan dat je ,,gerechtigd┬┤┬┤ bent het avondmaal te vieren wanneer je niet onder tucht staat of een briefje van de kerkenraad meekreeg. Maar dat briefje gaat zo diep niet. En de tucht gaat niet over onze harten.

Het is belangrijk, dat we beseffen hoe het eindoordeel over ons kerkelijk leven niet ligt bij de kerkenraad of de wijkouderling: zij k├║nnen dat eindoordeel ook niet geven. Het eindoordeel ligt bij de Here en Hij peilt hoe diep ons geloof is. Hem kunnen wij niet met schone schijn bedriegen. Daarom behoort het zelfonderzoek tot het christenleven, niet alleen voor het avondmaal, maar steeds opnieuw.

De Here vraagt ook u indringend, oog in oog: ,,Heb je Mij werkelijk lief?┬┤┬┤ En ik hoop dat we dan uit de grond van ons hart durven zeggen: ,,Ja, Here, gij weet dat ik U liefheb!┬┤┬┤


2. Hij verkijkt zich niet op het zichtbare (2,12-16). [7]

Zo peilt de Here hoe diep zijn Naam bij ons zit: de eerste gedachte in de preek. De tweede gedachte is dat de Here zich daarbij niet verkijkt op het zichtbare. [8.1]

Vanuit de profeten konden alle joden al wel weten dat de Here ons hart doorzoekt. Spreuken roept ons toe: ,,Mijn zoon, geef mij uw hart┬┤┬┤. En de profeten dringen aan op een besnijdenis van het hart en niet alleen van het lichaam. Maar veel Joden dachten toch dat ze ÔÇô hoe dan ook ÔÇôaltijd wel een streepje voor hadden op de ongelovige heidenen. Hun voorrechten gaven hun altijd een zekere voorsprong, dachten ze. Zelfs als er veel zou zijn aan te merken op de diepgang dan was er toch altijd nog die reeks van uiterlijke voorrechten!

Dat is onder de mensen ook tot op zekere hoogte waar. Wij kijken tegen de buitenkant aan en die ziet er soms best nog wel indrukwekkend uit.

Maar God kijkt niet via de buitenkant. Hij kijkt van binnenuit bij alle mensen. En dan kan het zijn dat Hij geen licht ziet aan de binnenkant.

En daar let Hij op. Zonder aanzien van persoon.

Dan helpt het weinig wanneer je het licht van de bijbel in je handen houdt, maar ondertussen geen licht van vreugde en innige blijdschap in God meedraagt in je hart. [8.2]

*

Sterker nog: dan is het omgekeerde veel waardevoller. Dat omgekeerde kan ook voorkomen. Dat mensen wel buiten de lichtkring van Gods volk leven, maar ondertussen in hun hart toch diep respect voor God kennen en barmhartigheid betonen aan hun naaste.

God neemt zulke mensen aan. Ondanks het ontbreken van het buitenlicht.
Ze hebben geen licht op hun handen omdat ze niet in het bezit van de wet zijn. Maar gelijktijdig dragen ze juist w├ęl een wonderlijk lichtschijnsel in hun hart mee. En God ziet dat heel goed.

De Here aanschouwt niet alleen met afkeuring de jood die slechts uitwendig Hem dient. Hij aanschouwt ook met liefde de heiden die Hem juist innerlijk liefheeft en ontzag kent voor zijn Naam.

God ziet dat niet-joden soms de wet houden uit respect voor God, terwijl ze de uiterlijke voorrechten missen. De voorrechten van bijbel (wet) en besnijdenis (doop) en volk (gemeente).

We lezen dat in vers 12-16. Daar zegt Paulus dat het innerlijk leven naar de wet beslissend is. En hij verwijst naar heidenen die weliswaar de wet niet hebben, maar die toch de werken van de wet doen en daarom door God geprezen worden. [8.3]

*

Dat is voor gelovige joden een wat schokkende uitspraak.
Zou een buitenkerkelijke hen kunnen voorgaan? Zou Nineve voor hen uit kunnen gaan in het gericht? Zou de heidense koningin van Scheba vooroplopen terwijl besneden joden achter moeten blijven?

Doen privileges op zichzelf er dan zo weinig toe?

Wat Paulus hier schrijft, lijkt nogal extreem. Maar de bijbel geeft wel degelijk voorbeelden van mensen die buiten het volk Isra├źl stonden en die toch vervuld waren met oprecht ontzag voor de HERE en die ook op hun eenvoudige manier Hem aanriepen in gebeden.

Denkt u maar eens aan Ruth. Een heidin zonder recht op een titel binnen Gods volk. Zij was een moabitische. Maar in haar hart leeft liefde voor de HERE: ,,Uw God is mijn God┬┤┬┤. En de goede werken van deze heidin voor haar schoonmoeder worden door de HERE aangezien en geprezen.

Of denkt u eens aan de onbesneden Na├Ąman die na zijn wonderlijke genezing van de melaatsheid besloot voortaan alleen de HERE, de God van Isra├źl, als God te erkennen.

Een ander voorbeeld is de hoofdman in Kafarna├╝m. Een onbesnedene, een heiden. Maar wel iemand die respect heeft voor de HERE en die in alle eenvoud zich beroept op een nieuwe wonderdoener in Isra├źl, namelijk op Jezus. En dan zegt Jezus het verrassende woord: ,,Zo┬┤n geloof heb ik zelfs in Isra├źl niet gevonden┬┤┬┤. Geloof buiten de privileges, maar God ziet het hart aan!

En denken we ook eens aan Cornelius in Caesarea. Een heiden waar het voor een jood niet geoorloofd was om naar binnen te gaan. Zo´n man viel buiten de kring waar gelovigen zich kunnen bewegen. Maar de HERE zegt: ik heb gezien wat hij voor de armen deed en ik heb gehoord hoe Hij tot Mij bad en daarom mag mijn apostel Petrus hem het evangelie komen brengen. God aanvaardde hem nog voordat hij zich tot Jezus had kunnen bekeren. En dit vanwege de gesteldheid van zijn hárt.

De buitenkant klopte niet, maar het hart klopte. En daar kijkt de HERE naar.

Paulus verwijst in 14-16 naar deze heidenen om te onderstrepen dat Gods oordeel gaat over hetgeen in de mens verborgen is. Dat is zijn conclusie in vers 16. Wanneer God het innerlijk ontzag voor Hem waardeert (zelfs wanneer het bezit van doop en bijbel ontbreekt), zou Hij dan niet het ontbreken van dat ontzag straffen ook al is er het bezit van bijbel, doop en kerk?

*

Broeders en zusters, zonder dat wij het beseffen is er vaak zoveel vertrouwen in ons op de dingen die ons zijn gegeven. We leunen op Schrift en belijdenis, op doop en kerk, op verbond en ambt. En het zijn allemaal rijkdommen, die ons door een Ander zijn toevertrouwd. Maar op de jongste dag gaat het niet over de vraag welke talenten u in beheer had gekregen, maar wat er verborgen in u omging. Dat is niet alleen de vraag voor de buitenkerkelijke, maar ook voor de christenen.

Bij God is geen aanzien van persoon.

Laten we onszelf ook daarop onderzoeken. Of wij ons heimelijk misschien toch beter vinden dan alle niet-christenen. Of we misschien denken dat wij zelf beter zijn omdat we in het bezit zijn van bijbel, doop en kerk? Dat is een gevaarlijk gevoel: het geeft ons zelfvertrouwen terwijl zelfonderzoek nodig was. Het maakt ons zelfverzekerd, terwijl toevluchtnemend geloof nodiger is. [8.4]

Vergeet het niet: we dienen een God die zich niet verkijkt op het zichtbare van onze naamplaatjes, maar die ons hart peilt tot in de stille diepte waar niemand bij ons is.


3. Hij vraagt naar een gedoopt hart (2,25-29). [9]

Daar in dat binnenste vraagt de Here naar een gedoopt hart (onze derde gedachte).

Al eerder in de preek is gezegd dat de uiterlijke voorrechten van de joden en ook van de christenen (wet, bijbel, volk, kerk) dingen zijn waar je dankbaar voor mag wezen.

En dat blijkt ook weer in vers 25. Paulus zegt niet dat de uiterlijke besnijdenis waardeloos is. Hij zegt juist positief dat die besnijdenis ,,u tot voordeel strekt┬┤┬┤. Maar dan voegt hij er iets aan toe: ,,wanneer u de wet naleeft┬┤┬┤. De uitwendige voorrechten van jood en christen worden waardevol door de innerlijke rijkdom van een gelovige. Daardoor lichten ze op en worden ze geen zaken die ons aanklagen, maar juist zaken die ons helpen om de blijdschap van ons hart ook te beleven en vorm te geven. [10.1]

In vers 29 zegt Paulus dan ook niet dat het onbelangrijk is of men ,,Jood is┬┤┬┤ maar hij zegt wel dat men alleen ,,Jood is┬┤┬┤ door ,,zijn innerlijk┬┤┬┤. De ware besnijdenis is innerlijk. ,,Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet┬┤┬┤. [10.2]

*

En dit geldt nu ook voor christenen. Bijbel en doop: ze zijn waardevol en van betekenis maar alleen door verinnerlijking en door de heilige Geest.

Laten we de doop, die vergelijkbaar is met de besnijdenis, als voorbeeld nemen. Bij de doop is er het gevaar dat de uitwendige doop soms gevierd wordt als d├ę doop. Vooral in deze tijd waarin van doopdiensten soms een kinderfeest wordt gemaakt en doopouders gefeliciteerd worden en kadootjes worden uitgereikt. Door dit alles, hoe goed bedoeld ook, dreigt het gevaar dat we Paulus┬┤ woorden vergeten. Het gaat in de doop ÔÇô het formulier zegt het duidelijk genoeg ÔÇô niet om de uitwendige doop die je kunt zien en waarvoor je kinderen voorin de kerk kunt laten komen. Het gaat juist niet om die zichtbare doop, maar om de onzichtbare door de Geest. [10.3]

Daarom wordt er ook zo intens gebeden bij de doop. Wanneer u het doopformulier en de gebeden daarvan diep tot u laat doordringen, beseft u ook dat we niet op het uiterlijke moeten zien, maar onze harten opwaarts moeten heffen in de hemel waar Christus is. En dat we Hem mogen bidden om de Geestelijke doop van het hart waarvan de uitwendige doop maar een teken is. De doop is een innerlijke doop: alleen dan heeft de uitwendige doop betekenis.

Daarom is het zo nodig dat christenouders veel bidden voor de wedergeboorte van hun kinderen. En dat opa┬┤s en oma┬┤s bidden om de bekering van de harten van hun kleinkinderen. Dat de Geest daarin woning mag maken. Dat zij in stilte de Here gaan liefhebben. Waar die vreze van de Here woont, daar is vrede en zegen.

Alleen de Geest als innerlijk vuur in onze harten maakt het gebruik van bijbel en sacrament waardevol. En daar moet je vroom om bidden en daarvoor moet je je hart verwachtend openstellen.

Wie deze innige omgang kent, wordt geprezen!

Aan het einde van elk jaar kunnen we tellen hoe vaak de doop is bediend, en hoe vaak we avondmaal vierden en hoe vaak er gepreekt werd. Geweldige voorrechten: licht voor de wereld!

Maar elke dag peilt God de diepte van ons hart en ziet Hij in het verborgen van ons leven. Vindt Hij daar de inwendige mens die een vreugde in zijn God heeft en die Hem prijst in stilte en aanroept in de binnenkamer?
Dat weet Hij en dat weet u.
Dat staat niet in de jaarstatistiek.
Maar daarom gaat het w├ęl in ons leven: ,,dat onze lof niet is van mensen maar van God die het innerlijk ziet.┬┤┬┤

*

Aan het slot gekomen van deze bijbelpassage en van deze preek wil ik nog vragen waarom dit allemaal zo belangrijk is. De apostel Paulus komt in dit bijbelgedeelte niet aan die vraag toe. Hij wil vooral duidelijk maken dát het uiterlijk zonder het innerlijk leeg is. In het geheel van de Schriften en in het geheel van Paulus´onderwijs kunnen we ons echter nog wel afvragen wáárom de Here dit zo belangrijk vindt.

Het antwoord is dan heel verrassend. De Schrift leert ons dat de HERE z├ęlf met mij als klein en geschapen mensje vertrouwelijk wil omgaan. Hij heeft mij niet nodig, maar Hij wil vanuit zichzelf de mens tot zijn vriend en vertrouweling maken. Daarom kijkt Hij diep en neemt Hij geen genoegen met oppervlakte en buitenkant. Daarom zoekt Hij ons hart in de binnenkamer, zodat we werkelijk zijn vertrouweling kunnen wezen. Wat een wonder: dat God vriendschap zoekt en die zoekt bij u! [10.4]

U ziet dat in het paradijs, waar de HERE in de koelte van de avondwind door de tuin wandelde om de man Adam en de vrouw Manninne te ontmoeten. U ziet dat bij Henoch: toen hij met God wandelde nam de HERE hem op in zijn hemel als zijn intieme vertrouweling. U merkt het wanneer de HERE Abraham zijn vriend noemt en zegt: ,,Waarom zou Ik voor Abraham geheim houden wat Ik van plan ben, want Ik heb hem uitgekozen┬┤┬┤. David ervaart het keer op keer: ,,Al verlaten vader en moeder mij: de HEER neemt mij liefdevol aan┬┤┬┤. En Paulus schrijft in een andere brief dat Christus in ons woning wil maken.

Wanneer we nu dit gedeelte gelezen hebben uit de brief aan de Romeinen ÔÇô God zoekt de verborgen christen! ÔÇô dan mogen we daarom op de achtergrond iemand op een deur horen kloppen. En in de verte klinkt een stem die tot u, tot mij heel persoonlijk zegt: ,,Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij┬┤┬┤ (Op.3,20 Brief aan Laodicea).

Die stem is de stem van Christus die oordeelt over het verborgene. Omdat Hij in het verborgene bij u wil zijn en bij u wil wonen en met u wil eten en drinken!

AMEN [11]


LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: Deze preek kan afzonderlijk gelezen worden maar ook als onderdeel van een blokje van 4 preken over Romeinen 1 en 2.

- Terug naar menu