- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

In deze preek over zondag 34 komen terugverwijzingen voor naar zondag 33. Wanneer de omstandigheden dat gewenst maken, kan deze preek ook gelezen worden als een preek over de zondagen 33-34. In de passages die naar zondag 33 verwijzen, kan men de verleden tijd veranderen in de tegenwoordige tijd (,,In zondag 33 werd gezegd'' > ,,In zondag 33 wordt gezegd'' e.d.).

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.



Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 116:1,2,3,4 (God alleen heb ik lief: bij Hem schuil ik)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 115:2,5 (Naast de Here geen andere goden)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Jozua 24:1-24 (Ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!)
Zingen: Psalm 27:3 (Kiezen voor de Here alleen)
Tekstlezing: Zondag 34
Preek over Zondag 34
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Leven voor Gods aangezicht)
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 116:5,6,7 (Schuilen bij God alleen)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 116:1,2,3,4 (God alleen heb ik lief: bij Hem schuil ik)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Jozua 24:1-24 (Ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!)
Zingen: Psalm 27:3 (Kiezen voor de Here alleen)
Tekstlezing: Zondag 34
Preek over Zondag 34
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Leven voor Gods aangezicht)
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 165
Dienst van de offergaven
Zingen: Psalm 116:5,6,7 (Schuilen bij God alleen)
Zegen


Preek over: Zondag 34

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina


SCHUILEN BIJ GOD ALLEEN

Zondag 34: Het eerste gebod

*
[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Elke zondagmorgen horen we de tien woorden.
Tien geboden noemen we ze.
Maar in de bijbel heten ze ,,de tien woorden┬┤┬┤ (Ex. 34:28; verg. Dt. 4:13; 10:4). [2.1]

Deze tien woorden spreiden zich als een waaier over ons hele leven, over je geloof, je tijdsindeling, je omgang met elkaar als man en vrouw, je bezit, het leven van je naaste, je familie.

Dit kwam ook al duidelijk uit in zondag 33 (antwoord 88). Daar werd de bekering heel radicaal omschreven: het is een afsterving van de h├ęle mens en een opstanding van een heel nieuwe m├ęns. Geen stukje van je leven blijft onveranderd!

Toch kunnen we niet zeggen dat de tien woorden een optelsom zijn van tien woorden over steeds een onderdeel van ons leven. Elk woord raakt ons hele hart en ons hele bestaan. En dat gebeurt steeds van een andere kant.

De tien woorden lijken op een fijngeslepen diamant met 10 facetten: steeds flonkert het licht er weer anders in. Toch is het ├ę├ęn diamant. Zo zijn de tien woorden ook tien fonkelende facetten van ├ę├ęn kerngebod, dat van de liefde. Elk gebod richt zich op dezelfde 100% maar steeds van een andere kant.

De catechismus noemt in antwoord 93 een indeling van de tien woorden in tw├ę├ę groepen, twee lijsten. De catechismus gebruikt hier het woord ,,tafelen┬┤┬┤. [2.2]

Het woord ,,tafel┬┤┬┤ is oud-Nederlands voor een lijst. Zo leer je op school de ,,tafels┬┤┬┤ van 1 tot 10 en je kunt op school een tafeldiploma krijgen wanneer je al die rekenlijsten goed kent.

Zo vormen de tien geboden twee reeksen, de reeks van de liefde die opstijgt naar God en de reeks van de liefde die afdaalt naar de naaste. Wie die beide ,,tafels┬┤┬┤ kent, verdient een ,,tafeldiploma┬┤┬┤! En eigenlijk is het maar ├ę├ęn gebod: leer liefhebben, want God is liefde!

Zo is het eerste gebod meteen al een allesomvattend woord. Wanneer we geen afgoden voor Gods aangezicht mogen hebben, ligt daar ons hele leven al in besloten. Want de afgoden hebben ook hun feesttijden en zeden en levensstijl. En dat alles wordt m├ęt die afgoden aan de kant gezet om te kiezen voor de Here alleen, met zijn heiligheid en zijn geboden voor onze feesten en zeden en levensstijl.

In het eerste gebod valt het licht echter bijzonder daarop dat ons gedrag in de eerste plaats een gedrag is in verband met Iemand. [2.3]

In de kerk krijg je zeker een stelsel van normen en waarden die mensen nodig hebben zoals ook vele niet-christenen wel erkennen. Maar je kunt dat stelsel van normen en waarden niet loskoppelen van het allereerste, de fundering. Het is geen stelsel, maar het is geloof en liefde. Het is geen stelletje regels die je nu eenmaal nodig hebt om een samenleving leefbaar te houden, maar het is een leefwijze die overstraald wordt door het gezicht van de Almachtige Vader. In al ons doen en laten zien wij Hem naar de ogen. God volstaat niet met correcte burgers: Hij wil aanhankelijke kinderen. Hij zoekt nieuwe mensen! [2.4]

Daarom is het eerste dat Hij zegt: ,,Ik ben de HERE, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd: Vereer naast Mij geen andere goden!┬┤┬┤. In veel vertalingen staat er dan: ,,Heb geen andere goden voor Mijn aangezicht!┬┤┬┤ Kom uw God niet onder ogen met andere goden: schuil alleen bij Hem! Dit is het eerste gezicht van de tien woorden.

[3]

WACHT U VOOR DE AFGODEN!

1. Wees nuchter (Dat moet: er zijn trekkende machten)
2. Leef optimistisch (Het kan: de Here zorgt, we hoeven niet zo bang te zijn)
3. Word immuun (Voor Gods aangezicht zijn geen afgoden)

[4]
1. Wees nuchter

Het eerste dat ons hier bij dit eerste woord mag opvallen, is de nederigheid van onze God. Wij zijn er aan gewend dat dit eerste gebod er is. Maar het is heel verrassend dat God de moeite neemt en zich neerbuigt om dit woord te zeggen.

Hij is het die Isra├źl uitleidde uit Egypte. Hij deed de tien grote wonderen in het land van Farao. Hij liet de vijanden omkomen in de Schelfzee. Hij voedde het volk met manna. De Almachtige werd hun tot een Vader.

Op zo┬┤n moment hoeft toch niet gewaarschuwd te worden voor andere goden? De liefdesverhouding is toch volstrekt duidelijk! Als God op dit moment bij zijn volk zou moeten rekenen met de neiging om er ook nog andere goden bij te nemen, dan kon Hij dit volk toch maar beter loslaten? Wat is z├│┬┤n volk nu nog waard.

Wanneer een bruid op haar trouwdag door haar bruidegom moet worden gewaarschuwd om het niet met andere mannen aan te leggen, zou zo┬┤n bruidegom het beter voor gezien kunnen houden.

De Here buigt zich echter z├│ tot ons neer in zijn liefde, dat Hij zijn bruid in de woestijn in het oor fluistert om nu geen andere goden te gaan dienen voor zijn aangezicht. Hier is de nederigheid van God, die niet in trots afwacht of wij bij Hem zullen blijven, maar die zich neerbuigt om ons bij voorbaat te waarschuwen voor een gemene ontrouw die in ons woont. [5.1]

Dit beeld van nederigheid zien we later ook in de Here Jezus. Hij slingert Petrus niet weg, maar Hij zegt wel in alle ernst: ,,Je zult mij driemaal verloochenen, maar Ik heb gebeden dat je geloof niet ophoudt┬┤┬┤. Terwijl Gods Zoon weet wat er in ons is, blijft Hij voor ons bidden.

Zo staat het ook in de eerste brief van Johannes. Een brief vol woorden over de liefde Gods. En dan opeens aan het eind als een onverwachte snik de woorden ,,Kindertjes, pas op voor de afgoden┬┤┬┤. Zouden zulke bevoorrechte christenen het dan nog in zich hebben om verraad te plegen jegens hun lieve God en Heiland? Wij denken van niet, misschien. Maar God weet beter. En in zijn nederigheid waarschuwt Hij ons: ,,Pas maar op voor je ontrouw!┬┤┬┤

Het eerste gebod is negatief geformuleerd. Er staat niet ,,U zult Mij liefhebben┬┤┬┤, maar ,,u zult geen afgoden hebben┬┤┬┤. Dit is een gedateerd gebod. Zo hoefde het niet gezegd te worden in het paradijs. Maar na de zondeval moet het zo geformuleerd worden. Het heilzame eerste gebod smaakt bitter vanwege onze ontrouw. Misschien denken we ,,Heer, al zullen allen de afgoden gaan dienen, maar ik niet┬┤┬┤. Toch zegt de Here ook tegen ons: ,,Ga het niet doen┬┤┬┤. Wij hebben dat woord blijkbaar nodig.

Moge dit gebod ons allereerst beschaamd maken, gemeente. Dat God die ons kent, dit nodig vindt. En laat het ons ook verwonderd maken. Dat God die ons kent, de arm om ons heen slaat en zegt: ,,Doe dat nu niet!┬┤┬┤ [5.2]

Dit gebod is als een schild dat God voor ons houdt om ons te beschermen tegen onszelf. Het zwakke wordt afgedekt door het realistische woord: ,,Heb geen afgoden voor Mijn gezicht┬┤┬┤.

We zien dit ook bij Jozua┬┤s afscheidsrede, die we gelezen hebben. Het volk is zeker van zichzelf: ,,wij zullen alleen de HERE dienen┬┤┬┤. Maar Jozua is nuchter, geleerd door God en gelet op het verleden. Hij zegt: ,,u zult het niet volbrengen om de afgoden buiten uw leven te laten┬┤┬┤. Overschat jezelf niet. Jozua kan niet op het volk vertrouwen. Hij kan alleen maar voor zichzelf spreken en voor zijn kinderen: zij zijn vastberaden om de Here alleen lief te hebben. En deze vastberadenheid is iets anders dan het oppervlakkig zelfvertrouwen van de massa.

Voelen wij dit gebod ook zo aan als een gebod dat ons nuchter en nederig wil doen leven?

De afgoden lijken allang overwonnen en zij schijnen voor ons geen verleiding meer te vormen. Wie zou er terug willen naar Donar en Wodan? Wie zou er willen overstappen op magie of naar het Boeddhisme? Misschien hebben we zelf het gevoel dat het met ons wel goed zit bij het eerste gebod en dat onze problemen meer liggen bij het derde, vierde of zevende of negende gebod.

Maar dan moeten we toch wat nuchter worden. Want wat zijn afgoden? Machten tegenover God. In de tijd van het Oude Testament hebben ze vaak publieke namen: Ba├Ąl, Astarte, Kamos. Zo kennen we nu nog de goden van India of China en de machten die vereerd worden in Afrika.

Maar afgoden kunnen ook naamloos zijn. En dat zien we vooral in landen waar het christendom is binnengekomen. De afgoden zijn in het Romeinse rijk onttroond. Hun tempels werden afgebroken, maar hun invloed bleef wel degelijk. Ondergronds bleven ze naamloos en als het ware incognito verder leven. [5.2]

In het Nieuwe Testament lezen we, om een voorbeeld te noemen, over de Mammon. Dat is een naam voor de afgod van geld en bezit. Die naam bestaat niet meer. Toch is Geld en Bezit nog een geweldige macht die mensen in boeien kan slaan en die door velen afgodisch naar de ogen wordt gekeken. Voor geld doen ze alles. Goud is hun god.

Paulus duidt dit al aan in Kolossenzen 3:5: ,,De hebzucht is afgoderij┬┤┬┤ en in Efezi├źrs 5:5 zegt hij dat iedere hebzuchtige een ,,afgodendienaar┬┤┬┤ is.

In onze tijd zijn het vooral BLOED en GELD die als afgoden de mensen opzwepen en die naar de ogen gekeken worden. [5.4]

Het bloed is de macht van het nationalisme, van de armere landen, van het ras en van het land. Deze afgod van het bloed en het ras en de stam overheerst de mensen in Noord-Ierland, op de Balkan, in Sudan en in zoveel meer Afrikaanse landen. De wreedheid van deze afgod kunnen we bijna op elk Journaal zien.

En het geld is de macht van de rijkere wereld. De AEX-index jaagt velen op. Beursnieuws is evengoed Journaal als opstanden en oorlogen in enig deel van de wereld. En de grillen van deze afgod laten zich aflezen uit de onzekerheden van de economie, die slechts in schijn berekenbaar is en die van tijd tot tijd de mensen heel nerveus maakt.

Het gaat hier werkelijk om afgoden die ons van de Here aftrekken. De Here Jezus heeft meer dan eens gezegd dat vlees en bloed het koninkrijk niet zullen erven en dat het voor een rijke heel moeilijk is om het hemelrijk binnen te gaan. Er is maar ├ę├ęn schrede tussen natie en nationalisme, tussen geld en gierigheid, tussen bezit en vertrouwen daarop.

Nu leven wij in een rijk Westen en in een land dat nog eens extra rijk is vergeleken bij andere. Waarschijnlijk hebben wij het zelf niet door hoe deze welvaart ons als een afgod in zijn greep kan krijgen. Argeloos stappen we als rijken de kerk binnen. Maar dan opeens is daar het eerste woord van God dat ons nuchter wil maken. Rijken worden amper zalig: ,,Ik ben de HERE uw God: heb geen andere goden voor mijn aangezicht┬┤┬┤.

Blijkbaar moet dit tegen ons gezegd worden. Het eerste gebod maakt ons een illusie armer en maakt ons nuchter. Leef zorgvuldig en niet nonchalant.

Onderzoek uzelf vanuit het ontzag en de liefde voor de HERE en vraag u af: ,,is er bij mij een schadelijke weg?┬┤┬┤ Laat het eerste gebod ons bescheiden maken en onzeker over onszelf. Laat het ons leren om te vragen dat God onze ogen opent voor onze bindingen aan andere machten dan de Here. En laten we met meer ernst bidden: ,,Verlos ons van de boze, bescherm ons tegen de afgoden in ons eigen hart!┬┤┬┤

Het is niet voor niets dat in zondag 33 het afsterven van de oude mens werd omschreven als ,,oprechte droefheid dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en ook dat wij deze zonden hoe langer hoe meer haten en ontvluchten┬┤┬┤. [5.5]

Het eerste gebod moet ons ook verdrietig maken: verdrietig omdat de HERE ons moet verbieden om andere goden te hebben. Bedroefd omdat we niet volkomen Hem liefhebben met heel ons hart. Het eerste gebod leert ons het hoofd beschaamd te buigen voor Hem die louter liefde is. Hij moet ons de les lezen!

Wanneer dit goed tot ons doordringt, gaan we ook een hekel krijgen aan die halve liefde van onszelf. Dan gaan we de zonde van kleingeloof en van halfslachtigheid haten: we w├şllen niet langer halfslachtig zijn.

En als je dat meent, dan ga je ook op de vlucht voor alles wat niet honderd procent past bij je liefde voor God. We kunnen het ons niet veroorloven om overal in de wereld zorgeloos rond te lopen, ons van geen kwaad bewust. We zijn kwetsbaar en zwak. We kunnen beter uit de buurt blijven van alles wat niet op God is gericht.

Het sleept ons veel te gauw mee zodat we andere goden voor zijn aangezicht krijgen. Wees gewaarschuwd: tel voor twee! Ga dapper op de vlucht voor alles wat niet uit het geloof in de Levende God is. Of het nu gaat om boeken, programma┬┤s, gelegenheden of vriendenkringen. Doe niet stoer: wees zo dapper als Jozef en vlucht weg uit de kamer van Potifera!

God de Here geeft ons het eerste gebod: NIET DOEN dat hinken op twee gedachten! God is zo nederig dat Hij het schild van het eerste gebod beschermend voor ons houdt. Laten wij er biddend achter schuilen en niet hoogmoedig zijn.

Daartoe spreekt God immers dat eerste en onthutsende woord tot ons, zijn kinderen. Hij maakt ons daardoor nuchter wanneer we aan onszelf denken, maar Hij maakt ons ook optimistisch. Wij hoeven geen andere goden meer te hebben. Hij is ons genoeg. Hij is de Here die ons heeft bevrijd uit Egypte, uit de macht van al die angstaanjagende afgoden en tovenaars. Wij mogen optimistisch leven, wanneer we aan Hem denken. Dat is het tweede in deze preek.

[6]
2. Leef optimistisch

Afgoden maken mensen bang. Je ziet de angst in de ogen van mensen wanneer de koersen dalen. Je ziet de angst wanneer de stam dreigt te verliezen van de andere stam, het ├ęne volk van het ├índere.

Afgoden hebben immers geen stem die tot je spreekt of een schouder waarop je kunt leunen, maar ze hebben wel macht: daarom maken ze onzeker. Je hebt geen adres om naar toe te gaan, geen persoon om mee te spreken. Het geld is stom en het bloed praat niet.

Maar de Here heeft een stem. De Sinai beeft ervan, de aarde trilt. Hij verheft zijn stem en hoor Hij spreekt: ,,Ik BEN┬┤┬┤. [7.1]

En Hij heeft handen en armen. Handen die het volk uit Egypte leiden en armen die het dragen door de woestijn. God leeft. Hij is niet als de starre afgoden. Hij heeft zelfs een Zoon die het kruis heeft gedragen.

Dit mist de verre, zwijgende god van Boeddha. En dit missen de heel aardse goden van het Hindoeisme. [7.2]

Daar is in die afgodsdienst ondanks alles nog veel goeds, veel humanisme, veel respect voor de algod, maar er is daar geen God die ├│ns draagt. Wij moeten zelf die afgoden dragen.

Het is een angstig gevoel om je los te maken van bloed en bezit en kwestbaar te worden voor het noodlot. Daarom zouden veel mensen er niet aan moeten denken, hun geld en bezit helemaal te verliezen. Ze zouden niet d├║rven. En daarom zijn ze vaak onzeker en pessimistisch: hoe zal het gaan in het volgend jaar?

Maar onze God is geen noodlot. Hij is een Vader. Hij gaat met je mee in voorspoed en tegenspoed. Hij houdt de vaderlijke leiding in je hele leven, ook wanneer veel je ontvalt door ziekte en dood. Zijn arm is nooit tekort en zijn liefde niet te gering. Onze God is onze levende Vader in de hemel: wij hebben zijn gezicht gezien in Jezus Christus. En dat gezicht geeft ons rust. Een rust die het verstand te bovengaat en die nooit gevonden wordt bij de afgoden die geen gezicht hebben, geen handen en ogen, zoals Jezus die heeft laten zien op aarde.

Het strijden tegen de afgoden begint dan ook bij een grenzeloos optimisme, een radicaal vertrouwen in je God om wat Hij deed.

Het is opvallend dat in zondag 33 de opstanding van de nieuwe mens niet omschreven werd in stoere taal. De kern van antwoord 90 gaat over onze houding, over ons hart. Dat ik ,,hartelijke vreugde heb in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God te leven in alle goede werken┬┤┬┤. Er staat dus niet in de eerste plaats dat ik ,,veel goede werken doe┬┤┬┤ maar er staat allereerst dat ik de hartelijke genegenheid heb voor de HERE. Goede werken komen uit de fontein van de hartelijke liefde. Ons innig vertrouwen in God, onze warme gevoelens voor Hem, ons verlangen om voor Hem te leven is het uitgangspunt. Daar begint onze nieuwe geboorte. Het begint ermee dat het onze lust en ons leven wordt om God lief te hebben. [7.3]

Is dit ook zo met u? Dat u ,,lust en liefde hebt om naar Gods wil te leven┬┤┬┤? Dat het niet een plichtgevoel is, maar een hartelijk willen. Omdat u uw Schepper en Verlosser vertrouwt? Is dit echt de leuning van je lichaam en je ziel? Leef je daarom optimistisch voor zijn ogen? [7.4]

,,Wat zou ik zonder U geweest zijn,
hoe zou ik zonder U bestaan?
Ik zou ten prooi aan angst en vrees zijn
en eenzaam door de wereld gaan.
Mijn liefde tastte in den blinde.
Een afgrond lag in het verschiet.
En waar zou ik een trooster vinden
die werkelijk wist van mijn verdriet?

Een diepe nacht zou mij omvangen
waarna geen blijde morgen daagt.
Ik werd verteerd door wild verlangen,
door ┬┤s levens maalstroom weggevaagd.
Ik zou alleen zijn, van het heden
en van de toekomst ongewis.
Wie kan er aarden hier beneden
als er geen open hemel is?┬┤┬┤

Liedboek 452:1,2

[8]
3. Word immuun [9.1]

En nu mogen we tenslotte het eerste woord van de tien woorden ook nog van een andere kant bezien. Gods geboden zijn ook beloften. Hij wil geven wat Hij vraagt. [9.2]

Ook het eerste gebod is een belofte: voor Gods gezicht z├║llen we geen afgoden meer hebben.

Gods gezicht doet ze versmelten: op deze hoogte groeien geen giftige gewassen meer. Hier is de lucht zuiver. Hoe dichter bij God, hoe verder van de goden af!

Dit schrijft de apostel Johannes in zijn eerste brief. Dat is die brief die eindigt met de waarschuwing voor de afgoden. In die brief zegt Johannes: ,,Wij hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad┬┤┬┤ (4:19). En dan zegt hij in dat verband: ,,Er is in de liefde geen vrees, want de volmaakte liefde drijft de vrees uit!┬┤┬┤ (4:18).

Daarom moeten wij persoonlijk elke dag de toevlucht zoeken voor zijn aangezicht. Alleen bij God zelf, in het licht van zijn gezicht, raak je je afgoden kwijt.

Wij leven voor Gods aangezicht wanneer we bidden om zijn vriendelijkheid, wanneer we zijn liefde aanbidden en zijn gunst beminnen.

Ga het voor uzelf maar na wat antwoord 94 noemt, want dit zijn dingen die je moet leren doen. Laten we de onderdelen eens rustig op ons in laten werken en de echo erop horen in een biddend lied. Leer vragen wat goed voor u is! [9.3]

God vraagt, zoals antwoord 94 zegt:
- dat ik de enige, ware God naar waarheid leer kennen en Hem alleen vertrouw.
En dan bidden wij:
,,Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt┬┤┬┤


God vraagt ook:
- dat ik met alle ootmoed en geduld mij aan Hem alleen onderwerp
En dan bidden wij:
,,dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft┬┤┬┤


God vraagt dringend:
- dat ik al het goede van Hem alleen verwacht
En dan bidden wij:
,,Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt┬┤┬┤


God vraagt alles samengenomen:
- dat ik Hem met heel mijn hart liefheb, vrees en eer
En dan bidden wij tenslotte:
,,Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden U gelovig aan!┬┤┬┤
(Liedboek 237:4-6)

Deze kennisse Gods (deze vertrouwelijke omgang) geeft ons nu de immuniteit voor afgoden. Zij redt ons leven en zuivert het. Zij doet de angsten van de afgoden van ons afvallen. Zij tilt ons uit boven Bloed en Geld. Zij troost onze ziel, zodat de afgoden van ons afvallen als lege schubben. En onze melaatse ziel wordt gaaf als een kind in de omgang met onze zaligmakende God, die Liefde is. [9.4]

Wie in de zon gaat leven, geneest van de duisternis.

Het gezicht van de Here is een werkelijkheid. Wij zien Hem niet, maar geloven dat Hij daar is en dat Hij ziet en zijn ogen op ons laat rusten in vrede. En dat gaan we dan ook steeds meer ervaren.

Gelovigen ervaren Gods mildheid, zijn leiding, zijn troost. Het wordt hun tot een diepe werkelijkheid: ,,Uw stok en uw staf die vertroosten mij┬┤┬┤.

En wanneer wij zo innig voor zijn ogen leven, zal er genezing voor ons zijn. Wij komen buiten het bereik van de machten van angst en trots en zelfzucht. Er is licht in de nacht en een ster boven ons doodsbed. Zijn aangezicht zal over ons lichten. Hij zal het over ons verheffen en ons vrede geven.

En wanneer Jezus terugkomt, zal de tent van God bij ons mensen zijn en Hij zal bij ons wonen en we zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij ons zijn (Openbaring 21). Hij de HERE onze God die ons ooit uit Egypte leidde en die ooit zijn zoon uit de dood deed opstaan: Hij zal alles nieuw maken. Zijn aanwezigheid droogt onze tranen. Hij zal ons een God zijn en wij zullen Hem tot zonen en dochters zijn. En buiten zullen zijn de afgodendienaars. [11.3]

Waar Gods gezicht alles in het licht zet, zullen alle afgoden van ons zijn afgenomen. Eindelijk is onze gedaanteverwisseling compleet: ,,Hij is de Here onze Heiland: wij zullen, heilig en immuun, tot in eeuwigheid geen andere goden meer hebben voor zijn stralend aangezicht┬┤┬┤.


AMEN [10]



LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS: In deze preek over zondag 34 komen terugverwijzingen voor naar zondag 33. Wanneer de omstandigheden dat gewenst maken, kan deze preek ook gelezen worden als een preek over de zondagen 33-34. In de passages die naar zondag 33 verwijzen, kan men de verleden tijd veranderen in de tegenwoordige tijd (,,In zondag 33 werd gezegd'' > ,,In zondag 33 wordt gezegd'' e.d.).



- Terug naar menu