- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatieÔÇÖÔÇÖ.


Liturgie.

Votum/Zegengroet.
Opwekking 640 (Ik hef mijn ogen op naar de bergen).
(vm) Wet van de HERE.
(vm) Opwekking 687 (Heer, wijs mij de weg).
Gebed voor de eredienst.
Schriftlezing: Titus 2,11 - 3,15.
Opwekking 334 (Heer, uw licht en uw liefde schijnen)
Tekst: Titus 3,1-4.
Preek.
LvdK Lied 285 = LB 1010 (Geef vrede, Heer, geef vrede, de wereld wil slechts strijd).
Voorbeden en dankgebed
(nm) Apostolische geloofsbelijdenis
(nm) GK Psalm 149:1
Collecte
GK Psalm 86:5,7 (Laat mij leven voor Uw ogen)
Zegen.

Preek over: Titus 3,1-4

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



NB Wanneer u bij deze preek de ppt gebruikt, overleg dan met het beamteam dat ze precies op de juiste plaats verder klikken naar een volgende dia. Dit is bij sommige onderdelen van de preek nog belangrijker dan het normaal toch al is.



*

Geliefde gemeente van onze Heiland,


[1]
Elk jaar vieren we het Pinksterfeest. Voor veel christenen is het een feest waar vrij snel aan wordt voorbijgegaan: we keren weer terug naar onze gewoonten van elke dag. Anders dan bij Kerst en Pasen houden we niet veel herinneringen over aan dit kerkelijk feest.

Toch komt het evangelie na Pinksteren wereldwijd met een vernieuwingsprogram. Vlak voor zijn hemelvaart zei Jezus tegen zijn apostelen: `Maak alle volken tot mijn leerlingen en leer hun, zich te houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb┬┤ (Mt.28,19-20). Wie leerling wordt na Pinksteren, staat voor een ingrijpende verandering.

Veel opdrachten van onze Heiland voor die tijd na Pinksteren vinden we in de Bergrede. E├ęn van de veelbelovende zaligsprekingen in die toespraak, luidt: `Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde be├źrven┬┤ (Mt.5,5).[2]

Ook dit nieuwe onderwijs over zachtmoedigheid hebben de apostelen na Pinksteren meegenomen op hun reizen. Titus moet de mensen op Kreta daaraan herinneren. Paulus schrijft hem:: `Herinner hen eraan, dat ze zich tegenover iedereen zachtmoedig moeten gedragen┬┤ (Titus 3,1-2).

Zachtmoedigheid tegenover iedereen is wel iets waaraan je herinnerd moet worden. Het is een ingrijpende opdracht. Zachtmoedig zijn lijkt nog wel mooi. Maar `tegenover iedereen┬┤? Is dat niet teveel gevraagd?[3]

Toch bedoelt Paulus dit echt zo. Dat kunnen we zien aan het begin van vers 1. Eerst worden daar de overheden genoemd. Die waren destijds al helemaal niet christelijk. De pas bekeerde gelovigen leefden onder heidense bestuurders en ongelovige heren. Niet altijd zulke billijke mensen. Het leven van de christenen onder de Romeinse overheden is niet vergelijkbaar met onze situatie in Nederland. U kunt hun situatie eerder vergelijken met die van de christenen in Pakistan of Irak. Toch draagt Paulus de pas bekeerde christenen op, zich te onderwerpen aan het gezag van hun overheden. En dit niet al scheldend en twistend, zoals veel andere mensen, maar gehoorzaam en vriendelijk.

Wanneer je zo zachtmoedig moet staan tegenover de overheden, spreekt het vanzelf dat die houding van zachtmoedigheid en vriendelijkheid ook getoond moet worden tegenover alle mensen in het algemeen. Het is een opdracht van onze Heiland.

Niet alleen op Kreta, ook in Nederland geldt het:[4]

WEES ZACHTMOEDIG IN EEN HARDE MENSENWERELD

Paulus leert ons bedenken:
1. Wie hardvochtig is, is verdwaald;
2. wie zachtmoedig is, is gevonden.


1. (Wie hardvochtig is, is verdwaald)

Paulus wss niet een man die met zijn hoofd in de wolken liep. Hij is heel nuchter. Wanneer hij zegt dat we zachtmoedigheid moeten bewijzen aan alle mensen, heeft hij geen romantisch en lief beeld over die mensen. In vers 3 geeft hij van hen een tekening. Hij schrijft daar hoe ook wij vroeger waren. Met andere woorden: zo zijn veel mensen om u heen nu n├│g. En het beeld dat dan getekend wordt, is nogal somber. Luister maar: .[5]
`onverstandig, ongehoorzaam, op de verkeerde weg, slaaf van allerlei
begeerten en lusten, boosaardig en afgunstig, elkaar verafschuwend en hatend┬┤

Waarschijnlijk vinden we het wel herkenbaar. Wanneer we praten over de mensen `van tegenwoordig┬┤ dan vallen immers ook al gauw negatieve formuleringen. `De mensen trekken zich ook niets meer van elkaar aan. Ze leven alleen maar voor hun eigen plezier. Ze leven zich kapot in de verslaving en dan kan de gemeenschap voor de kosten opdraaien. Wat een vandalisme onder de jeugd.┬┤ Zo wordt vaak gepraat wanneer het over de mensen van deze tijd gaat.

Dit negatieve plaatje past bij het beeld dat Paulus tekent. Maar wij verbinden er meestal een heel andere toepassing aan dan de apostel. Wij hebben vaak deze conclusie: `Blijf op een afstand, hou je gedekt, probeer er niets mee te maken te hebben´. De apostel wil echter niet dat wij ons oprollen als een egel of ons gedragen als een struisvogel. Hij wil dat we tot alle goed werk bereid zijn, vriendelijk zijn en zachtmoedig tegenover alle mensen. Juist ook tegenover die onaangename, egoïstische of gewelddadige mensen in de wereld om ons heen.

*

En de apostel helpt ons daarbij door zijn woordkeus. Op het eerste gezicht is het een zwarte stapel van donkere woorden. Maar wanneer onze ogen wat gewend zijn aan dit duister, gaan we opeens vorm ontdekken. Paulus wil ons met de reeks woorden in vers 3 iets laten voelen.

Het is alsof hij in vers 3 een ladder tekent, waarlangs je geleidelijk aan afdaalt in de put van de volstrekte haat tegen elkaar. [6]
Die haat is de laatste en diepste trede, maar daaraan vooraf gaan andere, nog minder diepe treden. Laten we met Paulus deze ladder eens afdalen.

Op de eerste trede aan het begin van vers 3 staat het woord onverstandig geschreven. [7]
Dit woord betekent ,,zonder inzicht, zonder wijsheid, zonder de kennis van de HERE┬┤┬┤. Dan kunnen mensen nog best aardig zijn en goede buren wezen. Als dat nu eens het enige was in Nederland, dat de mensen het juiste inzicht misten. En dan meer niet.

Ja maar, een trede van een ladder nodigt uit om verder te gaan naar de volgende treden. Het blijft niet bij een tekort aan wijsheid.

Daarop volgt direct de tweede trede naar beneden. Daar staat het woord ongehoorzaam geschreven. [8]
Wanneer je niet wilt weten van God en zijn gebod, word je (of je het wilt of niet) ook ongehoorzaam aan God. Je beseft het misschien niet eens, maar je onkunde leidt je tot zonde, tot nalatigheid tegenover de HERE. Je denkt niet aan God en je dankt Hem dus nooit: maar dat is zonde voor iemand die elke dag de adem van zijn Schepper krijgt. Waar haal je de moed vandaan om er zomaar op los te leven? Je gebrek aan kennis brengt je als vanzelf ook tot deze ongehoorzaamheid. En dat is erger. Niet alleen voor de HERE, maar ook voor jezelf.

Want nu volgt de derde trede: daarop lezen we: op de verkeerde weg, dwalend. [9]
Gods wijsheid en wet zijn er om aan te gehoorzamen. Maar wanneer we daar niet van willen weten, brengt onze ongehoorzaamheid mee dat we het spoor kwijt raken. We komen aan het dwalen. De ├ę├ęn zoekt het hier, de ander bij een andere groep. De meesten worden onzeker: wat is waarheid? Ook het gedrag wordt onzeker: zullen we dit of dat doen? Zou het goed zijn? Wie maakt dat uit? En in deze mist van onwetendheid en ongehoorzaamheid dwalen mensen op den duur stuurloos rond. Veel mensen in Nederland hebben in hun leven geen kompas meer: ze zien wel waar ze uitkomen en waar de tijd hen laat aanspoelen. Dat is erg, want zo missen mensen de weg naar de toekomst.

Wie dwaalt, kan verstrikt raken. Op de vierde trede naar beneden staat dan ook: slaaf van allerlei begeerten en lusten. [10]
Wanneer je geen vaste norm hebt en geen duidelijke geboden, gaan tenslotte je eigen begeerten en genoegens de doorslag geven. Waarom zou je niet kiezen wat lekker is of wat goed voor jezelf lijkt en waar je gewoon zin in hebt? Het is zo simpel en ongecompliceerd: je doet gewoon wat je wilt en trekt je van niemand wat aan. Maar in feite ben je nu in dienst gekomen van je begeerten en van de genoegens en uitspattingen die je omgeving je aanreikt. De vrije mens wordt heel onvrij. Hij wordt geleefd door reclame, door zijn jeugdcultuur, door BNN of door zijn of haar vrienden. Hij of zij wordt in alle vrijheid in feite een slaafs mens.

En nu daalt de ladder al dieper af. Op de vijfde trede staat nu: leven in het teken van boosaardigheid en afgunst. [11]
Er gaat gewoontevorming optreden. Wat eerst nog experimenteren was met gevoelens en pleziertjes, wordt nu verslaafdheid en een vast patroon. Maar wat voor een patroon! Het gaat er slecht en misdadig uitzien. Pesten via facebook, zwart verdienen, misbruik van sociale voorzieningen, belasting ontduiken, overspel en echtbreuk, profiteren van een ander: het wordt een aanvaard patroon in de samenleving. De meeste oppervlakkige films danken hun succes aan het tekenen van dit patroon: mensen zijn er aan gewend zoiets te zien op hun scherm.
En wat is er een jaloersheid. Mensen willen niet onderdoen voor de ander. Buren bieden tegen elkaar op. Zelfs kinderen zijn jaloers op elkaars merkkleding of sportartikelen of nieuwste mobieltje. En worden veel producten ook niet gemaakt om in te spelen op de jaloersheid van de ander?

Toch is dit nog niet de diepste trede. Er komt nog een zesde op deze afdalende ladder en daarop staat: elkaar verafschuwend. Eigenlijk staat er: afzichtelijk. [12]
Het leven dat niet door de wijsheid van de HERE wordt gevoed ziet er eigenlijk afzichtelijk uit. Je ziet het in bepaalde stadsbuurten: er is tenslotte niets moois meer aan overgebleven. De trams zijn vies en volgekladderd. De muren zijn lelijk gemaakt. De ramen worden niet meer gewassen. Je ziet het aan de gezichten van de mensen: de ontevredenheid straalt er van af. Het is geen gezicht meer. En wanneer mensen hun aanzien verliezen, verliezen ze hun waardigheid die de Schepper ze had gegeven. Je hoeft maar om je heen te kijken op de straten van Nederland, of je ziet ook dat verkleurde leven, het afgebladderde bestaan. Mensen waar niets aan is!

Zo bereiken we tenslotte de diepste trede, de zevende. Deze heet: elkaar hatend. [13]
Nu heeft de satan zijn doel bereikt. Hij verstoort de gemeenschap, rukt huwelijken uiteen, drijft generaties uit elkaar, zet etnische groepen tegen elkaar op, geeft rassenonlusten en mensen gaan hun ex-echtgenoot of hun ex-relatie soms letterlijk vermoorden. Na deze zevende trede vallen mensen in de diepte van de dood. Er is geen volgende trede meer: hier houdt alles op. Het laatste houvast voor je voeten vervalt en er blijft alleen de afgrond over.

Wat dit vers in de bijbel ons nu wil laten zien, is dat die onderlinge haat niet normaal is. Voor geen mens! Het is het eindpunt van een afdaling. Beter gezegd: van een verdwaling. God maakte de mens zo niet. Het pas niet bij hem. Wanneer mensen zich afzichtelijk gedragen en helemaal niet meer zijn om van te houden, komt dit omdat zij steeds verder van huis zijn geraakt. Zij zijn niet die ze hadden kunnen zijn. Ze zijn verdwaald, verstrikt, verruwd, bedorven. Langs deze ladder met zeven treden daalden zij af in de duistere put van egoïsme en onderlinge haat.[14]

*

Zijn alle mensen dan wel geschikt om je zachtmoedig tegenover hen te gedragen? Nee, op het eerste gezicht niet. Maar bedenk eens dat u in die soms afzichtelijke en egoïstische mensen verdwaalden ontmoet. Als blinden en verminkten tasten zij rond. Niemand brengt ze thuis.

De apostel leert ons met andere ogen kijken naar de duisternis van vele mensen op aarde. We ontwaren hoe deze spiraal naar beneden het gevolg is van onverstand. Mensen zijn iets kwijt geraakt! Het Spreukenboek zegt dat al in alle toonaarden: wie de wijsheid van God veracht, kan in elke put vallen.

Wij bekijken de mensen om ons heen vaak zonder perspectief, alleen aan de oppervlakte. Maar de bijbel leert ons dat elk mensenkind een zoon of dochter van Adam is. [15]
En dat God volmaakte wijsheid aan de voorouders had gegeven. Het mag zo slecht zijn als het is, maar een koningskind blijft een koningskind. Het hoort niet in deze ellende. De mensen op Kreta, die leugenaars en vadsige buiken zijn, zijn zo geworden omdat zij het spoor van Gods wijsheid en gebod zijn kwijtgeraakt. We mogen hun zonden haten, maar we moeten deze verdwaalden liefhebben. Het zijn nog altijd zonen en dochters van Adam en Eva die in de boeien van verslaving en van een afzichtelijk leven gevangen zijn geraakt.

Er is nu geen reden om mensen de rug toe te keren en afstand te houden. Er is meer reden om als de barmhartige Samaritaan ons mild te wenden tot hen die in de handen van de rovers zijn gevallen en die er nu niet uitzien. Hatelijk en elkaar hatend. Maar wie haat, zegt de apostel, is verdwaald. Hij moet weer worden thuisgebracht bij de kennis van God. We krijgen te maken met reclasseringswerk in het groot.

En daarbij zijn wij elkaars familie in Adam. Wanneer we dat leren zien, zullen we vaker zeggen: ,,Ach, mijn broeder; ach, mijn zuster! Ach Adam, ach Eva!┬┤┬┤


****

2. (Wie zachtmoedig is, is gevonden) [16]

In deze mildheid gaat onze Here ons voor. Paulus zegt immers dat ook wij eens zo waren. Misschien bent u niet allemaal afgedaald tot de zevende trede van de onderlinge haat en het loutere egoïsme. Maar stonden wij niet allemaal op die neerdalende ladder? Christenen zijn niet vreemd aan de afstotende situatie van de mensheid.

Wat is er dan veranderd? Hebben we ons uit die neerwaartse spiraal omhooggewerkt? Zijn wij de betere helft van de mensheid, die uitblinkt door liefde, door het alles gunnen aan een ander, door wijsheid en gezeglijkheid?

Dat zegt de apostel niet. Hij zegt iets heel anders: alleen God blinkt uit in goedheid en mensenliefde. De twee woorden die Paulus voor God gebruikt in vers 4 zijn eigenlijk woorden die bij een mens passen. M├ęnsen behoren menslievend en goed voor elkaar te zijn. Maar wat ons ontbrak, is bij God aanwezig. Zijn vriendelijkheid en openheid heeft ons gered.[17]

Leest u maar in de evangeli├źn. Daar ziet u het leven van Jezus: Hij is zelf God en juist Hij is een toonbeeld van mensenliefde. Altijd stond Hij gereed voor zwakken en zieken. Nooit zei Hij: ,,Ik heb vandaag een vrije dag, kom morgen maar terug┬┤┬┤. Ook wanneer Hij vermoeid was en de mensen Hem toch achterna reisden, werd Hij met ontferming bewogen en opnieuw genas Hij hun zieken. Hij is in al zijn grootheid als zoon van de Vader het toonbeeld van stralende menslievendheid zonder eigenbelang.
En zijn goedheid blijkt wanneer Hij te midden van leiders die Hem belasteren en leerlingen vol onbegrip, toch deze mensen de rug niet toekeert. Hij spreekt hen soms scherp toe, maar Hij blijft op hun heil gericht. Hij roept het eens uit: ,,Jeruzalem, Jeruzalem, hoe vaak heb Ik uw kinderen willen bijeenbrengen zoals een hen haar kuikens vergadert!┬┤┬┤ Dat is de goedheid van God, op aarde verschenen. En door die menslievendheid en goedheid zijn wij gered.

God is op ons toegekomen. Hij kwam na Pinksteren naar die drinkende en dobbelende, moordende en overspelige Saksen en Friezen en Hollanders. En Hij kwam met mildheid en zachtmoedigheid. Hij heeft het ons niet betaald gezet. Integendeel, de rekening voor ons grof gedrag bleek al voldaan te zijn in Jezus Christus. Met het evangelie verscheen deze menslievendheid van onze God in deze lage landen bij de zee. En toen hebben ruwe Saksen en Friezen leren buigen voor deze barmhartigheid. En misschien bent u een late nakomeling van ├ę├ęn van hen.

*

En hoe heeft de Here onze voorouders en ook ons gered? Hij heeft ons uit de put getild waarin we afdaalden en onze voeten gezet op de ladder naar de liefde en naar de hemel. En dan krijgen we te maken met een omgekeerde ladder. [18]

Kijk nu nog even terug naar die ladder naar beneden. De eerste trede was onverstand. Daar begon een proces dat doorging naar ongehoorzaamheid, dwaling, afzichtelijkheid en haat. Wanneer je dat leert beseffen, ga je begrijpen hoe belangrijk die eerste trede is: daar begint het! Tegenover onverstand staat wijsheid en inzicht. Indirect leert vers 3 ons de geweldige behoudende kracht van het inzicht en het verstand.
Wie begint bij de vreze van de Here, staat op de onderste trede van een trap, die juist in omgekeerde richting voert.[19]
De kennis van de HERE leidt tot gehoorzaamheid tegenover onze Schepper en Verlosser.[20]
En dit geeft richting aan ons leven, bewaart voor verdwalen.[21]
Begeerten en genoegens worden ons niet de baas.[22]
Het levenspatroon ontwikkelt zich in de richting van betrouwbaarheid, het goede en de hulpvaardigheid.[23]
Het wordt mooi om naar te kijken.[24]
En het einde is: zie, hoe lief ze elkaar hebben! Dit is de omgekeerde ladder! Daarlangs klim je omhoog naar de hemel.[25]


*

Op de eerste sport van die ladder naar de hemel heeft de Geest u gezet en Hij helpt u om verder omhoog te klimmen in geloof. Wanneer het goed is, hebt u in alle zwakte God toch echt lief en wilt u, met alle tekortkomingen daarin, toch echt van elkaar houden. In de kerk vinden we dit gewoon.

Maar liefde is niet gewoon in deze tijd. Het is een wonder. God bracht ons thuis. Wie liefheeft, is gevonden. Christus daalde af naar de aarde om de kwijtgeraakte kinderen van Adam en Eva uit het duister terug te brengen naar het licht van zijn God.[26]

Mensen worden weer bestemd voor het leven. En in de verte wenkt het eeuwige leven, dat we gaan erven. [27]

Dat wordt een wereld vol mensen om van te houden, zo heilig, zo mild, zo sprekend het beeld van hun hemelse Vader. Op de nieuwe aarde zullen we nooit het gezicht afwenden wanneer wij mensen tegenkomen: ze zullen allemaal weer de glans van de Schepper afstralen. Mooi om naar te kijken: een wereld vol mensen om spontaan van te houden!

Zalig de zachtmoedigen, gelukkig wie gevonden zijn: zij zullen de aarde be├źrven!

AMEN

- Terug naar menu