- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 84:1,4 (Het oog gericht op Sions oord!)
[vm] Wet van de HERE
[vm] Zingen: Psalm 86:4 (Leer mij naar Uw wil te handelen)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Openbaring 1:4-11 en 3:7-13
Zingen: Liedboek voor de kerken 429:3 (Wie gelovig op Hem ziet, weet zeker, Hij verlaat ons niet)
Preek over Openbaring 3:7-13
Zingen: Liedboek voor de kerken 296 (Houd wat gij hebt: Ik houd u vast!)
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen: Psalm 148:5 (Hij heeft zijn volk een hoorn verheven)
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 119:1,3,5 (God houdt zijn kerk in leven)
Zegen, Amen.


Preek over: Openbaring van Johannes 3:7-13

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________




Gemeente van onze Here Jezus Christus,[1.1]

Vandaag lezen we een brief van onze Heiland. Geschreven aan Filadelfia, Ă©Ă©n van de zeven gemeenten in West-Turkije. Door de apostel Johannes schreef onze Heiland aan elk van die zeven gemeenten een brief. De onderwerpen ervan zijn zo uiteenlopend als die zeven gemeenten waren. Daarom moesten ze ook elkaars brieven meelezen. Ze konden leren van elkaar! Zo mogen wij ook meelezen. En ook wij kunnen leren van deze brieven.

De brief aan Filadelfia gaat over de toekomst van de kerk. [1.2]Het gaat over een deur die niemand kan sluiten, over uitbreiding van de gemeente, over bewaring in beproeving. Het is een beloftevolle brief. We lezen in vers 11: `Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen´. De kerk gaat dus winnen en krijgt de krans: dat is de toekomst! Een positief perspectief voor een gemeente die vandaag nog in de wedstrijd is.

Voor ons is dit zeker een actuele brief. Tegenwoordig schrijven en spreken veel christenen heel somber over de toekomst van de kerk. Men voelt zich zo somber omdat de kerk niet groeit in het Westen. Integendeel. Men voelt zich ook bedreigd door de moderne tijd die de kerk lijkt in te halen en achter te laten. Men voelt zich eenzaam in een samenleving die ontkerstent en waar het publieke leven steeds meer van God wordt losgemaakt.[1.3]

Die somberheid en dat gevoel van minderwaardigheid kunnen gaan werken als een virus. Dat kan hele gemeenten ziek maken. Vertwijfeld gaat men dan van alles ondernemen om dit tij te keren. Pessimisme en een wanhopig activisme gaan opeens hand in hand.

Nu is er een soortgelijke tijd geweest na de Pinksterdag. [1.4]Eerst was er een stormachtige verbreiding van het evangelie in vele landen. En overal werden nieuwe gemeenten gesticht. Maar daarna kwam de groei tot stilstand. Wanneer de apostelen zijn gestorven, breekt een tijd aan van aanvechting en miskenning. De zeven gemeenten in West-Turkije hebben veel interne problemen, maar ze hebben helaas geen groeiproblemen meer zoals de gemeente in Jeruzalem die had in de begintijd. De omgeving van de gemeenten bleef volledig a-christelijk en heidens. De tolerantie nam alleen maar af. Men kon zich in West-Turkije afvragen of de kerk van de Gekruisigde toch niet een tijdelijk verschijnsel zou zijn van 1 of 2 generaties.

Dat gold ook voor de gemeente te Filadelfia. Ze was klein en groeide niet. Ze werd geminacht en fel tegengewerkt door de Joden. En ze is vreemdeling in de Griekse stad vol afgoden en met een eigen heidense cultuur.

Wat moet het bijzonder zijn geweest voor die gemeente om dan van haar Heiland een brief te krijgen die heel opbeurend is en die positief schrijft over de toekomst van deze kleine, maar trouwe gemeente. Het is een brief waar ook wij nieuwsgierig naar mogen zijn: is ons pessimisme soms misplaatst? Laten we luisteren naar wat de Geest tot de gemeenten zegt.


NIET ZO SOMBER OVER DE TOEKOMST VAN DE KERK![2]
1. Je weg loopt niet dood
2. Je blijft nooit alleen over
3. Je wordt altijd beschermd
4. Je krijgt een erenaam


1. (Je weg loopt niet dood)[3.1]

Wanneer wij denken over de toekomst van de kerk, kijken we vaak allereerst om ons heen: hoe staat het er bij in deze tijd?

De brief van onze Heiland nodigt ons uit om anders te beginnen. Kijk eerst eens omhoog. [3.2]Hoe ziet het er uit daarboven? Voor je naar de golven kijkt en uitroept: `Help, Here, ik verdrink´ moet je kijken naar de Meester die over de golven naar je toe komt lopen.

Hoor Hem spreken (in vers 8): `Ik weet wat u doet. Ik heb ervoor gezorgd dat de deur voor u openstaat, zonder dat iemand hem kan sluiten´. Denkt u voor een dichte deur te staan op aarde? Denkt u dat de weg versperd wordt naar de toekomst? Voelt u zich wegzinken? Maar waarom kijkt u naar de golven: Kijk naar Mij!

Onze Meester `heeft de sleutel van David – wanneer Hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer Hij sluit, kan niemand openen´ (vers 7). Jezus Christus is de beloofde zoon van David. Hij heeft de koninklijke rechten van God gekregen. Alleen Hij maakt uit wat toekomst heeft en wat niet. Wanneer Hij de deur dichtdoet, dan kom je nooit meer verder, niet op aarde en niet in de hemel. Maar wanneer Hij de deur voor je openhoudt, dan kan niemand je ooit in de weg treden. Dan kan niemand bewerken dat jij zou achterblijven en er buiten zou komen te staan.[3.3]

Alleen wanneer Koning Jezus een deur voor je openhoudt, heb je toekomst. Dat geldt voor ieder mens, voor iedere menselijke beweging, voor iedere regering, voor iedere godsdienst. Zonder Hem loopt iedereen en elke beweging en elke staat dood op een dichte deur. Alles beweegt zich op aarde uiteindelijk op een doodlopende weg, tenzij Christus een deur voor ons openhoudt.

En wat is het goed, nu alles van Hem afhankelijk is, dat Hij `heilig en betrouwbaar´ is (zoals we lezen in vers 7). Op aarde lijkt het vaak zo grillig en onberekenbaar. Soms lijken de kwaden te winnen. Soms lijdt het goede schipbreuk. Voor zover mensen een toekomst bouwen, gebeurt dit onheilig, onbetrouwbaar, grillig. Maar Jezus is hoog verheven, heilige God. En Hij is betrouwbaar: Hij houdt zich aan zijn beloften.

En dit is wat Hij belooft: iedereen die in Mij gelooft, zal eeuwig leven. De belofte is, zoals we lezen in vers 8 en vers 10 dat `wie zijn naam niet verloochent´ en `trouw blijft aan zijn gebod´ toekomst heeft. Want Jezus zal dan `ook aan u trouw zijn´. Wanneer je een biddend en belijdend christen bent, dan kun je op aarde wel kansloos lijken, maar dan heb je een trouwe Heiland in de hemel. Hij laat je niet vallen. Hij opent een deur voor je. Je mag straks ingaan. Ingaan in het eeuwige leven, ingaan in het nieuw Jeruzalem. De deur wordt voor je opengehouden! Bij Jezus geldt: Beloofd is beloofd!

Wanneer je Jezus liefhebt en voor Hem uitkomt, heb je altijd toekomst. Je weg loopt nooit dood!

Laat je dus niet zo somber maken in deze tijd door allerlei stemmen om je heen. Word niet onrustig in deze eeuw en in deze cultuur. Kijk de goede kant op en weet wat er toe doet. Wat er toe doet, staat in vers 8. Daar zegt Jezus tegen de gemeente in Filadelfia: `Ik weet wat u doet´. [3.4]Hij weet dat. Wat wij doen is Hem bekend. En daar gaat het om: hoe Hij ons dan kent. De eerste vraag is vandaag niet hoe je overkomt in deze tijd en op de mensen in deze eeuw. De eerste vraag is hoe je overkomt bij je Koning in de hemel. Hem hoef je niet te winnen. Hem moet je alleen maar trouw blijven. Trouw door `vast te houden wat je hebt´ (vers 11).

Dat lijkt voor vandaag te eenvoudig en niet meer genoeg: `vasthouden wat je hebt´. Maar het is voor de toekomst genoeg. En het is voor ons als mensen ook moeilijk genoeg. Het is minder simpel dan het lijkt. Want zo vasthoudend zijn wij van onszelf vaak niet in geloof en in belijden en in gebed. Het kost ons steeds weer moeite om te blijven bij onze roeping. De volharding van de heiligen is een gave. Een gave die we allemaal nodig hebben.

Laten wij het ons daarom ook in de 21ste eeuw voor gezegd houden: `Houd vast wat u hebt, dan zal niemand u de lauwerkrans kunnen afnemen´. Dat is de stille zekerheid van zijn belofte voor de toekomst. Daar teer ik op vandaag.


2. (Je blijft nooit alleen over)[4.1]

Misschien blijft er nu toch nog wel onrust in ons over. Hoe moet het dan goed komen met de andere mensen? En we moeten toch de hele wereld winnen voor God? En de kerk is er toch om te groeien? Waar blijven de anderen? Misschien gaan we wel van alles bedenken om die anderen hoe dan ook te boeien en binnen te krijgen.

En dat is goed bedoeld, maar we vergeten nogal eens dat de uitbreiding van de gemeente GĂłds werk is en niet het onze. Ook van de gemeente geldt, dat zij door geloof groeit en niet door de werken. Maar ook bij die groei van de kerk geldt, dat wij liever uit werken leven dan uit genade.[4.2]

In Filadelfia had de gemeente `weinig invloed´ (vers 8). Haar kracht lag in haar trouw en haar geloof. En dan krijgt zij geen opdracht om de stad te winnen, maar wel een belofte dat God zelf sommige mensen zal brengen naar de gemeente.

Zij zullen komen omdat ze gaan erkennen dat Christus `de gemeente heeft liefgehad´. Ze komen niet omdat het zo´n leuke sociale groep is. Ze komen niet voor de aardige mensen en de vele activiteiten: ze komen omdat ze Gods liefde over zondaren ontdekken.[4.3]

Een gemeente die zelf leeft uit die liefde, zal op Gods tijd ook anderen ontvangen. We hebben geen belofte van een megakerk. Integendeel. Er is wel de belofte dat je met Gods liefde niet alleen zult overblijven.

Jezus zegt in vers 9: `Ik zal mensen laten komen die bij Satan horen, leugenaars die zich Joden noemen en het niet zijn; zij zullen zich eerbiedig aan uw voeten neerwerpen en erkennen dat Ik u heb liefgehad´. Misschien vinden we dit wat hard geformuleerd. Het woord Satan doet ons schrikken. Nu heeft het woord Satan vandaag helaas een andere klank gekregen dan het heeft in de bijbel. Er zijn stoorzenders in uitdrukkingen als satanisch, satanisme, Satanskerk enz. Ik vervang het woord daarom door wat het in het Nieuwe Testament betekende. Het was toen een onbekend woord. Het betekende: Tegenstander. [4.4]

En dat is de werkelijkheid die we wel moeten zien. We zijn geroepen door Koning Christus, maar er is ook een Tegenstander. Die misleidt de mensen, laat ze in een waan leven. En wat is de kern van deze Tegenstander? Dat hij tegenstander is: hij ontkent dat Jezus de zoon van God is. Dat was het punt tussen kerk en synagoge. Wanneer de synagoge hier een synagoge van de satan wordt genoemd, is dat totaal iets anders dan de tegenwoordige satanskerk. Joden zijn geen satanskinderen in de moderne zin van het woord. Ze leven vaak naar de wetten van de HERE God. Toch zijn ze in het kamp van de tegenstander van Jezus Christus. Ze zitten in zijn greep en willen wel de ene God dienen maar tegelijk noemen zij Jezus een vervloekte, een lasteraar van God. Dit fluistert de Tegenstander hen in en daardoor houdt hij hen buiten de liefde van de Messias.

En dat geldt ook voor de islam sinds haar ontstaan, 14 eeuwen geleden. Islamieten kunnen goede burgers zijn en het zijn zeker geen satanisten in de tegenwoordige betekenis van het woord, maar de moskee is wel het huis van de Tegenstander, de Loochenaar van Gods zoon.

Daarom is groei van de kerk ook heel iets anders dan groei van een firma of een club. De gemeente in Filadelfia kon alleen groeien doordat mensen kwamen overlopen uit het kamp van de Tegenstander en zich voegden bij Koning Christus. De kerk leeft aan het front en er is een Tegenstander. Vergeet dat niet.

Daarom is het eerste dat christenen kunnen doen, bidden voor alle mensen aan de overkant. In zijn eerste brief aan TimoteĂĽs wil Paulus dan ook:[4.5]
`dat er voor alle mensen gebeden wordt, dat er smeekbeden, voorbeden en dankgebeden voor hen worden uitgesproken. Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen´ (1 Timoteüs 2:1-6).
In deze geestelijke strijd kan alleen onze Koning mensen trekken en overhalen en tot de gemeente brengen. Daarom is het gebed tot Hem ons voornaamste wapen tegen de tegenstander die zoveel mensen nog in de ban heeft en opzet tegen Jezus Christus. God kan die ban breken en mensen doen komen naar de gemeente van de redder en Heiland Jezus Christus.

En dat is nu wat Hij belooft aan Filadelfia. Je zou het hier eigenlijk niet zo verwachten. Een kleine gemeente met weinig invloed. Hoe is het mogelijk dat daar toch mensen zullen komen die zich bij deze gemeente voegen? Wat heeft Filadelfia daaraan gedaan? Het antwoord is: Filadelfia heeft daar niets anders aan gedaan dan trouw te blijven, te bidden en te volharden. En dan blijf je trouw aan een levende Zaligmaker. Hij kan mensen op wonderlijke wijze toebrengen en ze losmaken uit de greep van onze Tegenstander. Dat belooft Hij. En dan gaat het ook gebeuren.

Dan zullen we het ook zien: Christus laat je – als door een wonder - nooit alleen overblijven. Dat hebben we toch al 21 eeuw lang ervaren? Anders waren we hier allang niet meer.


3. (Je wordt altijd beschermd)[5.1]

Bij de toekomst van de kerk maken mensen zich niet alleen zorgen over ontbrekende groei van de kerken of zelfs leegloop van gemeenten, maar ze vragen zich ook wel af of er voor ons als christenen nog wel plaats zal zijn in de toekomst van deze westerse samenleving.[5.2]

Er is ook wel reden voor die zorg. Want er komt, zo lezen we in vers 10, een `tijd van beproeving aan: heel de aarde en de mensen die er leven zullen op de proef worden gesteld´. Die tijd is ook gekomen. Maar we moeten het wel willen zien. Je kunt daaraan voorbij kijken. Dan zie je alleen veel ontwikkeling en veel mogelijkheden en een bruisende wereld. Maar wanneer je goed kijkt, zie je ook dat het een tijd van beproeving is. Beproeving voor ouderen en jongeren. Wat voor soort mensen blijft hieraan over? Wat blijft er nog over van de mens als Gods beeld? Hoeveel lof en dank gaat er nog omhoog naar de hemel? Hoeveel wordt er niet als vanzelfsprekend gegeten en gedronken zonder één woord van dankzegging?[5.3]

Die tijd van beproeving gaat ook de gemeente aan: ook zij wordt beproefd op haar trouw. In deze tijd kan haar geestelijk leven gaan verslappen, kan haar wereldgelijkvormigheid toenemen. Je ziet dat al gebeuren in een groot aantal van die zeven gemeenten waaraan de zeven brieven zijn geschreven. En er is ook vandaag alle reden om bezorgd te zijn wanneer we aan elkaar denken, ook in het kerkverband en in het raam van de hele christenheid. Hoe komen we door deze storm heen zonder averij en zonder te verdrinken?

Het grote probleem voor de kerk is eigenlijk niet de tijd waarin we leven, maar onze eigen zwakheid en ons kleingeloof.[5.4]

Gelukkig kent de Here Christus ook wel die zwakheid van ons. Daarom geeft de Heiland ons moed door zijn beloften. Hij zegt in vers 10: `Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal Ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt´. Misschien denk je even dat Filadelfia dit niet zo nodig heeft, want ze zijn immers al trouw? Trouw zijn en belijdende gemeente zijn, is dat niet genoeg om toekomst te hebben? Wanneer we dat denken gaat het ons echter als Simon die zei: `Heer, al zouden allen u verlaten, ik niet´. Maar deze Simon verloochende zijn Heiland tot drie keer toe. Zo kwetsbaar is dus ook de trouwe gelovige nog, zo broos is nog altijd de belijdende gemeente. Gelukkig had Jezus voor Simon gebeden dat zijn geloof niet zou ophouden. En zo wil de Here ook voor ons bidden in de beproeving. Hij staat ons terzijde. Je wordt altijd beschermd.

Wanneer we aan de toekomst van de kerk denken, moeten we niet bezorgd zijn. Er is voor wie in Jezus gelooft, een open deur die niemand sluit. En nooit zal de gemeente alleen achterblijven in deze tijd. Dat komt goed! Maar wanneer we bezorgd willen zijn, laten we dan over onszelf bezorgd zijn. Zal ik wel volhouden? Is mijn eigen geloof wel standvastig genoeg? Zal ik niet achteruitgaan in liefde en hoop? Het kan zomaar gebeuren. Ook met u. Het enige dat je dan hebt, is de belofte van je Heiland. Denk dus niet sterk te staan op eigen benen, maar klamp Hem aan voor die trouw van Hem. Houd Hem in uw gebeden aan zijn Woord! Worstel in geloof om zelf in leven en sterven, in de grote beproeving, de enige troost te mogen behouden. Dan zal Hij u dragen, vasthouden en opnemen in zijn trouw. Onze toekomst ligt in zijn heilige en betrouwbare handen. Zoek haar dan ook maar nergens anders.


4. (Je krijgt een erenaam)[6.1]

Om ons te bemoedigen op deze weg, besluit de Here Jezus in vers 12 zijn brief met rijke toekomstbeloften. Het zijn beloften voor `wie overwint´. Dat woord doet ons wel wat verlegen worden. Zulke overwinnaars zijn wij niet van onszelf. Toch mag je straks overwinnaar heten. Niet door eigen kracht en wijsheid, maar door de genade van je Heiland. Een winnaar dankzij Hem alleen. Een overwinnaar die over de finish wordt gedrágen![6.2]

Toch is er voor zulke ondersteunde overwinnaars een lauwerkrans. Geen prestatiemedaille, maar een genadekrans.

Christus zegt dat Hij de overwinnaar zal maken `tot een zuil in de tempel van zijn God´.[6.3] Lijkt de christen in deze tijd een riet dat zwak is? Beschouwt men de gemeente vandaag als een verouderd huis dat op instorten staat? De toekomst zal het anders uitwijzen. De toekomst van een christen staat niet als een huis, maar als een zuil. En dat betekent iets. Moet u eens kijken naar de ruïnes van Griekse tempels in Athene en elders. Alles is ingestort, maar de zuilen staan er nog steeds. Die overleefden!

Maar die stenen zuilen uit de oudheid zijn onpersoonlijk. De belofte voor volhardende christenen en voor een belijdende gemeente is echter heel persoonlijk. Jezus zegt: `Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen en ook mijn eigen nieuwe naam´.[6.4]

Nieuwe namen worden je toegekend, erenamen! Je hoort daarbij. Voorgoed bij God, voor altijd in Jeruzalem, voor eeuwig van Jezus het persoonlijk eigendom. Wat een toekomst!

Bij een huwelijk laat de bruid zich door de bruidegom een ring aan de vinger schuiven. Ze weet dat aan de binnenkant van die ring zijn naam staat. Ze kijkt stralend naar hem op.

Straks schuift onze Heiland voorgoed de ring aan onze vinger, met daarin de namen van God en van Jeruzalem en van Hemzelf. Hoe zullen wij dan stralend naar Hem opkijken en de toekomst vóór ons zien!

AMEN


- Terug naar menu