- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 107:1,3
Wet van de HERE
Zingen: GK-2006 gezang 176a :1,10,13 (pagina 690)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Lucas 16:10-15 en 19-31
Zingen: Psalm 49:1,2,5
Preek over Lucas 16:19-31
Zingen: Psalm 37:8,9,10
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen GK-2006 gezang 36:1,9
Collecte
Zingen: Psalm 104: 10
Zegen, Amen.


Preek over: Lucas 16:19-31

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________




De rijke man en de arme Lazarus (Lucas 16,19-31)

[1]

Gemeente van onze Heiland,

De tekst voor deze dienst is een gelijkenis. We horen het bekende ver¬¨haal over de rijke man en de arme Lazarus. Het is erg levendig en heel dramatisch. Vooral in het middengedeelte, waar we op een wijde kloof stuiten tussen de hemel van Abraham en de pijn van de rijke man. Dit ravijn is zo diep en zo wijd dat het nooit kan worden overbrugd, zelfs niet door Abraham. En wanneer je nu goed oplet, zul je ontdekken dat er in dit verhaal zelfs m√©√©r van die kloven voorkomen. Tot drie keer toe komen we spannend dicht voor zo¬īn angstig diep ravijn te staan.[2]

Kijk maar eens: de eerste kloof waarop we stuiten is hier beneden. Het is die tussen de rijke man en de arme Lazarus. Het is een gracht tussen hen die de rijke zelf heeft gegraven: aan de ene kant hij zelf en aan de andere kant de rest van de wereld. En er is over dit ravijn geen brug! [3]

De tweede kloof is hierboven. Het is die tussen de rijke man en Abraham. Dit ravijn is door God gelegd: het is heel diep en niemand kan het over¬bruggen. Aan de ene kant is Abraham en aan de andere kant is de rijke. En niemand kan de kant van de ander ooit meer bereiken! [4]

De derde ondoordringbare scheiding die we tenslotte tegenkomen valt eerst wat minder op. Het is die tussen de rijke man en Mozes, tussen hem en de Schriften van de profeten. Hij was zich die kloof op aarde niet bewust, maar uiteindelijk ontdekt hij dat hier het verborgen ravijn gaapt dat de moeder is geworden van de beide andere.[5]



*



De Here Jezus heeft dit verhaal met de drie ravijnen verteld. Hij richtte zich daarmee tot rijke en geldzuchtige luisteraars, zoals sommige Farizee√ęn waren (15,14). Vlak voor deze gelijkenis had Jezus nog gesproken over het gevaar van geldliefde, het gevaar van de Mammon. En dan volgt dit verhaal over een man die geld genoeg had. Hoe liep het eigenlijk met hem af?

Het begint nogal geruststellend: de man heeft een huis om in te wonen, hij heeft genoeg te eten en te drinken en hij kan zo vaak feestvieren als hij wil. Dat geeft een veilig gevoel: dat je een huis om je heen hebt.[6]

Niet iedereen heeft dat. Wij wel. Ook wij wonen in een huis. Het grote huis van Europa waarin we met elkaar eten en drinken en ook veel feestvieren. Maar de muren van ons huis vertonen scheuren. De rijke man in Europa wordt bang dat de scheuren misschien wel zullen doortrekken naar de funderingen. Hoe gaat dat aflopen met ons Europese woonhuis? Mensen worden onrustig. Iedereen schrijft en praat erover. Over dat huis waarin we wonen.

Maar de gelijkenis gaat helemaal niet over dat huis van die rijke man, maar over hemzelf. Het verhaal leert ons dat het belangrijkste niet is het huis waarin we wonen en hoe het daarmee gaat. Het belangrijkste is wie we zelf zijn en hoe het met óns dan afloopt. Het huis van de rijke man blijft in dit verhaal wel overeind, maar met hemzelf loopt het toch heel slecht af.

Er is dus een veel belangrijker onderwerp dan waar de mensen vandaag veel mee bezig zijn. De ravijnen in de gelijkenis zijn voor onszelf op lange termijn veel gevaarlijker dan de scheuren in ons woonhuis op dit moment.[7]

Het verhaal van Jezus laat ons drie breuklijnen zien waardoor wij zelf tot op de bodem worden bedreigd en waardoor ons leven ten¬slotte zelfs helemaal kan veranderen in doffe, eeuwige ellende. De rijke man uit het goede woonhuis eindigt tenslotte verder weg dan een Derde Wereld land: hij slaat zijn ogen op in de pijn. Hoe kon dat zo gebeuren? Dat krijgen we te horen in deze gelijkenis.

Laten wij in een tijd die zich zorgen maakt over het welvaartshuis waarin we wonen, luisteren naar deze gelijkenis en samen voorzichtig lopen langs de drie ravijnen die zich hier aftekenen.

*
Het eerste ravijn (de verzen 19-21) [8]

Eerst zien we dan het ravijn tussen de rijke man en de arme Lazarus. De rijke man komt glanzend voor het voetlicht:`Hij was gewoon zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen¬ī. De kleren maken de man! En uitbundig genoot hij elke dag van een feestelijk leven. Een leven met glamour! Deze tekening is niet negatief bedoeld: dit prachtleven is prachtig en zeker de oosterling kan genieten van rijkdom en cultuur. Het probleem van de rijke man ligt niet binnen¬¨shuis, maar daarbuiten.

Er was (namelijk ook) een ¬ībedelaar, die Lazarus heette en die voor de poort van zijn huis lag, overdekt met zweren¬ī (16,20). Blijkbaar was de man niet meer in staat om zelf te lopen: anderen hebben hem hier neergelegd om te bedelen. Ze hoopten dat de poort van een rijk mens een geschikte plaats zou zijn om hulp te vinden.

Deze bedelaar begeerde zijn honger te stillen met wat er overschoot van de tafel van de rijke (16,21). Daarvan leven ook de honden (verg. Mt. 15,27). Zij houden hem dan ook gezelschap en likken zijn zweren af. Volgens velen is deze tekening anti-kapitalistisch. De luisteraar zou worden uitgenodigd om stenen te gooien naar de ruiten van de rijke man. Zien we weer niet bevestigd dat kapitaal zonder meer uitbuiting is? De christelijke, marxistische boodschap lijkt dan te zijn dat God de bordjes komt verhangen: de armen van nu zijn de rijken van de toekomst en omgekeerd!

Dit is echter een veel te simpele uitleg van het beeld. Jezus protesteert hier niet tegen de rijken. De wereld heeft rijke mensen nodig. Zonder rij¬¨ken zouden we allemaal arm zijn! En bij wie moesten we dan nog gaan bedelen! De bijbel verbiedt dan ook niet dat er zulke rijken zijn: zij waar¬¨schuwt wel voor de grote verzoeking die er in die rijkdom is gelegen. We kunnen er zo hoogmoedig van worden! Het is voor een rijke daarom heel moeilijk om in te gaan in het hemelrijk. Toch is ook dat mogelijk bij God. In Handelingen 2-5 lezen we dat vele christenen hun bezittingen verkochten en aan de voeten van de apostelen legden. Toch staat er dan ner¬¨gens dat dit verplicht was. En in 1 Timote√ľs 5-6 lezen we vele aanspo¬¨ringen voor de rijken om goed te doen: ze waren er dus in de kerk te Efeze. En we lezen niet dat er voor die rijke mensen in de kerk geen plaats hoort te zijn.

Wat is er dan mis met de rijke man in deze gelijkenis? Dat lezen we in vers 21b: een goede verstaander heeft aan het halve woord van dit vers genoeg. Kijk eens goed naar die honden. Wat doen zij? Zij komen de zweren van Lazarus likken. Waarom zouden ze dat doen? U weet dat honden in het Oosten leefden van de brokjes die van de tafel vielen. Het waren niet van die honden uit een welvaartsland, waar je hondenbelas¬¨ting voor betaalt. Het waren vuilnisbakken-honden. Maar bij deze rijke man valt er zelfs voor een hond niets te eten of te drinken. Bij hem heeft zelfs een hond een hondenleven! En daarom komen ze tenslotte dan maar bedelen bij de bedelaar! Zij likken de zoutkristallen uit zijn zweren. Maar dan woont hier dus een onrechtvaardige rijke! Deze rijke man schiet tekort in barmhartigheid. Hij is in strijd met de wet gierig tot op de laatste cent en de laatste brokken. In de Moza√Įsche wet wordt immers herhaaldelijk bevolen, de oogst niet tot de laatste korrels toe in te zame¬¨len (Lev. 19,9-10; 23,22; Dt.24,19-22). Er moet altijd wat afvallen voor de armen die als meeuwen achter de rijkeren aanzwermen. Het gebrek van deze man is niet dat hij rijk is, maar dat hij daarvan niets laat vallen voor de honden en de bedelaars. Hij zit op zijn bezit en heeft het niet als een Isra√ęliet onder de Isra√ęlieten. Zo is zijn leven in strijd met de wet die eist dat men van alles ook iets kan laten vallen! De rijke houdt alles voor zich¬¨zelf: bij hem is zelfs voor een hond nog geen afval te halen. Hier woont het ego√Įsme dat de HERE in zijn barmhartigheid had verboden door de wetten van Mozes. Hij beseft niet, dat hij een uit genade levend rent¬¨meester is die met ontslag wordt bedreigd.

Dit gevaar van het ego√Įsme is dichter bij dan we denken. Het zit in onze wereld met zijn nadruk op de menselijke rechten en met zijn aandacht voor consumptief gedrag. De HERE vraagt echter dat we niet alles z√©lf opmaken en dat we niet alles tot de laatste cent voor onszelf willen houden. Laat iets vallen. Kijk maar eens om je heen: je kunt de arme niet rijk maken, maar laat wat afvallen. Maak niet alles op, begroot niet alles voor jezelf. Gebruik je gaven, maar niet verkrampt.

De voorbeelden liggen voor het grijpen. En het begint al jong. Er wordt bijverdiend met een krantenloop, met folderen, met vakkenvullen. Hoe gaan we om met wat daarmee wordt verdiend? Is het uitsluitend voor de nieuwe smartphone of verre vacantie of profiteren anderen er ook van dat we wat rijker werden? Er zijn zoveel goede doelen waarvoor je iets kunt afzonderen, al is het nog maar een klein bedrag. Er zijn ook mensen die zwart verdienen: daarmee onttrekken ze de rand van het geld aan hun naaste in Nederland. Het belastinggeld wordt immers in belangrijke mate aangewend voor bijstand, veiligheid, rechts¬bescherming enz. Wij moeten juist leren om het onderste in de kan te laten zitten voor de ander! Het gaat om de brokjes: juist hier blijkt of we hebzuchtig zijn of niet.
Kortom: trek geen cirkel om je zelf heen, want dat wórdt een ravijn voor je naaste!

*

Het tweede ravijn (de verzen 22-26) [9]

In de verzen 20-21 werden dus niet zonder meer een rijke en een arme aan ons voorgesteld, maar een gierige rijke man en een daardoor veron-gelijkte bedelaar.

Over dit onrecht wordt nu recht gedaan door God. Wanneer de arme man sterft, wordt hij door de engelen weggedragen om te rusten aan Abrahams hart (16,22). Terwijl hij bij één van Abrahams kinderen stierf buiten de poort, mag hij bij Abraham zelf binnenkomen en zelfs met hem aanliggen aan de maaltijd!

Ook de rijke man sterft. Hij wordt begraven. Het zal wel een indrukwek¬kende begrafenis met veel mensen zijn geweest. Daarom wordt het ook apart vermeld. Maar geen van de aanwezigen bij deze begrafenis wist de werkelijkheid van deze dag. Zij rouwden om een rijke, maar die rijke zelf sloeg reeds zijn ogen op in de pijn. Hij is in het dodenrijk als een hevig gekwel¬de (16,23). Het luxueuze genieten van elke dag is voorbij. Hij ziet Abraham alleen maar heel in de verte en Lazarus ligt daar aan met vader Abraham, terwijl hij zelf daarbuiten is gesloten. Nu zijn de rollen omge¬keerd: Lazarus binnenshuis, de rijke voor de poort in pijn. En nu moet de rijke gaan bedelen (16,24): hij vraagt om een paar drup¬pels water van de tafel van vader Abraham. Hij die nog geen brokje over¬liet voor honden en bedelaars, wil nu het vingertopje van die zwerende bede¬laar wel aflikken.

En daarbij valt hij ook door de mand. Hij verraadt zichzelf. Want hoor wat hij zegt:`Stuur Lazarus!¬ī Hoe kent hij die naam? Het feit dat hij de man bij zijn naam kent (Lazarus) verraadt hem nu: hij wist dus heel precies welke volksgenoot met zweren bedekt bij zijn poort had gelegen als bedelaar. Maar zelfs terwijl hij hem persoonlijk en bij name kende, had hij hem geen brokje gegund! Vandaag kunnen wij ons van de domme houden. We kunnen doen alsof we helemaal niet weten van die organi¬¨saties voor hulp aan blinden, doven, vluchtelingen enzovoorts en we kunnen net doen alsof we hun banknummers niet kennen, maar later zal blijken dat we er meer van wisten dan we lieten blijken. En het zal dan tegen ons getuigen.

Abraham herinnert zijn kind aan dat verleden (16,25): ‚ÄěJij hebt je deel van het goede al tijdens je leven ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend¬ī. Het accent ligt niet op het feit dat de rijke rijk was en Lazarus arm. Het gaat erom dat de rijke al zijn goede gaven ge√Įncasseerd heeft (zonder er ook maar iets van te laten vallen voor anderen). Het gevolg was dat Lazarus op zijn beurt gedwongen werd om alleen maar zijn tegenspoed te incas¬¨seren (zonder enige verlichting).

Deze onbarmhartige tegenstelling tussen voorspoed en tegenspoed wordt nu rechtgezet:`Nu vindt hij hier troost, maar jij lijdt pijn¬ī. De ver¬¨ongelijkte bedelaar krijgt alsnog hulp en de hebzuchtige rijke wordt bestraft.

Deze nieuwe situatie is niet meer te veranderen (16,26). Onder verleden en heden is nu een streep gezet: er is voorgoed een diep ravijn tussen Abrahams kant en de overkant. Daardoor is het niet meer mogelijk om bij elkaar te komen. Wie contact wil leggen met de bedelende Lazarus, moet dit tijdens zijn leven doen: daarna kan het niet meer! Wanneer u daarom eigenlijk nog iets wilde overmaken voor die hulpbehoevende, doe het dan nu. Voordat u niet meer kunt internetbankieren! Geven en helpen kan nu nog: straks is het te laat.

Sterven is immers het eind van ieders levensverhaal, rijk en arm. Veel mensen kijken niet verder: daarom genieten ze en doen ze naar believen, want het is straks toch afgelopen. Humanisten richten zich op het leven voor de dood, zoals hun reclame ons vertelt. Ook veel christenen rekenen niet seri¬¨eus meer met een vervolg: je ziet die wereld achter de dood immers niet en de TV-camera¬īs kunnen hem niet voor hun lens krijgen! Maar hij is wel in het verhaal √©n in de werkelijkheid. Wie zich niet verkijkt op alles wat je ziet, maar wie de tijd neemt om te luisteren, die krijgt nog eens wat te zien!

Sommige mensen hebben daar moeite mee, dat er een eeuwig wel en een eeuwig wee is. Dat is ook moeilijk voor te stellen. Wij hoeven God daar¬voor echter niet te rechtvaardigen op dit moment. Laten we ons maar gedragen als een gewaarschuwd mens: die telt voor twee (voor heden en toekomst)!

Toch kunnen we in de verzen 23b-24 wel in een flits iets zien dat van groot belang is. De rijke man is in de pijn, maar voordat iemand van u zegt dat hij daar wel moeite mee heeft, moet hij eerst eens goed naar die rijke man kijken. De eerste vraag is niet wat God hier doet, maar wie deze mens is. Het blijkt dat hij onveranderd is. Hij wil nog steeds niet anders dan hij deed. Hij mist elk berouw. Nog steeds ziet hij Lazarus als een gebruiksvoorwerp en niet als een broeder om iets goeds aan te toen. Tot twee maal toe vindt hij het vanzelfsprekend dat Lazarus (wanneer Abraham het maar beveelt) voor hem bepaalde diensten verricht. Hij voelt zich nog steeds niet schuldig tegenover deze vroegere bekende die als bedelaar bij zijn poort had gelegen. Het ego√Įsme is permanent gewor¬¨den. Hij kan en wil die bedelaar Lazarus niet anders zien dan als zijn knechtje: alleen hijzelf is echt belangrijk! Het eerste verzoek geldt zijn eigen welzijn, maar dit is ook zo met het tweede verzoek: dat betreft het welzijn van de zijnen! Hij wil voorkomen dat ook zij in de pijn zouden belanden. Hij bidt niet voor andere mensen, maar alleen voor zijn eigen broers. Hij zelf is belangrijk en ook zijn familie. En daaraan blijft die bedelaar volstrekt ondergeschikt.

U ziet: het lijkt erop, dat de hel straks God wel zal rechtvaardigen! De ego√Įst wil niets anders dan met de zijnen binnen de eigen cirkel blijven. En wat moet God met zulke eeuwige ego√Įsten op een vernieuwde aarde? Zij passen daar toch niet! Daarom moeten wij geen zware rimpels in ons hoofd zetten over hoe het met alle mensen eens zal aflopen. Laten we ons maar inspannen dat het met onszelf en onze naaste goed komt. Dat moet nu gebeuren. Later is te laat. Kijk daarom verder dan je leven lang is.

Wanneer je nu een cirkel om je heen trekt waar de ander buiten staat, trekt God straks een cirkel om jou heen waar je nooit meer uit kunt! Hij laat je dan voorgoed steken achter je eigen ravijn.

*

Het derde ravijn (de verzen 27-31) [10]

Hoe heeft het nu ooit zover kunnen komen? Is het wel eerlijk? Toch wel, want er is nog een derde ravijn. Dit was al aanwezig, maar het werd niet gezien. Het is de kloof tussen de rijke en de Schriften. Het antwoord van Abraham op het tweede verzoek verwijst naar deze Schriften. Daardoor komt het verhaal opeens angstig dicht bij de luiste¬raars (16,29).

Jezus had de Farizee√ęn zojuist namelijk met klem gewe¬¨zen op wet en profeten (16,16-17). De rij van die profeten loopt door tot Johannes de Doper en ieder wordt daardoor gedwongen om het hemel¬¨rijk binnen te gaan via de prediking van Jezus. Men dient zich voor te bereiden op de dag van ontslag en gericht. Men moet zich nu tijdig vrien¬¨den maken uit de onrechtvaardige mammon opdat men ontvangen zal worden in de eeuwige tenten. En dan klinkt in het verhaal over de rijke man uit Abrahams mond opeens w√©√©r die herinnering aan wet en profe¬¨ten: wie daar goed naar luistert kan weten hoe men zich moet voorberei¬¨den op het binnengaan in het hemelrijk. Niet door te vertrouwen op het kind-zijn van Abraham (Johannes de Doper had daar al indringend voor gewaarschuwd). Maar door te luisteren naar alle profeten, inbegrepen Johannes de Doper.

De rijke man in de gelijkenis blijkt echter onbekeerlijk en hij durft zelfs vader Abraham tegen te spreken: `Nee, vader!¬ī (16,30). Ongehoorzaamheid aan wet en profeten maakt mensen altijd brutaal. Dat merk je vandaag en zo was het ook vroeger. De rijke man weet het beter: `Wanneer iemand uit de doden tot hen komt, zullen zij boete doen¬ī. Deze uitspraak van de rijke man zinspeelt op een trefwoord uit de prediking van Johannes de Doper. Die predikte een doop van boete. Wet en profeten (inclusief Johannes de Doper) vonden echter tot nu toe geen gehoor bij de broers van deze rijke: daarom moet nu maar eens een dode opstaan.

Abraham ontkent echter dat dit zal helpen ( 1 6,31 ): wie naar Mozes en de profeten niet luisterde en zich niets gelegen liet liggen aan de boetedoop van Johannes, zal zich ook niet gewonnen geven aan iemand die opstaat uit de doden. Einde van het verhaal! Het is opeens abrupt afgelopen. We horen niet hoe het verder gaat. Het blijft bij Abraham: hij heeft het laat¬ste woord. Had hij gelijk?

*

Het slot van het verhaal is verrassend. Eigenlijk voegt het niet iets nieuws toe aan het eerste antwoord (16,29). Anderzijds beperkt Abraham zich niet tot de mogelijke terugkeer van Lazarus (waarnaar gevraagd was), maar hij spreekt over de mogelijke opstanding van iemand. Waarom laat Jezus het verhaal zo algemeen eindigen met de gedachte aan een terug¬¨kerende dode in het algemeen? Hij had het ook kunnen laten aflopen met een korte ontkenning inzake het nut van Lazarus¬ī terugkeer.

Het lijkt erop dat de gelijkenis verteld is op de maat van de dingen die nog zouden gaan gebeuren. Het verhaal eindigt met een dubbele punt. Het is alsof Abraham zegt: `Wacht maar eens af!¬ī En het verhaal gaat nu ongemerkt over in de werkelijkheid. Over niet lange tijd zal iemand uit de doden terugkeren! Jezus zelf zal opstaan uit de doden (zijn leerlingen weten het al: 9,22). Geschokte soldaten zullen komen binnenstormen bij het Sanhedrin. Ze zullen vertellen van de aardbeving op de eerste dag van de week en van het alles overstralende licht. En dan...? Zal het Sanhedrin zich dan voegen naar de boodschap van de profeten en van Johannes de Doper? Zullen de Farizee√ęn, die broers van de rijke man, dan met ont¬¨zetting zich bekeren tot Jezus van Nazaret? Niets van dat alles. Het Sanhedrin hoort dat een dode is opgestaan en dan zeggen ze tegen de sol¬¨daten: `Hier is wat geld, zeg maar dat zijn leerlingen zijn lichaam zijn komen stelen!¬ī Het Sanhedrin dekt de feiten onmiddellijk toe via de leu¬¨gen van de grafroof (Mt.2,11-15). Het antwoord van Abraham in de gelijkenis zal binnen korte tijd zijn gelijk bewijzen in de werkelijkheid!!

De rijke man wilde ervaring toevoegen aan de Schriften. Daarmee deed hij tekort aan de zeggingskracht van wet en profeten. En daarin is hij de enige niet. Veel christenen en theologen willen vandaag ook ervaring toevoegen aan de bijbel. Die bijbel is immers, zo zeggen ze, een boek van beneden over boven. Het blijft altijd een menselijk boek. Het kan in deze 21ste eeuw pas geloofwaardig zijn door je eigen ervaring van God. De rijke man doet dan ook een heel modern voorstel: geef de mensen op aarde een eigen ervaring van God, dan zullen ze wel luisteren naar de bijbel.

En nu vinden wij het natuurlijk in deze gelijkenis heel vanzelfsprekend dat er geen dode opstaat: het is toch volstrekt duidelijk dat je beter met armen moet omgaan dan de rijke deed! Dat stond toch al duidelijk genoeg in wet en profeten?! Toch moet u hier voorzichtig zijn. Het kan op allerlei manieren gebeuren dat we duidelijke Bijbelwoorden naast ons neerleggen, omdat ze ons niet toespreken en we ons er niet door gebon¬¨den voelen. Vlak voor de gelijkenis had Jezus nog het voorbeeld van de echtscheiding genoemd. De bijbel is volstrekt duidelijk over de onont¬¨bindbaarheid van het huwelijk. Toch zijn er vandaag, ook in de kerk, rijke mannen die hun vrouw (die ze bij name kennen) van bijstand laten omkomen buiten de poort. Waar wachten ze op? Op een dode die ons komt vertellen dat dit niet kan en dat het je eens zal opbreken? God stuurt zo¬īn ervaring niet: met de bijbel zullen we het moeten doen. Maar dan ook werkelijk doen! Wat baat immers ervaring of engelen, wanneer de nederigheid van het eerbiedig luisteren ontbreekt? Het begint dus heel dichtbij: in je eigen hart. En dan gaat het je leven bepalen en tenslotte je ondergang meebrengen. Weersta daarom het begin.

Trek geen cirkel om stukken in je leven, waar de bijbel buiten moet blijven. Dat wórdt een ravijn en het wordt zelfs de moeder van die andere ravijnen.

*
De verteller

Zo stonden we in deze gelijkenis aan de rand van drie ravijnen. [11]

Wanneer we er goed in hebben gekeken, zijn we wijzer geworden dan we waren. Het eerste ravijn liet ons in de spiegel kijken en toonde ons hoe erg het is wanneer je in een gesloten cirkeltje voor jezelf gaat leven: dan laat je de naaste vallen in het ravijn dat jezelf ontwierp. Het tweede ravijn maakte duidelijk dat een mens later vast komt te zitten aan wat hij vandaag niet wil loslaten. In dat tweede ravijn val je zelf. Het derde ravijn liet ons zien waar het begint. Het liet ons kijken in ons eigen hart: hoe bereid zijn we om voor elk deel van ons leven stil te luisteren naar Gods woord en ons daarnaar te schikken zonder eigenwijsheid?

Een blik in deze ravijnen zou ons radeloos kunnen maken: zoveel ego√Įs¬¨me, zo¬īn eeuwige dreiging, zo¬īn tekort aan gezeglijkheid. Toch wil deze gelijkenis ons niet moedeloos naar huis sturen. Kijk eerst nog eens goed wie dit verhaal aan ons vertelt!

WIE leidde ons langs deze ravijnen? De verteller van de gelijkenis is Jezus Christus. En waarom vertelt Hij dit verhaal? Om rijke Farizee√ęrs tot inkeer te brengen. Hij wendt zich niet van deze geldzuchtigen af, maar spant zich in om hen tot de orde te roepen. Lazarus wordt niet terug¬¨gestuurd, maar Jezus komt wel zelf in hoogst eigen persoon uit de hemel om ons aan te spreken! [12]

Hij liet ons niet alleen met dit verhaal: Hij heeft het niet overgeseind uit de verre wereld van Abraham, maar Hij staat er zelf bij. Hij kwam met dit verhaal op de Farizee√ęn toe en via Lucas richt Hij zich daarmee ook tot ons.

Hij zelf heeft het omgekeerde van deze gelijkenis laten zien. [13]

Terwijl Hij in het rijke huis van God woonde en wij als schuldigen, met zweren bedekt, op aarde leefden, is Hij uit dat huis gekomen en liet alle weelde ervan achter om zich te ontfermen over die arme mens op de stoep. Hij liet ons niet over aan de honden of aan de dood, maar Hij zelf verzorgde onze wonden en goot er de olie van zijn genade in. Hij werd arm opdat wij rijk zouden worden. Hij kwam opdat we aan de goede zijde van het hemelse ravijn terecht zouden komen in Abrahams schoot. Hij deed wat de arme Lazarus niet mocht doen. Hij kwam tot de broeders van de rijke man, tot ons, familie van die ego√Įst. En Hij liet door tekenen en wonde¬¨ren zien dat de Schriften van de profeten waarheid zijn. Hij stond zelfs uit de doden op om ons het evangelie te doen horen en om ons de liefde te leren.

Kijk van het verhaal eens op naar de Verteller ervan en zie hoe Hij door¬boorde handen naar u uitstrekt: wanneer je je eigen handen daarin legt, worden ze minder verkrampt, leren ze geven en zorgen en opofferen. En zo wordt het door Hem bij God mogelijk dat zelfs rijken uit Nederland leren luisteren en behouden worden. Gelukkig maar voor ons!

Amen.[14]



- Terug naar menu