- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie'' .


Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 102:12,13 (Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid)
De Tien Woorden
Zingen: Psalm 119:6 (Wie God bemint, heeft zijn wetten lief)
Gebed voor de eredienst
Lezing van de catechismus: zondag 33
Schriftlezing: 2 Petrus 1:3-11
Zingen: 51:5 (bede om levensvernieuwing)
Preek over zondag 33
Zingen: GK-2006 Lied 103:1,5,6,7,8,9 (`Maak toch mijn leven nieuw en rein')
Dienst van dankzegging en gebed
Dienst van de offergaven
Zingen: GK-2006 Lied 114:2,3 (Samen op weg om te delen in Jezus' heerlijkheid)
Zegen


Middagdienst

Votum, zegengroet, amen.
Zingen: Psalm 102:12,13 (Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid)
Gebed voor de eredienst
Lezing van de catechismus: zondag 33
Schriftlezing: 2 Petrus 1:3-11
Zingen: 51:5 (bede om levensvernieuwing)
Preek over zondag 33
Zingen: GK-2006 Lied 103:1,5,6,7,8,9 (`Maak toch mijn leven nieuw en rein')
Dienst van dankzegging en gebed
Apostolische geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 96:1,4 (Lof aan de Heer in alle generaties)
Dienst van de offergaven
Zingen: GK-2006 Lied 114:2,3 (Samen op weg om te delen in Jezus' heerlijkheid)
Zegen


Preek over: Zondag 33

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



DE GEDAANTEVERWISSELING VAN EEN CHRISTEN [1]


Gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, jongens en meisjes,


In deze dienst gaat het over iets heel ingrijpends. Het gaat over de verandering die het geloof in ons leven wil gaan brengen. Die verandering is nogal radicaal. Antwoord 88 zegt dat er een oude mens moet doodgaan en dat er een nieuwe moet opstaan.

Dat klinkt ingrijpend. En dat is het ook. In jezelf woont een mens met een wil en met begeerten. De bijbel noemt dat ook wel de binnen-mens. Je binnenkant is bepalend voor je gedrag. Daarom zeggen mensen vaak: `Er komt uit wat er in zit┬┤. In ons lichaam woont ons ik dat bepalend is voor wat we doen.

En nu weet onze God dat er in ons - in onze binnenkant - heel veel verkeerds leeft. Het komt er niet altijd allemaal uit. Toch merk je het wel, wanneer je elkaar wat beter leert kennen of wat langer met elkaar omgaat. De mens blijkt van binnen lang zo mooi niet als hij er van buiten soms lijkt uit te zien. De binnenvoering deugt niet echt. De `ik┬┤ van de ander blijkt soms alleen maar een `ikke, ikke┬┤ te zijn. Of de `ik┬┤ in jezelf is eigenlijk een groot ego.

En daarom wil onze Heiland van ons mensen maken met een nieuwe binnenvoering. Mensen die deugen. Hij wil geen oppervlakkige verandering van onze buitenkant. Hij komt niet voor de dressuur van mensen, maar voor de verandering van hun harten. Een vernieuwde binnen-mens zal ook leiden tot een nieuwe mens zoals we die niet kenden. Een mens vol liefde en geloof. Een andersoortig `ik┬┤ dat leeft volgens de bede: `Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede!┬┤

*

Die veranderingsoperatie is heel ingrijpend. Je kunt die vergelijken met het afsterven van de versleten, oude mens en het opstaan van een vernieuwde mens. De Heiland heeft het ook wel genoemd dat je je leven moet willen verliezen om het te behouden. Maar willen we eigenlijk wel dat dit met ons gebeurt?

Toen we belijdenis van het geloof hebben afgelegd, hebben we ons bereid verklaard tot deze ingrijpende operatie. E├ęn van de vragen die u bij uw openbare geloofsbelijdenis met `ja┬┤ hebt beantwoord, luidde als volgt: `Is het je hartelijke begeerte God en de naaste lief te hebben, met de wereld te breken, je oude natuur te doden en godvrezend te leven?┬┤ U of jij hebt toen gezegd: `Ja, ik wil dat mijn oude natuur gedood wordt!┬┤ Je geloof belijden was dus ook nogal heftig![2]

Over dat doden van de oude natuur gaat het nu in zondag 33. En dan worden daarover precies dezelfde dingen genoemd als bij de openbare geloofsbelijdenis: `Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven┬┤ en: `dat wij onze zonden hoe langer hoe meer haten en ontvluchten, zodat de oude mens afsterft┬┤.

Het opstaan van een nieuw mens betekent dus dat je zelf van binnenuit anders wordt. Jij blijft dezelfde en toch anders. Wij zeggen soms van iemand die we vroeger meemaakten als een dwars en lastig kind: `Wat is die de laatste jaren in zijn voordeel veranderd, gewoon een ander mens geworden!┬┤ Zo mogen christenen erop vooruitgaan en tegelijk dezelfde persoon blijven.

*

In zijn tweede brief schrijft Petrus over het eindresultaat van die vernieuwingsoperatie. Hij zegt dat wij door Christus `deel zullen krijgen aan de goddelijke natuur┬┤. Dan ben je dus echt helemaal een nieuw mens! En dan zegt Petrus dat deze verandering in ons leven ook betekent dat wij `moeten ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst┬┤. Met andere woorden: een nieuw, goddelijk mens kan niet ontstaan zonder dat de oude wordt afgebroken en afsterft. Er kan geen vlinder gaan dansen in de zon wanneer de rups niet verpopt.

Daar willen we bij stilstaan. Vanuit wat Petrus erover zegt en aan de hand van zondag 33. We kunnen het zo samenvatten: [3]


JE GEDAANTEVERWISSELING ALS CHRISTEN IS DE MOEITE WAARD

1. Sta er voor open
2. Ga er voor.
3. Werk er aan mee





1. Sta er voor open [4]

Je bekering is niet iets dat in je slaap binnenstroomt. Petrus spoort ons aan om in ons leven alle zeilen bij te zetten. Hij zegt in vers 5: Laat zien hoe ijverig je bent. En in vers 10a: wees er energiek mee bezig.

Waarom vraagt het zo┬┤n waakzaamheid en inzet om als christen te leven en te veranderen? Omdat je slappe benen hebt. Petrus zegt in vers 10b: `Pas maar op dat je niet struikelt┬┤.

Het grootste gevaar voor een christen is dat hij een te groot zelfvertrouwen heeft. Want dat maakt je sloom en gemakzuchtig. Dan denk je: `Ik red het wel nu ik belijdenis aflegde.┬┤ Of: `Ik kan daar wel tegen. Ik ben er toch zelf bij!┬┤

Wat doe je dan in feite? Je vertrouwt op je oude mens, op jezelf. Levensgevaarlijk. Kijk maar uit. Zo sterk zijn je benen niet. Voor je het beseft, lig je languit! [5.1]

Je ziet het soms met kleine kinderen vol branie. Zij k├║nnen het wel. Ze zullen het eens even laten zien, dat zij al wel fietsen kunnen. Maar even later liggen ze huilend op de straat.

Kunnen wij het dan zo weinig op onszelf laten aankomen? Ik denk niet dat wij het daar altijd mee eens zijn. Misschien vindt u die preekstoel-taal soms behoorlijk overdreven. Is het soms niet erg bangelijk in de kerk? Alsof je dit niet mag omdat het gevaar kan en dat andere niet omdat je dan tot die of die zonde zou kunnen komen. Vooral als je jong bent, heb je een grote hekel aan zulk soort vermaningen. Nu kunnen ouderen ook wel eens meer door angst gedreven worden dan door wijsheid. Maar toch moet je niet denken dat jij echt wel zoveel aankunt. En dat je zo slecht niet bent.

Om dat te leren beseffen, moet je leren omzien. Kijk je oude mens eens recht in de ogen door terug te kijken. Antwoord 89 zegt: `Wij moeten oprechte droefheid hebben, dat we God door onze zonden vertoornd hebben┬┤. [5.2]

We leven er graag overheen en vergeten het gauw, dat we God hebben vertoornd. Maar kijk eens goed achterom in je leven. Nooit neiging gehad tot verkeerde dingen? Nooit nieuwsgierig geweest naar de zonde? Of ben je het weer vergeten? Het is immers voorbij, denk je! Maar vergis je niet. De satan blinddoekt ons vaak voor het verleden om ons luchthartig te maken. Ruk die blinddoek af en kijk eens goed. Er is nog heel wat om te belijden en om je te doen beseffen dat je niet zo┬┤n sterke bent.

Het haten en ontvluchten van de zonde heeft niet zoveel te maken met angst, maar juist met kennis van jezelf. Waarom vluchtte Jozef weg toen de vrouw van Potifar hem wilde verleiden? Omdat hij zichzelf kende: hij ging niet voor haar op de loop, maar voor zichzelf! [5.3]

Zelfkennis. Die ontstaat door schuldbesef. Het eerste dat je nodig hebt, is de zolder van je leven eens opgaan. Daar staat nog een boel oude, afgedankte rommel. Heb je ook echt verdriet over die jeugdzonden? Hebt u verdriet over die oneerlijkheid van toen? Hebt u verdriet over wat u destijds uw man of vrouw allemaal aandeed? Heb je diepe spijt over die keer van dronkenschap? Schaam je je ervoor dat je een keer met die anderen meedeed?

Wanneer we het verleden begraven, wordt het een levensgevaarlijk landmijnenveld. Maar wanneer wij ons verleden in het licht brengen van Gods heilig gezicht en Hem smeken om vergeving over wat voor mensen al weer verleden tijd is, dan worden wij wijzer. Toen Augustinus zijn jeugd nog eens beschreef, ontdenkte hij steeds meer hoeveel zogenaamde kinderzonden toch van binnenuit zonden waren en hij leerde ze later alsnog belijden. Dat hoort bij de bekering.

Wij leren dan begrijpen dat we toch niet zulke sterke benen hebben als we onszelf steeds weer wijsmaken. En we beginnen ermee om die zonden `te haten en te ontvluchten┬┤ en dat is natuurlijk heel iets anders dan dat we ze blijven bekijken in alle mogelijk soapseries of dat we voortdurend bezig zijn met de vraag hoeveel nog net kan, hoeveel glazen, hoeveel losheid in contacten, hoeveel verduisteren van belastinggegevens. Je zult er werkelijk moeite voor moeten doen om tot een stralende gedaanteverwisseling te komen. Wie steeds maar aan zijn beeldschermpje blijft hangen en steeds maar naar het voorbeeld van anderen kijkt, wordt niet snel veranderd tot het beeld van Christus.

Voor je verandering is het heel belangrijk dat je jezelf, je oude binnenmens, eerlijk leert kennen. Hoe nodig was het voor Simon Petrus dat hij de haan hoorde kraaien en omkeek en ontdekte hoe hij zijn Heiland driemaal verloochend had. Toen hij terugkeek in die nacht, ging hij naar buiten en weende bitter. Daar had Jezus ook voor gebeden: dat Petrus niet van zijn geloof zou vallen en dat hij in zijn struikelen zou leren dat hij niet zo┬┤n sterke held was. Zijn oprechte droefheid waarvoor hij zich na het tweede hanengekraai openstelde, was een verhoring van het gebed van zijn Heiland in zijn leven.

En dat is belangrijk, want daar word je beter van!


[6]
2. Ga er voor!

Open staan voor zo┬┤n radicale bekering: loont dat? Waar zou je het voor doen? Waarom zou je daarvoor gaan? Met een bekering van tien procent krijg je al geen moeite meer met de ouderlingen of je ouders. Dus waarom zou je je uitsloven?

Het antwoord is niet moeilijk. Wanneer iemand graag koning zou worden en daarom een kroon op zijn hoofd zet, maar verder zijn oude plunje aanhoudt, dan lijkt hij er niet op. Maar wij als christenen hebben het niet over iets dat we graag zouden willen worden, maar over iets dat we mogen worden. Ik moet het voorbeeld dus veranderen: `U mág koning worden met Christus. Hij zet u zijn kroon op, maar u houdt verder uw oude plunje aan. Zo werkt het toch niet!´ [7.1]

Petrus gebruikt stralende woorden over onze toekomst en onze gedaanteverwisseling. Hij zegt in vers 3-4: `God heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven. Ons zijn kostbare, rijke beloften gedaan!┬┤ En wat is het doel? Dat zegt Petrus in vers 4b: `(Het doel is) dat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur┬┤. [7.2]

Mensjes op weg naar de grafkuil mogen gaan veranderen in godenzonen en godendochters! Dat is onze roeping en geluk. Wij krijgen ÔÇô zoals we in vers 11 lezen - toegangsbewijzen `tot het eeuwig koninkrijk van onze Heer en redder, Jezus Christus┬┤. Nog onvoorstelbaar, maar beter kun je niet krijgen in je leven!

Daar mochten wij wel eens wat enthousiaster over zijn. Vaak zitten christenen wel heel ernstig in de kerk, en dat mag ook, want het is hier geen kinderspeelplaats, maar wat dan soms teveel ontbreekt is de diepe vreugde in de ogen, een vreugde vol uitzicht, door geen verdrukking stuk te krijgen.

Hier begint uw gedaanteverwisseling! Dat u, zoals antwoord 90 zegt, `hartelijke vreugde hebt in God door Christus┬┤. [7.3]

Dat moeten we ons dus allemaal wel goed afvragen, of we met God diep blij zijn. Wanneer we ons geloof belijden , wordt ook gevraagd of het onze `hartelijke begeerte is God lief te hebben┬┤ (de derde vraag). En dat blijft de kernvraag.

Jezus vroeg het aan Petrus drie maal: `Simon, zoon van Barjona, heb je Mij echt lief?┬┤ Totdat Simon de derde maal de toevlucht nam tot het hart van zijn Meester en zei: `Here, U weet alle dingen, U weet dat ik U liefheb!┬┤

Zo kent de Here Jezus ook uw voornaam en jouw voornaam. En Hij vraagt het ook ons bij ieders eigen naam: `[vul je naam hier maar in]: heb je Mij werkelijk lief?┬┤

Het is toch niet moeilijk om God lief te hebben wanneer je ziet hoe Hij je beter wil maken van ziekte en dood, wil verlossen van zonde en verslaving, wil afhelpen van wat op aarde altijd op je blijft drukken. Dat Hij een ander mens van je wil maken? Het is toch heel gemakkelijk om God te beminnen wanneer je kijkt naar het offer van zijn liefde op Golgotha? En wanneer je kijkt naar de gave van de Heilige Geest?

God strekt zijn hand uit. U wordt er beter van. Leg de hand van uw liefde en overgave in zijn hand en laat u overeind helpen. Op weg met Hem naar zijn toekomst, naar zijn milieu, naar zijn vrede. Wanneer die liefde voor Hem uw gedaante verandert, dan wordt u er alleen maar beter van. Een dakloze bedelaar verandert in een prins of prinses die weer thuiskomt.

Dat is de moeite waard om voor te gaan!

[8]

3. Werk er aan mee

Sinds de Reformatie zijn de protestanten wat bang voor de gedachte dat je ergens aan kunt werken. Vreemd. Want de bijbel staat vol aansporingen om iets goeds van je leven te maken. Je zult er wel hulp bij nodig hebben. Maar je wordt toch zelf aangespoord om `goede werken┬┤ te doen. Het evangelie is niet bedoeld om ons te maken tot mensen die als luie christenen plat op de grond zitten met daaronder hun talent diep in de grond begraven. Wanneer je een talent kreeg, steek dan ook maar eens je handen uit de mouwen. Wat doe je er nu eigenlijk voor?

U hoeft niet verlegen te staan. God gaf ons voor de glanzende gedaanteverwisseling ook een instructie mee. Volg de handleiding en de Geest doet het je gelukken!

Petrus geeft zo┬┤n handleiding in het eerste hoofdstuk van zijn tweede brief. Laten we die kort doorkijken. [9.1]

De basis (zegt Petrus in vers 5) is je geloof: eerst leer je belijden dat Jezus Christus je Heiland en Redder is. De dag van je geloofsbelijdenis is niet de dag van de oplevering, maar het is wel de dag waarop het fundament wordt gelegd! Laat dat fundament liggen, je leven lang! [9.2]

Want dat geloof wordt nu de draagvloer voor wat Petrus als tweede noemt: `de deugd┬┤ (vers 5). Het woord klinkt in het Nederlands wat klef. Het Griekse woord is veel steviger. Dat duidt op degelijkheid, dapperheid, bekwaamheid. Je hebt slappe christenen die niet staan voor wat ze beleden. Maar wees nu door je belijdenis ook een flink christen, ├ę├ęn die ervoor staat. Een jongen die er rond voor uitkomt, een meisje dat duidelijk is, een man die in de week hetzelfde gezicht heeft als ┬┤s zondags en een vrouw die haar taak aankan vanuit het geloof. Bouw op je geloof een stuk degelijkheid en eerlijkheid! Sta er nu voor! Laat het niet zomaar weer los omdat je een leuk vriendje ontmoet die niet gelooft of omdat je een studie volgt die je eigenwijs zou kunnen maken. Wees geen ondeugdelijk materiaal! [9.3]

En wat kun je daarop nu weer bouwen? Petrus noemt als derde: de `kennis┬┤ (vers 5). Een christen mag zijn God leren kennen en zijn bijbel en hij krijgt daardoor ook veel praktische wijsheid. Dacht u dat u die opbouwde op weke grond? Dan zakt alles elk moment weer weg. Maar als je met beide voeten stevig blijft staan op de grond van je geloofsbelijdenis, dan heb je een deugdzame fundering. Dan wil de kennis die God je aanreikt daarop ook blijven staan. Je verzamelt inzicht en wijsheid. En het zakt niet weg, maar het blijft staan in je leven. De vreze van de Here (de deugd) is het begin van de wijsheid (de kennis)! [9.4]

En dan ontvang je daarop weer als vierde bouwlaag de `zelfbeheersing┬┤ (vers 6). Zelfbeheersing betekent dat je je niet laat meeslepen door de tijd waarin je leeft, door alles wat mogelijk is. Je hebt je eigen program en laat je niet opzwepen of opjagen door wat allerlei mensen en je eigen cultuur je voorhouden. Dit is een heel belangrijke zaak. De catechismus noemt dit in antwoord 90-91 het leven in goede werken. Misschien noemen de mensen die goede werken wel `ouderwets, suf, stom, na├»ef, truttig, achterhaald, onnodig┬┤. En wanneer je geen christelijke zelfbeheersing hebt, dan laat je je meenemen door die meningen van de mensen en hun moderne geboden. Je leeft toch in d├ęze tijd! De tijd en de mode en de moderne levensstijl gaan je beheersen en je wordt een gevangene. Je verliest alle eigen stijl. Je hebt geen zelfbeheersing. [9.5]

Zorg dat je geloof oprecht blijft, dat je er voor blijft stáán en dat je de kennis toelaat in je hart, wijsheid van boven: dan verandert je leven ook tot zelfbeheersing en tot een eigen christelijke levensstijl.

Op deze wijze kan ook als vijfde de bovenbouw geplaatst worden. Met name de `volharding┬┤ (vers 6). We weten dat niet alle zaad ook opkomt en dat niet alle planten ook tot de oogst blijven staan. Hoe zul je volharden na je geloofsbelijdenis? Soms zeggen de mensen: `Je hebt geloofsbelijdenis gedaan en nu maar volhouden┬┤. Maar dan missen er een paar schakels. Want volhouden lukt alleen via de schakels van oprechtheid, kennis en zelfbeheersing. Je kunt de dakspanten niet op de fundering zetten. Zo moeten er muren in je leven zijn om daarop de volharding als kroon te kunnen zetten. [9.6]

En dan zien we als zesde bouwactie op die volharding de meitak geplaatst van de `godsvrucht┬┤ of `vroomheid┬┤ (NBV) (vers 6). Godsvrucht is een ouderwets woord voor `respect voor God┬┤. Zoals de catechismus zegt: `Lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven┬┤. Ook van dit ontzag voor God denken de christenen soms dat je die zomaar op de fundering kunt bouwen. Dan zeggen ze: `In mijn hart heb ik God lief en daar gaat het maar om┬┤. Maar die liefde functioneert niet als er geen kennis is en geen volharding. [9.7]

Je kunt eraan meewerken, aan je gedaanteverwisseling. Je ziet opeens al een beetje de contouren:

geloof - deugdelijke kwaliteit - kennis - zelfbeheersing - volharding - Godsrespect

Zo nadert de mens weer tot zijn God. Hij komt weer in het licht te staan.

En dat licht gaat nu sterker worden. God is liefde. Wie dicht bij God komt in respect, gaat liefde spiegelen. Dat is het zevende, de kroon op de verandering: de liefde voor de broeders en zusters. [9.8]

En tenslotte volgt dan zelfs de liefde voor alle mensen (vers 7). [9.9]

Wat ben je nu getransformeerd tot een icoon, een beeld van Christus! Want dat is toch zijn beeld? Hij stierf in liefde omdat God wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. En als je eigen leven nu ook eens van gedaante verwisselt, zodat je niet meer egoïstisch bent en hebzuchtig, maar vol liefde en hulp, zelfs voor je vijanden die je verdrukten! Dan gaan ze ook van ú zeggen: `Wat een ander mens is die geworden nadat hij of zij tot geloof kwam´!

*

Deze verandering van de christen, deze bekering, is het werk van God. Alleen de Geest van Christus kan dit bewerken. Maar u kunt nu twee dingen doen: meewerken of tegenwerken. Wanneer we tegenwerken, dan kennen we onszelf niet en we beseffen niet wie Christus is. Wanneer we dat wel beseffen, dan werken we mee. Dan láten we ons veranderen door zijn Woord en Geest.

Kijkt u tenslotte nog maar ├ę├ęn keer naar Petrus, de apostel en de schrijver van de brief waaruit we een gedeelte hebben gelezen.[10]

Deze Simon Petrus is vandaag in de hemel. Zijn apostelnaam staat op de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem. Hij mag op ├ę├ęn van de tronen zitten rond de troon van de Almachtige. Hij deelt nu in die goddelijke en oogverblindende en zingende omgeving.

Is hij uit zichzelf zo┬┤n beeld van een mens geworden?
Zeker niet.
De Here is met hem een weg gegaan. De bekeringsweg.

Hij riep hem weg bij zijn vissersboot en leerde hem om Jezus te volgen. Hij mocht een visser van mensen worden. Hij werd de prediker op de Pinksterdag. Hij ging de gemeenten voor. Hij liet zich tenslotte ÔÇô net als zijn Meester - binden en naar de marteldood leiden. Zo verloor hij zijn leven om het bij Jezus te winnen.

Op die weg is hij geleid.
Jezus liet hem drie keer struikelen in verloochening opdat hij zichzelf al wenend beter zou leren kennen.
Jezus riep hem door een visioen tot de orde, toen hij naar de heiden Cornelius moest gaan. Weet je het niet meer, Petrus? Wat God heeft rein verklaard, mag jij niet onrein noemen!
En toen Petrus later in Antiochi├ź niet langer met de heidenchristenen wilde eten aan ├ę├ęn tafel, heeft Jezus hem laten bestraffen door de apostel Paulus.
En boven dit alles zweefde het wonder dat Jezus voor Petrus had gebeden.
Het gebed van Jezus en de leiding door de Geest maakten de weerstrevende visser tot een stralende beelddrager in de hemel.

In dat alles heeft Petrus zich moeten láten leiden.
Hij moest bereid zijn tot tranen van berouw over zijn verloochening. Hij moest bereid zijn zijn liefde driemaal opnieuw te bevestigen. Hij moest de terechtwijzingen in het visioen en door Paulus ter harte leren nemen. Hij moest zich laten leiden. En zo is het werk van God in zijn leven doorgegaan.

Laten we daarom deze preek afsluiten met het woord waarmee Petrus zijn eerste brief afsloot:

Met de hulp van Silvanus heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt!


Het is de genade van God die u staande houdt! Totdat u veranderd bent tot zijn beeld. Een vlinder in de zon voorgoed.


AMEN[11]


- Terug naar menu