- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.



Liturgie.

Morgen- of middagdienst

Tussen [] staan de elementen genoemd die alleen voor de morgen (vm) of alleen voor de middag (nm) van toepassing zijn.



Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 138:1,4
[vm] Wet van de HERE
[vm] Zingen: Psalm 80:8,10
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Efeziƫrs 2:1-10 (verlossing en goede werken)
Zingen: Psalm 90:8
Tekstlezing: Zondag 32
Preek over Zondag 32
Zingen: Liedboek voor de kerken 78:1-3
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen: Liedboek voor de kerken 75:9
Collecte
Zingen: Liedboek voor de kerken 75:10,11
Zegen, Amen.



Preek over: Zondag 32

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________


Broeders en zusters, jongens en meisjes, [1]

Vandaag gaan we het derde deel van de catechismus binnen. Maar laten we eerst nog even omkijken naar het tweede deel. Dat ging over onze verlossing. Het was heel lang: 27 zondagen, meer dan de helft van de catechismus. Maar het ging in dat tweede deel dan ook over niets minder dan over een BOOM.[2]

Het ging over de sterke boom van het geloof. Het is God die deze boom in ons wil planten door zijn Woord en Geest (zondag 25). En het is God die deze boom van het geloof in ons leven voeding geeft door prediking, doop en avondmaal (zondag 26-31). Zo groeit die sterke boom van het geloof, met zijn wortels diep in het werk van Christus, onze Verlosser. En met de kruin gericht op de hemel. Dat belijden we in de twaalf artikelen die behandeld zijn in de zondagen 7-24. Gelukkig ben je wanneer God het geloof in je leven heeft geplant. Het is niet een madeliefje of een paardenbloem. Het is een boom, zo sterk.

En wat voor een boom is het? Het is geen spar of den, geen eik of beuk, maar het is een vruchtboom. En daar gaat het derde deel van de catechismus nu over. Dat de geloofsboom een VRUCHTboom is. Het gaat nu over het karakter van de verlossing. Of: over het karakter van de genade die God geeft. Genade is in je leven een door God geplante boom die vruchten draagt.[3]

Het gaat in het derde deel van de catechismus dus niet over iets anders dan in het tweede deel. Alsof onze dankbaarheid nu iets zou zijn dat van Ć³nze kant moet komen. De verlossing is niet een kerstboom. Het is niet een kerstboom waarin wij de ballen en klokjes van goede werken nu nog zouden moeten hangen. Het geloof is geen kerstboom maar een vruchtboom: die neemt zijn vruchten zelf mee.

Je kunt ook zelf helemaal geen vruchten aan de geloofsboom hangen: die zouden zo weer van de takken afglijden. Maar wat je wel kunt, dat is die boom verwaarlozen zodat de vruchten niet goed willen groeien en zelfs helemaal kunnen uitblijven. Dat gebeurt helaas nogal eens. Dat wij de door God geplante vruchtboom van het geloof verwaarlozen. Daarom staat daar vaak iets over in de bijbel.

Een paar voorbeelden daarvan.[4]

In Jesaja 5 vind je het lied van de wijngaard. De HERE was voor Israƫl als een wijngaardenier die er alles aan heeft gedaan om de wijnplanten een goede bodem te geven en goede bemesting. Maar er is nu bij de HERE grote teleurstelling: Israƫl brengt ondanks alles slechts wrange druiven voort. En dan zegt de HERE:

Wat kon Ik meer aan mijn wijngaard doen,
Wat heb Ik te weinig gedaan?
Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard,
Waarom bracht hij slechts wrange druiven voort?

En dan lezen we hoe de HERE besluit om de wijngaard die Hij had geplant te gaan verwoesten. Een dreigend woord, in de hoop dat Israƫl alsnog zoete druiven zal gaan dragen. Gevoed door de liefde van hun HERE.

Een vergelijkbaar beeld gebruikt de Here Jezus tegen het einde van zijn driejarig optreden in Israƫl. Hij vergelijkt het volk dan met een driejarige vijgenboom. Toen Hij ging kijken of de boom nu ook vrucht droeg, vond Hij geen vijgen. Er komt dan nog ƩƩn jaar uitstel en intensieve verzorging van de vijgenboom. Wanneer dat ook niet helpt, zal de boom worden omgehakt (Lucas 13:6-9).

Meer dan eens heeft Jezus in zijn onderwijs het beeld gebruikt van een boom die aan zijn vruchten wordt gekend. En aan het einde zegt Hij tegen zijn leerlingen:

`Als iemand in mij blijft, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doenĀ“ (Johannes 15:5).


De HERE mag verwachten dat de wijngaard die Hij plant of de vijgenboom die Hij doet groeien, ook vruchten voortbrengen. Dat hoort bij elkaar.

Op die manier is vraag 86 nu ook bedoeld:

Nu wij uit onze ellende, zonder enige verdienste van onze kant, alleen uit genade door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?[5]

We moeten goede werken doen. Maar op een heel bijzondere manier. We moeten het doen op de manier van een vruchtboom die fruit moet dragen. Daar is hij voor geboren. En wij zijn voor fruit dragen wedergeboren. Je hoeft het niet te maken, maar je moet het wel willen laten groeien. Dat is het moeten van de vruchtboom. Anders is het geen goede vruchtboom.

Het derde deel van de catechismus gaat dus nog altijd over de verlossing en over de genade. En het wil ons nu leren hoe we die genade mogen laten opbloeien in ons leven. Het fruit hoort bij de boom, want de boom van het geloof, die God in ons plantte, is een vruchtboom!


JE MAG EEN FRUITDRAGENDE VRUCHTBOOM ZIJN [6]

1. Van je Schepper
2. Door Christus
3. Voor jezelf
4. Om de anderen

1. (Een fruitdragende vruchtboom van je Schepper)[7]

Alle smakelijke fruit is afkomstig van onze Schepper. Het eerste dat de mens te eten kreeg in het paradijs, waren de heerlijke vruchten van allerlei fruitbomen. Onze God schept het goede en eetbare. Hij geeft zeker niet een schorpioen voor een ei of een giftige paddenstoel voor een sappige peer. Zo kennen we onze Schepper.

En zo is Hij ook bij de herschepping van de mens. De goede werken die Hij wil laten groeien aan de boom van ons geloof, zijn werkelijk goede vruchten. De goede werken staan tegenover alles wat vernietigt en slecht is en wansmaak heeft.

In antwoord 87 wordt al dat onsmakelijke kort aangeduid. Het zijn de wanproducten die groeien aan de boom van de onbekeerde mens.
Onkuisheid. Onkuisheid, misbruik, pornoverslaving.
Afgodendienst. Afgodendienst, miskenning van de ware God, hoog opgeven van de natuur, hoogmoedig zijn op wetenschap en menselijke kracht.
Echtbreuk. Echtbreuk, verlating, bedrog van de ander, ontrouw.
Gierigheid. Gierigheid, hebzucht, woekerpolissen en bonussen.
Dronkenschap. Dronkenschap, alcoholisme, comazuipen.
Lasteren. Lasteren, roddel, je medescholieren pesten of zwart maken op internet.
Oplichting. Oplichting, skimmen, bankfraude, bijstandsmisbruik.

De oogst van dit wrange fruit wordt ons elke dag aangedragen via het nieuws. Dit is niet het fruit van het koninkrijk van de hemelen. Het zijn de aardse vruchten, uit de aarde aards.

In deze wereld wil onze Schepper weer het goede, hemelse fruit laten groeien dat niemand kwaad doet, dat ten goede is van de naaste en dat tot eer van Hem is. De bijbel noemt dat de goede werken.

*

Dit klinkt een beetje alsof het hier om toegiften gaat in ons leven. Je hebt je gewone leven, maar dan moeten er ook wat goede werken bij komen. Een royale gift voor een goed doel. Een helpende hand bij de buren. Carpoolen naar de wekelijkse jeugdtraining van de jeugdvoetballers. Allemaal goede dingen, maar eigenlijk niet meer dan de kers op de taart.

In de bijbel gaat het bij goede werken niet om toegiften bij je leven. Het gaat om je hele doen en laten. Het gaat over de goede manier van leven. Dat je weer helemaal een mens wordt die Gods beeld gaat vertonen. In Galaten 5 vind je een lijstje kenmerken van de vrucht van de Geest. Dan merk je dat het niet om een paar toevoegingen gaat aan je leven om te laten zien dat jij ook de slechtste nog niet bent. De goede werken laten een heel ander mens zien. Luister maar naar Paulus in Galaten 5:22:

De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Kortom: een heel ander mens komt nu tevoorschijn. Een mens die niet meer wil weten van het wrange fruit. Paulus schrijft (Galaten 5:24):

Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.

De goede boom van het geloof draagt heel ander fruit dan de boom van het ongeloof. En het is onmogelijk dat Ć©Ć©n boom twee soorten fruit zou voortbrengen, goed en slecht.

*

God de Schepper maakte ons naar zijn beeld. Opdat we goede mensen zouden zijn: mooi om naar te kijken, goed om mee samen te leven, met de glans van God op hun gezicht.

En dat beeld wil onze God weer terugbrengen. Daarvoor plant Hij in u het geloof. Door het geloof zult u het fruit van de herstelde mens gaan voortbrengen. Uw werken worden weer goed en vol voor God. U wordt wedergeboren tot een goed mens voor Gods aangezicht, smakelijk voor iedereen. Wat je doet en laat wordt weer de moeite waard. Dat zijn goede werken: dat je het goede werkt.

Laten we dankbaar zijn dat onze goede God het er niet bij wil laten dat wij zondaren zijn, geneigd tot onkuisheid, stelen, gierigheid, dronkenschap, roddel, oneerlijkheid. Maar dat Hij weer hemelburgers van ons wil maken. Van ons, stofjes uit de aarde. Van ons, vervuild door de zonde. En toch raapt hij ons op en plant in ons de boom van het leven: de vernieuwing van ons doen en laten. Totdat we een keer weer helemaal de moeite waard zijn als mensen. Omdat we alleen maar meer hemels fruit dragen. Een fruitdragende vruchtboom in het paradijs van je Schepper.


2. (Een fruitdragende vruchtboom door Christus) [8]

Hoe kan dit wonder gebeuren? Niet uit onszelf. Dat laat de geschiedenis van de mensheid wel zien, Maar ook de geschiedenis van Gods uitverkoren volk laat zoveel onwil tot het goede zien, zoveel zonde en afval. Hoe wil het ooit iets worden met de wijngaard Israƫl? Hoe wil het ooit wat worden met zondaren, ook al zitten ze in de kerk?

Op deze vragen bestaat maar Ć©Ć©n antwoord: het zal alleen iets worden door de kracht van Jezus Christus, de Gekruisigde, en door de Geest die Hij uitzendt om het dode te doen herleven.

In Johannes 15 noemt de Heiland zichzelf de Wijnstok. Wij hadden uit onszelf die wijnstokken moeten zijn, maar dat is niets geworden onder het Oude Verbond. En dat heeft lang genoeg geduurd om alle hoop op zelfverlossing te laten varen. En nu is Jezus Christus gekomen. Hij zal nu voortaan de wijnstok zijn. De ware wijnstok. En wij mogen ons ertoe beperken om ranken te zijn uit Hem. Wat wij uit onszelf hadden moeten voortbrengen, namelijk zoete druiven, zullen we nu als ranken ontlenen aan de sappen van Hem, de ware Wijnstok. Toen wij als wijngaard mislukt waren, heeft God een echte, goede wijnstok gegeven. En wanneer we door geloof in Hem zijn ingeƫnt zullen we dankzij Hem druifdragende ranken worden.

Onze hele wedergeboorte, ons hele christelijke leven ligt al klaar in Hem. Paulus zegt in Efeziƫrs 2:10 dat God ons gemaakt heeft tot wat wij nu zijn:

In Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt .

God heeft de goede werken van tevoren klaargemaakt: je hoeft ze niet meer zelf te presteren, je dankt ze aan Christus die ze in je wil werken door zijn Geest.

*

En dat is een groot geschenk. Voor goede werken hoef je dus geen sterke spieren te hebben: je hoeft er alleen maar voor op de knieƫn. Zoals de rank de sappen zuigt uit de wijnstok, zo mogen wij de goede werken opzuigen uit onze Heiland. We mogen ze afhalen door gebed. Door ootmoed dus. En door geloofsvertrouwen.

Christus stierf aan het kruis opdat u een goed mens zou worden voor God.

Hoe komt het dan dat gelovigen soms toch weinig vruchten dragen? Doen we dan te weinig aan contra-prestatie? Nee, dan geloven we te weinig. Dan bidden we er niet zoveel om omdat we de wrange vruchten eigenlijk liever nog wat aan de hand houden. Dat roddelen. En die smerigheid. En die oneerlijkheid. We moeten er eigenlijk niet aan denken dat we helemaal kuis, eerlijk, zachtmoedig, rein zouden leven.

Maar wat doen we dan eigenlijk? We blokkeren de doorstroom van de Heilige Geest. Het sap van de Wijnstok dringt op in ons als ranken, maar we remmen het af. We gaan het tegen. Dat is wat de bijbel noemt: dat je de Geest verdriet doet.

Geef toch aan de stroom van de Heilige Geest alle ruimte. Ga er vanaf nu elke dag om bidden. Aan het begin van de dag. Open de aansluiting. Opdat je een beter mens wordt op die dag.

Je mag het bidden:

Here Jezus Christus, die voor mij stierf en leeft, ik ga nu naar school, ik ga nu naar mijn werk. Ik bid tot U om uw Geest. Zelf kan ik niet goed leven. Maar U wilt het in mij gaan bewerken. Wilt U vandaag geven dat ik een vruchtboom ben van U voor iedereen? Dat wil ik, maar ik ben er van mezelf uit niet toe in staat. Wilt U het me geven. Voor vandaag Amen.


Wees niet onzeker over de verhoring van dat gebed. Antwoord 86 geeft ons moed:

Christus heeft ons niet alleen met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt, maar Hij vernieuwt ons ook door zijn Geest tot zijn beeld, opdat wij met ons hele leven tonen, dat wij God dankbaar zijn voor zijn weldaden en opdat Hij door ons geprezen wordt.


Wat Christus wil, dat mag Ćŗ, dat mag jij vragen! En je zult het zien gebeuren! Geloof alleen!


3. (Een fruitdragende vruchtboom voor jezelf) [9]

Dat geloof wordt ook zelf bemoedigd door de verandering in ons leven. Antwoord 86 zegt ook `dat wij zelf uit de vruchten zeker mogen zijn van ons geloofĀ“.

Hoe weet ik zeker dat mijn geloof echt is? Soms twijfelen Gods kinderen. Hoe zeker kun je zijn van jezelf?

Het antwoord is kort: van jezelf kun je niet zo zeker zijn. Een christen leeft niet uit zelfverzekerdheid. Waar je zeker van moet zijn, is van het werk van God. En waar kun je Gods werk beter zien dan wanneer je ontdekt dat je geloof een boom is die vruchten voortbrengt. Dat fruit heb je niet zelf gemaakt. Het is niet jouw uitvinding dat je kunt bidden en verhoord worden. Jij hebt niet bedacht dat er een enige troost is, die je voorthelpt in aanvechting en rouw. En wanneer je merkt dat er in je leven iets gaat groeien dat niet van jezelf is, dan ontdek je met eerbied dat Gods hand in je leven werkt. Zonder Hem zou ik niet liefhebben, niet vechten voor mijn huwelijk, niet openstaan voor mijn naaste, niet meeleven met anderen. Zonder Hem zou ik niets afzonderen voor de kerk en ik zou geen giften meer overmaken voor vervolgde christenen. Zonder Hem zou ik niet opkomen voor de goede naam van mijn naaste.

Het fruit aan de takken, laat zien dat daar een vruchtboom staat. De goede werken die in je leven gaan groeien, laten zien dat de boom van het geloof in je leven is geplant.

Verwondering daarover maakt je niet zelfverzekerd of trots, maar wel verrast en dankbaar. En ik bid met zekerheid: `Verlaat niet wat uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zendenĀ“. Hoe goed is het wanneer die omgang met de HERE ons leven rust geeft.


4. (Een fruitdragende vruchtboom om de anderen) [10]

En voor wie mogen wij nu zulke fruitdragende vruchtbomen van Christus zijn en worden? Het is tot eer van God dat ons geloof niet zonder gevolg blijft in ons leven. Het is dankzij Christus dat ons geloof groeizaam is en fruit draagt. Het geeft ons zekerheid wanneer we de groeikracht in ons voelen tot goede werken. Maar voor wie is dit fruit nu eigenlijk? Wie moet het consumeren?

Fruit is voor de mensen die bij de boom langs lopen en het plukken. Antwoord 86 zegt dat we goede mensen mogen worden, `om door onze godvrezende levenswandel ook onze naasten voor Christus te winnenĀ“.

In de eerste eeuwen is de kerk niet gegroeid door zendingsacties en evangelisatiecampagnes. Daar kregen ze de ruimte niet voor. Ze zaten in het verdachte hoekje van de samenleving. Vervolging kon elk moment weer losbarsten. Christenen moesten zich toen rustig houden. En toch groeide de kerk. Precies op de manier die de apostel Petrus al had aangegeven toen hij in zijn brief schreef (1 Petrus 2:11-12):

Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen. Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop Hij komt rechtspreken.


Het is niet aan ons om mensen te kunnen bekeren of overtuigen. Dat kan alleen God door zijn Geest. Het belangrijkste middel daarbij is dan ook niet onze actie, maar onze levenswandel. Christenen moeten zijn als vruchtbomen van God: hun fruit moet smaakmakend zijn. Daarom is het ook zo ernstig wanneer we als gelovigen door een zondig leven de vijanden van de HERE aanleiding geven tot laster. We verduisteren dan het werk van God.

Laat het licht van je Heiland niet verduisterd zijn in je. Laat het van jongs af aan door je heen stralen voor anderen. Dat ze het merken aan je. Dat ze uiteindelijk getrokken worden wanneer God het wil.

*

Zo ging het in deze preek over de vruchtboom die God in ons leven plant. Het ging over het geloof dat fruit draagt dankzij Christus. Wij mogen die vruchtbomen zijn. Laat het je niet te min wezen. Luister naar dit kort verhaal.

Er waren eens twee vruchtbomen. [11]
De een was laag en onopvallend: hij liet zich groeien zoals het kwam. En al gauw werden zijn takken knoestig en kwamen er jonge uitlopers van blaadjes en bloesem op.
De andere boom wilde dat niet. Hij was jaloers op de hoge sparren en dennen. Hij dacht: ik wil ook zo hoog groeien in deze wereld als zij. Ik wil niet een vruchtboom zijn met takken die door het fruit vaak kromtrekken en naar de aarde buigen. Ik wil omhoog en vooruit.
En dat gebeurde: deze boom ging hoger en hoger groeien en viel op aan de mensen. Wat een pracht van een vruchtboom, zeiden ze. Zo mooi hoog en rechtop. Zijn takken werden niet knoestig en niet bezet met uitlopers van blaadjes en bloesem, zoals bij die ander. Zijn stam werd net zo recht als die van een den of een populier.
Toen kwamen op een goede dag de houthakkers om de dennen en sparren en populieren te kappen. Het hout ervan wilden ze gebruiken. De houthakkers zagen ook die ene hoge vruchtboom, maar ze herkenden die stam niet meer als een vruchtboom. Ze zetten de bijl erin en zeiden: dit is ook een mooie hoge boom, kappen maar.
En toen ze vermoeid waren van het kappen, zagen ze die kleine, lage vruchtboom met de knoestige takken. Er hingen glanzende appels aan de neerbuigende takken. Ze plukten ervan en zeiden: Deze boom moet je laten staan, dit is geen boom om te kappen, dit is een vruchtboom. Wat een heerlijke appels!


Vindt u dit een wat vreemd verhaal? Dat kan wel zijn, maar het is wel echt waar. Luister maar naar wat de Here Jezus zelf heeft gezegd. Vlak voor zijn sterven sprak Hij tot zijn leerlingen en ook tot ons allemaal de volgende woorden (Johannes 15:4-7): [12]

Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en Ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen. Wie niet in Mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. Als jullie in Mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.


AMEN [13]


- Terug naar menu