- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgen- of middagdienst

Tussen [] staan de elementen genoemd die alleen voor de morgen (vm) of alleen voor de middag (nm) van toepassing zijn.



Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 123:1 (Tot U die zetelt in de hemel hoog, hef ik vol hoop mijn oog)
[vm] Wet van de HERE
[vm] Zingen: Psalm 51:4
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Lucas 8:40-56 (Gelovig verwachten)
Zingen: Psalm 27:7
Preek over Zondag 29 en 30a (de lezing van de tekst vindt plaats tijdens de preek)
Zingen: GK-2006 gezang 69 (halverwege de preek)
Zingen: GK-2006 gezang 174 (na de preek)
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen: GK-2006 gezang 115:1
Collecte
Zingen: Psalm 4:3 (mijn leven zal bij U geborgen zijn)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 29-30a

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



[1]

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

Vandaag bestaat de preek uit twee delen. Eerst zien we wat er staat, namelijk in de catechismus. En dan waar het over gaat, namelijk in ons omgaan met het avondmaal.


1. (WAT ER STAAT)

Opnieuw gaat het in zondag 29 over het heilig avondmaal.
Zondag 28 had dit eigenlijk al behoorlijk volledig besproken.
Waarom moet zondag 29 er dan nog weer achteraan komen?[2]

Het is een soort vraag die je vaak hoort stellen.
Waarom gebruik je in de kerk vaak zoveel woorden?
Waarom is het soms zo ingewikkeld?

Het antwoord daarop is dat het niet ligt aan het evangelie: dat is helemaal niet ingewikkeld en heeft ook niet veel woorden nodig.
Het ligt aan onszelf. Aan ons als luisteraars.
Heel vaak luisteren mensen niet goed genoeg. Al of niet opzettelijk geven ze het evangelie dan verkeerd weer.
En verder is het evangelie bij velen ook helemaal niet zo geliefd: mensen gaan het verdraaien of aanvullen of zelfs omkeren.
Wij belijden ons christelijk geloof niet in een paradijs, maar te midden van onbegrip, aanvechting en dwaalleer.
Dat vraagt vaak meer nadenken en ook meer woorden.
Hoe dreigender de vijand, hoe hoger de stadsmuur moet worden.
Hoe actiever de dwaling en het misverstand, hoe meer uitleg nodig is.

*

En dat speelt ook bij het avondmaal.
Wanneer iedereen zondag 28 zou onderschrijven, was zondag 29 niet nodig geweest.
Maar in de loop van de kerkgeschiedenis is de gedachte opgekomen dat brood en wijn bij het avondmaal binnenin zouden veranderen in het vlees en bloed van Jezus.[3]

De mensen voor wie de catechismus werd geschreven in de 16de eeuw, waren zelfs opgegroeid bij die gedachte. Hun ouders wisten niet beter. En ze vereenvoudigden de ingewikkelde theologische formule: bij de mis verandert brood en wijn gewoon in vlees en bloed.
Zon gedachte neem je mee, ook bij een Reformatie.
En dan moet je je voor het eerst bewust gaan afvragen of dat wel een goede gedachte is geweest of dat we hier te maken hebben met scheefgroei rond het avondmaal.

Vraag 78 komt dus niet uit de lucht vallen, wanneer daar het volgende wordt gevraagd:

Worden dan brood en wijn veranderd in het eigen lichaam en bloed van Christus?


Het eerste deel van het antwoord laat ons nadenken over deze vraag vanuit wat we weten over dat andere sacrament, de doop. Dat eerste deel van het antwoord luidt alsvolgt:

Nee, het is bij het avondmaal net als bij de doop.
Bij de doop wordt het water niet veranderd in het bloed van Christus en de doop is ook niet de afwassing van de zonden zelf, maar alleen een door God gegeven teken en waarborg ervan.


Bij de doop denkt toch ook niemand dat het water verandert in bloed? Hoe zijn de christenen er later dan bij gekomen om zoiets wel te denken bij het brood?

Is dat misschien omdat de bijbel het brood wel het lichaam noemt? De bijbel zegt nergens dat doopwater bloed zou zijn of worden. Maar Jezus zei wel bij het brood: `Neem, eet, dit is mijn lichaam! Weerspreekt dit niet de simpele vergelijking met de doop?

Er is nog een vervolg nodig in antwoord 78. En dat luidt alsvolgt:

Ook het brood wordt bij het avondmaal niet veranderd in het eigen lichaam van Christus. Maar het brood wordt het lichaam van Christus genoemd, overeenkomstig de aard van de sacramenten en de manier waarop de Heilige Geest hierover spreekt.


Het is dus een beeldende manier van spreken wanneer Jezus het brood zijn lichaam noemt. Toen Hij in de nacht waarin Hij werd uitgeleverd het brood nam, sprak Hij wel over dat brood als over zijn lichaam, maar het was toen toch duidelijk dat de broodkoek en zijn lichaam toen verschilden. Hij kon dus niet bedoelen dat brood zijn lichaam zou zijn. Het brood werd immers niet geboeid en gekruisigd, maar alleen genomen en gegeten, maar het lichaam werd niet gegeten doch uitgeleverd aan de vijanden. Op dat moment was toch duidelijk genoeg dat Jezus beeldend sprak. Het stuk brood werd pand en teken van zijn lichaam. De belofte van zijn sterven voor de zijnen werd als het ware vastgebonden aan het brood. Daardoor moesten de leerlingen leren dat alleen Jezus lichamelijk sterven hun redding zou kunnen zijn.

*

Maar wanneer je generaties lang van de priester hebt geleerd dat de woorden `Dit is mijn lichaam aangeven dat het brood verandert in vlees, dan is het best moeilijk om die gedachte af te leren. Daarom werkt de catechismus in vraag en antwoord 79 het nog wat breder uit.

Je hoort als het ware de verwonderde vraag van mensen die het altijd anders hadden geleerd:

Waarom noemt Christus dan het brood zijn lichaam en de beker zijn bloed, of het nieuwe verbond in zijn bloed, en spreekt Paulus van een gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus?

De roomse leer zat er nog goed in, compleet met zogenaamde bewijsteksten. Wat moet men daar nu over denken?[4]

Antwoord 79 legt nu nog eens uitvoeriger uit wat al kort was gezegd aan het slot van antwoord 78. Wanneer brood en wijn tekenen en panden zijn, is dat niet niets. Dat heeft een grote betekenis, al is het een andere dan de kerk tot die tijd was gaan leren. Hoor maar de uitleg in antwoord 79:

Christus zegt dat niet zonder dringende reden. Want Hij wil ons daarmee leren, dat zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed de echte spijs en drank zijn, waardoor onze ziel tot het eeuwige leven gevoed wordt, evenals brood en wijn ons tijdelijk leven onderhouden. Maar vooral wil Hij ons door deze zichtbare tekenen en panden ervan verzekeren: ten eerste dat wij door de werking van de Heilige Geest even werkelijk deel krijgen aan zijn echte lichaam en bloed, als wij deze heilige tekenen met de lichamelijke mond tot zijn gedachtenis ontvangen; ten tweede dat heel zijn lijden en gehoorzaamheid zo zeker ons deel zijn, alsof wij in eigen persoon voor onze zonden alles geleden en onze schuld aan God voldaan hadden.


Brood en beker laten de volheid van Christus werk zien. Door gelovig te eten te drinken van de tekens en zegels, eigen ik mij door de Geest de rijkdom van zijn werk toe. Hij schenkt mij alles onder teken en zegel.

*

Je zou zeggen dat hiermee genoeg woorden zijn gewijd aan de in de kerk binnengeslopen dwaling van de zogenaamde transsubstantiatie of verandering van brood en wijn in vlees en bloed.

En in de eerste druk van de catechismus was dit ook genoeg. Na antwoord 79 kwam toen de vraag die nu nummer 81 heeft (Voor wie is het avondmaal van de Here ingesteld?). Tot onze verwondering vinden we tegenwoordig in zondag 30 opnieuw nog weer een vraag over het verschil tussen het avondmaal van de Here en de pauselijke mis. Deze vraag is pas toegevoegd in de derde druk van de catechismus.[5]

En waarom? Omdat toen de besluiten van het rooms-katholieke concilie van Trente bekend werden waarin de leer van Luther werd vervloekt. Dit betekent dat opeens zondag 29 tot een vervloekte leer werd verklaard door een rooms-katholieke kerkvergadering. U kunt zich voorstellen dat de mensen toen toch weer wat onzeker werden: hadden ze niet te snel de leer van hun grootouders losgelaten? En daarom haastte men zich in Heidelberg om nog een vraag en antwoord toe te voegen aan de catechismus. Deze past wat minder goed in de opbouw, maar is een soort Actueel Nawoord bij de zondagen 28-29.

Het is geen wonder dat het eerste deel van het antwoord, namelijk over het avondmaal, dan ook nogal herhalend is na de vorige zondagen. Laten we het nog even doorlezen:

Het avondmaal van de Here verzekert ons ervan: ten eerste dat wij volkomen vergeving van al onze zonden hebben door het enige offer van Jezus Christus, dat Hij zelf éénmaal aan het kruis heeft volbracht; ten tweede dat wij door de Heilige Geest ingelijfd worden bij Christus, die nu naar zijn menselijke natuur niet op de aarde is, maar in de hemel aan de rechterhand van God zijn Vader en dáár door ons wil worden aangebeden.


Wanneer u goed hebt geluisterd, hoort u wel twee kleine punten die nieuw zijn. Namelijk ten eerste de nadruk op het feit dat Christus zelf zijn offer éénmaal heeft volbracht. En ten tweede het wijzen op de aanbidding van Christus in de hemel. Dat staat er niet voor niets. Luister maar naar de uiteenzetting over de mis:

Maar de mis leert: ten eerste dat de levenden en de doden alleen dan door het lijden van Christus vergeving van zonden hebben, indien Christus nog dagelijks door de priesters in de mis voor hen geofferd wordt; ten tweede dat Christus lichamelijk in de gedaante van brood en wijn aanwezig is en daarom ook in die gedaante aangebeden moet worden. De mis is dus in de grond van de zaak niet anders dan een verloochening van het enige offer en lijden van Jezus Christus en een vervloekte afgoderij.


Hier komen twee belangrijke punten alsnog naar voren. Ten eerste dat de priester het offer in zekere zin zou herhalen. En ten tweede dat brood en wijn zo veranderen in vlees en bloed van Christus, dat je je Heiland hier op aarde zou kunnen aanbidden in brood en wijn. Deze punten maken wel heel duidelijk dat de mis leidt tot een vorm van afgoderij. Isra√ęl mocht geen beelden aanbidden en wij geen brood en wijn, ook al zegt de priester: `Hier is uw God![6]

De catechismus formuleert misschien wat al te globaal, wanneer ze zegt dat volgens de roomsen het offer herhaald wordt door de priester. Rooms-katholieken zullen zeggen dat het eenmalige offer alleen gepresenteerd of tegenwoordig gesteld wordt. Maar dan blijft nog gelden dat dit altijd alleen maar kan gebeuren door de priester die gewijd is om dit te doen. De priesterzegen stelt het offer tegenwoordig in de samenkomst. Pas dan wordt het een sacrament.

En de priester die hiervoor nodig is wordt gewijd door de bisschop en die door de kardinaal en deze door de paus. Kort en goed: zonder paus geen wettige viering van het offer.

In de tijd van de Reformatie was dit ook een centraal punt: dat het avondmaal wordt ingebed in de pauselijke hi√ęrarchie en daar een steunpunt voor wordt. Terecht en niet voor niets spreekt vraag 30 dan ook over de pauselijke mis.

*

We lazen nu zondag 29 en de latere toevoeging van antwoord 80.
Dit staat er, in de catechismus.
Het is nog altijd nuttig in de ontmoeting met rooms-katholieke medechristenen.
En het wijst ons de weg om avondmaal te vieren.

Wees blij met het sacrament van het heilig avondmaal dat je rechtstreeks van Christus kreeg.
Laat geen priester of paus daar tussenkomen.
Wees tevreden met brood en wijn als tekens en zegels van het offer voor onze zonden. Dank daarvoor je Heiland in de hemel. En laat je niet bewegen om meer te willen dan brood en wijn, tekens en zegels.

Laten we dat nu eerst ook zingend belijden:[7]

U, heilig Godslam loven wij.
Gij Heiland kocht ons met Uw bloed.
Zo werpen w in aanbidding, Here, al onze kronen aan uw voet. (GK-2006 gezang 69)


***



2 (WAAR HET OVER GAAT)[8]

Broeders en zusters, jongens en meisjes,

We hebben nu geluisterd naar de woorden van de catechismus. Achter die vele woorden schuilt een werkelijkheid. Achter de vele woorden over het avondmaal ligt de werkelijkheid van onze eigen viering. Daarover gaat het in wat er staat.

En die werkelijkheid is heel persoonlijk en intiem. Wij krijgen gemeenschap met het ware lichaam en bloed van de Here. Maar hoe ga ik dit ervaren?

Het gebeurt dus niet doordat het brood van binnen anders wordt: ikzelf moet van binnen anders worden! Maar hoe krijg ik dan contact met mijn Heiland? Hoe komt Hij mij in de maaltijd nabij? [9]

Toen Jezus de maaltijd instelde, was Hij zelf lijfelijk aanwezig. Johannes kon zich met een intieme vraag naar Hem overbuigen. De leerlingen konden met Hem praten en Hem vragen stellen. Ze voelden zijn aanwezigheid bij de maaltijd.

Maar dat is vandaag anders: onze Heiland is nu in de hemel. Wij zijn kerken gaan bouwen met torens die omhoog wijzen. Toch willen we met Hem maaltijd vieren en Hij met ons.

Maar hoe overbruggen we de afstand? Hoe wordt het een maaltijd die niet voelt als een maaltijd met een leeg gelaten stoel? Daarover ging het in wat er staat in de catechismus.

*

En die vragen leven in onze tijd nog weer op een heel aparte manier. Wij denken dat we vandaag alle afstanden overbruggen. Via skype en facebook, via TV en internet halen we iedereen dichtbij. We zien Andr√© Kuipers in de ruimte en praten met hem. Kleinkinderen op stage in Argentini√ę, zien hun ouders regelrecht op het scherm met hen praten. We denken overal bij te kunnen.

Dat is natuurlijk niet echt zo. De bereikbaarheid is wel toegenomen, maar alleen maar achter glas. Je kunt elkaar niet aanraken maar alleen het glazen venstertje van je i-phone. Toch neemt dit niet weg dat mensen zich vandaag nog minder dan vroeger iets kunnen voorstellen bij een contact zonder direct zien en horen. En dus voelen velen niets meer bij een kerk waar niets te zien is. Een kerk waar je je i-phone wel kunt uitzetten omdat je toch geen bereik hebt met de hemel.

In die kerk is niets te zien dan brood en wijn, maar er wordt wel iets bij gezegd. Wij leven vandaag in de tijd dat we Jezus liefhebben zonder Hem te zien, maar we krijgen wel iets te horen. We horen van Paulus dat de Here nabij is. We horen Jezus zelf vlak voor zijn hemelvaart zeggen dat Hij met ons is alle dagen tot de voltooiing van de wereld.

Maar hoe ervaar je die beloofde nabijheid nu in de tekenen van het heilig avondmaal. Hoe voel je daar dat Hij wel niet gezien wordt, maar toch bij ons is.

Hoe raak je aan Hem?

*

Dit is een mysterie dat woorden te boven gaat.
Het is het mysterie van de Heilige Geest.[10]

Hij, de onzichtbare God, verbindt ons op zijn eigen en unieke manier met Christus en al zijn gaven.
Hij bidt voor ons bij God. Onhoorbaar maar echt.
En Hij werkt in ons namens God. Onzichtbaar maar werkelijk.
Het zijn die werkingen van de Geest waardoor Jezus ons nabij komt. Waardoor Hij ons niet als wezen aan tafel laat zitten in deze tijd.

Hier krijg je brood en wijn van Iemand die je niet ziet en niet kunt oproepen met toetsen of een touchscreen.
En toch is er een directe, goddelijke verbinding. Onzichtbaar, gevoelig. De Here is nabij. Er is geen glaswand tussen ons en de hemel. In het avondmaal krijgen we rechtstreeks deel aan zijn echte lichaam en bloed. Als een verheerlijkt mens van vlees en bloed is Hij zonder tussenpersoon met ons verbonden.
Zo vormen brood en wijn de geheimzinnige verbinding met daarboven. Met Christus die daar door ons wil worden aangebeden.
Wij eten en drinken. En Hij is bij ons.

*

Maar voelt dat ook zo?[11]
Misschien is de werkelijkheid van de avondmaalsviering niet zo indrukwekkend. Als u heel eerlijk bent, zegt u dat misschien ook wel eens. `Eigenlijk voelde ik niets bij het avondmaal vieren.
Het werkt blijkbaar niet automatisch.
Niet brood en wijn veranderen om contact te maken, maar ik moet zelf veranderen om contact te krijgen.

*

Zo is het altijd geweest.
Er was een tijd in Isra√ęl dat Jezus op aarde was, maar vaak omringd werd door de mensen.
Ze konden Hem verdringen en aanraken.
Maar die massa maakte Hem ook onbereikbaar.
Je kon niet goed bij Hem komen.

Zo kwam er een bloedvloeiende vrouw naar Jezus. Al jarenlang ziek en helemaal verzwakt.
Ze zocht contact, maar voor haar is Jezus onbereikbaar. Niet door afstand maar door de opeengedrongen massa mensen die verwijdering oproept.
Alleen zijn kleed kan ze nog net met haar uitgestoken arm aanraken tussen de mensen door.

Ze lijkt een beetje op ons.
Wij kunnen alleen brood en wijn aanraken. Dichter bij de hemel van Christus kom je niet.
Wat voel je dan?
Wat voelde die vrouw? Ze raakte de stof van Jezus mantel aan en voelde niets van Jezus lichaam. Dat was net buiten haar bereik.

*

Maar dan gebeurt er iets dat ons kan leren.
Wij zeggen misschien: ik voel bij brood en wijn niets van Jezus.

Maar een heel andere vraag blijkt veel belangrijker: wat voelt Jezus van ons?[12]

Jezus voelde dat de bloedvloeiende vrouw zijn kleed aanraakte. Zij voelde zijn lichaam niet, maar zijn lichaam voelde haar wel. Er ging kracht tot genezing van Hem uit. Hij voelde die kracht wegvloeien uit zijn lichaam en overgaan in het lichaam van de zieke vrouw.

Dit is het mysterie. Het kwam van de andere kant.
Zij geloofde. Zo raakte zij zijn kleed aan en toen werd zij gevoeld en zij heeft al gauw gemerkt in haar leven wat dit uitwerkte. Zij genas.

Kijk naar die uitgestrekte arm van die vrouw en kijk hoe ze nog net zijn mantel aanraakt.
En vraag je af: Hoe strek ik mijn arm uit naar het kleed van brood en wijn?
Dat is de belangrijkste vraag.
Brood en wijn zijn tekenen.
Persoonlijke tekenen.
Kleding van de Meester.

Met hoeveel geloof, ootmoed, verwachting en hoop en gebed raak ik die kleding aan?
Hoe ben ik gekomen tot de avondmaalsdienst?
Hoeveel ging daaraan thuis vooraf in mijn eigen hart?
Hoe is mijn arm uitgestrekt?
Alleen maar afwachtend?
Net als bij die honderden mensen die Jezus kleding aanraakten zonder dat er iets gebeurde?
Of is het anders. Is het net als bij die hulpzoekende vrouw die haar hele leven toevertrouwde aan de Heiland waarvan zij wist dat het aanraken van zijn kleed al genoeg kon zijn.
Uw Heiland voelt het verschil in uw aanraking van brood en wijn.
Gaat er kracht van Hem uit wanneer u de kwast van zijn kleed aanraakt? Omdat u dit doet in geloof en met eerbiedig gebed tot Hem die u niet kunt zien maar die u innig liefhebt?
Uw Meester voelt u eerder dan u Hem.
En wanneer Hij voelt hoe u Hem wilt aanraken in het kleed van brood en wijn, zullen stromen van kracht en volharding uitgaan in uw leven.
U gaat het voelen.
Die stroom van de Heilige Geest.
Hij vindt u: u voelt Hem.
En het mysterie voltrekt zich aan u: de Heer is nabij.

*

En wanneer een mens dat mag voelen, dan blijft er maar één reactie over: `Heer, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens.

Maar dan gaat ons ondanks juist vervuld worden wat de Heiland belooft.[13]

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.


Samen zullen we eten. Dat wil Hij. En dan welt in mij dat oude lied op vol eerbied en verwondering:

Hij is mijn altaar, ik zijn heiligdom,
ik ben zijn gast en Hij mijn levend voedsel.
Van hem ben ik door boete, uit gunst is Hij de mijne,
Gekocht ben ik door Hem, door bloed is Hij van mij.
Ik ben de wingerd en Hij steunt mij als een iep:
Zo ben ik van mijn meest beminde,
en zo is Hij van mij.

Hij maakt mij rijk: al mijn geloften zijn voor Hem;
Liederen wijd ik Hem, lengte van dagen geeft Hij mij.
Hij troost mijn voorhoofd met wingerdranken van zijn gunst:
ik reik naar zijn slapen een kroon van lof
en Hij aanvaardt die: een altijddurend teken
dat ik zijn meest beminde ben,
dat Hij de mijne is!


AMEN[14]


- Terug naar menu