- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.



Liturgie.

Morgen- of middagdienst

Tussen [] staan de elementen genoemd die alleen voor de morgen (vm) of alleen voor de middag (nm) van toepassing zijn.

*

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 103:1,5,7
[vm] Wet van de HERE
[vm] Zingen: Psalm 78:1,2
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Galaten 3:6-14 en Marcus 10:13-16
Zingen: Psalm 105:4,5
Tekstlezing: Heid. Catechismus zondag 27 vr./antw. 74
Preek over zondag 27 vr./antw. 74
Zingen: Liedboek voor de kerken 341
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen: Psalm 78:1,2
Collecte
Zingen: GK-2006 gezang 141
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 27b

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________


Broeders en zusters, jongens en meisjes, [1]
Wij mogen met elkaar leven in een gereformeerde kerk die al eeuwen bestaat. Wanneer wij het woord `doop┬┤ horen, denken we als vanzelf aan baby┬┤s die gedoopt worden. In ons kerkboek is het formulier om kleine kinderen te dopen, zelfs het eerste doopformulier. Pas daarna komt nog een formulier voor de volwassendoop. Alsof dat een beetje een uitzondering is. Kinderdoop lijkt van huis uit de gewone doop.

Maar nu komen we vandaag bij de laatste vraag van de catechismus over de doop. En die vraag is eigenlijk een beetje verrassend. Zij luidt alsvolgt: `Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden?┬┤ Misschien hadden wij bij de voorafgaande vragen en antwoorden als vanzelf aldoor al gedacht aan het dopen van kinderen. Maar dat was een vergissing. Pas bij antwoord 74 komen de kleine kinderen in beeld. En de vraag is of zij ook gedoopt moeten worden. [2]

Over wie ging het dan tot nu toe in de catechismus? Het ging tot nu toe over u en mij, over jonge en oude mensen die kunnen luisteren en belijden. Het ging over wat de doop voor ons betekent. Hoe wij zelf daardoor worden onderwezen en verzekerd. Het ging erover wat wij als mondige jongeren en ouderen met onze doop doen.

Vindt u dat vreemd? Zegt u dat de meeste mensen hier in de kerk toch als kind zijn gedoopt? Misschien is dat zo. Maar wat maakt dat uit? U hebt niet een kinderdoop ontvangen, maar gewoon de doop. De doop met zijn eigen betekenis. Een doop die u bij het doen van belijdenis ook hebt aanvaard: U ging de Naam belijden die over u was uitgeroepen. U bent nu belijdend lid? Ja, maar u blijft ook dooplid. Levenslang belijdend dooplid. En de catechismus herinnerde ons eraan wat die doop voor ons als gelovigen mag betekenen. Het is ons dagelijks merk- en veldteken.

Het ging tot nu toe in de catechismus zo volledig over de doop die wij kunnen gedenken en belijden, dat nu aan het eind nog de vraag gesteld kan worden of we ook de kleine kinderen zullen dopen, die nog niet begrijpen en nog niet kunnen gedenken.

*

Is die laatste vraag voor ons wel een echte vraag? Bij elke kinderdoop in onze gemeente wordt het antwoord toch al metterdaad gegeven? De kinderdoop staat gewoon vast in de gereformeerde kerk. Wie vraagt er nu naar de bekende weg?

Toch is het goed om na te denken over de kinderdoop. Want die kinderdoop vraagt van ons geloof en overtuiging. Zij is eigenlijk de proef op de som van ons aanvaarden van de doop. Kinderdoop? In ieder geval niet onnadenkend. Zoals het formulier zegt: `niet uit gewoonte of bijgeloof┬┤.[3]

Want nu moet u er eens op letten dat de catechismus niet vraagt waar Jezus ons bevolen heeft de kinderen te dopen. In vraag en antwoord 71 kon wel heel kortweg gevraagd worden waar de doopbeloften worden gevonden. En dan volgen een paar Bijbelteksten. Hetzelfde heb je in vraag en antwoord 77. Dan wordt kortweg gevraagd waar de belofte van het avondmaal is te vinden. En dan volgen de instellingswoorden en nog een tekst van Paulus. Maar in antwoord 74 over de kinderdoop staan geen teksten. En de vraag is ook niet waar Christus ons geboden heeft om de kinderen te dopen. De vraag is anders en het antwoord ook. De vraag is of kleine kinderen ook gedoopt moeten worden. En het antwoord noemt geen Bijbelteksten.

Sommigen grijpen dit meteen aan om te zeggen dat kinderen niet gedoopt mogen worden. Dat staat immers nergens met zoveel woorden in de bijbel! En dat is ook zo. Bij de besnijdenis staat dat kinderen op de achtste dag besneden moeten worden, maar voor de doop hebben we niet zo┬┤n soort gebod of tekst. Maar daarmee is alles nog lang niet gezegd. Er staat ook nergens in de bijbel dat de doop verboden is voor kinderen of dat alleen volwassenen gedoopt mogen worden. Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden? Ja, dat is een echte vraag, waar we als kerk en als gelovigen antwoord op moeten gaan geven.

Van ons wordt dus een gelovig nadenken gevraagd. Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden? Wat vindt u als gelovige? U kunt wel bijbelse gegevens gaan zoeken die voor of tegen het dopen van kleine kinderen lijken te pleiten, maar met teksten alleen komt u er nu niet. Dat blijkt toch wel in de praktijk. Voor- en tegenstanders houden elkaar al eeuwen in evenwicht met bijbelse tekstgegevens. Er is gewoon geen eenvoudige bijbelse opdrac ht. We kunnen onze verantwoordelijkheid niet afschuiven op een Bijbeltekst. Het is nu een vraag op de man af, op de kerk af: `Moeten ook de kleine kinderen gedoopt worden?┬┤

*

Misschien bent u daar gauw mee klaar: kinderen horen er toch bij! Kinderen zijn zo onschuldig. Kinderen zijn een geschenk van God. U moet er niet aan denken dat je kleine kinderen zou buitensluiten. Kinderen hebben er gewoon recht op, denkt u.

Maar dat is een vergissing. Kinderen hebben geen recht op de doop. [4]

In roomse kerken is de doopkapel altijd aan de buitenkant van de kerk. Kleine kinderen hebben geen recht om de kerk binnen te gaan. Ze moeten eerst gedoopt en dan pas mogen ze door een zijdeur naar binnen.

En eigenlijk is dat ook zo in de gereformeerde kerk. Daar gaan de ouders al wel direct aan het begin van de dienst met hun kleine kindje voor in de kerk zitten, maar recht om daar te zijn heeft het kind helemaal niet. Dat is het eerste wat je te horen krijgt in het doopformulier: `Wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden. Dit leert ons de onderdompeling in en de besprenging met het water.┬┤

Recht om bij God te horen hebben we niet door geboorte. Hoe lief onze kleine kindertjes ook zijn, bij het opgroeien zal wel blijken dat ook in hen de zonde woont. Het lijkt zo onschuldig, maar ieder klein kind is een kind van Adam, in zonde ontvangen en geboren. Er is geen recht op de doop omdat je nog te klein zou zijn om goed of kwaad te doen. Geboorte doet ons deze gevallen wereld binnengaan. Alleen wedergeboorte doet ons binnengaan in de komende wereld van God.

*

Moeten we dan eerst maar afzien van de doop? Moeten we maar wachten tot de kleine kinderen zelf tot geloof komen en wedergeboren worden? Is de doop het recht van wedergeborenen? En moeten we dus de kleine kinderen maar niet dopen?[5]

Sommigen zijn dit van mening. Eerst geloven en dan gedoopt worden. Zo staat het toch ook in Marcus 16? `Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal behouden worden┬┤. Ja, dat staat er. Maar het gaat dan over de prediking aan alle volken. Over de zendingstijd. Heidenen moeten gaan geloven en zich laten inlijven in de gemeente door de doop. Maar daarmee is nog niets gezegd over de kinderen die geboren zullen worden in die gemeente. Daar gaat Marcus 16 niet over.

En we kunnen ook helemaal niet zeggen dat de doop het recht is van belijdende christenen. In de voorgaande antwoorden van de catechismus hebben we kunnen leren dat de doop niet een zegel is op iets dat WIJ zijn, maar dat de doop een zegel is op de BELOFTE van Christus. [6]

Wie de belofte van het evangelie aanvaardt, krijgt van die belofte ook een zichtbaar teken en zegel. De doop hoort bij de belofte. En op die belofte heb je nooit recht: die wordt je gegeven. Je krijgt een pakket dat bestaat uit een belofte en een bezegeling. Je krijgt het zonder ooit recht te hebben, niet als kind maar ook niet als volwassene.

Maar wat moeten we nu? We mogen allen dopen die Christus belijden als hun Heer en die zijn belofte gaan aanvaarden. Maar wat moeten we nu met hun kleine kinderen? Moeten die ook gedoopt worden?

*

Het antwoord op die vraag vinden we alleen wanneer we letten op Gods werk door alle eeuwen heen. De HERE roept die Hij wil. Hij verkiest die Hij wil. En dan ga je geloven en dan word je gedoopt. Maar de HERE kiest je niet voor jezelf alleen. Hij kiest mannen en vrouwen, vaders en moeders. Hij gaat ze bijeenbrengen in een gemeente. En dat is het volk van zijn verbond.[7]

Het woord `verbond┬┤ past niet zo bij onze individualistische tijd. Mensen leven voor zichzelf. Gezinnen en families zijn soms niet meer dan de startraketten voor de mens die het recht heeft om zichzelf te zijn. Wanneer je in zo┬┤n tijd leeft, lijkt kinderdoop veel te dwingend. Er zijn vandaag mensen genoeg die zeggen dat ze hun kind niet willen manipuleren door het te laten dopen: het moet later zijn eigen beslissingen kunnen nemen. Zo┬┤n kortzichtige houding past heel goed in onze tijd, maar ze past helemaal niet bij de bijbel en bij de mensheid van God.

Om de kinderdoop te leren begrijpen, moet je veel verder terug dan de doop. Je moet terug naar de bijbelse geschiedenis. Wat leer je daar over God en mens? Wat leer je over Gods reddingsactie? Pas wanneer je daar weer in thuis raakt, ga je de kinderdoop begrijpen en liefhebben.

*

Laten we beginnen bij Adam en Eva: God schiep uit ├ę├ęn mens alle mensenkinderen. God schiep geen mensen als losse atomen. Hij schiep een familie, met ouders en kinderen, met grootouders en kleinkinderen.[8]

Die schepping van God staat in het Westen onder grote druk, maar in de kerk leren we weer hoe God de Schepper het bedoeld heeft. God denkt in geslachten. Tot in het duizendste geslacht. Voor God is ieder mensenkind het kind van een vader en een moeder.

Daarbij past ook wat er gaat gebeuren wanneer God Abraham uit Ur der Chalde├źen roept. Het begon als een eenzaam avontuur in Kanaan, maar vanaf het eerste moment blijkt dat God gaat werken aan hem en zijn nageslacht. God roept een mens om een volk te stichten.[9]

Dat zie je dan ook bij de besnijdenis. Abraham krijgt op hoge leeftijd het teken en zegel van de besnijdenis. Maar dan moeten ook allen in zijn huis besneden worden. En vanaf dat moment iedere jongen op de achtste dag. God besnijdt Abraham om uit hem een volk van ouders en kinderen te formeren.

Een jongetje van acht dagen stelt nog niets voor: maar wanneer het geboren wordt onder de belofte aan Abraham, wordt die belofte bij voorbaat ook aan dit kind verzegeld. Het groeit op onder het dak van de belofte. Onder het dak van het verbond met vader Abraham en zijn nageslacht tot in duizend geslachten.

En wat zegt nu het Nieuwe Testament? Door het geloof in Christus, de grote Zoon van Abraham, zijn ook christenen uit de heidenen kinderen van de gelovige Abraham (Romeinen 4; Galaten 3). Wij zijn als nieuwtestamentische kerk niet iets heel nieuws. Paulus vergelijkt ons in Romeinen 11 met takken die worden inge├źnt in de oude olijfboom Isra├źl. In de nieuwtestamentische gemeente wordt Isra├źl uitgebreid met vele gelovigen uit de volken, maar het wordt geen nieuwbouw. Het is Gods volk vanouds her dat uitgebouwd wordt. Zou God dan nu opeens overschakelen op losse individuen? Helemaal niet. Ook in de brieven van de apostelen richt de HERE zich tot de vaders en moeders en tot hun kinderen. Ook daar geldt het vijfde gebod. Wij zijn als nieuwtestamentische kerk ingelijfd in Isra├źl. En zouden we dan opeens niet meer een volk van Gods verbond zijn?[10]

Paulus zegt het omgekeerd: eens was u niet Gods volk, nu bent u als Gods volk aangenomen (Romeinen 9). Heidenchristenen worden niet meer besneden op de achtste dag: zij zijn niet onder de wet van Mozes. Maar ze blijven wel onderdeel van dit Verbondsvolk. En dus `horen ook nu de kinderen evengoed als de volwassenen bij Gods verbond en bij zijn gemeente┬┤ (antwoord 74).

*

De catechismus leert ons dat de BELOFTE in de gemeente ook voor de kinderen van de gelovigen is. Onze kinderen zijn niet anders of beter. Maar wij zelf hebben beloften waar ook onze kinderen in mogen delen. Samen zijn we de genade te rijk! Samen zijn we het volk van Gods ontferming. Mannen en vrouwen, ouden en jongen.[11]

Daarom moeten onze kinderen van de kinderen van de ongelovigen worden onderscheiden door de doop. Niet omdat onze kinderen beter zijn, maar omdat de doop voor hen een teken is van het verbond (antwoord 74). De Heiland van ons leven wil ook de Heiland van onze kinderen zijn.

Geloof ik dat verbond van God met ons en onze kinderen? Dan moeten ook onze kleine kinderen het teken dat daarbij hoort ontvangen. Ook zij moeten gedoopt worden. In geloof worden zij gedoopt. Daarom kan er ook geen kinderdoop zijn zonder ouders die hun geloof belijden. Alleen wie gelooft en zich laat dopen, mag door dat geloof ook de kinderen doen delen in het teken voor Gods volk. Geen doop zonder geloofsbelijdenis!

*

Maar hoe dopen we nu de kleine kinderen? Alleen maar door ze met water te besprenkelen in Jezus┬┤ naam? Maar ook voor onze kleine kinderen geldt dat niet het uitwendig waterbad de afwassing van de zonden zelf is (antwoord 72). Alleen het bloed en de Geest van Christus reinigen onze kinderen van alle zonden. Die reiniging is beloofd aan de kinderen van de gelovigen.

Daar hopen we op en daar bidden we om bij onze kinderen. En we hebben houvast voor dat gebed door de belofte van het verbond.

Maar wat beloofd is, dat moet je ook afhalen.[12]

*

Laten we eens kijken naar ouders met kleine kinderen in Jezus┬┤ dagen op aarde. Eens brachten die ouder hun kinderen tot Jezus. En ze wilden dat Hij die kinderen zou zegenen. Dat was nogal wat. Veel teveel, vonden de discipelen. Je kunt de Meester niet lastig vallen met kinderen! Maar die ouders hadden gezien hoe Jezus zich ontfermde over heel Isra├źl. Hoe Hij velen genas en aan heel het volk het evangelie predikte. En toen dachten ze: dan horen onze kinderen er ook bij. En ze kwamen opdat Hij ze zou zegenen. Ze brachten ze onder de zegenende handen van hun Meester en Heiland.[13]

En wat gebeurt er dan? Jezus Christus neemt die kinderen van deze gelovende en zoekende ouders op zijn arm en zegent ze. Dat is alles: dat Gods Zoon je leven wil zegenen. En dat doet Hij bij kleine kinderen. Niet zomaar kleine kinderen, ergens vandaan. Nee, kleine kinderen met gelovige ouders die er bij Hem in geloof op aandringen om zich ook over die kleinen te ontfermen. Omdat ook zij bij Isra├źl horen. En dat geloof van die ouders wordt niet beschaamd.

En dat is nu ook de kinderdoop. Niet dat wij een verzekering zoeken over iets dat in onze kinderen is. We weten dat ze juist niets zijn zonder een Heiland. Maar we leggen ze onder het verbondsteken in het geloof dat onze Heiland een volk verkiest en dat Hij met ons ook onze kinderen zijn beloften geeft. En die gaan we afhalen.

*

Op de doopzondag? Nee, op de doopzondag halen we het teken van de belofte op. En dat geeft kracht voor levenslang gebed. De doopsbediening eindigt met een bede: `Wij bidden U door uw geliefde Zoon, dat U dit kind door uw heilige Geest voortdurend wilt regeren, zodat het christelijk en godvrezend opgevoed wordt en in de Here Jezus Christus zal opgroeien en toenemen┬┤. Dopen is bidden! [14]

En dat gebed bij het teken geeft ons liefde en moed om onze kinderen aan onze vader- of moederhand naar Jezus te leiden. In het gebedje boven de wieg. In het samen knielen voor het kleuterbed. In het voorlezen uit de kinderbijbel. In het voorgaan in liefde en trouw. In het terechtwijzen van onze kinderen in de vreze van de HERE. In het overhoren van de psalm en de catechismus en het doorspreken daarover. Zo dopen we onze kinderen in de Heiland die we liefhebben. Durven we het? Ja. Waarom? Omdat onze Heiland ook de Verlosser wil zijn voor onze kinderen. Dopen is opvoeden in de vreze van de HERE.[15]

Soms is opvoeden heel moeilijk. Dan twijfelen we misschien wel eens aan de belofte. Maar op dat moment kijken we terug naar het teken van de kinderdoop en we laten niet los. Door geloof in de belofte kan ik worstelen om mijn kinderen, kleiner of groter. Kan ik voor ze pleiten bij Gods troon. Misschien vallen zij tegen, maar hun God is getrouw. Zijn belofte is onze tranen waard. Hun leven lang.

Soms zullen onze kinderen nooit belijdenis kunnen doen. Omdat ze al zo jong van ons werden weggenomen. Of omdat ze levenslang zwaar beperkt blijven hier op aarde. Wat heeft hun doop een troostende betekenis. Gods beloften voor de gelovigen en hun kinderen gaan voor alles uit. En ze blijven als een wolkkolom rusten boven de hoofdjes en de hoofden van wie op aarde nooit nee zullen kunnen zeggen tegen hun God. Hoe veilig zijn ze bij hun Heiland. Hoe veilig zullen we daar allemaal zijn wanneer we verstand en ontwikkeling gebruiken om onder die wolkkolom van Gods beloften te blijven schuilen en er nooit bij weg te gaan.[16]

*

In deze dienst was de vraag: `Moeten ook de kleine kinderen van de gelovigen gedoopt worden?┬┤Het antwoord is: Ja, want onze God vergadert een volk en geslachten. En wij en onze kinderen zullen het zegel op Gods beloften nog hard nodig hebben om tot geloof te komen en daarin te volharden. Hoe goed is onze God dat Hij ons en onze kinderen te hulp komt met een teken. Hij laat het zien. Hij raakt ons aan, ons en onze kinderen. Laten wij allemaal dan levenslang kinderen zijn die met ons hele leven tot Hem komen: want van zulke kinderen is het hemelrijk!


AMEN. [17]


- Terug naar menu