- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 98:1,4 (God zegent in Israël alle volken)
[vm]Wet van de HERE
[vm] Zingen: Psalm 96:1,2 (Laat al de naties de HERE eer bewijzen)
Gebed voor de eredienst
Zingen GK-2006 Lied 132:5,6 (Kinderlied als inleiding op de Schriftlezing)
Schriftlezing: Handelingen 16:6-24
Zingen: Psalm 2:4 (Laat u gezeggen, rechters zonder rede)
Tekstlezing: Handelingen 16:9-10 en 22-34
Preek
Zingen: GK-2006 Lied 105:3-4 en 8-9 (In vuur en vlam zet ons de Geest)
Dienst van de gebeden
[nm] Geloofsbelijdenis
[nm] Zingen: Psalm 96:1,2 (Laat al de naties de HERE eer bewijzen)
Collecte
Zingen: Psalm 87:3-5
Zegen, Amen.



Preek over: Handelingen 16:9-10.22-34

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



DE MACEDONISCHE MAN




Handelingen 16, 9-10.25-34

[1]

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broeders en zusters, oud en jong,


Mensen in deze wereld zijn vaak onzeker. Diepweg. Wat hangt ons boven het hoofd in Europa. Valt de euro en komen we allemaal echt in een diepe crisis? Welke veranderingen zal onze verzorgingsstaat ondergaan? En hoe duurzaam is je eigen relatie? Hoe onzeker zijn veel dingen.

Nu zou je denken dat mensen dus massaal omzien naar hulp: wie helpt ons? Maar dat is niet het geval. Mensen lijken juist heel zeker van zichzelf. Ze twitteren onbevangen hun meningen rond. Ze weten in praatprogramma´s precies wat de politici verkeerd doen. En ze kennen hun rechten heel goed en verdedigen die.

Dat is anders in het verhaal van Handelingen 16. Daar horen we wel onzekerheid. Er wordt om hulp geroepen. Iemand roept: `Kom over en help ons!´ Het is een man die dit roept. Een Macedonische man. En vol verwachting trekken Paulus en Silas dan naar Macedonië. Om daar onzekere mensen te helpen.

Maar wat komt daarvan terecht? Het visioen wenkte, maar hoe stond het bij aankomst eigenlijk met de verwachting onder de Macedoniërs zelf? Stellen zij zich niet heel anders op dan het visioen liet verwachten? Paulus en Silas ontmoeten mannen die zeker zijn van zichzelf. En die beslist niet om hulp roepen. Laten we eens luisteren naar het verhaal over Paulus die werd geroepen naar Macedonië.

*

De meesten van u kennen dit verhaal al wel. Het is ons zonet nog eens voorgelezen uit Handelingen. U hoorde daar hoe Paulus en Silas in de gevangenis van de stad Filippi terecht kwamen. Zij zongen er in het holst van de nacht. En toen heeft God deze gevangen zendelingen gebruikt om de heidense gevangenbewaarder voor Christus gevangen te nemen.

Voor ons is dat het verhaal van de bekering van de cipier, vroeger `de stokbewaarder´ genoemd. Een bekeringsgeschiedenis van een man met zijn gezin. En dat in een boeiende omlijsting van een gevangenis en een aardbeving.

Maar Lucas, de schrijver van het boek Handelingen, zet dit verhaal in een andere lijst. Hij geeft ons in hoofdstuk 16 niet een op zichzelf staand levensverhaal van één cipier. Dit hoofdstuk gaat over een veel breder onderwerp. We lezen daarin hoe Jezus Christus met zijn evangelie tot Macedonië komt.

Het gaat hier om de opmars van het verlossende goede nieuws in dat vanouds bekende en indrukwekkende gebied. Dat is de grote lijst waarin het verhaal over die ene cipier is geplaatst.

VERWACHTING VOOR MACEDONIË[2]
1. gewekt door een visioen
2. ontbrekend in de werkelijkheid
3. gewerkt door geloof


1. (Gewekt door een visioen)

In vers 6-8 lezen we dat Paulus, Silas en Timoteüs door de Geest verhinderd werden om het woord te brengen in Asia en Bitynië. De heilige Geest dreef hen naar de kust van Klein-Azië. En toen ontving Paulus ´s nachts dat visioen van een Macedonische man, die riep: `Steek over en kom ons te hulp´. Uit dit visioen maakt men op dat de Geest van Christus een groot werk wilde gaan doen in Macedonië. De Here wil zich over dat gebied ontfermen. En vanwege die barmhartigheid van God over Macedonië mogen Paulus en zijn medewerkers daar dan heen gaan met het reddend evangelie van de Heiland.

Dat was een historisch ogenblik: Jezus Christus richt zich tot Macedonië. Dit was immers niet zomaar een provincie van het Romeinse rijk. Dit gebied was eens de bakermat van een wereldrijk.

Enkele eeuwen eerder was Alexander de Grote vanuit dit Macedonië opgetrokken naar Het Oosten. Toen stak de Macedonische man over naar Klein-Azië. En dat niet om andere volken te helpen, maar om ze in een zeer snel tempo onder de voet te lopen. Het hele Perzische rijk veroverde hij in enkele jaren. En Alexander, de Macedonische man, vestigde een nieuw wereldrijk dat zich uitstrekte van Afrika tot Indië toe. [3]

Alle volken leerden het Macedonische volk kennen als een sterk en weerbaar volk. Hun generaals regeerden de landen. Op den duur is de macht van de Macedonische mannen overgenomen door het Romeinse rijk. Maar ook toen was het moederland Macedonië pas het laatste dat in hun handen viel. De ondergang van het sterke land, was een eervolle ondergang. Het Macedonische volk behield de roem van het verleden. Oude eer en oude namen bleven bekend. Zo draagt de stad Filippi nog steeds de naam van Alexanders vader: Filippus van Macedonië. En nog tot op de dag van vandaag betwisten Griekenland en de staat Macedonië elkaar het recht om zich de voortzetting te mogen noemen van het vroegere Macedonische rijk.

Zo heeft de staat Macedonië in 2011 in de hoofdstad Skopje een zeer groot standbeeld geplaatst van Alexander de Grote. Dit tot woede van de Grieken die in hun noordelijke provincie Macedonië al zo´n beeld hadden staan in Tessalonica. [4]

Naar dit wereldrijk-van-weleer wordt Paulus nu geroepen. Hij ziet in een visioen zo´n krachtige Macedoniër staan. In z´n karakteristieke kleding en houding. Misschien in militair uniform, maar in ieder geval duidelijk herkenbaar als een Macedonische man. Zoals wij het gevoel hebben dat we een Amerikaanse soldaat of een Taliban-strijder altijd zullen herkennen. Maar deze keer staat die Macedonische man er niet met een getrokken zwaard, klaar om uit te trekken. Deze keer staat hij met opgeheven en wenkende handen: `Kom over en help!´ Een S.O.S.-sein uit een land dat het met eigen kracht toch niet heeft gered in deze wereld. Een wereldveroveraar roept om hulp!

Nu zal Macedonië mogen gaan horen over de redding door een verlossende wereldveroveraar in het hemels Jeruzalem. Zijn vrede op aarde wordt niet met het zwaard bereikt, maar met het evangelie van liefde en genade. Dat is het wat de wereld nodig heeft, ook het machtige Macedonië. Dat mag ze gaan verwachten!

In deze grote lijst staat nu het verhaal over de bekering van de gevangenbewaarder. Bij hem begint de Geest van Christus met de redding van Macedonië. Maar deze cipier stond helemaal niet om hulp te roepen. De Macedonische man die tot Paulus riep, verscheen in een visioen. Macedonië heeft redding nodig, maar weet het zelf nog niet. De wereld heeft redding nodig, maar ze moet er nog om leren bidden! Er is hoop voor de wereld, maar ze moet die leren verwachten! De wereld verwacht uit zichzelf het evangelie niet en roept er niet om, maar de Here God wil de wereld wel verrassen met zijn reddend woord en God wil de mensen echte verwachting gaan teruggeven. Dat is de belofte van het visioen!


2. (Ontbrekend in de werkelijkheid) [5.1]

Direct na het visioen van de Macedonische man, is Paulus op weg gegaan naar Macedonië. Men haast zich naar de eerste grote stad in dat gebied: de veteranen-stad Filippi.

Het is echter wel een teleurstelling dat men daar die hulpvragende Macedonische man opeens nergens meer ziet. In Filippi staat niemand op hen te wachten. [5.2]

Geen mens heeft belang bij hen. Er is geen verwachting van redding. Wat de Joden betreft, vinden ze alleen een gebedsplaats, waar een handjevol vrouwen aanwezig is: de mannen laten verstek gaan. Er is zelfs geen joodse man die in Macedonië op hen wacht. Wel ontvangen zij gastvrijheid in het huis van Lydia de purperverkoopster. Zij bekeert zich tot Jezus en neemt hen liefderijk op. Deze Lydia is echter geen vrouw uit Macedonië. Zij komt uit Klein-Azië, uit Tyatira, en zij woont als vreemdelinge, als filiaal-houdster, in Filippi. Contact met Macedonië blijft uit.

En dat niet omdat de aandacht van de burgers in Filippi niet werd gevraagd voor Paulus en Silas. Integendeel: er werd grootscheeps bekendheid gegeven aan hun aanwezigheid en hun doel in deze stad. Er was een waarzegster die hen op straat aldoor aanwees als de mensen die redding prediken. Deze waarzegster stond in hoog aanzien: zij genoot een grote luisterdichtheid bij het publiek op straat. Toch geeft men in dit geval geen verdere aandacht aan haar woorden. Men hoort ze en neemt ze voor kennisgeving aan.

Dit kan maar één ding betekenen: er is in Filippi niet veel vraag naar redding en zaligheid. De mensen hadden het goed in die stad. Ze voelden zich ook sterk. Er is hier niets te merken van een hulpbehoevende bede: `Kom en help´. Men loopt Paulus en Silas ongeïnteresseerd voorbij, ook als men weet waarvoor zij komen.

Het wordt zelfs nog erger. Wanneer Paulus te langen leste de waarzegster bevrijdt van haar waarzeggende geest en dit een financiële strop betekent voor haar eigenaren, ontbreekt het aan verrassing dat deze vrouw gered kon worden van de boze geesten. Men is veelmeer geërgerd over de schadepost. [5.3]

En Paulus voelt met Silas de kracht van Macedonische mannen aan den lijve, wanneer ze hen voor de rechters slepen, afranselen en in de gevangenis smijten. Zo loopt het dan af! Daar liggen Paulus en Silas met gekneusde ribben in een donkere cel. Uitgeworpen. De Macedonische mannen hebben geen belang bij het evangelie. De hoopvol begonnen oversteek naar Macedonië eindigt na enkele weken in een totale mislukking.

Waar is nu de man die uitriep: `Kom en help ons!´ Zou die vraag de apostelen niet pijnigend hebben beziggehouden? We kunnen ons voorstellen hoe zij ontgoocheld in het duister van hun cel zitten te staren en zich vertwijfeld afvragen of het visioen van Paulus over die Macedonische man een vergissing is geweest.

Maar dan gebeurt het wonder: `Om middernacht waren Paulus en Silas aan het bidden en zongen ze lofliederen voor God´. Een lofzang in boeien en juist op dit moment: is dat niet vreemd en verrassend?

Het is toch niet om over te zingen wanneer de mensen niet warm zijn te krijgen voor het evangelie? Wat heeft je werk dan voor zin gehad? Wij hebben dan neiging om ons af te vragen of de Here werkelijk wel iets goeds wil met die mensen.

Paulus reageert echter anders. Voor hem staat het vast: God wil zich over Macedonië ontfermen. Daarom bidt hij ook daarvoor. En hij weet er voor te danken.

Het lijkt dwaas: hopen en bidden om de redding van een land dat zo duidelijk te kennen heeft gegeven, niet door Jezus gered te willen worden. Maar Paulus en Silas geven hierdoor juist te kennen dat de redding van Macedonië afhangt van de Here en niet van de mensen. Mensen mogen duizend maal zeggen dat zij niet zijn geïnteresseerd in God, maar God kan hen dat afleren. En daarom bidden de apostelen. Zij klemmen zich vast aan de beloften: God kan deze afweer van Macedonië doorbreken.[5.4]

En let u er nu op, dat juist vanaf dit moment er iets gaat gebeuren. Nu komt er iets los. De beweging van de aarde. De bekering van de cipier. Er gaat iets loskomen wanneer Paulus en Silas het eerst alléén van de Here verwachten. Eerst moesten zij met hun hoofd tegen de muur lopen in Macedonië: wat een hard en zelfgenoegzaam volk! Maar dan leert de Geest hen volharden in gebed en lied en op dat geloof gaat God werken. [5.5]

Ook wij hebben nog beloften voor de wereld om ons heen en voor de jeugd van de kerk. De Here geeft zijn doop niet voor niets. En Hij houdt zijn kerk in dit land ook niet zomaar in stand. Hij wil daar iets mee.

Maar Nederland wil niets meer met God. Het wacht wel op redding, maar weet het zelf niet. En soms willen ook gedoopte jongeren er niet meer van weten: het interesseert ze niet. Wij kunnen dan op een muur stuiten, waar geen praten helpt. Dat kan bij ons gemakkelijk een sombere stemming oproepen: je bereikt hier niets mee. Misschien schrijven we een aantal mensen dan wel gemakkelijk af. En we staren ontgoocheld naar de koude interesseloosheid van anderen.

Toch is de eerste vraag: hoe is uw eigen houding? Wanneer u niets meer hebt te verwachten van die mensen of van die jongere die u kent, verwacht u dan nog iets van Hem die sterker is dan ons ongeloof en machtiger dan onze hardheid?

Wanneer we dat geloven, blijven we bidden, ook wanneer deuren achter ons worden dichtgegooid. Dan blijven we zingen voor God, met hoop in het hart. En dat is nodig.

Want God start zijn beweging in Macedonië juist door het gelovig gebed van Paulus en Silas. Dat mag ons moed geven. Wij weten niet in welke crisis God ons volk of die afdwalende gedoopte kan brengen. Aardbeving of werkloosheid of oorlog of ziekte of afbrokkelende relaties? Maar als God een crisis doet komen in een land of in een mensenleven, kan Hij die ook tot zijn eer gebruiken. Dan kan uit een dood hart en een dood volk nog weer nieuw leven opbloeien.

Daarom is de belangrijkste vraag niet hoeveel interesse er nog is voor het evangelie op dit moment, maar hoeveel geloof er nog is bij de kerk in deze tijd. Is het nacht? Gaan deuren achter je dicht? Maar ook dan is het tijd voor psalmen en gebed.

Zal de zoon des mensen, wanneer Hij weerkeert, dit geloof, deze verwachting, nog vinden op de aarde? Die vraag van onze Heiland richt zich ook op ons.



3. (Gewerkt door geloof)[6.1]

Macedonië wist niet waarop het wachtte. Het is door het geloof van gevangenen veroverd.

Nu zien we in de tekst niet alleen dat de Geest de redding leert verwachten in Macedonië, door Paulus en Silas, maar ook dat Hij die redding leert begeren door Macedonië zelf. God werkt die verwachting juist door dat geloof.

We lezen wat er gebeurt: een hevige aardbeving doet alle deuren en boeien openspringen. Macedonië is ook nu nog berucht om z´n aardschokken. Het is niet duidelijk of de cipier de aardschok heeft gemerkt of dat hij alleen maar wakker werd en de deuren open zag staan. In ieder geval flitst het in één keer door hem heen: ze zijn ontsnapt. Hij hoeft zich niet te verontschuldigen met een beroep op de aardschok: een bewaker hoort ´s nachts niet te slapen en dat is voldoende. Zijn plichtsverzuim kost hem de dood. En als echte heiden houdt hij dan liever de eer aan zichzelf: hij trekt het zwaard om zich te doden. Hard en nuchter: het uitgesproken type van de dappere Macedonische man.[6.2]

Als Paulus echter uit de kerker roept, dat alle gevangenen er nog zijn, laat de cipier die z´n oren niet kan geloven, licht halen. En inderdaad ziet hij die christenen nog op hun plaats. Zij lopen niet hard weg. Zij blijven rustig op de plaats die de overheid hen aanwees. Zonder angst. En dat brengt de cipier uit z´n evenwicht. Nu wordt hij ontzet. Hij trilt over al zijn leden. En de man die bij de aardbeving nog zichzelf bleef en berekenend de zelfmoord koos, valt nu voor de voeten van Paulus en Silas. En hoor wat hij roept: `Kom over en help ons!´ Hij roept het met iets andere woorden, maar het komt op hetzelfde neer:`Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?´[6.3]

Hier is dan voor het eerst die Macedonische man uit het visioen. Hier staat hij in de nacht: een man die redding en hulp vraagt. En hier doorbreekt de Geest van Christus voor het eerst de harde muur van ongeïnteresseerdheid bij de kleinzonen van het heersersvolk. Die vraag om hulp is reeds het werk van de Geest. Zelfs die vraag leeft niet in de mens van nature. Maar waar de Geest werkt, ontstaat meer dan de beleefdheidsbelangstelling. Daar komt niet die kille vraag: `Hoe zien jullie dat nu?´ Daar komt de schorre kreet van een overwonnen hart: `Wat moet ik doen?´

En hoe heeft de Geest die vraag nu gewerkt? Door welk middel? Niet door de aankomst van Paulus en Silas. Want bij hun aankomst zette de cipier die saaie lui maar gauw in het blok. Hij ging liever een paar uur slapen dan met die mensen praten.

En zijn verlangen naar het woord wordt ook niet gewerkt door de aardbeving. Deze crisis werkt op zichzelf slecht verharding en plannen voor een gemakkelijke dood.

God heeft het verlangen naar redding gewerkt door de trouw van de gelovigen in die crisis. Door de rust van Paulus en Silas, die met open deuren niet wegrenden om hun eigen leventje te redden. Zij bleven waar God ze door de dienst van mensen had gebracht: in de cel. [6.4]

Daarin traden zij heel anders op dan andere mensen. Zou niet ieder aan zichzelf denken en de kans benutten? Maar Paulus en Silas denken aan de overheid en aan de cipier die de dupe zou worden. Deze geloofsrust en deze liefde heeft de cipier ontsteld doen beseffen: dit is een andere wereld, waar ik buiten sta, maar het is een betere wereld dan waarin ik zelf leef. Wat moet ik doen om behouden te worden?

*

Zo gebruikt God in een crisis de trouw van zijn kinderen om de harde wereld jaloers te maken en begeerte te geven naar het evangelie. En daarin begint Gods ontferming over de eerste Macedoniër te blijken. Want dat is genade voor een volk en genade voor een mens, wanneer er weer honger komt naar het woord van God. Of God die honger zal geven, is zijn geheim. Maar dat Hij u daarbij wil inschakelen, is ons bekendgemaakt.

Er kunnen tijden komen waarin de economie ineenstort, zodat armoede en werkloosheid de harde strijd om het bestaan doen terugkeren in Nederland en in heel het rijke Westen. Er kan in Europa een oorlog ontbranden waarbij uit de mensen komt wat er in zit. En God kan ook in ons persoonlijk leven schokkend ingrijpen. In zulke tijden let men op u. Dat zijn de tijden waarin de wereld in wanhoop is en velen naar het doosje met de tabletten grijpen. Hoe treden wij dan op als christenen? Tonen wij dan troost in verdriet, geduld in beproeving?

Zulke dingen ontstellen de wereld. Niet dat u een geloof aanhangt en een leer verdedigt, maar dat dit geloof u anders maakt en tot vreemde dingen in staat stelt!

Door dit middel zal God zijn ontferming kunnen uitbreiden over anderen. Hij kan hen doen komen met de erkenning: `Werkelijk, bij u is God, wat moet ik doen om zo geholpen te worden? ´

En dan leert God die redding ook echt verwachten en beleven in Macedonië. [7.1]

De Macedonische man wordt gedoopt met zijn hele huis. Nog in diezelfde nacht.[7.2]

Nu is er in Filippi alvast één Macedonisch gezin waar de blijdschap over Jezus de vensters uitstraalt. Onze tekst eindigt immers met de woorden:
`Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde´. [7.3]

*

Hier eindigt het verhaal over een begin. Zó begon Christus de redding van Macedonië. Door er een blij en verwachtingsvol gezin te stichten: een reclamezuil voor de Heiland. En dit begin krijgt een vervolg. Niet veel jaren later is er in Filippi een hele gemeente waaraan Paulus een brief schrijft. En er zijn dan in heel Macedonië gemeenten ontstaan. Het kleine begin kreeg een groot gevolg.[7.4]
In die latere brief aan dit Filippi brengt de apostel Paulus dit alsvolgt onder woorden:
Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij!´ (Filippenzen 4,4-5) [8]
Daarom is dat begin zo belangrijk. Voor de jeugd van de kerk: dat zij vader en moeder zien leven uit de vreugde van het geloof. Blijdschap pakt. Vreugde is besmettelijk. God wil voor de redding van het volgend geslacht blijmoedige ouders in de kerk. Een gave gemeente begint bij een gaaf gezin! De tijd van Christus is nog niet voorbij.

Is ook bij u thuis die blijdschap nog niet voorbij? Zonder vreugde in de gezinnen kan Christus´ Geest niet verder werken. Het is ook uw taak om te zijn, wat Paulus later in een brief aan Filippi zal schrijven: `schitterende sterren aan de hemel te midden van een verdorven en ontaarde generatie´. Zulke sterren wil God laten stralen. In Filippi en in uw eigen omgeving. Dan leert de wereld weten waar ze echte zekerheid vindt. En zij leert aanvaarden wat haar in de Wereldredder Jezus Christus wordt gebracht.


Amen[9]

- Terug naar menu