- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie’’.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 65:1 (De lofzang klinkt tot U met stil ontzag)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 65:2, 3 (U verzoent ons overtreden)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Genesis 6:5-13; 7:11-8:5; 8:15-22
Zingen: Psalm 104:1,2,8 (Uw vloed zal d’aarde nooit meer overstromen)
Tekst: Genesis 8:20-22
Preek Genesis 8:20-22
Zingen: GK-2006 Lied 36:2-3 (Uw lof word’eens alom gehoord)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 160 (Groot is uw trouw, o Heer)
Zegen, Amen.



Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 65:1 (De lofzang klinkt tot U met stil ontzag)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Genesis 6:5-13; 7:11-8:5; 8:15-22
Zingen: Psalm 104:1,2,8 (Uw vloed zal d’aarde nooit meer overstromen)
Tekst: Genesis 8:20-22
Preek Genesis 8:20-22
Zingen: GK-2006 Lied 36:2-3 (Uw lof word’eens alom gehoord)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 74:11 (U schiep de zomer- en de winterdagen)
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 160 (Groot is uw trouw, o Heer)
Zegen, Amen.


Preek over: Genesis 8:20-22


Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________


Genesis 8,20-22


HET WONDER VAN DE SEIZOENEN



[1]


Gemeente van onze Here Jezus Christus; broeders en zusters, jong en oud.


Wanneer ik u aan het begin van deze preek de vraag zou stellen in welk jaar we leven, dan weet u allemaal het antwoord. Op 1 januari hebben we de teller bijgesteld en iedereen weet het precieze jaartal dat nu geldt. Maar hoe belangrijk is dat eigenlijk voor ons? Door het jaar heen leven we daar niet echt bij. We leven van maand tot maand veelmeer bij de seizoenen. Daar praten we het hele jaar over. We zien soms al maanden lang uit naar het voorjaar. Of we praten weken lang over de winter die maar niet voorbijgaat. Mensen tellen in jaren, maar ze leven in seizoenen. Jaren krijgen pas een gezicht in zomer en winter, voorjaar en najaar.[2]

*

In Nederland zijn we ons dat het meest bewust wanneer het weer voorjaar wordt. Na een winter gebeurt er dan in enkele weken vaak heel veel. Meer dan in maanden daarvoor. Het wordt voorjaar! Aan kale struiken en bomen zien we opeens knoppen en bladen en bloesem verschijnen.

Deze jaarlijks terugkerende explosie van nieuw leven en nieuwe bloei komt uit een geheimzinnige wortel: wie door¬grondt het geheim van het steeds terugkerende leven in het zaad dat gezaaid wordt in de akker en in de takken die gestorven leken? Hoe is het mogelijk dat het leven elk jaar weer ontwaakt?[3.1]


*

De bijbel laat het voor ons een wonder blijven, maar vertelt ons wel dat dit wonder geen natuurkracht is zonder gezicht: het is Gods werk! In Genesis 8 : 22 staat dat er ,,zolang de aarde bestaat, een tijd zal zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten; en dat er nooit een einde zal komen aan koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht´´. Maar dat staat daar niet als een simpele constatering. Zoals je kun zeggen: alles valt nu eenmaal naar beneden en dat gaat vanzelf. De bijbel zegt niet dat het ieder jaar vanzelf wel weer voorjaar en zomer wordt. De bijbel laat in Genesis 8 juist zien dat het niet vanzelf zo gaat. Het is de HERE, die belooft dat het zo zal gaan.[3.2]

God is het die daarvoor zorgt. Vanzelf komt er niets dan woestheid en leegte, maar wanneer God spreekt komen er planten en dieren en mensen. Dat zie je in Genesis 1. God roept het leven en het is er! En toen God zei dat het met dit alles afgelopen moest zijn, verdween het en opnieuw bleef er slechts woestheid en leegte over: de zondvloed liet geen bloesem over en ontwor¬telde zelfs de sterkste bomen.

Aan het eind van Genesis 8 is die zondvloed juist voorbij. En nadat zaaiing en oogst helemaal zijn opgehouden, zegt God dan dat ze niet wéér zullen ophouden. Hij belooft het. Hij spreekt dit ,,bij Zichzelf´´ (8 : 21a). En omdat God toen na de zondvloed bij Zichzelf heeft gezegd dat dag en nacht, zomer en winter niet meer zullen ophouden, daarom is het vanmorgen weer morgen geworden en daarom is het ook afgelopen keer weer voorjaar geworden (duizenden jaren na de zondvloed). Het houdt niet op! Het leven blijft doorgaan!

*

Is dat niet wonderlijk? Het wonder van Gods werk in al wat leeft, is onpeilbaar. Maar nog dieper is het wonder dat Hij maar blijft werken aan de aardbodem en aan al wat leeft. Want wat is dit voor een wereld? Wie wil er nu jaar in jaar uit de tuin verzorgen bij dieven en moorde¬naars? Wij zouden daarvoor bedanken. Maar God laat het leven verdergaan van voorjaar tot zomer en van winter tot voorjaar. Hij doet dit voor mensen die Hem bestelen, bedriegen, vloeken en vergeten.[3.3]

Hoe staat het er in Nederland voor? De zonde wordt er steeds openlijker en wordt steeds minder door schaamte of geweten afgeremd. Iedereen durft over God te zeggen wat zijn haatdragende hart hem of haar ingeeft. Vrijheid van meningsuiting verdrijft elke schroom voor de heilige Schepper. Het gebruik van vloeken en het spotten met God en bijbel wordt steeds gewoner voor radio en T. V. Het egoĂŻsme van de mensen is groot. De rechten van de mens doen het recht van God vergeten. Het is een wereld om uit weg te lopen. De vraag naar emigratie-mogelijkheden neemt toe. Waarom zou je alles niet achter je laten: ze moeten het dan maar uitzoeken in Nederland.

En in zo´n land breekt toch ieder jaar weer het voorjaar aan. De zomer blijft nooit uit. En God gaat Nederland niet voorbij. Hij passeert geen enkel land. In de dakgoot van het slechte huis nestelt een vogel. In het binnenhofje van een pand waar criminelen zaken doen, begint een heester te leven. Zelfs in kerktuinen botten de takken uit alsof er in de gemeenten niets aan de hand was, alsof er geen openlijke zonden waren en alsof het enkel blijdschap en vrede was in een gemeente. En in de zomer wuift de tarwe in de wind en groeit de maïs tegen de horizon op. Past zo´n terugkerend voorjaar en zo´n bloeiende zomer wel bij ons? Waarom stuurt God ieder jaar weer bloemen aan zondaars?[3.4]

*

Het is helemaal niet gezocht, om ons dit af te vragen. De bijbel legt namelijk zelf heel duidelijk verband tussen het niet-ophouden van zomer en winter aan de ene kant en de zonde van de mensen aan de andere kant. De belofte dat God er niet mee zal ophouden vinden we immers direct na de zondvloed. In die vloed was gebleken hoe de HERE juist om de zonden van de mensen ging ophouden met het verzorgen van de aarde en van al wat leeft. We lezen in Genesis 6:5-7 het volgende:

„De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht Hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want Ik heb er spijt van dat Ik ze gemaakt heb.´´


De HERE stopt ermee. Hij legt zijn onderhoudswerk neer. En dan stort alles ineen. Alleen doordat Noach genade vond in Gods ogen en doordat God hem de ark liet bouwen, bleef nog iets bewaard.[4.1]

*

Vandaag gaat het anders. Hoewel de HERE ziet, dat de boosheid van de mens groot is op de hele aarde in deze 21e eeuw, en dat alles wat ze uitdenken steeds even slecht is, laat de HERE God de mensen op de aarde toch voortleven en Hij roeit mens en dier deze keer niet uit: de kruipende dieren blijven op de aarde krioelen, de vissen wemelen nog steeds in de zee en de vogels zwieren vrij door de lucht. God blijft zijn onderhoudswerk voortzetten. Van voorjaar tot voorjaar. Hij slaat geen jaar over.[4.2]

En Hij beschermt zijn aarde en al wat leeft ook tegen de mensen. Vandaag zouden zowel Amerika en Pakistan als andere atoommogendheden al wat leeft op de aarde net zo grondig kunnen vernielen als de zondvloed het deed. Waarom gebeurt het niet? Omdat wij zo´n keurig machtsevenwicht hebben opgebouwd? Laten we daar maar niet op vertrouwen. Nee, er is een goddelijk wapenembargo in deze tijd: zolang de aarde bestaat zullen zaaiing en oogst niet ophouden. Er kunnen Hiroshima´s en Dresden´s voorkomen. Rampen blijven mens en dier niet bespaard, maar er komt geen eind aan wat de mensen de „natuur" of „het wereldmilieu" noemen voordat Christus verschijnt.

*

God stuurt steeds weer voorjaar en zomer en houdt Amerika en China in de teugel. Waarom gaat alles nu zo anders dan in de dagen van de zondvloed? Spotters zijn er snel bij om te zeggen: zie je wel dat God geen macht heeft? Je kunt doen wat je wilt met de wereld, je kunt geloven van God wat je wilt, er verandert niets van. Het wordt er heus wel weer voorjaar om. Petrus weet dat er zulke spotters zullen komen die zeggen:

Waar blijft Hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.´´ (2 Petrus 3:4).

[4.3]
Anderen denken dat God uiteindelijk een goedige God is, die zonnig aankijkt tegen ons wereldje. Al die kwesties over goed en kwaad, geloof en kerk lijken niet zo belangrijk wanneer de zon schijnt. Waar maken wij ons eigenlijk druk om. Leven en laten-leven is dat niet de liefde die uit God is? Onbekommerd en eindeloos verdraagzaam elkaar de ruimte geven, is dat niet de stijl die past bij Gods werk: Hij trekt zich niets aan van ons gedrag en laat gewoon weer de bloemen bloeien. Zo lijkt het, maar is het ook zo?[4.4]

Om het boek van de terugkerende seizoenen te lezen, hebben we de bril van de bijbel nodig. We keren terug naar de tekst. Daar zegt de HERE bij zichzelf:

„Nooit weer zal Ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal Ik alles doden, zoals Ik nu gedaan heb.´´ (Genesis 8:21).


God heeft dus wel een open oog voor de zonde van de mens. Hij dekt die niet toe. Hij sluit ook na de zondvloed daar zijn ogen niet voor. God kijkt na de zondvloed opnieuw diep in het hart van de mens en ziet dan hoe rot het nog steeds is. De HERE had dat ook al gezien vóór de zondvloed. En toen was dat voor Hem de aanleiding geworden om berouw te hebben over de schepping van de mens (Genesis 6 : 5-6). En nu na de zondvloed staat het er nog scherper: „zelfs van zijn jeugd af´´ is het product van menselijk overleg verkeerd. Omdat het diep in de mens zit, van zijn jeugd af aan, daarom is de zondige geneigdheid meegegaan in de ark en is ze overgebleven in Noachs familie: de tijd zal het leren! Maar God hoeft die tijd niet af te wachten: Hij ziet het al bij voorbaat in de harten. Ver voordat de toren in Babel gebouwd wordt of de afgoden in Ur verzonnen worden. Al het water van de wereld heeft de verkeerde geneigdheid in het hart van de mens niet afgewassen.

De HERE ziet dat dan onder ogen. Moet Hij nu wéér een zondvloed zen¬den? Hij besluit dat niet te doen. Hij besluit dat het zomer en winter zal blijven worden. Tot het einde van de wereld toe. Maar Hij besluit dat niet omdat Hij het kwaad vergoelijkt. Hij zal dat kwaad ook steeds weer met oordelen straffen. Met de spraakverwarring, en met de vloek over Cham, met de toorn over Sodom, en met de straf over Ninevé. Nu hier, dan daar worden wij herinnerd aan Gods heiligheid. Maar nooit treft God alles wat leeft, of de hele aardbodem. Zelfs in het boek Openbaring gaat het altijd om een derde of een vierde van mensen of dieren of rivieren. Nooit om het geheel. Gods besluit om niet op te houden met zomer en winter heeft niets te maken met het vergoelijken van de zonde, maar alles met geduld en lankmoedigheid. God ziet de zonde na de zondvloed niet door de vingers, maar heeft wel lang geduld.[4.5]

De Schrift wijst veel vaker op dit geduld na de zondvloed. Zo spreekt Jezus in de bergrede:

„Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen´´. (Mt. 5 : 44-45).


*

Welke reden is er voor dit geduld van God? Waarom spreekt God na de zondvloed zó? Hij is niet veranderd. Wat is er gebeurd? De bijbel geeft op die vraag wel een antwoord. Genesis 8:21 begint met de woorden: „De geur van de offers behaagde de HEER´´. Gods besluit is verbonden aan een gebeurtenis.[5.1]

Er is verband tussen dit besluit en iets dat zich afspeelde direct na de zondvloed. In die zondvloed kwam er een einde aan Gods zorg voor de aardbodem en voor al wat leeft op de aarde. Het was De Ramp: de Watersnood over de hele aarde. In die dagen was er geen aarde, alleen een zee zonder kusten en havens. EĂ©n groot zeegraf werd de aarde. Toen de aarde later begon droog te vallen en Noach uit de ark kwam, was het om te huilen: de mens moest overnieuw beginnen. En de bouwer Noach is ook direct weer begonnen met wederopbouw. Hij is amper de ark uit, of hij zoekt al wat materiaal bijeen voor een eerste bouwwerk.

Wanneer hij dat gevonden heeft bouwt hij iets ongehoords. Hij bouwt een altaar voor de HERE. U hebt wel vaker gehoord over altaren: ze staan later bij allerlei volken en in ieder geval ook in de tempel van de HERE. Maar Noach heeft die tijd nog niet gekend: hij leefde eerder, en in de geschiedenis voor de zondvloed lezen we nooit over altaren. We lezen wel dat KaĂŻn en Abel de HERE een geschenk, een offer brengen, maar we lezen niet over een altaar waarop een gave geheel verbrand wordt. De bijbel noemt Noach als de eerste altaar-bouwer. Voordat hij begint met de her-ontginning van de aarde, reserveert hij een vaste plek voor offers aan de HERE. Na de verdrijving uit het paradijs zijn ook wel gaven afgezonderd voor God, maar Noach begint met het offer en hij ruimt dan meteen een vaste plaats in voor die offers, een eerste plaats voor regelmatige en terugkerende offeranden.[5.2]

We weten niet of Noach dit zelf heeft aangevoeld of dat hij het heeft geleerd van de HERE. In ieder geval moet het voor zijn vrouw en kinderen wel een indrukwekkende ervaring zijn geweest. Vader Noach zoekt stenen tussen het slib. Wat wil hij? Hij zoekt met de eeltige handen van een bouwvakker. En zijn kleren ruiken nog als die van een oppasser in de dierentuin. Zo sleept hij die stenen bijeen en maakt er een soort oven van: daarbovenop - in de richting van de hemel - kan iets ver¬brand worden.

Dan keert vader Noach zich naar de overlevende dieren. Wat heeft hij zich een moeite getroost om deze dieren in de ark te verzorgen. Het zijn de laatsten in hun soort. En nu neemt hij van allerlei reine dieren, waarvan zeven paar beschikbaar was, en hij slacht een paar van die zeldzame exem¬plaren. Om ze te eten? Nee, hij stookt een groot vuur en verbrandt ze hierop. Is dit niet zinloos? Zijn die dieren daarvoor zo lang in de ark geweest en voor het water gespaard om nu door het vuur verteerd te worden?

In onze wereldgeschiedenis is dit grote brandoffer van Noach een adembene¬mend gebeuren. De vlammen flakkeren. Het vlees verteert. De schroei-lucht stijgt op. Moet zo deel 2 van de wereldgeschiedenis beginnen? Wat is dit voor een start van de wederopbouw? Noach brengt een brandoffer voor de HERE. Hij keert de God van de wereldvernietiging niet de rug toe. Als alles verdronken is en Noach weer voet aan de grond krijgt, buigt Noach zich voor de HERE. [5.3]

Voor déze God. Lees daar niet overheen. In onze eeuw wordt veel gepraat over het gelaat van God na Auschwitz. Men meent niet meer in God te kunnen geloven na de massamoord op vele Joden en zigeuners in Hitlers rijk. En wanneer er weer ergens een grote ramp plaatsvindt, zijn de mensen er direct weer bij om te vragen waarom God dit liet gebeuren. Maar wat moest Noach dan? Kun je na de zondvloed nog geloven? Met het uitzicht op slijk tot de horizon en met de wetenschap dat je tot het einde van de aarde geen buren meer zult aantreffen? Noach staat bij het uitgaan van de ark op een tweesprong. Je kunt nu niet overgaan tot de orde van de dag. Want die orde is er niet. Op deze dampende dode aarde zet geen mens meer een voet zonder dat hij zijn houding bepaalt tegenover de HERE van de zondvloed. Noach bepaalt zijn houding door God een offer van het overgeblevene aan te bieden. Hij balt geen vuist, hij stampvoet niet in de leegte van de verlaten aarde, hij staart niet verbitterd in een luchtruim waarin geen vogel meer vliegt die Noach niet zelf heeft losgelaten. Noach buigt eerst voor God. Hij erkent het recht van de HERE. Hij weet dat niet de mensen gelijk hadden, maar dat God gelijk had. De HERE moest wel ingrij¬pen. De desolate aarde spiegelt niet Gods gezicht, maar de ernst van de menselijke zonde.[5.4]

*

Maar Noach doet meer dan God gelijk geven. Hij ontsteekt ook offers en door een vast altaar te bouwen geeft hij aan dat hij niet overnieuw durft te beginnen zonder intensieve offerdienst. Daarin erkent Noach dat de zondvloed geen zoenvloed is geweest. Al wat leeft is wegge¬vaagd, maar de zonde is niet weggespoeld. Wie durft dan overnieuw beginnen, op weg naar de volgende zondvloed? Noach zoekt dekking achter offers. Levende dieren sterven, bloed vloeit, vlees verteert. Geloofde Noach dat God door het offeren van dieren verzoend werd? Nee, het blijkt dat Noach zich bewust is geweest van het onvoltooide van zijn offers. Hij kan zich niet beperken tot dit of dat voorkeursdier. Er waren ook nog geen offerwetten. Noach neemt daarom van alle reine dieren en van alle vogels. Het is alsof Noach het hulpeloos zoekt in de maximale omvang van het offer. Alsof hij iets benaderen wil, dat hij niet bereiken kan. Hij kan zichzelf of zijn gezin niet offeren.[6.1]

Hij is er wel aan toe, wanneer alle reine dieren al aan de beurt zijn geweest om hun aandeel te leveren. Maar Noach stopt dan. Hij weet dat het niet genoeg is. Het altaar moet blijven staan: het is er voor langere tijd gebouwd. Noach weet wel welke weg hij moet inslaan: er moet aan God verzoening worden gedaan voor de zonden. De zondvloed roept om zoen-bloed! Maar Noach weet ook dat hij die weg nooit tot het eind kan aflopen. Zijn altaar is een wegwijzer. En ook een roep naar de HERE. Een roep om af te maken wat Noach niet kan afmaken. Een roep vanuit een verdronken wereld. Een schorre kreet van duizenden stervende dieren: HERE, wees ons genadig en doe verzoening over ons![6.2]

En dan zegt de bijbel: Toen de HERE de geur van dit offer rook, sprak Hij bij zichzelf dat zomer en winter niet meer zullen ophouden zolang de aarde bestaat. Er staat niet dat zij niet zullen ophouden „dankzij" dit offer. Er staat dat zij niet ophouden dankzij Gods besluit. Maar dit besluit nam de HERE „naar aanleiding van" dit offer. In zijn besluit zegt de HERE niet wat Hij dan zal gaan doen. Maar het is duidelijk dat Hij een andere weg zal zoeken dan de weg van de zondvloed. Nu is God niet veranderd. Hij is dezelfde als voor de zondvloed. Er moet dus iets
zijn waarom de HERE nu zo lankmoedig zal zijn. Het is niet dat offer van Noach, maar het is wel in reactie op dat offer. En dat wijst ons de richting. De HERE zal het offer van Noach, een uitgestoken hand die om hulp roept, op zijn eigen wijze afmaken. Alle dieren hadden hun
beurt gehad. En nog is het altaar niet overbodig. Noach hoeft zich en zijn kinderen niet te offeren. De HERE zal zelf voor een mens ten brandoffer zorgen: een rein mens.[6.3]

Op de drooggevallen aarde waar Noach, diep ernstig, begon met al¬taarbouw, heeft de HERE eeuwen later een altaar gebouwd waarop na al de reine dieren uit de ark, een rein mens uit de hemel is geofferd. Het altaar Golgotha completeert het altaar aan het begin van de geschiedenis na de zondvloed. De HERE ziet in Noachs dagen niet alleen hoe verdor¬ven wij zijn gebleven, maar Hij besluit ook een zoenbloed te geven waardoor de aarde gespaard kan blijven. En daarom is de wereld een wereld gebleven met zeeën én vasteland: elke zee heeft vandaag nog een kust. En daarom blijft het steeds weer voorjaar en zomer worden. God neemt de tijd om het offer te brengen én te prediken. Geen zondvloed weer: dankzij Jezus, het Lam van God! Hij is het levensbrood dat gebroken en geofferd zal worden voor de mensheid.

*

Daarom staat dit zeer oude verhaal van Noach ook in de bijbel. God deelt zijn besluit mee. We moeten het weten. We mogen ons niet verkijken op het doorgaan van dag en nacht, zomer en winter. Het spreekt niet vanzelf. De muziek van de vier seizoenen is er niet zomaar. En er komt ook een eind aan. Er staat dat dit alles zal gelden „zolang de aarde bestaat": er komt dus een einde aan het bestaan van deze aarde. Maar dat deze aardbodem en al wat leeft blijft bestaan tot dit einde, dat is een wereld van Gods geduld. En deze wereld bestaat bij de gratie van een offer, aangeduid door Noachs altaar, geschonken in Jezus´ zoendood. Jezus is gestorven in het voorjaar. Toen de knoppen opengingen en de bloemen geurden. Het voorjaar hield niet op. Dank¬zij Hem.[6.4]

Lang geleden heeft vader Noach een altaar gebouwd toen hij het uitzicht had op slib en puin. Wij hebben zoveel eeuwen later nog altijd het uitzicht op huizen en steden, op bloemen en akkers.[7]

Zouden wij dan niet iedere dag bescheiden en dankbaar leven. Zonder Christus´ bloed zouden er geen seizoenen en jaargetijden meer zijn. Dan zou geen heester of palm meer bloeien, zoveel zondige jaren na de zondvloed.
Maar nu kijken bloemen u aan. Ze zeggen: God heeft geduld met u! Haal ze in huis en luister goed!
AMEN[8]

- Terug naar menu