- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matte├╝s 25.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 96:1,2 (Leer al de naties eer bewijzen aan Hem die wonderen volbracht)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 96:3,4 (Geeft eer de Here, alle machten)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matte├╝s 25:31-46
Zingen: Psalm 96:5,6,7,8 (De Here die de volken richt, is koning, Hem moet ieder eren)
Preek over Matte├╝s 25:31-46
Zingen: GK-2006 Lied 68 (Wij verwachten u in majesteit eens weder op de wolken)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 68:11,13 (O koninkrijken zingt Gods lof)
Zegen, Amen.



Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 96:1,2 (Leer al de naties eer bewijzen aan Hem die wonderen volbracht)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matte├╝s 25:31-46
Zingen: Psalm 96:5,6,7,8 (De Here die de volken richt, is koning, Hem moet ieder eren)
Preek over Matte├╝s 25:31-46
Zingen: GK-2006 Lied 68 (Wij verwachten u in majesteit eens weder op de wolken)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 68:8 (Geloofd zij God met diep ontzag)
Collecte
Zingen: Psalm 68:11,13 (O koninkrijken zingt Gods lof)
Zegen, Amen.


Preek over: Matteüs 25:31-46

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina



[1]

DE WERELD EINDIGT ANDERS DAN U DENKT


De gelijkenis van de schapen en de bokken



Gemeente van onze Heiland,


Het Bijbelgedeelte voor deze dienst gaat over de Verenigde Naties. U ziet ze daar staan in vers 32: ,,En alle volken zullen voor Hem worden samengebracht┬┤┬┤.[2.1]

Het gaat hier over al die volken waarover de kranten elke dag hun kolommen volschrijven en waaraan de meeste Journaals en bijna alle commentaren op het Nieuws zijn gewijd.
En is het ook niet spannend? [2.2]

Denk alleen maar aan alles wat er de laatste tijden gebeurde met de volken op de Balkan, met de volken in de voormalige Sovjetrepublieken, met de volken die samen in Irak wonen. Met de volken in de Arabische staten. En dan hebben we het nog niet eens over die vele, vele volken en stammen in Afrikaanse landen. In de laatste jaren komen bovendien opeens ook volken in Afghanistan in beeld, de Pashtun en de Waziri. Alle mensen: dat zijn vele vol┬Čken!!

En dwars door die volken lopen allerlei breuklijnen. Tussen Oost en West, Noord en Zuid, arm en rijk. Het blijkt heel moeilijk om die naties werkelijk te verenigen: in de praktijk is de verdeeldheid juist in de Verenigde Naties het grootst!

Daarom houdt het leven van de volken onze aandacht ge┬Čspannen: waar loopt dit op uit? Wat voor toekomst gaan we nu weer tegemoet in Europa? En wat zullen voor christenen de gevolgen zijn van fundamentalistische bewegingen als het salafisme in de islamitische wereld? Denken aan de toekomst leidt tot veel onzeker┬Čheid, tot hoop en vrees.

*

De tekst voor deze dienst geeft echter antwoord op de vraag waar het uiteindelijk op uitloopt. Eens zullen werkelijk alle volken bijeen┬Čkomen. De Koning van de volken zal ze er toe dwingen. Dat wordt de grootste vergadering van alle tijden, wanneer alle vlaggen wapperen voor dezelfde troon. Zelfs derde wereldlanden die niet eens een vlag hebben, zullen er ver┬Čschijnen.[2.3]

Toch is er dan geen blijvende eenheid van allen. Het loopt niet uit op de grote verbroedering van alle mensen. Het eindigt met een blij┬Čvende verdeeldheid. Dit komt omdat de wereldgeschiedenis niet uitloopt op een eindoverwinnaar die alle volken inlijft, maar op een proces waar de rechter goeden en kwaden scheidt. Hij maakt een scheidslijn zichtbaar die er al wel was, maar die niet opviel in de worsteling om de macht. Op de dag van het recht gaat alles er echter heel anders uitzien. De scheidslijn die zich dan aftekent blijkt uiteinde┬Člijk belang┬Črijker voor de toekomst te zijn dan de scheiding Oost-West of Noord-Zuid, hoe belangrijk die tegenstelling op het moment ook mag zijn.

Onze Heiland heeft ons van tevoren over die afloop van de geschiedenis van de volken verteld. Opdat we verder leren kijken dan het Journaal lang is. En opdat we voor de toekomst niet bang zijn, maar ons er op voorbereiden.

We luisteren naar dit onderwijs van onze Heiland over
[3]
DE ONVERWACHTE AFLOOP VAN DE WERELDGE┬ČSCHIEDENIS

We zien dan drie dingen:

1. De tijd van Christus komt aan het licht!
2. De tijd van de volken gaat voorbij!
3. De tijd van het geloof wordt gevierd!

1. (De tijd van Christus komt aan het licht) [4]

Onze aandacht richt zich bij dit Bijbelgedeelte al gauw op het eindresultaat. We lezen dat in vers 46: ,,Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven┬┤┬┤. En het is ook zeker belangrijk, op tijd te beseffen dat er eens een onherroepelijke scheiding komt tussen alle mensen.

Toch moeten we eerst stilstaan bij het verrassende begin van de actie. Vers 31 beschrijft het ons: ,,Wanneer de Mensenzoon komt...┬┤┬┤ [5.1]

Het is duidelijk dat Jezus hier over zichzelf spreekt. Hij noemde zichzelf tijdens zijn verblijf op aarde immers regelmatig `de zoon van de mens┬┤.

Het lijkt ons misschien vreemd, dat Hij spreekt over zijn komst: Hij is er immers al en spreekt op dit moment met zijn leerlin┬Čgen op de Olijfberg! In hoofdstuk 24 vinden we het grootste deel van die toespraak. Daar blijkt echter, dat Hij, de zoon van de mens, op dit moment nog niet zijn konink┬Črijk op aarde zal vesti┬Čgen. Integendeel: de tempel zal verwoest worden en voor zijn leerlingen breekt een tijd van vervolging aan. Ook zullen er steeds weer oorlogen en aardbevingen zijn. Er komt over Isra├źl een zeer grote verdruk┬Čking die leidt tot een verstrooi-ing onder alle volken. Pas na die grote verdruk┬Čking zal de zon verduis┬Čterd worden en de maan zal haar licht niet geven en dan zal het teken van de zoon van de mens triom┬Čferend verschijnen aan de hemel. Zijn vaandel zal worden binnengedra┬Čgen in de wereld. Zo kondigde Jezus het aan in hoofdstuk 24 (vers 29-31).

En nu in hoofdstuk 25,31 komt Hij daarop terug. Wanneer dan straks die dag aanbreekt dat de zoon van de mens zijn intocht vanuit de hemel maakt, dan zal het zijn zoals nu wordt beschreven in onze tekst.

Het blijft niet bij het wachten op de bruidegom (waarover het ging de gelijkenis van de tien meisjes). En het blijft ook niet bij het zwoegen en zweten van de knechten aan wie talenten werden toevertrouwd toen de heer vertrok (de gelijkenis die aan de tekst voorafgaat). Het loopt echt uit op de aangekon┬Čdigde wederkomst, de terugkeer van Jezus.

Het is bemoedigend dat de Here Jezus aan het begin van onze tekst zo als vanzelfsprekend terugkomt op die belofte van zijn terugkeer. Wanneer we midden in de periode van de grote verdrukking zitten, zou je het bijna vergeten. Het lijkt dan zo ongeloofwaardig. Niemand ziet de bruidegom: was het een vergissing? De heer is buitenslands: zal de kerk wel overle┬Čven? De belofte van de terugkeer is echter een vaste belofte: je kunt er vanzelfsprekend van uitgaan en Jezus helpt ons om ons een beeld te vormen over die toekomst.[5.2]

*

Het zal een glorieuze intocht zijn. Een intocht kan imponerend wezen. De ├ę├ęn denkt dan aan de aankomst van de koningin met haar familie en gevolg op de viering van koninginnedag. De ander denkt aan de intocht van de bevrijders: wat een ervaring toen de tanks van de Canadezen de straten kwamen binnenrollen! Nog een ander stelt zich het moment voor waarop de elftallen het tot de nok gevulde stadion betreden. En wie zich het begin van Olympische Spelen herinnert, weet wat een binnenkomst met vlaggen en muziek kan betekenen. Je voelt: NU BEGINT HET![5.3]

Zo zullen we bij Jezus┬┤ komst niet bij het slot staan, maar aan het begin. Hij komt in zijn heerlijkheid. Jezus heeft zelf glorie, licht en luister. Mensen kunnen er ook indrukwek┬Čkend uitzien, met een geweldig vertoon van pracht en praal. Maar het zijn altijd gekochte gewaden en ingehuurde orkesten. Uiteindelijk heeft geen generaal, geen koning of leider een eigen glorie. Jezus wel! Toen Johannes op Patmos Hem aanschouwde, stralend als de zon, viel hij als dood voor zijn voeten. Eindelijk een koning op aarde die niet iets lijkt, maar die het is. Kleurecht en onvergankelijk is zijn heerlijkheid.

Engelen heeft Hij bij zich. De Statenvertaling spreekt over ,,al zijn heilige engelen┬┤┬┤. Dat accentueert hoe onze Heiland niet afhankelijk is van mensen. Wanneer op aarde de macht wordt overgenomen, zijn er direct ook weer de foute mensen in de buurt en de corruptie ligt op de loer. Denk maar aan verschillende zogenaamde bevrijde landen in het voormalige Oostblok of aan verschillende landen in het Nabije Oosten. Het rijk van Jezus komt echter met een hofhou┬Čding waarin de corruptie niet als een houtworm kan binnendrin┬Čgen. Eindelijk een regent die een vrederijk kan organiseren in wijsheid en recht: al zijn dienaren en helpers zijn uit ├ę├ęn stuk, dienaren ten voeten uit.

Hoe gemakkelijk zou het voor Hem zijn om bij zijn terug┬Čkeer de volken voor zich weg te maaien. Hij zou als een orkaan kunnen binnenkomen en de naties als kaf doen wegwaaien. Hij zal echter de tijd nemen voor het recht. Hij zal plaats nemen op de troon van zijn heerlijkheid. Let erop, dat Jezus niet op een aardse troon gaat zitten. Hij neemt de macht niet over, maar Hij had al die tijd de macht al! Hij vestigt niet een nieuw rijk: zijn koninkrijk was er allang, maar Hij gaat nu zitting houden op aarde. Zijn zetel wordt hier gevestigd. De geschiedenis van de volken eindigt niet met de zoveelste machtsovername, maar met de binnenkomst van Hem die al die tijd reeds de koning van de volken is geweest. Het doek wordt opgetrokken en nu zien we de werke┬Člijkheid van alle tijden opeens helder en glorieus v├│├│r ons.[5.4]

Vers 32 zegt, dat Jezus dan zal gaan rechtspreken. Juist omdat Hij in alle voorbijgegane eeuwen reeds de koning was, wordt het tijd voor de afrekening. De volken worden niet overwonnen door een nieuwe machthebber, maar worden ter ver┬Čantwoording geroepen door de Koning der koningen. De heer die buitenslands was gegaan, komt terug. Hij was en is en komt als de eigenaar en niet als een nieuweling.

Deze tekening van Jezus┬┤ terugkeer bemoedigt de leerlin┬Čgen in de nacht voor Jezus┬┤ arrestatie. Zij moeten het duister van de grote verdrukking in. Het lijkt alsof de volken die hun oorlogen voeren en de overheden die hen gaan vervolgen, het laatste woord hebben op aarde. De werkelijkheid is echter anders: achter de schermen regeert Jezus, de gekruisigde. En straks zullen we het zien, wanneer Hij als rechter de zitting opent voor alle volken!

Dat is ook een troost voor ons in deze tijd. Te midden van alle onzekerheid onder de naties, ook in Europa en Afrika en Azi├ź, moeten we ons hoofd verwachtingsvol opheffen naar de hemel: Hij die daar zetelt, lacht om de trots van de volken, en zijn glorietroon zal Hij straks midden op aarde zetten. Dan zullen we eens zien wie het nu eigenlijk voor het zeggen had in deze tijd.

Daarom hebben we, voordat we de tekst verder lezen en naar de afloop kijken, n├║ bij het begin van de actie al reden om te zingen van vreugde:

U, die als Heer der heerlijkheid
verrees tot heil der volken,
verwachten wij in majesteit
eens weder op de wolken.
Ja, halleluja, zie, Hij komt!
Juicht, mensen, englen samen
met vreugd, waar alles bij verstomt.
Juicht allen! Amen, amen.


2. (De tijd van de volken gaat voorbij)[6]

Wanneer Christus komt, is de tijd van de volken voorbij. Het is voorbij met de laarzen en de wapens en de raketten, de landmijnen en de bermbommen. Die tijd was niet voorbij met de val van de Berlijnse muur en ze is niet voorbij wanneer ergens verkiezingen op touw kunnen worden gezet. Het is de oppervlakkigheid van onze tijd, wanneer men meent dat invoering van enige vorm van democratie automatisch zal leiden tot wereldontspanning. Zolang de volken regeren, zal de span┬Čning zich wel verplaatsen, maar nooit worden opgeheven. Steeds weer komen nieuwe machtsblokken en agressieve naties op.

Daaraan komt pas een einde wanneer onze Heiland ver┬Čschijnt. In de verzen 32-33 zien we de opheffing van de natio┬Čnale grenzen. De naties worden hergegroepeerd tot twee soorten mensen. Volken worden opgedeeld in personen. De volken komen voor de Rechter, maar Hij scheidt ze vaneen in schapen en bok┬Čken.[7.1]

Dat is een nieuwe tweedeling, zoals de pers die tot nu toe nooit heeft beschreven. Deze tweedeling wordt beheerst door de handen van de Koning. Zijn rechterhand en zijn linker-hand zijn bepalend. Vandaag zijn mensen naar eigen keuze politiek links of rechts. Maar dán worden ze rechts of links gemaakt. Christus telt en weegt de mensen en Hij bepaalt waar ze mogen staan. Mensen staan niet langer waar ze willen, maar ze moeten plaatsnemen zoals Hij ze inschat!

En dan ontstaat een geweldige hergroepering vergeleken bij wat we gewend waren aan scheidingslijnen. Het is niet een deling in Isra├źl en de Arabische naties. Of tussen blank en gekleurd. Tussen Arisch en Joods. Bij God is geen aanzien van de persoon. Het maakt niet uit tot welk volk je behoort. Er ontstaat nu een groepering dwars door alle volken heen.

*

Het punt voor de beoordeling is voor de rechter of ze HEM al of niet hebben voortgeholpen en of ze zich iets van HEM hebben aangetrokken toen Hij hulp nodig had en hulpbehoevend in hun midden was.[7.2]

Dit roept grote verbazing op bij allen. Begrijpelijk. Had men deze gloriekoning maar gezien, wie zou Hem niet hebben ge├źerd. Reken er op, dat alle twijfelaars en alle kritische jongeren het vandaag wel uit hun hoofd zouden laten om Chris┬Čtus niet eerbiedig aan te roepen, wanneer ze Hem n├║ zouden zien zoals Hij straks te zien is tussen zijn heilige engelen en komend met zijn eigen glorie! Wanneer cabaretiers Hem nu zo al zouden zien, zouden ze het niet in hun hoofd halen om grappen over Jezus te bedenken of met God en godsdienst te spotten. Eens zag de heidense keizer Constantijn het teken van het kruis aan de hemel en hij werd op staande voet een christen. Zouden alle regeringsleiders (of ze nu Clinton of Obama, Poetin of Kharzai heten) niet op staande voet buigen voor de zoon van de mens, wanneer Hij momenteel zo zichtbaar was als Hij het even is geweest voor Stefanus en het voorgoed zal zijn bij zijn terugkeer?! Dat is juist het probleem van deze tijd: wij zien die glorie niet en het lijkt alsof er alle reden is om te twijfelen of niet te geloven.

De mensen op de dag van Christus kunnen geen verband leggen tussen de gloriekoning en wat men v├│├│r zijn komst op aarde heeft meegemaakt en gedaan. Wie zag deze Zonnekoning ooit op het ziekbed of in de gevangenis? Het antwoord moet zijn: Niemand!

Wat bedoelt de rechter dan?[7.3]
Er zijn verschillende verklaringen voor zijn uitspraak.

Sommigen zeggen: Christus beoordeelt de mensen op grond van hun naastenliefde. Ieder die zich buigt over het menselijk leed, wordt aangenomen en ieder die zich daar niets van aantrekt wordt verworpen. U hoort deze uitleg vaak en zelfs wel in nationale samenkomsten.

Het waardevolle in deze uitleg is dat de bijbel inderdaad heel positief oordeelt over naastenliefde voor alle mensen en niet alleen voor je eigen stam of godsdienst of kerk. De moeilijkheid bij deze uitleg is echter, dat deze naastenliefde niet een tweede verlossingsweg kan zijn. Men zou dan ook zonder Christus┬┤ offer behouden kunnen worden door naastenliefde alleen. Maar hoe goed naastenliefde ook is in Gods ogen, zij kan toch niet het offer van Jezus overbodig maken! Het is niet voor niets dat Jezus na de toespraak van hoofdstuk 25 nog niet naar de hemel is gevaren, maar dat Hij eerst de weg ging die in hoofdstuk 26 wordt getekend. De weg naar overlevering en verraad, kruis en begrafenis.

Voor een goede uitleg van de rechterlijke uitspraak moeten we letten op de precieze bewoording. Christus spreekt over ,,├ę├ęn van deze onaanzienlijken┬┤┬┤ (25,45) of ,,├ę├ęn van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters┬┤┬┤ (25,40). Hij wijst tijdens zijn spreken mensen met de hand aan: ,,D├ęze onaanzienlijken!┬┤┬┤. Te denken is hier aan een concreet gebaar dat Jezus bij deze woorden maakte in die nacht waarin Hij deze rede uitsprak. Gezeten op de Olijf┬Čberg wijst de Heiland om zich heen. Daar zitten ze: die leer┬Člingen die de toekomst onzeker binnenkijken. Jezus gaat ster┬Čven en zij zullen als predikers van het evangelie ver┬Čvolgd worden. Wat gaat er met deze mensen gebeuren? Het zijn maar onooglijke Galilee├źrs: gering en niet in tel in de we┬Čreld. Maar Jezus omarmt hen en bemoedigt ze: straks zal Hij het voor hen opnemen. Wie zich om hen bekommerd heeft, wordt in genade aangenomen. Maar wie zich niets van hen aantrok, wordt veroor┬Čdeeld. Deze leerlingen mogen dan onaanzienlijk zijn en als Galileee├źrs geminacht worden, maar Jezus neemt het voor hen op!

De amechtige apostelen worden de inzet van de wereldge┬Čschiedenis: wie hen ontvangt, ontvangt Christus; wie hen niet ontvangt, ontvangt de gloriekoning niet! Jezus identificeert zichzelf met deze nederige dienaren. Ze zullen er niet uitzien als engelen. Ze zullen hun werk onder vernedering doen, zwak en soms ziek. Ze hebben geen dubbel paar kleren bij zich en geen dubbel stel sandalen. Ze zijn zonder beurs op pad. Aan alle kanten moeten ze voortgeholpen worden. En ze worden vervolgd: zo belanden ze zelfs in de gevangenissen van de stadhouders en moeten tussen vier muren worden opgezocht en ondersteund. Het heeft de Grieken belachelijk geleken, dat een wereldko┬Čning zich van zulke lachwekkende stumpers zou bedie┬Čnen. En het heeft de Joden ge├»rriteerd, dat de Messias het zou willen doen met zo┬┤n handjevol ongeletterde en niet-kapitaal┬Čkrachtige Galilee├źrs. Toch blijkt aan het einde, dat Christus zich werkelijk ge├»dentificeerd had met deze mensen. Wat men hen aandeed, trekt Hij zich aan als was het aan Hem gedaan.

De houding van ieder mens tegenover de nederige apostelen van Christus wordt beslissend. De tijd van de volken gaat voorbij: de tijd van de apostelen breekt aan, omdat de tijd van hun Koning zichtbaar wordt.

*

In de eerste eeuw ging het letterlijk om het voeden, verdedi┬Čgen en opvangen van de predikers van het evangelie. Zo lezen we in Hebree├źn dat de lezers een schouwspel zijn geweest van smaad en verdrukking en ,,dat zij solidair waren met hen die hetzelfde moesten doormaken┬┤┬┤ (Heb.10,33). En de apostel Johannes prijst in zijn derde brief Gaius: ,,Uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet, zelfs al kent u hen niet┬┤┬┤. Gaius was gastvrij voor vreemdelingen die binnenkwamen in zijn gemeente. Zo lezen we ook in Hebree├źn 13: ,,Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen. Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo┬┤n lichaam hebben als u┬┤┬┤. In de eerste christelijke gemeente ontving men in Christus de broeders, de predikers, de apostelen en men hielp hen in ziekte, zocht hen op in de gevangenis.[7.4]

Dat speelt nog steeds een rol, maar we moeten nu allereerst denken aan het blijven bij de leer van de apostelen. Een beker koud water kun je die geringste dienaren die daar rond Jezus zaten, niet meer geven. En je kunt ze ook niet meer opzoeken in de gevan┬Čgenis. Toch is er ook vandaag een verschil tussen de mensen. Sommigen halen de neus op voor de bijbel en zelfs vele chris┬Čtenen kijken uit de hoogte neer op de uitspraken van bijvoor┬Čbeeld Paulus. Anderen koesteren de evangeli├źn en de brieven en nemen het op voor de bijbel. Zij lijken misschien ouderwets en wat lachwekkend: waarom zou je je in deze tijd zo druk maken om een versleten en verouderd bijbeltje? De apostelen worden in hun geschriften vaak niet meer niet ontvangen en snel teruggestuurd naar het verleden. Zij worden opgesloten door de Bijbelkritiek. Geluk┬Čkig zijn er ook anderen, die het daar niet bij laten. Zij nemen de geschriften van de apostelen aan en zien om naar die geschriften in hun versmaadheid en ze komen ze te hulp door geloof en verdediging.

Dit verschil tussen mensen lijkt gering. Het valt in het niet bij de grote tegenstellingen van deze tijd. Straks zal echter blijken dat Christus de mensen scheidt op grond van hun ontvangen of niet ontvangen van zijn dienaren en hun verkondiging. Dat is de boodschap. Daarmee worden we aangesproken. We vinden hier geen volledige verantwoording over het eindgericht. Zo weten we niet hoe het zal gaan men mensen die nooit ├ę├ęn van deze onaanzienlijken zijn tegengekomen. Mensen die nooit met bijbel en evangelie geconfronteerd zijn. Het gaat hier over mensen die wel te maken kregen met de apostelen van de Heiland. En dat zijn wij. En dat is Nederland als land.

Was het ons te min, dan zullen wij Hem te min zijn. Eerden we de vervolgde en geringe dienaren van de Koning, dan zullen we ge├źerd worden voorgoed. Christus heeft het van tevoren gezegd en wij moeten het de volken, ook het Nederland┬Čse volk, voorhouden: de koning van glorie en hemelse luister houdt u aan zijn apostelen, aan hun persoon en hun woord. Bij hen valt de beslissing over uw toekomst!


3. (De tijd van het geloof wordt gevierd) [8]

Nu is het opvallend dat ook de mensen aan Christus┬┤ rechter┬Čhand verbaasd zijn, wanneer zij te horen krijgen dat zij deze stralende Koning hebben verzorgd en opgezocht.[9.1]

Zouden wij, na deze preek gehoord te hebben, niet verwachten dat we op de jongste dag zullen zeggen: ,,Die uitspraak van de Koning klopt met de preek die we al eerder hoorden: wij wisten dat wij U opzochten en verzorgden toen wij uw dienaren ontvingen, de apostelen in ere hielden en de Schriften aannamen┬┤┬┤. Hoe kan het dat ook de christenen zeg-gen: ,,Heer, wanneer hebben wij U ziek of hongerig gezien?┬┤┬┤[9.2]

Uit die reactie blijkt, dat de werkelijkheid van onze Heiland onze voorstelling van Hem zover te boven zal gaan, dat ook wij ons niet kunnen voorstellen dat we ooit aan Hem iets gedaan hebben. Natuurlijk hebben wij allemaal onze voorstel┬Člingen over Jezus en over zijn glorie. Uit eerbied voor Hem vrezen we zijn geboden en eren we zijn apostelen. Maar we eren iemand die we niet zien. En als dan straks de tijd aanbreekt dat we Hem werkelijk zullen zien, dan is het zo anders en zoveel stralender dan we ooit konden denken. Het zal ons een andere wereld lijken, anders zelfs dan bijbel en profeten.[9.3]

Johannes op Patmos had erbij gestaan toen Jezus naar de hemel voer. Hij had zijn heerlijkheid ook op aarde aanschouwd. Toch is Johannes als dood, wanneer Christus in glorie ver┬Čschijnt. Zo zullen wij overweldigd worden bij zijn komst. We hebben er geen idee van!

Zo blijft onze tekst in zekere zin onuitgelegd. Ik kan niet zolang preken totdat we begrijpen waarom we straks zo verbaasd zullen zijn. Ik kan alleen maar zeggen: het zal toch echt zo zijn, want Jezus zegt het. En het is ook maar geluk┬Čkig, dat alle preken van de hele wereld niet in staat zijn om te voorkomen dat we straks verrast worden en verbaasd zullen reageren.

Daarvoor wordt het nu eenmaal het feest van het begin: Christus┬┤ tijd wordt zichtbaar. De blinddoek wordt weggenomen van allen. En dan viert de Koning met ons de tijd van het geloof. Hij pakt het op, terwijl velen het niet meer in ere hielden. En zijn rechterhand nodigt allen die geloofden tot het feest van het zien en het niet-begrijpend verrast worden. Dat is het loon in zijn handen. We zien het, maar dit kado moet nog worden uitgepakt. Daar wachten we op.[9.4]

Vandaag kunnen we niet meer doen dan nederig genoeg te zijn om het te houden met die apostelen en hun bijbel. Straks zal het ons worden toegerekend als hadden we niemand minder dan de stralende Koning van de kosmos ge├źerd in onze jeugd en als student en in ons huwelijk. Je moest eens weten!

Geloven: waar doe je het voor? Dat zullen we nog gewaar wor┬Čden!
Gelo┬Čven in de ouderwets lijkende en zwaar bekritiseer┬Čde uit┬Čspraken van dat bijbeltje: waar leidt het toe onder de volken? We zullen het weten!

We zijn op weg naar een verbazingwekkende tijd. Een onverwachte toekomst. Verkijk u niet op momenten van ontspan┬Čning onder de volken. Verheug u liever op het moment dat de zoon van de mens zijn troon zichtbaar maakt. Dan zult u zien hoe goed het wordt wanneer deze Koning rechtspreekt. Zijn heerlijkheid komt om het nu nog geminachte geloof te gaan vieren. En dat in het bijzijn van al zijn heilige engelen. Dat wordt dan het begin van het echte leven! Vraag je daarom op tijd af: Zal ook ik straks horen bij die gezegenden van zijn Vader?


AMEN[10]




LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS:
Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matte├╝s 25.


- Terug naar menu