- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matte├╝s 25.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.

Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 95:1,2 (De HEER is groot, een God vol kracht: wij willen juichend Hem ontmoeten)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 95:3 (Komt, knielen wij voor God die ons geschapen heeft)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matte├╝s 25:1-30 (Twee voorbeeldverhalen over JezusÔÇÖ terugkomst)
Zingen: Psalm 36:1,2 (Wie bij U woont, HEER, heeft het goed)
Tekstlezing: Matte├╝s 25:14-30
Preek
Zingen: GK-2006 Lied 145 (Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 104:9,10 (Ik zal de Heer lofzingen, levenslang)
Zegen, Amen

Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 95:1,2 (De HEER is groot, een God vol kracht: wij willen juichend Hem ontmoeten)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matte├╝s 25:1-30 (Twee voorbeeldverhalen over JezusÔÇÖ terugkomst)
Zingen: Psalm 36:1,2 (Wie bij U woont, HEER, heeft het goed)
Tekstlezing: Matte├╝s 25:14-30
Preek
Zingen: GK-2006 Lied 145 (Heer, onze God, hoe heerlijk is uw naam)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 95:3 (Komt, knielen wij voor God die ons geschapen heeft)
Collecte
Zingen: Psalm 104:9,10 (Ik zal de Heer lofzingen, levenslang)
Zegen, Amen


Preek over: Matteüs 25:14-30

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina




[1]


WACHTTIJD = WERKTIJD


De gelijkenis van de talenten


Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,


Matte├╝s 25 is een hoofdstuk met drie gelijkenissen over de toekomst van onze Heiland. Het zijn vreemde en onverwachte beeldverhalen. Vandaag luisteren we naar de gelijkenis van de talenten.

*

Het is een ongewoon verhaal.

Er is een man die geld heeft, maar die opstapt. Waarheen? Dat blijft onbekend. Waarom? We weten het niet, maar het lijkt een nogal overhaast vertrek: alsof ze hem op de hielen zitten.[2.1]

Wat doet hij namelijk? Hij roept zijn drie knechten, die als slaven bij hem in dienst zijn. En hij belaadt hen met zijn hele kapitaal.

En dat is nogal wat: talenten! Een talent is een gewicht. Het heeft niets te maken met onze talentenjacht. Een talent is hier een gewicht van 26 tot 30 kilo! Dit betekent dat de eerste knecht inderhaast een gewicht aan zilver of goud in handen krijgt geduwd dat tussen de 130 en de 150 kilogram ligt. Veel meer dan zijn eigen lichaamsgewicht in edelmetaal! En de volgende krijgt 52 tot 60 kilo: nog bijna zijn eigen lichaamsgewicht aan zilver of goud. En de laatste krijgt 1 talent: een waarde waar u altijd nog wel aardig verrast over zou zijn (ongeveer 30 kilo goud of zilver). Vandaag is de goudprijs 20.000 euro per kilo. Een talent goud is dus 600.000 euro. En 5 talenten is 3 miljoen euro.

Het is een vreemde uitdeling. Het lijkt wel alsof alle sieraden en juwelen en bezittingen snel in veiligheid moeten worden gebracht. De heer vertrekt met de Noorderzon en zijn villa blijft geheel ontruimd achter.[2.2]

*

Dit is zeker geen rustig uitdelen van taken voor de tijd dat de heer weg is. Hier wordt niet op het huis gepast, maar hier blijven knechten achter met in hun handen het hele kapitaal.[2.3]

Er staat dat de heer zijn bezit gaf aan ,,ieder naar wat hij aankon┬┤┬┤. Ieder krijgt zo┬┤n gewicht te dragen als hij aankan. Er is een mannetjesputter bij, een echte Oosterse lastdrager. Hij kan meer dan zijn eigen lichaamsgewicht opheffen. Een heel geschikte verhuizer voor een vracht van vijf talenten. Er is ook een gezonde knecht bij die toch altijd nog wel zijn eigen gewicht kan verplaatsen. Er is ook een zwakke bij, zo┬┤n knecht die geschikt is voor de interieurverzorging. Maar ook hij moet zijn kleine krachten inzetten: een gewicht van zo┬┤n 30 kilo kan hij nog wel meeverhuizen. Zo sleept iedereen mee naar zijn eigen krachten. Het huis raakt leeg.

Direct daarna vertrekt de heer naar het buitenland. In de Statenvertaling lezen we in vers 15: ,,en [hij] verreisde terstond┬┤┬┤. In de Herziene Statenvertaling staat het ook: ,,hij reisde meteen weg┬┤┬┤. Dat is ook de bedoeling: halsoverkop reist deze man de grens over nadat hij zijn bezittingen heeft laten onderduiken bij zijn slaven.

*

En wat nu?[2.4]

Denkt u zich de vrouwen van die slaven eens in: daar zal je man opeens thuiskomen met enkele millioenen! Wanneer de heer niet terugkomt en alsmaar uitblijft, gaat het er aardig op lijken dat je geluk hebt gehad. Kunnen die slaven zich niet in hun handen wrijven? Wat een buit: die viel hun nu letterlijk in handen!

Opdrachten zijn er niet verstrekt.
Wat moet je nu met al die millioenen?

Het is een merkwaardig en ongelooflijk begin van het verhaal. Zoiets gebeurt toch nooit? Zelfs een heer die de grond te heet onder de voeten wordt, zal zoiets nooit doen. Hij had zijn talenten beter onder de grond kunnen begraven of op de bank kunnen zetten. Wie duwt zijn juwelenkist en zijn aandelenpakket, wanneer hij moet onderduiken, nu in handen van het kassameisje of van de bewaker van de fietsenstalling?

*

Het verhaal dat hier met het houtskool van de aarde wordt getekend gaat dan ook pas iets lijken wanneer het wordt ingekleurd met hemelsblauw. Dat doet Jezus. Hij zegt: ,,Het zal zijn als met een man die op reis ging...┬┤┬┤ Jezus gaat een vergelijking maken. Hij wil het in feite hebben over iets anders. Niet over een aardse heer, maar over de hemelse.[3.1]

Vers 14 is eigenlijk niet af. In de vertaling is dit opgevangen door te beginnen met het onbepaalde: ,,Want het zal zijn als een mens...┬┤┬┤. Maar wat is hier ,,het┬┤┬┤? We moeten wel denken aan de terugkomst van de Here Jezus. In hoofdstuk 24,37 lezen we het voluit: ,,Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt┬┤┬┤. Over die komst handelde heel het slot van hoofdstuk 24. En ook de gelijkenis van de tien meisjes ging daarover. Centraal stond daarin de roep: ,,Daar is de bruidegom: Kom, ga hem tegemoet!┬┤┬┤ En dat verhaal eindigde met de woorden: ,,Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag of op welk tijdstip hij komt┬┤┬┤. Gedoeld werd weer op de tijd van de wederkomst. En nu gaat vers 14 daarop door: die terugkomst van onze Heiland zal zijn als een man die vertrok en talenten uitdeelde.

Op het eerste gezicht zou je zeggen: dit klopt niet. Hier komt immers niet iemand terug, maar hier gaat iemand weg. Dat is ook zo, maar wanneer we zometeen verder lezen zullen we zien dat die heer wel degelijk terugkomt (de verzen 19-30 vormen het grootste deel van de gelijkenis en zij gaan helemaal over die tijd van de terugkeer). Waarom dan toch eerst aan het begin iets over een vertrek? Omdat de heer terugkomt: zijn komst volgt op een eerder vertrek. Zo is het met Jezus. Hij komt niet aan, maar Hij komt terug.[3.2]

In deze gelijkenis tekent de Here eerst dat vertrek, omdat het veel te betekenen heeft voor de gang van zaken bij de terugkeer. Wanneer je wilt begrijpen waarom de heer bij zijn terugkomst sommigen beloont en anderen straft, moet je weten hoe het was gegaan bij zijn vertrek. Daarom begint het verhaal op dát punt.

*

We zeiden al: een ongeloofwaardig begin. Het wil kennelijk in beeld brengen hoe onze Heiland eigenlijk is vertrokken. HIJ is de mens die alles overgaf aan zijn slaven en over de grens ging. Het is niet zo moeilijk om dat beeld van het buitenland te begrijpen: onze Here Jezus is bij ons vandaan gegaan naar de hemel. Hij is daar nu bij God en de engelen. En Hij is daarmee voor langere tijd uit ons gezichtsveld verdwenen!

Juist omdat dit zo gemakkelijk te begrijpen is, wordt de aandacht geconcentreerd op dat
andere: de heer laat alles zonder commentaar of opdracht achter in de handen van zijn slaven. Jezus doet wat geen mens op aarde zal doen. Hij vertrouwt ons zijn hele bezit toe in deze tijd.[3.3]

En is dat ook niet zo? Ik denk nu niet aan zijn geboden die Hij achterliet in de bijbel. Je zou kunnen zeggen: dat is al verrekend in het feit dat het hier over slaven gaat. Die hebben een soort levenslange arbeidsovereenkomst en zo zijn wij als christenen opgenomen in Gods verbond en vallen we ook onder de dienstplichten van dat verbond.

In deze gelijkenis wordt nu echter iets nieuws genoemd. Behalve dat die knechten hun taken hebben en onder de geboden staan, krijgen ze ook al het bezit van hun heer toevertrouwd. Ze moeten maar zien wat ze ermee doen. Als ze het maar willen overnemen in h├║n handen! En dit is iets bijzonders. Het is iets dat bij hun gewone dienst komt. Binnen het normale takenpakket valt het niet.

Wat een vertrouwen geeft de heer hiermee aan slaven! Wat een risico┬┤s neemt hij!

*

Toch is dit onze Heiland. Hij is de eigenaar van de hele schepping. Van Hem zijn dieren en planten. Van Hem de grondstoffen en de oceanen. Van Hem zijn mannen, vrouwen en kinderen. Maar toen Hij naar de hemel ging nam Hij niets daarvan mee. Geen plantensoorten, geen blauwe meren, geen kinderen, geen grondstoffen. Hij vertrok. En wij bleven achter met alles van Hem in handen. En er hingen geen briefjes aan de planten hoe we ze moesten verzorgen. Er stonden geen bordjes bij de oceaan wat we er wel of niet mee mochten doen. Er staan geen gebruiksaanwijzingen op de lichamen van kindertjes die worden geboren. We krijgen het allemaal zomaar in handen. Een millioenenwereld. Een oogverblindend kapitaal. Schatkamers aan mogelijkheden.

Niet iedereen heeft alles. Maar iedereen kan nemen wat hij kan. Wanneer je goed kunt kijken, mag je kijken zoveel je wilt. Er zijn geen sluitingstijden voor het zien. Wanneer je weinig oog hebt voor de dingen, zul je er toch zoveel van kunnen zien als je wilt of aankunt. Niet iedereen kan het aan om zwaar werk te doen, maar ook wanneer je dat niet kunt is het toch mogelijk om te doen wat je aankunt. Het tillen is niet voorbehouden aan verhuizers. En het begrijpen is niet voorbehouden aan studenten of hoogleraren. Wat je aankunt, kun je ook! De hele wereld ligt voor ons open. Ze ligt niet onder onze vóeten: het is zijn wereld. Maar ze ligt wel in onze hánden: alles is daarin gelegd. Daar staan we nu verbaasd te kijken. De heer is elders, maar Hij heeft alles zonder meer aan ons achtergelaten.

Dit is nu het bijzondere van onze tijd. Een tijd waarin we de terugkomst verwachten? Zeker. Maar we verwachten die met de goederen van de Meester in onze macht. Wat moeten we daar nu mee?[3.4]

Deze situatie doet een beroep op onszelf. Aan het slot van hoofdstuk 24 ging het over de trouwe knecht die de orders uitvoerde en de losbol die het liet zitten. En wanneer je je daartoe zou beperken, zou je kunnen volstaan met te bekijken of je geen losbol bent en of je de geboden wilt nakomen. Maar nu ontdekken we nog een heel ander aspect van ons leven. We zijn niet alleen slaven met een duidelijke opdracht. Maar we zijn ook bezitters zonder verdere opdrachten. Of eigenlijk...zijn we wel bezitters? Dat is de grote vraag. Een wereld ligt in onze handen. Een jeugd ligt voor ons. Een gezond lichaam hebben we om mee te sporten. We wisten te zorgen voor een spaartegoed om op te teren. Een huis om in te wonen. Planten om te verzorgen of te verwaarlozen. Water om in te zwemmen of om te drinken. Nergens in deze wereld staat een bordje ,,Verboden toegang┬┤┬┤. We dwalen door de rijke gangen van het huis: de Heer is vertrokken. Het lijkt alsof we onze gang kunnen gaan, als we maar zorgen dat op tijd het stof wordt afgenomen en dat de tuin gewied wordt.

Gemeente: het vertrouwen waarmee Christus, Gods zoon, zijn hele schepping aan ons achterliet, stelt ons voor de grote vraag: Wat doet u daar nu mee?

**

Laten we zien wat de slaven deden. De eerste gaat in zaken en verdubbelt het bedrag: om tot 100 % rente te komen moet je het kapitaal wel een langere tijd ter beschikking hebben. Ook moet je de nodige zorg besteden aan het zaken doen. Minstens zo druk is de tweede. Ook hij verdubbelt zijn bedrag. En ik denk dat zijn winst eigenlijk nog meer betekent. Je kunt in het zakendoen vlugger van ├ę├ęn millioen tw├ę├ę maken dan dat je van duizend gulden tweeduizend maakt.

Wanneer de heer na lange tijd terugkeert houdt hij afrekening met hen. [4.1]

Omdat er geen opdrachten waren, waren de slaven ook niet tot meer verplicht dan het teruggeven van het in bewaring geschonkene. De vijf talenten en de twee moeten weer boven water komen. Ze waren van de heer. En nu hij te lange leste nog weer terugkomt, worden de bedragen opgevorderd.

Tot onze verbazing zien we dan echter dat de slaven hun hele winst uitleveren aan de heer. Het is dan weer een heel onwerkelijke gebeurtenis. Toen kwam het kassameisje en zei: ,,U gaf mij voor vijf millioen aandelen, ik kan u nu tien millioen aan aandelen en obligaties teruggeven┬┤┬┤. En de beheerder van de rijwielstalling zei: ,,Ik kreeg voor een miljoen aan sieraden, ik geef nu twee miljoen aan juwelen terug┬┤┬┤. En de heer zei: ,,Goed gedaan, caissi├Ęre en goed gedaan, houder van de rijwielstalling!┬┤┬┤ Ja zo nederig zijn die mensen toch. Ze hebben gewerkt met gigantische bedragen en ze worden aangesproken voor wat ze zijn: ,,slaven┬┤┬┤. Ze zijn weer terug bij af. Ze hebben als miljonairs gewerkt en ze eindigen als slaven met lege handen!

Zo gaat het op aarde nooit. Zo gaat het wel in het hemelrijk. De Heiland laat ons voelen hoe goed het is wanneer we met zijn nalatenschap winst maken voor H├ęm. En wanneer we niet meer willen zijn dan zijn knechten.[4.2]

*

Soms leest men deze gelijkenis als een verhaal dat tot prestatiedwang leidt. Haal eruit wat erin zit. Streef naar de top. Ontgin de wereld en verdubbel de mogelijkheden. Laat geen rente zitten die in de kapitalen sluimert. Dan jaagt de gelijkenis ons op: streef naar de hoogste opleiding en buit de schepping uit!

Dit is echter het punt niet. Het gaat erom dat de slaven uit zichzelf met het goed van de Heer iets goeds voor Hem hebben willen maken. Er bestonden geen regeltjes voor, maar ze improviseerden in de richting van zijn winst.[4.3]

Je kunt de wereld vandaag uitbuiten ten dienste van de economie of uit zijn op eigen voordeel. Maar je kunt ook streven naar plantenveredeling en ontginning van de aarde die de schepping nog mooier en beter maakt voor God. Een regenwoud kunnen we vernielen voor de kozijnen van de welvarenden. We kunnen ook werken aan verfraaiing van landen en aan herplanting van bossen, opdat de Schepper zich verheugt in zijn werken, in gezonde wouden en nieuwe tulpensoorten.[4.4]

We kunnen ook dichter bij huis blijven. Wanneer u van God een man of een vrouw ontving, dan kunt u er op uit zijn deze schepping van God te verrijken. Wanneer God zijn kind straks terugvraagt van uw zijde, is zijn zoon of zijn dochter dan verrijkt door het huwelijk met u? Hebt u elkaars mogelijkheden helpen ontwikkelen? Hebt u elkaar geleerd om betere mensen te zijn voor elkaar en voor anderen? Houdt God iets over aan uw huwelijk?

Wanneer we kinderen krijgen dan zijn er duizenden mogelijkheden in opvoeding en onderwijs. Hoe gaan we om met wat zomaar in onze handen wordt geschoven? Zijn we erop uit om te zorgen dat God er beter van wordt? Letten we op de ontwikkeling van geloof en vreze des Heren, vormen we de kinderen ook voor de toekomst van de kerk, die straks weer ouderlingen en diakenen nodig heeft? Of strijken we zelf de winst op: kinderen in de zaak, kinderen die wat presteren en waar je eer mee inlegt?

Of je bent jong. Je jeugdtijd is vol mogelijkheden. Er valt heel wat plezier voor jezelf binnen te halen, vooral als je voorlopig wat leeft bij de dag. Maar wanneer de Here weerkomt, is de vraag of Hij ook beter is geworden van wat je met je lichaam en je tijd hebt gedaan.

Voor dit alles bestaan geen regels in de bijbel. De heilige Schriften geven de verbondsregels, maken ons tot Gods kinderen. Maar nu staan we midden in het leven in grote vrijheid en verantwoordelijkheid. We zullen zelf en met elkaar moeten improviseren. We willen er het beste van maken. Maar voor wie? Voor onszelf of voor Hem? Denken we bij alles: het is het zijne dat ik in handen kreeg? Mijn lichaam: zijn maaksel. Mijn tijd: zijn gave. Mijn huwelijk: zijn bezit. Mijn huis en tuin en inkomen: zijn goederen.

*

Vanuit het buitenland houdt de Heer zich op de hoogte: engelen kijken vanuit de hemel gespannen toe. Wat maak je er nu van? Voor de Heer, die achterliet en die terugkomt? De Heer die ons zoveel crediet geeft. Die bovenmenselijk vertrouwen schenkt.

We kunnen dat vertrouwen ook beschamen. Nee, nu gaat het niet over de zondaren en de losbandigen en de overspelers en de dronkaards. Die zijn al aan de beurt geweest in hoofdstuk 24 (vers 49). In deze gelijkenis komen alleen slaven aan bod die al of niet zuinig zijn op het bezit van de Heer.

Kijk maar eens naar de derde man. Hij wordt straks verschrikkelijk veroordeeld. En omdat wij dit weten zijn we al bij voorbaat geneigd die man zwart af te schilderen. Op plaatjes in kinderbijbels zit hij lui, ontevreden en nors te kijken. Een náre man, die derde. En misschien denken we: zó zie ik er toch niet uit.[5.1]

Maar de derde man is helemaal niet zo slecht. Hij kreeg zo┬┤n 30 kilo zilver. Hij had het erdoor kunnen jagen. Maar niets daarvan: tot de laatste penning bewaart hij het voor zijn heer. En goed ook! Hij begraaft het in de grond. Voor ons wat vreemd. Maar in die tijd niet. Schatten werden vaak (in aarden kruiken) begraven. Veilig voor dieven. Niemand wist nu waar het te zoeken was. Ook deze man begraaft zorgvuldig. Hij bevoordeelt zichzelf niet en hij bewaakt wat van de heer is.[5.2]

Zijn argumentatie daarvoor klinkt wel wat ruw: ,,Ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet gezaaid hebt┬┤┬┤. Wanneer je kwaad wilt, lijkt dit ook zo. De slaven hadden de talenten uitgezaaid en zorgden dat er winst kwam en bij zijn terugkeer strijkt de heer, die er niets voor had gedaan, die winst op. Waar doe je het dan voor? Je wordt er zelf niet beter van! Daarom zegt deze slaaf: ,,Uit angst besloot ik uw talent te begraven: alstublieft, hier hebt u het terug!┬┤┬┤ Correct tot het einde is deze man! Maar zijn halve waarheid is een hele leugen.

De heer laat die halve waarheid nu maar even voor wat ze is. Als het zo is, waarom heeft de man het geld van zijn heer dan niet op rente gezet? Dat was toch wel het minste? Hier legt de heer bloot hoe deze slaaf zijn meester niet liefheeft. Stel dat hij een bangelijke man was, die opzag tegen de risico┬┤s van het handelen, maar uit zorg voor zijn heer had hij dan het geld toch nog wel aan de bankiers kunnen geven?![5.3]

Nu mist de heer die rente. Een vrij klein bedrag. Wat maakt dat nu uit naast al die miljoenenwinsten? Het gaat echter niet om dat bedrag op zichzelf. Hier blijkt juist dat de heer uiteindelijk niet uit is op grote bedragen en imponerende successen, maar op het kleine kapitaal van een hart dat hem liefheeft. Dat mist hij hier. De heer vindt het niet erg dat bij de derde man geen grote winst is binnen te halen. Hij vindt het wel erg dat uit een klein trekje blijkt hoe deze slaaf met al zijn correctheid eigenlijk koud is voor de heer.[5.4]

Hij bewaarde zonder liefde. Dat kan. Je kunt heel conservatief zijn, heel stipt in het bewaken van de bijbelse waarheid en in het respecteren van God als de Schepper, maar zonder liefde levert dat niets op. Dan ontbreekt de rente van het hart, dat met alle ontzag en angst toch gehecht is aan de heer.

En als je hart koud is voor de Heiland, dan blijft er niets anders over dan ,,jammeren en knarsetanden´´ in de uiterste duisternis. Veel mensen vinden deze afloop voor de derde man toch wel heel schokkend. Alsof die man opeens geen kans meer heeft. Maar nu moet u wel goed lezen wat er over deze man staat wanneer hij is buitengesloten van het feest. Er staat dat hij dan jammert en knarsetandt. Weet u wat dit betekent? Dat hij nog altijd zijn heer haat. Er is zelfs in die uiterste duisternis geen sprankje berouw of geen vleugje liefde in de man. Hij jammert wel, maar heeft geen spijt. Hij knarsetandt immers. Hij is woedend. Hij verbijt zich. Grimmig is zijn hart tegen God. Tijdens zijn leven mopperde hij over die hebzuchtige heer en nu verhardt hij zich daarin. Hij knarsetandt van woede over deze heer. En dáárom kan hij niet bij het feest zijn. Dáárom is de uiterste duisternis de enige plaats die bij hem past. Helaas blijft er niets anders voor je over wanneer je God niet liefhebt. Wie blijft knarsetanden tegen God wordt in zijn eigen duisternis opgesloten. Dit heeft niets te maken met hardvochtigheid aan Gods kant. Het heeft alles te maken met keiharde verharding aan de kant van de mens. Deze man heeft zelf de duisternis van zijn eigen visie liever dan het licht van de heer.

*

De tekening van deze derde man leert ons iets heel belangrijks. Wanneer je geen losbol bent, ben je daarom nog niet automatisch een trouwe slaaf. Wanneer je goed oppast, ben je daarom nog niet aanvaardbaar voor God als trouw aan Hem!

De Here toetst uw hart. En bij zijn terugkeer kan hij de diepte daarvan peilen uit wat u ervan maakte. Misschien blijkt dan dat u een heel kille levenshouding had. U dacht: het huwelijk is een inzetting van God, daar moet ik goed op passen en ik moet zorgen dat ik nooit zal scheiden en daarom blijf ik bij mijn vrouw of man. En dan moet God maar tevreden zijn. Maar wanneer u zich verder niet inspant om uit uw huwelijk ook iets moois te maken voor God en voor de kerk, blijkt daaruit dat u kil bent voor God. Correct, maar zonder liefde voor H├ęm.

Misschien denkt iemand: mijn ouders zijn door God boven mij gesteld, ik zal ze dus zorgvuldig gehoorzaam zijn. Maar wanneer we verder niets doen om ook een vreugde voor onze ouders te zijn en op onze beurt ook hen te helpen op de weg naar God, dan zijn we pandbewaarders, maar de vonken van de liefde worden gemist.

En dat mist uw Heiland. Het is heel opvallend, dat Hem het kleine tekort opvalt. Mensen zien kleine mogelijkheden vaak over het hoofd en letten alleen op de grote. Misschien denken we: voor God is dat beetje meer of minder in mijn kleine leventje niet zo belangrijk. Hij kijkt toch vooral naar de grote prestaties van voorgangers en leiders. Toch is dat een vergissing. De Here heeft ook het kleine van u lief. Hij mist dat beetje meer, dat u ervan had kunnen maken. Hij mist het, omdat Hij ├║ dan mist. En het gaat de Here Jezus, die ons alles in handen gaf, niet om de kapitalen van onze prestaties, maar om de mannen en vrouwen, de jongens en meisjes, de slaven die laten zien dat ze meer dan orthodox of conservatief of gereformeerd zijn. Slaven die laten zien dat ze trouw zijn aan hun Heer, omdat ze van Hem houden en met alles wat Hij achterliet graag iets moois maken voor zijn terugkomst!

*

Het gaat Christus niet om de schatten van onze arbeid. Hij is reeds de eigenaar van alle dingen. Het gaat Hem nu om onze erkenning daarvan. Een schepping vol mogelijkheden ligt in onze handen. De ongelovigen voelen zich daardoor heer en meester op aarde: zij gebruiken het leven om er zelf rijker en trotser van te worden. En wie bedenkt, dat het allemaal van de Heer is en dat Hij eens terugkomt?

Zelfs christenen lopen nu het gevaar dat ze net gaan denken als die derde slaaf: de Heer komt om in te halen en winst op te strijken. Maar let nu eens goed op: het omgekeerde gebeurt. In werkelijkheid deelt Hij uit. Hij stelt geen winstdeling in, maar Hij geeft zijn hele bezit en de hele winst nu voorgoed in eigendom aan de slaven. Wie trouw was als slaaf wordt eigenaar voorgoed. De derde slaaf was te vlug met zijn conclusie: zijn boze oog verhinderde hem om de werkelijkheid echt te zien zoals die werd. Zijn halve waarheid wordt een hele leugen. De heer oogstte waar hij niet zaaide, maar daarna deelde hij alles aan anderen uit. Niet hardvochtigheid, maar royaliteit is zijn kenmerk. [6.1]

Maar onze Heiland heeft nog veel meer in petto. Hoor de heer spreken: ,,Over weinig bent u getrouw geweest, over veel zal Ik u stellen┬┤┬┤. Is dat niet vreemd? Hoe zo: weinig? Waren die miljoenen niet veel? Had de Heer niet alles achtergelaten? En alles is nooit weinig! Het is heel vreemd: wat gigantisch was bij zijn vertrek heet een grijpstuiver bij zijn terugkeer. Hoe kan dit? Blijkbaar komt de heer terug met eindeloos veel grotere rijkdommen dan hij achterliet. Een schepping liet Hij in mensenhanden, maar een nieuwe schepping brengt Hij terug. En heel deze geweldige wereld met alles wat daarin mogelijk is en wordt opgebouwd en wordt beleefd, verbleekt wanneer de Here terugkomt. Wat in geen mensenhart was opgekomen, zal dan realiteit worden.[6.2]

De zware talenten waar we een leven lang de handen aan vol hadden worden een fooi voor mensen die het loon van het eeuwig leven krijgen. En d├í├írvoor komt de Heer. Zo zal het zijn bij zijn terugkomst. Als een miljonair die alles achterliet aan gewoon personeel. En die het bij terugkomst een kleinigheid noemt. Wie het vandaag aankon om zich in te spannen er iets van te maken voor God, zal het dan aankunnen om onderkoning te zijn op de nieuwe aarde. De caissi├Ęre wordt koningin. En de bewaarder van de rijwielstalling wordt regent.

Ze gaan binnen in de vreugde van hun Heer. Vandaag staan wij in zijn dienst. En Hij ziet uit naar onze trouw door liefde en aanhankelijkheid. Straks komt de vreugde van de aflossing en het feest. Heel je huwelijk, heel je gezin, heel je jeugd, heel je studie blijkt dan voorportaal te zijn geweest voor het feest van je Heiland.[6.3]

*

Hij is het die al van tevoren hierover tot u sprak in deze gelijkenis: wie het begrepen heeft met zijn hart, weet wel waar hij op uit mag zijn in dit leven. En wij allen mogen ons gelukkig weten met deze Heiland. Hij geeft ons vertrouwen en schenkt ons de tijd om onze liefde te tonen. Totdat Hij komt. Dan zal het vele waarvoor wij ons vaak met moeite verantwoordelijk wisten, ineenschrompelen. Het zal klein worden als het weinige dat goed genoeg was als oefenmateriaal voor onze liefde en als voorbereiding op het feest. Dan mogen de goede werken van Gods kinderen de slingers zijn waarmee de feestzaal wordt versierd. Gemaakt met geleend materiaal. Gemaakt uit dankbaarheid voor onze goede Heiland.



AMEN[6.4]


LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS:
Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matte├╝s 25.




- Terug naar menu