- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matteüs 25.

*

ALGEMEEN

1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 96:6,7,8 (De HERE is Koning: zijn koninkrijk komt!)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 130 (Er zal verlossing komen voor zondaars die de HEER verwachten)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 24:29-51 (Over de komst van de mensenzoon)
Zingen: GK-2006 Lied 94:3-6 (’t Rijk der zonde moet vergaan, want de Heer is opgestaan)
Tekstlezing: Matteüs 25:1-13
Preek: ,,Ook een laat uur kan het laatste zijn’’
Zingen: GK-2006 Lied 163:3 (In ’t laatste uur zal ’k zegevierend ingaan)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 40:7 (O toef niet langer, kom!)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 96:6,7,8 (De HERE is Koning: zijn koninkrijk komt!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 24:29-51 (Over de komst van de mensenzoon)
Zingen: GK-2006 Lied 94:3-6 (’t Rijk der zonde moet vergaan, want de Heer is opgestaan)
Tekstlezing: Matteüs 25:1-13
Preek: ,,Ook een laat uur kan het laatste zijn’’
Zingen: GK-2006 Lied 163:3 (In ’t laatste uur zal ’k zegevierend ingaan)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 95:3 (Komt, knielen wij voor God die leeft)
Collecte
Zingen: Psalm 40:7 (O toef niet langer, kom!)
Zegen, Amen.



Preek over: Matteüs 25:1-13

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________
Leestip: zie laatste pagina



OOK EEN LAAT UUR KAN HET LAATSTE ZIJN


De gelijkenis van de tien meisjes

[1]

Gemeente van onze Heiland,


Op de route van ons kerkelijk jaar vieren we een hele reeks feesten. De agenda van het kerkelijk jaar is gevuld met gedenkdagen. [2.1]

Zo kijken we samen terug naar Jezus´ geboorte, naar zijn lijden en zijn sterven. En we gedenken zijn opstanding en hemelvaart. Het laatste feest waarbij we terugkijken, is het feest van de uitstorting van de Geest. Elke keer weer staat er een verjaardag in ons agenda, een dag waarop we gedenken en vieren.[2.2]

En is het dan na Pinksteren afgelopen met de feesten? Ja, wel met de gedenkdagen, waarop we naar het verleden kijken. Maar voorbij deze dagen wacht ons nu binnenkort het grote feest waar al die feiten uit het verleden naar toe willen leiden. Wanneer je alle feestdagen van het kerkelijk jaar achter je hebt, zie je voor je een deur openstaan naar een stralende toekomst. En je hoort hoe een engel zegt: ,,Deze Jezus, die van u is opgenomen, zal zo ook tot u terugkeren uit de hemel!´´. Zalig wie is uitgenodigd voor de bruiloft van het Lam! Dit zal de geboortedag zijn van de nieuwe aarde die wij verwachten.[2.3]

Pinksteren, het feest van de heilige Geest, was ook al bij uitstek het feest waarop deuren werden opengezet naar die toekomst. Open deuren waren er voor de Joden in Jeruzalem, ook al hadden zij Jezus gedood. En later waren er ook open deuren voor de Joden in de verstrooiing. Ook de Samaritanen mochten weer binnenkomen en de rijke hofdienaar uit dat Afrikaanse land. Zelfs voor de heidenen, mannen en vrouwen, Barbaren en Scythen, ging de deur naar hun Schepper wijd open in Jezus Christus. Eindelijk geen drempels meer tussen Jood en heiden. Samen gaan ze de toekomst van de hemelse Heiland tegemoet.[2.4]

Daartoe had Jezus aan zijn leerlingen ook de sleutels gegeven om het hemelrijk te openen. Door het evangelie van zijn lijden draait de deur naar dat hemelrijk open. We mogen vanaf Golgota zomaar het paradijs voor ons zien om daarin met Christus te zijn.

Ook voor deze periode van vooruitkijken heeft de Here ons onderwijs gegeven. Reeds voor zijn sterven. Op de Olijfberg sprak Hij uitvoerig met zijn leerlingen over de tijd dat de zoon van de mens verwacht mag worden uit de hemel. In die rede van Matteüs 24-25 vinden we ook het tekstgedeelte van deze zondag.[3.1]

*

Het gaat daarin over onze toekomst. We lezen immers in vers 1: ,,Dan zal het met het hemelrijk zijn als met tien meisjes...´´. Het hemelrijk is het nieuwe rijk: daarin regeert God alleen. De goddelozen zijn dan van de aarde weggedaan en eeuwige vrede zal heersen van zee tot zee! Wij kijken er naar uit vanuit een aangevreten wereld! Hoopvol![3.2]

Het is voor ons nog grotendeels toekomstmuziek. Jezus zegt dat het straks gelijk zal worden aan tien meisjes die de bruidegom tegemoet gingen. Het ligt dus nog vóór ons, maar we zien het al wel aankomen. We bereiden ons er reeds op voor. Als op een bruiloft: een nieuw begin voorgoed! Met elkaar zijn we op weg naar die bruiloft van het Lam, naar dat hemelrijk! Daarom bidden we ook elke dag: ,,Uw koninkrijk kome!´´

Het beeld van onze tekst is herkenbaar: de bruidegom komt, Jézus zal weerkomen. Hij is die bruidegom. Het beeld is in deze gelijkenis op maat gemaakt. Er komt in het verhaal geen bruid voor. Dat kan niet zo goed: eigenlijk verwijzen de tien meisjes nu naar de verwachtende gemeente. En daarom blijft de bruid deze keer buiten het beeld.

Het gaat bij deze bruiloft van God immers ook om de Bruidegom: Hij is het die ons liefhad tot in de dood. Hij gaf zijn lichaam als het brood voor de wereld en zijn bloed als de levensdrank voor sterfelijke mensen. Het wordt zijn wereld en het wordt zijn feest. De bruid viert zijn verlossing. En daarom zien we de ene kerk deze keer afgebeeld door tien meisjes die de bruidegom voor zijn feest willen inhalen.

Het licht valt zo helemaal op het feest dat Hij meebrengt. De meisjes kijken vooruit in de vallende avond: hij moet er nu bijna zijn! Ze kijken door een open deur verwachtingsvol in een lokkende toekomst. Ze lijken op ons: we hebben alle voorbereidingen nu gehad. Pinksteren is voorbij: het is bijna zover! Houdt de deur maar vast open! Vier het avondmaal elke keer maar vol verwachting!

*

Zo hoopvol als het verhaal begint, zo schokkend loopt het echter af. Tot onze schrik eindigt het verhaal heel anders dan het begon. Het sluit met een dichte deur. Vijf jonge meisjes kloppen aan: ze hebben brandende feestlampen in de hand, nog maar net bijgevuld. Achter de zware poortdeur klinkt muziek en gelach. Hierbuiten maken de vijf lampjes het donker extra zichtbaar. En de dichte deur sluit vijf meisjes buiten in de duisternis.[3.3]

Deze meisjes in hun feestelijke kleren bonzen op de deur. Tenslotte gaat een klein luikje open: een bundel licht valt naar buiten. De bruidegom kijkt hen aan. ,,We zijn er´´ roepen ze, en ,,Gefeliciteerd!´´. Maar vreemd genoeg reageert de bruidegom er niet op. Hij schuift de grendels niet voor de deur weg. Onbegrijpend kijkt hij ze aan: ,,Ik ken u niet!´´. De meisjes roepen dan snel vanuit het donker: ,,Maar wij zijn de vriendinnen van Ruth en Esther en Marianne en Susanne en Loïs: je kent ons toch wel? Onze vriendinnen zijn al binnen, maar wij moesten nog even olie halen voor onze lampen´´. Nu zal de heer, denken ze, de deur wel openen en ze binnenlaten: zoveel bekende namen werken als de goede code op een cijferslot. Maar het luikje gaat dicht. Voetstappen verwijderen zich. De strook licht is er niet meer. Vijf aardige meisjes moeten op de stoep blijven staan met de nacht in hun rug.

Die dichte deur is angstaanjagend. Ze is schokkend. Waar gebeurt dat nu zo? Zeker niet op een oosterse bruiloft: daar kan de gastvrijheid niet op. Wat geeft het of je wat later komt: het feest kent geen sluitingstijden. En zelfs vreemdelingen die men niet kent, zijn er altijd welkom om het feest mee te vieren. De tijd speelt geen rol: met exacte horloges werkte men toen nog niet.

Het verhaal lijkt even op een oosterse bruiloft, maar het loopt helemaal uit de rails: het eindigt in schril contrast met een oosterse bruiloft. Maar Jezus zei dan ook niet, dat het zo toe gaat op een gewone bruiloft. Hij had in vers 1 gezegd dat het zo zal toegaan in het hemelrijk. Een open deur voor alle tien, maar het eindigt met een dichte deur voor de helft.

Je vraagt je af waarom het zo vreemd eindigt. Die vijf meisjes voor de gesloten deur zijn toch geen vijanden voor wie je de slotbrug ophaalt en de poorten vergrendelt? Het zijn vriendinnen en bekenden. Het verhaal accentueert zelfs hoe ongevaarlijk deze vijf waren. De gelijkenis gaat over jonge meisjes die geen kwaad in de zin hebben. Meestal gaan gelijkenissen over mannen (over zaaiers, herders, vaders, rentmeesters, tollenaars en anderen): het is dan ook heel opvallend dat Jezus voor deze keer eens een stel meisjes laat optreden in een verhaal. Waarom geen slaven of vrienden? Omdat het optreden van meisjes het verhaal onschuldig maakt en jeugdig. Jong zijn en een feest gaan vieren gaat goed samen. En deze bloeiende jonge meisjes passen bij een bruiloftsfeest. Maar ze maken het slot dan ook extra pijnlijk: wie laat er nu vijf van die frisse meiden buiten staan?[3.4]

Men heeft van alles bedacht om die vijf meisjes in een kwaad daglicht te zetten. Ze zullen wel ongelovigen moeten voorstellen, zeggen sommigen. Dat is echter onmogelijk. Ze stonden aangekleed voor een feest en ze waren klaar voor de bruiloft. Het feest van de bruidegom: daar willen zíj juist bij zijn! Ze zijn zeker niet afwijzend. We kunnen het schokkende van het verhaal niet wegwerken door deze vijf meisjes snel af te schrijven.

Zijn het dan misschien, zoals anderen zeggen, toch wel heel egoïstische meisjes? Zijn ze bedacht op hun eigen plezier en niet op het feest van de bruidegom? Ook dat is niet het geval. Kijk maar eens wat ze in hun handen hebben: een feestlamp die helder brandt. Ze wilden de bruidegom juist inhalen. En ze wilden hem dan niet met uitgedoofde lampen begroeten: daarom hebben ze eerst even nieuwe olie gekocht. Dat is toch aandacht voor de bruidegom en eer voor het middelpunt van het feest! We kunnen het schokkende van het verhaal ook niet wegwerken door deze vijf meisjes zwart te maken.

Tien meisjes staan als één man klaar. En de vraag is nu hoe het mogelijk is dat er vijf buiten het feest vallen? Laten we dit overbekende verhaal toch nog eens overnieuw en zorgvuldig lezen vanaf het begin.

***

Er waren tien meisjes die uitgingen om de bruidegom in te halen: ze trokken erop uit, de bruidegom tegemoet (vers 1).[4.1]

Vanwege dit begin denkt men vaak dat de meisjes een heel eind op weg gingen en toen tenslotte bij een kruispunt gingen wachten en daar in slaap vielen. Zo is het echter niet gegaan. Vers 1 is een opschrift boven het verhaal als geheel. Dit opschrift vertelt even in het kort wat er gaat gebeuren. Het wordt een verhaal over meisjes die erop uit trekken. Eerst wordt er dan iets verteld over die meisjes (de verzen 2-5) en pas in vers 6 zijn we dan aangekomen bij het moment waarop ze uitgaan om de bruidegom in te halen. We lezen dan dat het zover is dat de meisjes ook werkelijk naar buiten moeten gaan. Pas in vers 6 klinkt immers de roep waarop ze zaten te wachten: ,,Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet´´. En in vers 7 en volgende horen we hoe het dan toegaat bij dat inhalen van de bruidegom en hoe dat afloopt.

Het verhaal maakt gebruik van de bekende ceremonie van het inhalen van een naderende gast of van een veldheer of van een bruidegom. Het is een eerbetoon voor de eregast dat je niet wacht tot hij voor de poort van de stad of voor de deur van het huis staat, maar dat je hem bij zijn nadering tegemoet gaat en inhaalt. Voor die ceremonie van het feestelijk binnenleiden hadden de meisjes zich heel die avond gereedgehouden: in de feestzaal hebben ze gewacht op het moment dat de bruidegom dichtbij zou zijn gekomen. Dan zouden ze hem tegemoet gaan en binnenleiden. Zo hoorde dat. Wanneer de feeststoet nadert, ga je die tegemoet om de feestende menigte in te halen. [4.2]

Daarvoor hadden ze ook lampen bij zich. Geen gewone kleine lampjes waarmee kamertjes een beetje worden verlicht, maar speciale feestlampen (het Griekse woord (lampas) geeft dit duidelijk aan).

Het waren geen fakkels. Sommige uitleggers zeggen dit om de vijf meisjes, die straks geen olie willen uitlenen te verontschuldigen. De fakkel zou op het oliekruikje ongeveer een kwartier en niet langer branden. We lezen in vers 8 echter dat de lampen van alle meisjes al uren hebben gebrand voordat ze dreigen uit te gaan door gebrek aan olie. Het waren dus geen kortbrandende fakkels en de meisjes die geen olie bij zich hadden, hadden dus echt niet de helft vergeten. Ook zij hadden, net als de anderen, een goed gevulde feestlamp in aanslag.[4.3]

_

Maar wie denkt nu dat de bruidegom zo lang zal uitblijven? Dat is niet normaal meer! Is er een ongeluk gebeurd? Hebben rovers hem overvallen? Van alles is mogelijk, behalve dat de bruiloftsstoet nu nog gewoon zou aankomen. Zelfs de wachtende meisjes beginnen tenslotte van vermoeidheid te knikkebollen en zo vallen ze in een vaste slaap.[4.4]

We hoeven hier geen verwijt van te maken. Er moet iets gebeurd zijn waardoor de stoet niet meer kwam. In die tijd had niemand een mobieltje om de anderen te informeren. Je kon niet even een sms´je sturen. Wanneer de verwachte gast niet komt, moet je maar tot de volgende dag wachten voordat je te weten zult komen wat er gebeurd is. In het holst van de nacht komt niemand meer: er is geen straatverlichting en het is gevaarlijk zo diep in de nacht. Het slapen van de meisjes maakt dan ook duidelijk, dat ze erop rekenen dat het feest niet meer doorgaat. De morgen zal het onheil wel bekend maken!

_

Maar dan klinkt nota bene in het holst van de nacht toch nog de roep: ,,Zie, de bruidegom komt, gaat uit om hem in te halen!´´ Deze roep is normaal, maar de tijd volstrekt niet.[5.1]

Stel je voor, dat je naar het gemeentehuis bent gegaan omdat een vriendin van je gaat trouwen. Je staat buiten bij de stoep te wachten tot de trouwauto zal voorrijden. Dat wil je zien. En je wacht. Maar het duurt lang. Niet een half uur, maar al wel een halve dag. Daar sta je maar, uur in, uur uit. Het wordt donker. De winkels sluiten. Dan verwacht je toch niet meer dat in de late avond de trouwauto nog zal voorrijden en dat de deur van het gemeentehuis zal openzwaaien alsof er niets bijzonders is!

Zo moesten ook de tien meisjes wel aannemen dat er die dag niets meer van zou komen. De lampen, die goed waren gevuld, blijken nu ook aan het einde van hun geduld te zijn gekomen. Ze konden niet eindeloos in aanslag blijven! [5.2]

Toch klinkt op dit onmogelijke uur vanuit de diepe nacht de oproep dat de bruidegom er aan komt. Dat is haast niet voorstelbaar. Maar nog minder voorstelbaar is dat vijf meisjes extra olie bij zich blijken te hebben waarmee zij de lampen kunnen bijvullen. Zo kunnen zij de bruidegom zelfs op dit gekke tijdstip tegemoet gaan om hem binnen te halen met brandende feestlampen. De andere meisjes staan er beteuterd bij. Zij proberen nog vlug wat olie te kopen. Wanneer de anderen brandende lampen hebben, kun jij toch niet met een uitgedoofde lamp er bij lopen! Dan nog maar even achterom bij de koopman om wat olie te halen! Ze willen het mooi houden voor de bruidegom. Maar daardoor komen ze wel wat later. De deur is al dicht. Maar dat geeft niet: die kan wel weer open, denken ze. Maar hij blijft dicht. En daar kijken we nu weer tegen die schokkend dichte deur aan en we begrijpen het misschien nog minder dan zostraks.

Veel mensen denken namelijk dat het gewoon was om reserve-olie mee te nemen. De onverstandige meisjes zouden dan eigenlijk nalatig zijn geweest. En dan komt men er al gauw toe, die meisjes als egoïstisch aan de kant te schuiven. De andere vijf zijn dan braaf: zij hebben keurig gezorgd voor het feest. Zij hadden de olie bij zich: volgens de protestantse uitleg is dit de olie van het geloof en volgens de rooms-katholieke uitleg is het de olie van de goede werken. De domme meisjes zouden dan dus tekort schieten in geloof of goede werken.[5.3]

Het is echter helemaal niet waar, dat men reserve-olie bij zich moest hebben. U kunt dat wel nagaan: de lamp bevatte zoveel olie, dat zij midden in de nacht nog brandde en toen pas langzaam uitging. Het was dus helemaal niet zo nodig om meer te doen dan je lamp goed vullen. Dat is ruim voldoende voor het doel waar het om gaat: de heer binnenhalen. Niemand rekent er toch op, dat zo´n bruiloft pas zou beginnen in het holst van de nacht?!

Wanneer je naar dat gemeentehuis gaat om de bruid te zien aankomen neem je misschien een paraplu mee, maar je piekert er toch niet over om een zaklantaren mee te nemen omdat het wel eens laat zou kunnen worden? Wie wacht er nu bij de stoep van het stadhuis op de bruid met een zaklantaren in de hand?

Het bijzondere is dan ook niet dat vijf meisjes geen extra olie hadden, maar dat vijf anderen dat wel hadden. Wat zij hebben gedaan is heel apart. Ze dachten blijkbaar: je kunt nooit weten! Ze waren heel pessimistisch, wanneer het om een gewone bruiloft zou zijn gegaan. Maar binnen het verhaal over Jezus´ komst blijken zij juist de verstandigen te zijn. Zij rekenden op de Heer zowel vroeg als laat. Ze zorgden voor een héél lange adem. En dat noemt onze Heiland in dit geval `verstandig´.[5.4]

_

Hij zegt in vers 13: ,,jullie weten de dag niet en het uur niet´´. De deur naar de toekomst is open: de bruidegom komt eraan. Jezus komt haastig. Maar wanneer?

Omdat we het niet weten moeten we ook niet een klein beetje doen alsof we het wel weten. De vijf domme meisjes dachten dat het in ieder geval niet midden in de nacht zou zijn. Maar wie weet dat, wanneer het gaat om het hemelrijk!

Jezus zegt: ,,Jullie moeten waken´´. Daarmee valt hij het slapen van de meisjes niet aan. Hij geeft te kennen, dat we attent moeten zijn en geen enkele mogelijkheid moeten uitsluiten. Anders zou het moment ons kunnen overvallen.

In de christenheid van de 21ste eeuw - het holst van de nacht - is bij velen de olie op. Wie rekent er nu nog op een echte wederkomst en een opstanding van de doden? Velen die zich willen richten op de Here Jezus als hun Heer hebben geen brandende feestlamp meer voor zijn bruiloft. Is het niet begrijpelijk? Je kunt na 2000 jaar toch niet meer de vervulling verwachten van uitspraken uit het jaar 33? Daarvoor is het toch te laat geworden?

Maar ook in het persoonlijk leven van velen die nog wel de wederkomst verwachten, ontbreekt soms het waken. De tegenstelling loopt dwars door de groep heen. Het was een hechte en gezellige groep: die tien meisjes. Toch valt ze uiteen in vijf-vijf. Hoe rekent u nu zelf? U verwacht de Here, maar misschien zijn er voor u toch ook wel momenten waarop u Hem in ieder geval niet verwacht.

Maar stel nu eens dat de Here wél op zaterdagavond in het holst van de nacht zou komen, zo tegen de sluitingstijd van bar en disco? Houdt u daar rekening mee? Of zijn dat voor jullie, voor u, uitgesloten tijden? Ben je op zulke momenten niet direct beschikbaar om je Heiland tegemoet te gaan?

Het is begrijpelijk: het lijkt immers zo onwerkelijk. Maar luister dan toch naar die vreemde geschiedenis van deze meisjes. Ze waren er echt op uit om de bruidegom in te halen. De feestlampen vol olie: een zondags gezicht. Maar de helft verwachtte hem niet op een zo laat, een zo ongemakkelijk tijdstip. En juist toen kwam hij.

En nu komen we voor de derde keer voor die dichte deur te staan. Onverwrikbaar. Het hemelrijk kent sluitingstijd en dan kom je er nooit meer in: dan kent de Here Jezus je niet![6.1]

_

Is dat niet hard?
Die arme jongelui!
Ze missen de bruiloft. Zo zullen velen de eeuwige vreugde missen en achterblijven bij hun nagevulde lampen die snel zijn uitgebrand om het duister voorgoed te laten heersen.

Waarom heeft de Here zo´n somber verhaal verteld? Is Hij zo hardvochtig als die bruidegom?

***
***

Nee natuurlijk niet! JUIST NIET!

Die bruidegom had immers niets gezegd.

Wat dacht u: wanneer hij dat wel had gedaan, dan hadden die vijf domme meisjes natuurlijk ook wel extra olie meegenomen voor de zekerheid. Hadden ze maar geweten, dat de bruidegom zelfs op zo´n extreem laat uur kon komen!

Gelukkig bent U veel beter af dan zij! U weet het wel van tevoren!
Tegen u heeft de bruidegom het bij voorbaat gezegd. Hij heeft het van tevoren gezegd dat Hij vroeg of laat kan terugkomen, in ieder geval op een heel onverwacht tijdstip. U zou toch wel echt dom zijn wanneer u nu niet uw maatregelen nam en klaar was, op alles voorbereid. U kunt onmiddellijk naar de winkel gaan en olie halen voor reserve. U kunt zich tijdig installeren voor zijn komst, wanneer ook maar. Daartoe heeft Hij u dit waarschuwend verhaal verteld.[6.2]

Zal het van de week zijn? Op school of in je vacantie? Onder kerktijd of terwijl je muziek draait? Opeens zal de bazuin klinken: ,,Kom tot uw Heiland´´. Als je dan maar niet schrikt en moet zeggen: daar ben ik nu even niet aan toe! Want dan gaat de Heer de feestzaal binnen zonder u, zonder jou! Hij had het toch op tijd gezegd?

Hij wil u, Hij wil jou er graag bij hebben op dat moment. Hij wil dat het verhaal van de tien meisjes niet uiteenbreekt in twee verhalen van 5 en nog eens 5 meisjes. Jezus heeft dit verhaal juist verteld om van die 5 weer 10 te maken: tien verstandige meisjes, op tijd voorbereid voor elk uur. Op tijd voorzien van hun zaklantaren.[6.3]

Vraag je als een gewaarschuwd mens ieder uur af: zou ik Hém op dit moment graag zien komen? Past de muziek wel? Is dit wel de juiste omgeving? Heb ik niet teveel gegeten of gedronken? Wanneer de Heer komt, gaat het snel. Dan heb je geen tijd meer om de dansvloer op te ruimen of de bierkrat weg te werken of je programma af te sluiten. Dan is de tijd te kort om overeind te komen uit onze luie stoel waarin we de tijd verpraatten of verkeken. Ook een laat uur kan het laatste zijn![6.4]

*

Zo was uw Heiland voor u aan de lijn in deze tekst: Hij had een boodschap voor ons allemaal, ouden en jongen. Hij heeft weer opgelegd. En wat doen wij? Overgaan tot de orde van onze dag? Een beetje doorleven in het cultuurtje van onze groep of onze jongeren? Je houdt graag deuren open naar van alles en nog wat, misschien. Maar denk aan die dichte deur. Potdicht en dat voor frisse, jonge mensen!

Geef de Here liever antwoord. Dat is echte voorbereiding voor het hemels feest! We hebben zijn boodschap op tijd gehoord. Wat een vreugde wanneer we op alles zijn voorbereid, vroeg en laat, want je weet maar nooit! Laat dit je reactie zijn op deze tijdige gelijkenis: ,,Goede Heiland, kom maar zo laat als U wilt: voortaan is mijn tijd altijd Uw tijd!´´.


AMEN [7]



LEESTIP VOOR PREEKVOORLEZERS:
Deze preek kan als losse preek gelezen worden, maar ook als onderdeel van een drieluik over Matteüs 25.



- Terug naar menu