- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

In het menu Artikelen vindt men een bijdrage met de titel Aandacht voor Apostelen. Daarin zijn drie kleine bijdragen te vinden die kunnen dienen als ondersteunend materiaal voor een serie (lees)preken over de 12 artikelen (zondagen 9-22).



ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 48:1,4 (Deze God is onze Koning: zie zo heerlijk is zijn woning)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 48:3 (Heel de wereld moet U vrezen)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 16:13-19; Openbaring 7:9-17 (Over de gemeente van Christus)
Zingen: Psalm 23:1,3 (Dat ik in het huis des Heren mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren)
Tekstlezing: HC Zondag 21
Preek over de algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden
Zingen: GK-2006 Lied 118 (God is getrouw, zijn plannen falen niet)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 70 (Gij dienaars van Hem die alles regeert)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 48:1,4 (Deze God is onze Koning: zie zo heerlijk is zijn woning)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Matteüs 16:13-19; Openbaring 7:9-17 (Over de gemeente van Christus)
Zingen: Psalm 23:1,3 (Dat ik in het huis des Heren mijn leven lang vol vreugde blijf verkeren)
Tekstlezing: HC Zondag 21
Preek over de algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden
Zingen: GK-2006 Lied 118 (God is getrouw, zijn plannen falen niet)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 139:2,3 (U looft d' apostelschaar in heerlijkheid))
Collecte
Zingen: GK-2006 Lied 70 (Gij dienaars van Hem die alles regeert)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 21

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________





[1]


DE NIEUWE MENSHEID




Vandaag gaat het over de kerk, de gemeente van God.[2]

Als nu in onze belijdenis het woord ,,kerk´´ valt, dan denken mensen bij dat woord al gauw aan van alles en nog wat.

Aan het kerkgebouw dat nog niet is afbetaald.
Aan de kerkelijke verdeeldheid die nog niet is opgelost.
Aan de kerkgeschiedenis die vol vreugde maar ook vol onrecht is.


En veel mensen worden niet zo erg gelukkig wanneer ze het woord ,,kerk´´ horen.
Ze willen luisteren naar het evangelie van Christus, maar de kerk interesseert hen minder.
Het woord ,,kerk´´ veroorzaakt bij velen zoveel ruis, dat ze er niet blij van worden.
En velen maken hier een tegenstelling: wél de Christus, níet de kerk!

Dat is heel jammer.
Dat we zo vaak door de mist hier beneden de hoge bergen niet meer zien.
Want als je de kerk goed ziet, dan word je vervuld van verlangen en hoop en blijdschap.

*

De kerk is de rijke belofte van God.
De kerk is iets dat je gelooft.
De kerk staat niet voor niets in de 12 artikelen van ons geloof.

In die 12 artikelen belijden we niet wat we zien of zelf gemaakt hebben, maar wat God ons openbaart en belooft.
Zo belijden we Gods Vaderlijke zorg en leiding, de toekomst van de Zoon, de troost door de Geest.
Dat zijn geloofsstukken, die niet onderworpen zijn aan het aardse wel en wee en die niet afhankelijk zijn van menselijk doen en laten.

Wat je gelooft, dat zijn dingen waar mensen nooit aan kunnen komen: dat is de onaantastbare erfenis die we in de hemel hebben.
Dat beseffen we wel wanneer het gaat over Vader, Zoon en Geest.
Maar we staan er vaak heel weinig bij stil wanneer het gaat over de kerk.
En toch is ook de kerk een werk van God waar geen mens iets aan kan verprutsen, een werk dat ons geopenbaard wordt en beloofd is.
Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk.
Het wordt tijd om niet langer wat te praten of te kritiseren, maar om weer te geloven.
Dan lost de mist op en we zien opeens de berg van God: Sion!

*

Wat is dan die kerk?
Eigenlijk is de kerk dat waar ook de wereld naar verlangt en naar zoekt zonder het te weten.
Het lijkt wat vreemd om dit te zeggen: de wereld heeft immers helemaal geen belang bij de kerk en wanneer we het over de kerk hebben, lijkt het een zijweg van de hoofdweg ,,mensheid.´´ Alsof de kerk een afscheiding is binnen de mensheid, een groepje voor liefhebbers.
Maar in werkelijkheid is de kerk de mensheid zelf, de nieuwe mensheid zoals God die belooft en bewerkt.[3]

Diep in onze menselijke samenleving leeft het ideaal van die nieuwe mensheid: de verenigde mensheid met onderlinge vrede en met veiligheid.
In de tijd na de profeten, toen het davidisch koninkrijk Juda van de kaart was geveegd en de Jeruzalem een tempelstad onder de Perzen was, schreef de Griekse filosoof Plato een beroemd boek over de ideale Staat. Die Staat zou bestaan uit een mensheid die zuiver en rechtvaardig geregeerd werd en die harmonisch paste in het geheel van de zichtbare en de onzichtbare wereld. Het was de droom van een filosoof, maar wel een droom die tot vandaag toe wordt gedroomd.

We leven immers in een mensheid waar dit ideaal geen werkelijkheid is. Een wereld waarin geweld heerst, en waar kinderen uitgebuit worden of als kindsoldaat moeten optreden, een wereld vol ruwheid waarin idealen verwelken en doodgaan.
In die wereld blijft de mensheid, in ieder geval met de mond, streven naar verbetering. Er is, onderdrukt of niet, een verlangen naar een mensheid die eenparig samenwoont en waar vrije handel, recht, veiligheid en vrede bloeien.
Dit ideaal ligt aan de wortel van de Verenigde Naties en het stimuleert hun interventies en vredesoperaties.
Dit ideaal doortrekt ook de Nederlandse samenleving: men verlangt naar integratie en vreedzaam samenwonen. Hoe krijgen we een werkelijke gemeenschap die veilig is en waar het goed is voor mensen om te leven? Dat is de zoekvraag van links en rechts. Dat verbindt alle partijen. Het is het verlangen naar de volmaakte Staat op aarde.

Toch lijkt het ideaal altijd maar onbereikbaar te blijven.
De integratieprobleem zijn nationaal en internationaal onoplosbaar: krijgsheren blijven door Afghanistan en Afrika sporen van bloed trekken, hindoes en islamieten staan met kernwapens tegenover elkaar, en burgers in Nederland ontvluchten wijken die overheerst gaan worden door allochtonen.
De ideale samenleving ontglipt ons altijd weer.
Toch houden mensen niet op, ernaar te verlangen en er naar te streven.

*

En men beseft niet dat men eigenlijk verlangt naar de kerk, de gemeente die door God beheerst wordt.
Alleen wanneer God de mensheid organiseert, wordt het een nieuwe en verloste mensheid die in vrede de aarde bewoont en waar de tranen verdwijnen.
De bijbel belooft wat mensen in hun idealen niet vergeten zijn: de vrede op aarde.
En wij leren die nieuwe mensheid belijden onder de naam Kerk van God.
De kerkvader Augustinus heeft als christen ook een boek geschreven over de Staat. Het was zijn christelijk antwoord op de filosofie van de Grieken. Zij hadden hun menselijke wensdroom over de Ideale Staat die zij zelf wilden organiseren. Augustinus beantwoordde die droom met een boek over de beloften van God. Hij noemde het ,,Gods Staat.´´ En het ging over de kerk zoals deze vergaderd wordt van het begin van de wereld tot het einde toe.

De catechismus vat dit kort samen en boven zondag 21 zou je ook kunnen zetten: ,,Over Gods Staat: over de nieuwe mensheid.´´
Het gaat in zondag 21 over de belofte van Openbaring 7. In dat hoofdstuk wordt ons een nieuwe mensheid getekend, één en al lied, zonder tranen, en zonder honger of dorst, een mensheid onder één Koning, het Lam dat in het midden van de troon is.
Hoe kan deze nieuwe mensheid een werkelijkheid worden?
Dat belijdt zondag 21.

*

De vernieuwde mensheid is helemaal alleen te danken aan Christus.[4]
Lees maar antwoord 54.

Het is de Zoon van God, onze Heer Jezus Christus, geboren uit de maagd Maria, die de ontelbare schare als Goede Herder ,,vergadert, beschermt en onderhoudt.´´
Van begin tot eind is de nieuwe mensheid zijn werk.
Hij is het die begint met het bijeenbrengen. Hij laat ze onderweg niet aan zichzelf over en Hij brengt ze veilig in de stal.
Zijn gemeenschap is kostbaar: tot het eeuwige leven uitverkoren.
Een sieraad voor de eeuwigheid.

En onze Heiland opent zijn armen wijd.
Hij beperkt zich niet tot één volk, bijvoorbeeld de joden. Zijn hart is zo wijd als de hele mensheid: van alle kleuren en uit alle talen wil Hij de nieuwe mensheid bouwen. De ontelbare schare is niet een blanke schare of een zwarte mensheid: het is een mensheid met alle kleuren van de regenboog. Echt een mensheid uit Sem, Cham en Jafeth gebouwd.

Het bijzondere is dat Jezus, onze Koning, zijn toekomstvolk niet organiseert met dwang en door veroveringsoorlogen: zo worden de meeste volken op aarde ,,gemaakt.´´ Met geweld, door inlijving of door deportatie of door verdrijving. Maar Jezus brengt zijn volk bij elkaar ,,door zijn Geest en Woord.´´
De Geest werkt niet met kracht en geweld, maar door innerlijke overtuiging en door genezing.
En het Woord is geen bevel, maar een aanspraak waarin de Herder ons bij name roept.
Niemand kan Christus tegenhouden bij het bouwen van zijn mensheid, en toch gebeurt het in rust en stilte, zonder wapens of geweld. Het gebeurt door het woord van de prediking dat mensen in de wind kunnen slaan. Maar omdat de wind van de Geest ook waait, worden toch mensen door deze prediking getrokken en gewonnen.
Zoals de Geest van God waaide over de woestheid en leegheid en door Gods spreken toen hemel en aarde werden toebereid in zes dagen, zo zweeft de Geest van God boven de mensheid van deze eeuwen en door het woord van de prediking blijkt nu een nieuwe schepping te worden opgeroepen: een schepping die voor eeuwig zichtbaar is voor de troon van God.

*

Hoe is het mogelijk dat aan Jezus gaat lukken wat geen keizer op aarde kan klaar krijgen?
Waarom is er nu wel die eenheid van mensen in het nieuw Jeruzalem?
Omdat dit een eenheid is van het ware geloof.
Hier komen we nu precies op het punt waar de zwakte van de menselijke pogingen en politiek zichtbaar wordt: er is geen mensheid mogelijk zonder geloof in God, zonder buigen voor zijn scheppersmajesteit, zonder lof op zijn grootheid. De mens is helemaal aangelegd op de lof van God in al zijn doen en laten. De mens ademt op het geloof in zijn Maker. Zonder dat geloof gaat alles uiteenvallen en de menselijke samenleving wordt een jungle.
Het geheime wapen van Jezus Christus tot herstel van de mensheid, is het herstel van het geloof in God.
Het ware geloof is een houding van afhankelijkheid en vertrouwen.
En de Zoon bidt elke dag de Vader dat het geloof van mensen zoals Simon Petrus en vele, vele anderen, niet mag ophouden. En door deze hogepriesterlijke voorbede houdt het geloof niet op en doordat het geloof niet ophoudt, ontstaat er eenheid van geloof. En deze eenheid wordt stralend gezien aan het einde van de tijd, wanneer de gelovigen voor de troon van God zijn en Hem dag en nacht vereren in zijn tempel.

De nieuwe mensheid, de ideale Staat, is een belofte.
Daarom eindigt antwoord 54 ook niet met de woorden: ,,en daaraan moet ik als kerklid nu ook mijn steentje bijdragen.´´ Zo eindigt dit antwoord niet. Want de kerk is van het allereerste begin tot het allerlaatste einde uitsluitend het werk van Christus en van zijn Geest. Daar kan ik niet aan meewerken. Daar hoef ik geen vrije bijdrage voor te geven. Die algemene, christelijke kerk uit alle talen en landen, is uitsluitend een geschenk.
Van u wordt alleen maar verwacht, dat u verwonderd bent.
En dat u de berg Sion aanschouwt en God de eer geeft: ,,Ik geloof uw kerk, kom mijn ongeloof te hulp.´´

Dat moet je zeker bidden wanneer je maar wat weinig geïnspireerd bent door de belofte.
Want je bent een onderdeel van die belofte.
Bij de nieuwe mensheid gaat het om mensen, om u en mij.
De kerk geloven moet ook voor mijzelf zekerheid betekenen: dat ik ,,van die gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven.´´ Dit is niet bedoeld als uitspraak van vastberadenheid (,,al zouden ook allen u verloochenen, ik niet´´), maar het is bedoeld als uitspraak van vertrouwen.
Ik weet dat Jezus de schapen leidt en de lammetjes draagt.
Nu ik geloof in Hem, weet ik mij veilig: Hij zal mij zeker weiden en voeren naar waterbronnen des levens. Ik behoor bij mijn Heiland en ik vertrouw mij zo aan Hem toe, dat ik niet twijfel of Hij zal mij geleiden en een plaats geven in zijn nieuwe mensheid. Openbaring 7 is mijn persoonlijk toekomstbeeld: door Hem zal ik eeuwig blijven!


*

Wordt er nu vandaag ook al iets zichtbaar van deze toekomst?
Natuurlijk.[5]
Het is als in de dagen van Abraham of Johannes.
Aan Abraham was de nieuwe mensheid beloofd: ,,in u zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden!´´ Toekomstbelofte die nog geen zichtbare werkelijkheid was. Belofte ook waar Abraham zelf niet aan kon werken. Maar wel een belofte die Abraham geloofde en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. En er was een teken van die toekomstige ,mensheid in de tenten van Abraham waar Isaak besneden werd, die Abraham zelfs in geloof aan God had willen offeren.

Aan het volk Israël was beloofd dat het een uitverkoren volk, een natie van God zou zijn. Maar dat is niet zo tastbaar geworden in de wereld van dit tijd omdat de omliggende volken daar niets van wilden weten en omdat Israël nogal vaak afdwaalde. Toch waren er de gelovigen die gingen bidden in de tabernakel, zoals Hanna de moeder van Samuël. En in de volkerenwereld van die tijd was er in Jeruzalem een altaar waarvan de rook omhoog steeg tot een liefelijke reuk voor de HERE.

En wanneer Johannes op Patmos gevangen zit, dan is de gemeente van gelovigen nog verstrooid in de hele wereld en hij zelf is in ballingschap. Bovendien ontbreekt er veel aan de zeven gemeenten. Toch is er op Patmos een man die zijn Heiland aanbidt en het visioen van Openbaring 7 gelovig opschrijft. En in de zeven gemeenten zijn ook mensen die hun gewaden gewassen hebben in het bloed van het lam en die geen gemeenschap hebben met de verkeerde werken van bijv. Izebel.

Zo is er vandaag de gemeenschap der heiligen.
Overal in de wereld zijn de wedergeboren kinderen van God: zij hebben deel aan al de schatten en gaven van Christus. En wat zij persoonlijk hebben, dat hebben zij ook samen. En dit samen delen in de genade krijgt ook gestalte in kleine en grote gemeenschappen van gelovigen. Kerken op aarde waar wordt geloofd, gezongen en gebeden: een voorproefje van de éne kerk die bijeengebracht wordt voor de troon.

*

Wanneer je door geloof deze wonderen ziet in je eigen leven en dat van anderen, dan weten we ons ook verplicht de gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken.
Dat is de training voor het leven in de verloste kerk in de eeuwigheid.
En tot die training behoort dat we als gelovigen elkaar niet links laten liggen, maar elkaar opzoeken en met elkaar delen en elkaar sterken.

En zo ontstaan gemeenten. Met oudsten. Met samenkomsten.
Omdat ik de nieuwe mensheid geloof, blijf ik zondags niet thuis maar ga ik naar de gemeente dichtbij, in de verdrukking of de verstrooiing. Ik begin alvast!
Die gemeente deelt nog in de zwakheden van onze zonden: soms wenden mensen zich dan ook geërgerd af van de kerk. Niet meer hun ideaal. Die kerk op aarde valt maar tegen. En men begraaft zijn talent in de grond: mij niet gezien.
Maar dan hadden we ook een heel laag en aards idealisme. Alsof de gemeente onderweg de totale vervulling is van de kerkbelofte. Je moet eerst de kerk geloven, uitkijken naar de schare van het Lam. En dan moet je vanuit dit geloof samen op weg gaan, elkaars zwakheden dragen en elkaar steeds weer tot de orde van de Heiland roepen. Dat is de gemeenschap der dienstbare heiligen op de weg naar de gemeente van Christus voor de troon van God.

*

We weten allemaal wel dat de aardse kerkgeschiedenis lang niet altijd hoopvol is: de zeven gemeenten waren al boordevol putten en dwaling.
Het is niet voor niets dat in één adem met het geloof in de kerk, de gemeenschap der heiligen, ook de belijdenis staat van de vergeving van de zonden.
Wij kunnen niet leven uit eigen gerechtigheid, ook niet uit kerkelijke gerechtigheid.
Gemeenten kunnen alleen maar bestaan wanneer ze leven uit de rechtvaardiging door het geloof. En dat is de aanvaarding van Gods genadige vergeving, maar ook de erkenning van eigen schuld en zonde.
In het Oude Testament vind je veel gebeden vanuit de kerkgemeente die vol zijn van schuldbelijdenis.
En in onze liturgie heeft het gebed van schuldbelijdenis een vaste plaats.
Als er nu één gemeenschap op aarde is die niet op zichzelf vertrouwt, op ras of bloed of cultuur of hoogheid of geschiedenis, dan moeten het de gemeenten van Christus zijn. Zij oefenen zich in het erkennen van hun zondige aard waarmee ze al hun leven nog te doen hebben. Zij oefenen zich in het vertrouwen op kwijtschelding van straf. Zij leren steeds beter de ogen op te slaan tot hun Meester opdat Hij ons genadig zij.
Ik geloof de vergeving der zonden: dat is de reddingsboei van de kerk op aarde.


*

We leven, broeders en zusters, in een wereld met een ontwrichte mensheid.
Ook een mensheid die zich afsluit voor God en die op eigen kracht wil bouwen aan de vrede onder mensen.
Laat uw geloof in de nieuwe mensheid van Christus schijnen onder de mensen.
Laat hen voelen dat u aangenomen bent en tot een vreedzaam volk behoort dat de aarde zal beërven.[6]
Vind rust temidden van alle, ook kerkelijke onrust, in uw vertrouwend belijden van de Goede Herder en zijn kudde die Hij zal weiden tot in eeuwigheid.
En leer dankbaar en verlegen zeggen: ,,Van die gemeente ben ik een levend lid en dat zal ik, dankzij Hem, eeuwig blijven.´´
Dat is de troost van Gods belofte over de algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving van de zonden.
Ik zie de berg in de verte: Gods Sion staat vast!
Laten we samen op weg gaan, in geloof!


AMEN[7]


- Terug naar menu