- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

In het menu Artikelen vindt men een bijdrage met de titel Aandacht voor Apostelen. Daarin zijn drie kleine bijdragen te vinden die kunnen dienen als ondersteunend materiaal voor een serie (lees)preken over de 12 artikelen (zondagen 9-22).


ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 84:1,3 (Zij worden door uw overvloed gesterkt met nieuwe levensmoed)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 86:4 (Leer mij naar Uw wil te handelen)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Romeinen 8:12-30
Zingen: GK-2006 Lied 103:3,4,5,8 (Geest van de Vader en de Zoon)
Tekstlezing: HC Zondag 20
Preek over het geloof in de Heilige Geest
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 36:2 (Uw goedheid is hemelhoog)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 84:1,3 (Zij worden door uw overvloed gesterkt met nieuwe levensmoed)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Romeinen 8:12-30
Zingen: GK-2006 Lied 103:3,4,5,8 (Geest van de Vader en de Zoon)
Tekstlezing: HC Zondag 20
Preek over het geloof in de Heilige Geest
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 106:4 (O Heilge Geest ons hoogste goed)
Collecte
Zingen: Psalm 36:2 (Uw goedheid is hemelhoog)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 20

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



DE GEEST OOK MIJ GEGEVEN




[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Vandaag moeten we iets leren zeggen waar we misschien moeite mee hebben.

We moeten leren zeggen: ,,De Geest is ook mij gegeven.´´[2.1]

Kunt u dat zeggen? Weet je dat zeker? Zeggen we dat allemaal de catechismus na: ,,gegeven ook aan mij, ook aan mij?![2.2]

Het is niet moeilijk om te zeggen dat de Geest gegeven is. We hoeven alleen maar Handelingen 2 te lezen en we weten het weer: de Geest is uitgestort op het Pinksterfeest. Er waren de vurige tongen en de geweldige gedreven stormwind. En de apostelen spraken in andere talen. De profetie van Joël werd vervuld! Dat gelooft u toch ook wel: de Geest werd uitgestort op het Pinksterfeest?!

Maar nu vandaag bij zondag 20 moeten we leren zeggen dat die Geest ook mij gegeven is. Dat komt opeens dichtbij. Hoe moet ik dat weten?[2.3]

*

Soms denken christenen dat je het moet merken aan net zulke dingen als op de Pinksterdag. Dat je in tongen spreekt. Of dat je kunt genezen op gebed.

Maar als je dat nu niet kunt? Hoor je er dan niet bij? Sommige christenen vragen zich dat echt af. En ze voelen heimwee naar die bijzondere gaven. Als je dat nu eens had, dan zou je het zeker weten: de Geest is ook mij gegeven.

Maar is dat wel zo? Zouden we het dan zeker weten? Ik denk dat dit tegenvalt. Tongentaal komt ook in niet-christelijke godsdiensten voor. Wonderen van genezing gebeuren ook buiten het christendom. Waarom zouden zulke tekenen je opeens bewijzen dat je de Geest van Christus hebt?

Wanneer je wilt weten of je de Geest wel hebt, moet je eerst vragen: wie is Hij. [2.4]

De Geest is geen tongentaal of kracht om te genezen. Hij kan dat wel geven en Hij is dan ook in dat alles aanwezig, maar dat is Hij zelf nog niet. Hij gaat niet op in zijn gaven. Hij is de Gever zélf!

*

Hij zelf is God. De catechismus zegt dat Hij samen met de Vader en de Zoon echt en eeuwig God is. Een klein zinnetje, maar een wereld die ons verstand ver te boven gaat.[3]

Wanneer wij belijden dat de Geest echt en eeuwig God is, zeggen we al iets dat we wel zeggen, maar helemaal niet aan kunnen. Dat woord God is ons eigenlijk al veel te machtig. Daar kun je koud van worden, wanneer je er bij stilstaat. Dat er Iemand is die er altijd was. Voor wie niets verborgen is. Voor zijn ogen is alles kristalhelder. En Hij is almachtig. Nooit is er iets of iemand die tegen Hem op kan. Job niet en de satan niet. Voor Hem kun je niet wegkruipen. Mensen ontkennen Hem wel, maar dat helpt niet. Je kunt je ogen wel dichtdoen voor het licht, maar de zon blijft toch wel schijnen. God is aan ons begin. En Hij staat aan ons eind. Waar zou ik heengaan om aan Hem te ontkomen? Ik kan als mens alleen maar betrapt stil blijven staan: er is geen ontkomen aan. Geef je over: aan God ontkom je niet.

Zo is dus ook de Geest. Paulus zegt: niemand weet wat in de mens is dan zijn eigen geest. Zo weet ook niemand wat in God is dan de Geest van God. Hij doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God (1 Kor.2:10-11). Waar wij ook doordringen met ons menselijk denken en onderzoeken en uitvinden, de Geest was ons al voor. Wij kunnen zo ver niet in het heelal doordringen met onze kijkers, of Hij is daar al. Hij kent oneindig beter dan wij het ooit zullen vermoeden de diepten ervan, de kometen en hun gangen, de mysteries van de zwarte gaten. Wij kunnen met onze microscopen niet zo afdalen in de kleinste diepten van de micro-organismen, of de Geest is daar en doorgrondt dat waar wij nog nauwelijks besef van hebben.

De Geest is de ademtocht van de schepping. Stof is de aarde, maar daarin trilt de Geest en dan gaat het leven, bloeien, kruipen, staan, praten, zingen, tjilpen, koeren, fluisteren, zwijgen. Deze Geest is onoverwinnelijk leven. De ziekten slaan toe, de oorlogen razen, de dood slaat in, maar de wereld overleeft. Wij klagen over de littekens van het leven, maar verwonder u: de schepping blijft ademen. De Geest van alle leven blijft merkbaar. De schepping zucht wel, maar zij zijgt niet ineen. De Geest van alle leven is God en wie zou Hem overwinnen. Aan Hem kunnen wij ons overgeven, maar nooit kunnen wij Hem weerstaan.

De Geest is God. Persoon. Eeuwig: vóór mij en ná mij en achter mij.

*

En Hij is God met de Vader en de Zoon. [4]

Er zijn mensen die geloven in het leven, in de godskracht in alle dingen. Het lijkt een beetje op ons spreken over de Geest. Maar het is totaal anders. Want de bijbel spreekt niet over een losse levenskracht of over scheppingsdynamiek of over een afzonderlijke levensgod. De bijbel laat ons zien dat de Geest die alles doordringt, God is in gemeenschap met de Vader en de Zoon.

Dit betekent dat door Hem de Vader in alle dingen is. Het leven golft niet voort als de nooit opdrogende oceaan, maar de Geest voert daarin de wil van de Vader door en brengt er richting in aan. De gigantisch levende aarde waarop ook wij een bewegend plaatsje hebben, is méér dan een biotoop met een wankel evenwicht. We zijn met alle leven niet kwetsbaar uitgeleverd aan het geluk van de zon of de dreiging van gaten in de ozonlaag. Het leven dat leeft is niet vaderloos en als een weeskind in het heelal. De Geest van leven die het doet ademen, is de Geest van de Vader die draagt en verantwoordelijk is en zorgt en naar een toekomst stuurt. Zo is het door de Geest van God die samen met de Vader God is, dat deze aarde en dit land met zijn weilanden en vogels, gezonde mensen en zieke, niet stuurloos dobbert op de golven van leven en dood: deze aarde drijft in het diepe geheim van de stroom van de Geest die uit de Vader en tot de Vader is. Het leven komt ergens uit. De schepping komt ergens terecht. Ondanks alle aanvechting van satan en dood. Het leven dat trilt in al wat is, is geen stuiptrekking vóór de dood, maar de adem van de Geest op het ritme van het woord van de Vader.

*

En deze Geest is echt en eeuwig God, samen met de Zoon. Dit is het tweede mysterie van het leven. Al wat ademt en leeft, zingt en fluistert niet alleen, maar het vloekt ook en schreeuwt. Er gaat een kreet van de satan door het levende, een huiver van de haat. De hand die leeft kan vioolspelen, maar ook doden. De mond die zingt, kan ook schelden. Zo raakt het levende besmet, verontreinigd. Wie reinigt het slib van dit leven? Christus is daarvoor gekomen: Hij stierf tot een volkomen verzoening van onze zonden. Isoleert dit ons opeens van dat besmette leven en weekt het ons los van de levende aarde? Nee, de Geest is ook de Geest van de Zoon. Het leven is niet alleen kracht en wil, maar het is ook liefde. De Geest ademt in de wereld op het ritme van de liefde van de Zoon.

Op aarde groeien bomen. Daaronder is ook de boom voor het kruishout. En het kruishout stond op Golgota, maar het is deze houten paal die de bomen op de aarde spaart. Dit is het mysterie van de liefde van de Zoon. Die liefde is door de Geest het levensbloed van de aarde.

Over Hem spreken we vanmiddag. Houd je adem in, wanneer je nadenkt over de adem van God, de Geest in alle dingen, uitgaand van de Vader en de Zoon samen. Echt en eeuwig God. Over Hem kun je niet praten of denken zonder je schoenen van de voeten te doen en stil te worden.

*

En nu keer ik schoorvoetend terug naar wat we vanmiddag moeten leren zeggen: dat Hij ook mij gegeven is.[5]

Dit komt nu in een ander licht te staan. Hoe kan God, een levende Persoon, gegeven worden? Aan mensen kun je kennis of vaardigheden overdragen, maar een persoon wordt niet overgedragen. Die blijft zichzelf. Wanneer een persoon je gegeven wordt dan is dat iets heel bijzonders tussen hem en jou.

Wanneer ons een persoonlijke bewaking wordt gegeven, dan staan we onder veilig geleide. Wanneer aan een vondeling pleegouders worden gegeven, dan wordt het verloren kind beschermd en opgevoed. Wanneer aan een man een vrouw wordt gegeven, dan wordt hij in trouw bemind.

Het is niet anders wanneer God aan ons wordt gegeven. God kan niet worden weggegeven en Hij is ook allang in ons midden. Maar wanneer Hij ons gegeven wordt, dan betekent dit dat Hij zich tot ons wendt en zich aan ons gaat wijden.

De catechismus spreekt daarom niet over gaven die wij in bezit krijgen, maar over de Geest die óns onder zijn verantwoordelijkheid neemt. Ik word beschermeling van Hem die leeft in alle dingen, die de Geest is van de Schepper en van de Gekruisigde.

Kan dat? Kan een zo stoffig mensje als ik ben, onder de speciale bescherming komen van Hem zelf? Is het mogelijk dat het leven zich tegen mij keert en dat de Levende toch voor mij zorgt?

Hoe weet ik dit?

*

Misschien helpt het ons wanneer we in de catechismus horen dat de Geest ons aan Christus en al zijn weldaden deel geeft. Om zeker te worden van de Geest, moet je beginnen waar Hij begon. Hij komt u niet adopteren in zijn eigen naam, maar in die van de Zoon.[6]

Hij wil mij deel geven aan Christus. Gelooft u in Jezus, de Heiland? Hebt u de Heer Jezus lief? Maar ziet u dan wel dat de Geest u gegeven is? Hoe zou u in de naam van Jezus bidden zonder dat de Geest uw wil ertoe neigt? Hoe geloven in Christus zonder dat de Geest uw hart vermurwt? Hoe zou u de vreugde over de vergeving van uw zonden kunnen ontvangen zonder dat de Geest u daartoe beweegt?

Dat kun je toch zomaar merken? Soms zijn we helemaal niet blij met het geloof. Soms willen mensen niet geloven. Dan voel je: het gaat niet vanzelf. Het kan alleen door de Geest.

Daarom past het ons, stil te staan bij de neerdaling van de Geest op de gelovigen. Wanneer Christus in uw leven is, zie dan eens op en ontdek dat allang de zegenende handen van de Geest over u zijn opgeheven. En besef dat er Iemand onzichtbaar in je hart is komen wonen. Wanneer Christus in ons is, besef dan dat de Geest in je ademt. Je bent niet meer alleen. God de Geest is je gegeven. De Schrift stelt Hem aan je voor: God met de Vader en de Zoon.

Je bent daarbij de eerste niet. Je mag aansluiten in de rij van zovelen voor je. Duizenden en duizenden uit alle volken heeft Hij al in Christus ingelijfd. Een grote schare staat al in de hemel voor Gods troon, martelaren in hun midden. En nu is het uw beurt, jouw beurt. Hij heeft zich tot je gewend, je bent aan Hem gegeven. Hij wil je in Christus doen ademen, zodat je leven blijft, verzoend, verlost, eeuwig.

Wees dankbaar en bescheiden. Kijk om je heen in de grote wereldkerk van Christus en zeg dan verlegen, maar beslist: Hij is ook mij gegeven.

*

En verwacht dan niet te weinig.[7]

De Geest is mij gegeven om mij te troosten. Misschien denk je wel dat je geen troost nodig hebt: je bent gezond en je redt je wel. Denkt je dat echt? Maar wat bent u dan een ongetroost mens! Misschien wordt u morgen wel ziek. Misschien weet u morgen opeens niet meer hoe het verder moet. En daar sta je dan in je eentje. Gisteren nog jong en moedig en plotseling verslagen en ontroostbaar vandaag. Wanneer je geen trooster hebt, waar moet je dan heen wanneer je verdriet krijgt, wanneer je aangevochten wordt, wanneer het leven om je heen gaat afbreken? Helaas zijn er vele mensen die zich dan maar moeten zien te redden. Ze worden hard en bitter. Maar aan u die in Christus gelooft, is de Geest gegeven. Om u te troosten. Nog voordat je misschien de tranen voelt opwellen, is Hij er al om te helpen. Wie denkt dat hij of zij in dit sterfelijk leven geen Trooster nodig heeft, kent zichzelf niet en kent het leven niet.

Maar wanneer we ons openstellen voor de trooster, dan ervaren we wonderen. Paulus zegt dat hij in aanvechting en verdriet een vrede kent, die het verstand te boven gaat. En er zitten hier mensen in de kerk met een verschrikkelijk moeilijk leven en met ongeneeslijke wonden, en ze zeggen het hem na. Ze hebben vrede in hun hart. Is dat geen wonder? Dat gaat toch écht het verstand te boven?!

Wanneer het nodig zal zijn voor de verbreiding van het evangelie, zal de Geest ons ook wel in tongen doen spreken of zieken doen genezen. Maar dat alles is tijdelijk en het gaat voorbij. Wat blijft, is de troost van Christus waardoor bergen vlak en zeeën droog worden. En die troost wil de Geest u brengen vanuit Christus.

*

Ik noem vanuit de bijbel een paar dingen over zijn werk.[8.1]

Ten eerste helpt Hij u bij het bidden: Hij geeft u woorden in de mond. Daarvoor geeft Hij u ook het lesboek van de psalmen. U hebt dat lesboek in huis! Gebruik dat voorbeeldenboek eerbiedig en dan zul je merken hoe je ook zelf leert bidden met de psalmen, hoe je leert bidden door de Geest.[8.2]

Ten tweede leert Hij ons zingen met psalmen en geestelijke liederen. Hij breekt mond en hart open en wíj worden er zelf warm van wanneer we eindelijk weer zingen voor God. Geestelijke liederen zijn er om ons te oefenen in de Geest![8.3]

Ten derde bidt die Geest ook zelf met onuitsprekelijke verzuchtingen voor ons. Dat gebeurt ongemerkt en ongezien. Zoals een moeder achter haar kleine kind kan staan. Het kind rent op de sloot af. De moeder geeft snel een wenk aan een vriendin die dichtbij de oever staat. Die vangt het kind op. Het lijkt voor het kind een spelletje: rennen en opgevangen worden. Maar op de achtergrond zorgde de moeder. Zij voorkwam dat haar kind in de sloot tuimelde. Zo staat de Geest achter ons en zonder dat wij het merken, geeft Hij onhoorbare signalen aan God om voor ons op te komen.[8.3]

Zo is de Geest uw trooster.

*

En Hij is in uw leven een Blijver. [9]

Hij wil altijd bij mij blijven. Er komt een tijd dat je vrienden je ontvallen en dat je leeftijdgenoten je niet meer kunnen bezoeken. Maar de Geest is God: Hij blijft, tot in de ouderdom en tot in het sterven. Wanneer je ouders er allang niet meer zijn, blijft Hij de stille aanwezige in uw leven.

Zo leeft de kerk op de ademtocht van de Geest, maar beseft het vaak niet.

Laten wij het onthouden. Wat betekent Pinksteren voor je? Zeg het van harte: dat ik nooit meer wees zal zijn!

*

Misschien voelt u dat zo niet allemaal. U zou het willen merken aan de buitenkant. Aan wonderen en tekenen. Maar de Geest is stil achter ons. Hij loopt niet met trompetten voor ons uit. Hij woont in ons. Als in een tempel.

Het Nieuwe Testament zegt het op vele plaatsen: uw lichaam, uw leven is een tempel van de Geest van God die in u woont. Hij is God in uw levens-tempel.[10]

Dit brengt mij op een vraag. Wanneer het zo is dat Hij u gegeven is, bent u dan wel zijn tempel?

Dat is een belangrijke vraag. Wanneer je maar wat losjes leeft en je lichaam niet zuiver bewaart, waarom zou het dan zo vreemd zijn dat je het moeilijk krijgt met ,,ook mij gegeven´´.

Dit antwoord van de catechismus moet je leren door eerst te erkennen dat niemand minder dan God voor je staat, in je wil wonen. Eerst buigen en de tempel openen en dan zal de wolkkolom op je leven neerdalen.

Hoe meer ik Hem als God erken, hoe meer ik ervaar: ook mij gegeven.

Maar wanneer ons leven plat is en zonder enige verwondering of ontzag: waar moet de Geest dan wonen?

Hoe kan het Pinksteren zijn in een alledaags en wereldgelijkvormig leven. Wanneer je leven meer een café lijkt dan een tempel, is het dan een wonder dat je je afvraagt waar de Geest nu is?

Hij is ook mij gegeven om bij mij altijd te blijven. Hoe heilig is je leven dan? Een voorhof van God. Een plek om eerbied te hebben.

Dat is de boodschap voor uw leven: lieve christenen, wees toch vooral eerbiedig in je leven voor Christus, want Gods Geest wil in je wonen. Laat je hart zijn tempel worden, dan zal Hij je Gids zijn voor nu en voor de eeuwigheid. Dan ben je nooit meer alleen in dit leven. Je gelooft op de adem van de Geest. En zijn adem doet u leven, voor nu en altijd.


AMEN.[11]


- Terug naar menu