- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

In het menu Artikelen vindt men een bijdrage met de titel Aandacht voor Apostelen. Daarin zijn drie kleine bijdragen te vinden die kunnen dienen als ondersteunend materiaal voor een serie (lees)preken over de 12 artikelen (zondagen 9-22).

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 33:1,3 (Hij spreekt, en zie het staat!)
Wet van de HERE
Zingen: Psalm 33:5,8 (Hij weet wat wij beraden, kent ons groot en klein)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Genesis 1:1-5; 2:1-3; Johannes 1:1-5
Zingen: GK-2006 Lied 123:1 (Ik geloof in God de Schepper)
Tekstlezing: HC Zondag 9-10
Preek over het eerste geloofsartikel
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 104:9,10 (De ere Gods zij tot in eeuwigheid)
Zegen, Amen.


Middagdienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 33:1,3 (Hij spreekt, en zie het staat!)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Genesis 1:1-5; 2:1-3; Johannes 1:1-5
Zingen: GK-2006 Lied 123:1 (Ik geloof in God de Schepper)
Tekstlezing: HC Zondag 9-10
Preek over het eerste geloofsartikel
Zingen: GK-2006 Lied 174 (Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 36:1-2 (Geheiligd worde Uw Naam!)
Collecte
Zingen: Psalm 104:9,10 (De ere Gods zij tot in eeuwigheid)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 09-10

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



Mijn hemelse Vader is Almachtig





[1]

Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Vandaag staan we stil bij ons geloof in God de Vader, onze almachtige Schepper.[2]

Wij koesteren een kostbaar en apostolisch geloof.

Niet iedereen deelt dit geloof. Wij belijden vandaag ons geloof in een omgeving die niet gelooft in God en die eigenlijk alleen maar kwaadspreekt over Hem. Meestal wordt God niet genoemd onder de mensen. Maar zodra er iets mis gaat op aarde, klinkt opeens wel de naam van God. In een vloek. Of in een verwijt: ,,Als er een God bestaat, hoe kan Hij dit dan toelaten?´´

Die omgeving zou ons als christenen ertoe kunnen verleiden om bij het belijden van ons geloof in de verdediging te schieten. Alsof God in deze wereld verdedigd en beschermd moet worden. Alsof Hij niet zelf zijn Naam zal heiligen en verdedigen.

In de kerk leren we niet om God te verdedigen, maar om in Hem te geloven en om Hem te belijden. Wij moeten leren vertrouwen. We kunnen de ongelovigen niet iets afleren, maar wij moeten als gelovigen wel zelf iets aanleren. Want geloven in God vraagt iets van mijzelf. Het vraagt overgave. Om in God te geloven, moet je klein leren denken van jezelf. Alleen wie wordt als een kind, blijft in de stormen van deze wereld altijd eenvoudig belijden: ,,Ik geloof in God, de Almachtige´´. Daar gaat het over in de catechismus en in deze preek.

*

U mag in God geloven. In de Schepper. Wij geloven niet in een verre God, maar wij geloven in de Schepper van de hemel en de aarde. Hij is de Maker.[3]

Veel mensen praten vandaag over God alsof Hij iemand is uit een andere wereld. Iemand die zich in onze mensenwereld nog moet bewijzen. Maar wij moeten beginnen met de belijdenis dat onze God niet ver weg is. Hij is heel dichtbij. Wij leven in zijn eigen wereld: wij wonen bij Hem in!

Wij zijn dan ook geen rechters die Hem ter verantwoording zouden kunnen roepen, maar wij zijn door Hem gemaakt en wij zijn tot in elke vezel van ons lichaam van Hem afhankelijk. Uit zijn handen zijn we afkomstig. Zou het maaksel een grote mond opzetten tegen de Maker? Kan een schilderij de kunstenaar ter verantwoording roepen? Kan een beeld de beeldhouwer voor de rechter slepen?

Onze belijdenis van God begint met een erkenning over onszelf: hoe klein ben ik als nietig schepsel en hoe groot is Hij als de Maker van alles en allen! Ik geloof in de Almachtige Schepper! Deze nederigheid is de poort waardoor wij binnengaan in de belijdenis van onze Maker en God.

*

Voor ons is God onzichtbaar: Hij woont in een ontoegankelijk licht. Daar zijn onze ogen niet op berekend. Toch kunnen wij Hem leren kennen. Wij belijden Hem immers als de Schepper van hemel en aarde. [4]

En op dat moment mag ik mijn ogen wijd open zetten, want de aarde is mijn leefgebied. Op de aarde kijk ik uit. Wanneer God de Schepper is, dan moet er dus iets van Hem te zien zijn hier beneden. Zoals wanneer een kunstenaar zelf wel in de Verenigde Staten kan wonen, maar een expositie van zijn schilderijen in Amsterdam laat hem dan toch kennen!

Wie God wil ontdekken, moet de schepping waarin hij leeft, en die hij of zij ís, eens goed gaan bekijken! Niet omdat die schepping zelf God is. Dat beweren de pantheisten: voor hen is God in alle dingen, in de adem van een klein kind en in de ontplooiing van een bloemblaadje. Maar voor hen is het daarmee dan ook afgelopen. De wereld is God, maar buiten de wereld is er geen God. En boven de aarde is er dan geen hemel. Dit zou betekenen dat God en mens nooit verder komen dan de aarde die gezien wordt. En hoeveel moois er in die wereld ook is, dat is toch geen hoopvol uitzicht: kijk alleen maar naar het Journaal!

De bijbel leert ons wel dat God de schepper is, maar niet dat de schepping God is. En de bijbel leert ons ook dat Gods schepping niet ophoudt bij het zichtbare (de aarde), maar dat Hij ook het onzichtbare heeft gemaakt (de hemel). God is meer dan de aarde. Maar de aarde is voor ons wel het zichtbare deel van zijn werk. Daarom moeten we om God te kennen, de ogen wijd openzetten in deze schepping. Dan vinden we overal zijn vingerafdrukken. En dat helpt ons om tenslotte ook onze ogen eerbiedig te sluiten en Hem te meer te aanbidden die een ontoegankelijk licht bewoont, die geen mens gezien heeft of zien kan: de HERE der heerscharen! De Almachtige!

Deze eerbiedige aanbidding van de Onzienlijke wordt gevoed door vertrouwen. En dat vertrouwen wordt gesteund door het lezen van zijn schepping. Daardoor leren we met open ogen belijden dat God de Schepper is.[5]

*

Nu mogen wij vandaag wel eens beginnen met de erkenning dat deze wereld, deze schepping, ver boven ons verstand uitgaat. Wij dwalen door een wereld die ons reeds als schepping veel en veel te groot is.

Natuurlijk overzien we wel dat kleine stukje van de wereld dat we ,,onze wereld´´ noemen: de weg voor ons huis, de wijken van de stad, de weilanden rond ons dorp, de mensen op het werk en misschien nog wat verder weg. We hebben ook al heel wat plaatjes gezien uit het knipboek van de wereldfotografen, maar hoe meer je daarvan ziet, hoe bescheidener je al gaat worden: wat is die wereld toch groot! Je gaat je klein voelen: je kunt je toch niet voorstellen dat dit allemaal onze aarde is!

En dan gaat het vandaag niet alleen over dat nog beperkte wereldje van u en van mij en over de uitsnede die fotocamera´s dagelijks met klein- of groothoek maken uit deze wereld. Het gaat om het geheel van die grote schepping. Veel te groot voor welke groothoeklens ook. De catechismus noemt die ,,hemel en aarde en al wat daarin is´´. Ons wereldje is daarbinnen, maar hoeveel groter is dat geweldige geheel van aarde en hemel waarbinnen wij onze eigen kleine banen trekken.

Laten we onze ogen opensperren. Zie eens omhoog naar de hemel ´s avonds. [6]Treed voor een ogenblik uit je drukke werk en je vele zorgen om gezin, kerk en samenleving. Kies een heldere avond, misschien met nog een beetje nachtvorst. En loop even niet met gebogen hoofd, maar leg je hoofd in de nek en blijf een poosje kijken naar dat zwarte fluweel van de hemel. Misschien herkent u gestalten van lichtkringen: de Grote Beer, de Kleine Beer. En als u dat niet kunt, begin eens de kleine lichtpuntjes te tellen. U ziet er steeds meer. U gaat nevels van sterren zien: vage verten waarin oneindig veel licht gespreid moet zijn. Uw getal schiet tekort: je wordt al gauw duizelig.

En als we ons dan eens laten voorlichten door hen die met sterrenkijkers en via satellieten het heelal doorzoeken, dan horen we over zoveel en zó omvangrijke sterrenstelsels, van zulke geweldige omvang, dat ons eigen wereldje steeds meer ineenschrompelt en ons tuintje erg klein wordt. Wie zou de zwarte gaten in het heelal doorgronden: de mens verdwijnt daarin met al zijn kennis en inzicht. Hoe groot is dan de schepping. Te groot voor onze voorstelling. Een berg om met millioenen mensen bij omhoog te klimmen zonder ooit de top te kunnen bereiken.

*

Groot is de schepping van God. Groter dan de oneindige laaglanden langs traag stromende, brede rivieren. Daar zijn de oceanen. Wie zag de zee? Niet die rustige zee langs een zomers strand, waar mensen durven liggen in de zon. Maar die onafzienbare vlakten van de oceaan. [7]

Wie zag haar geweld in bulderende orkanen en kolkende watermassa´s? Onze schepen bevaren die zeeën, maar langs vaste routes. Als een schip afdwaalt en onbevaren routes zoekt, wie vindt het terug in deze onmetelijke uitgestrektheid van water en water? De omvang van de zee gaat het begrip van de landbewoners te boven.

Groot is de schepping van God. De profeet zegt: Hij werpt zijn eilanden als fijn stof. Zoals iemand een handvol zand kan uitstrooien op het water. Zo heeft de HERE gedaan. En nu gaan wij eens tellen hoeveel eilanden er zijn. We beginnen bij de Waddeneilanden en komen al een beetje in de war bij Rottumeroog en Rottumerplaat. Maar kijk nu eens op de wereldkaart: de Griekse zeeën, de eilandengroepen in de Stille Oceaan. Er is geen tellen aan. Ze zijn veelvuldig als stof. En vele eilanden en stranden liggen jaar in jaar uit te blikkeren in de zon zonder dat ooit een mensenvoet ze betreedt. Al die eilandjes zijn door God vastgelegd in het water: omhooggetild uit meteloze diepten.

Gods schepping is niet af te zien en niet af te tellen: ze overweldigt hoe meer we kijken. En ook hoe beter we kijken. Tot in het kleinste toe. Deze zomer ziet u misschien weer eens een libel vliegen, met tere vleugeltjes en toch snel. [8]Een lichaampje als een luciferstokje. En ogen als een speldenknop. Maar voor één zo´n klein libellenoogje heeft de Schepper zo´n 20.000 tot 30.000 onderdelen gebruikt! Het wonder is dichterbij dan u denkt: het zweeft onbegrepen boven een zomervennetje in het heidelandschap.

*

En in die schepping is leven en kracht. Krachten die wij gebruiken, maar die ons ook kunnen doden. Wij kunnen aan de randen van die krachten leven, maar we kunnen ze nooit beheersen.[9]

We voelen die krachten in een striemende hagelbui, een dodende nachtvorst in het voorjaar, of in de drift van het steigerende paard.

We huiveren er angstig voor wanneer we zien wat aardbevingen aanrichten op Haïti, in Chili.

De HERE wijst Job eens op die krachten. Kun je de draak met een vishaak optrekken? Durf je je hand te leggen in de bek van de krokodil? Dat durf je niet. Ga maar kijken in de dierentuin. Daar kijken we vanachter de bescherming van een gracht naar de krokodillen, maar wie zou er over het hek durven klimmen om de krokodil te aaien? Je kijkt wel uit! Dat verlies je altijd.

Wanneer de catechismus spreekt over hemel en aarde en al wat daarin is, gaat het ook over deze krachten die ons te sterk zijn. Wij weten daar in Nederland niet zo heel veel van. Wij kennen slechts uit de verte het geweld van een scheurende aardbeving, de uitbarsting van een vuurspuwende vulkaan met hete lavastromen, de kracht van een barstende ijsberg! Wanneer mensen in Zuid-Amerika alleen maar het gerucht horen verbreiden dat er een tsunami zou naderen, kan niemand ze meer van een vlucht naar het binnenland weerhouden, wat de meteorologen ook zeggen tot geruststelling. Deze mensen kennen de krachten en vrezen ze.

Wij kunnen ze theoretisch overwegen. Wanneer we de kracht van de wind zoals die op dit moment rond de aarde waait, zouden uitrekenen, blijkt die kracht elk moment gelijk te stellen met de energie van 7 millioen atoombommen. Dat zijn de krachten van God die langs onze oren suizen en die ons meestal nog sparen ook!

*

Deze wereld nu - groot in het grote en in het kleine en vol van krachten - een wereld die door ons niet kan worden afgezien en die ook voor de knapste geleerde niet te doorgronden is, een wereld die voor ons onbeheersbaar is - die wereld is gemaakt door Eén. De krachten waardoor miljoenen mensen elke seconde gedragen of bedreigd worden, zijn afkomstig van slechts één. En die éne is God. Er is maar één maker van het vele.[10]

God schiep, zoals de catechismus zegt, dit alles uit niets. En dat is makkelijk gezegd en gauw geleerd voor catechisatie, maar dat is onmogelijk voor te stellen.

Wat `alles´ is, kunnen we niet overzien. Maar nog minder wat ,,niets´´ is. De bijbel zegt dat God alles maakte zonder grondstof, zonder voorgeschiedenis, zonder experimenten en proefstadia, zonder hulpmiddelen en medewerkers. Zelfs de gedachte aan een boom of aan een babyhandje met vijf kleine vingertjes bestond nog niet. En waar zou ooit het idee vandaan moeten komen voor die fel geel, zwart en roze getekende vreemdsoortige vissen die niemand ooit ziet, maar die toch dagelijks in grote scholen diep in de oceanen zwemmen? Wie kwam op het idee? Niemand. Alleen God kwam op het idee en maakte het met een kort bevel. En het zwemt, loopt, kruipt, ruist, groeit, tsjilpt, loeit, roept, fluistert, schaaft, schuurt en zwijgt. Niets wordt alles. Diepe stilte wordt geluid. Over niets kunnen we niet spreken en ook over alles niet. Maar wel kunnen we versteld staan: God is de enige die niet niets was en de enige die meer is dan alles.

Wanneer de bijbel ons leert dat God het mysterie is achter de mateloze schepping, leert ze ons de schepping niet begrijpen maar ze leert ons wel omgaan met de dingen en het leven. Kijk eens op een heldere avond omhoog naar de sterren, let eens op het libellenoog, luister naar de wind, wees stil straks met het onweer: en besef, o mens, dat Hij daar is. Vlak bij je, om je heen. Met krachten die voor een mens dodelijk zijn en toch staan we daar en zitten we daar. Een gespaard schepseltje: zouden we niet eens verwonderd danken! O HERE, onze Here, hoe groot is uw naam op de hele aarde!

*

Hoe groot IS die naam! Want de Here heeft niet alleen eens deze wereld uitgedacht tot in de details van een wespenpoot, maar Hij is het ook die nog van moment tot moment dit heelal draagt en steunt en voedt en beweegt. Hij regeert het zijn door zijn eeuwige raad en voorzienigheid. Hij regeert het grote melkwegstelsel en die paar krokusjes die toch nog opkomen in het gazon. Nog niet één klein onderdeel heeft Hij uit handen gelegd. Het zou dan ook direct ophouden te bestaan![11]

Dit bezig-zijn met de wereld is een gróte bedrijvigheid van onze God. De catechismus zegt niet dat Hij regeert vólgens zijn raad en voorzienigheid. Dan zou die raad van God een soort blauwdruk zijn van de wereld, een van tevoren opgestelde dienstregeling. En heel Gods werk zou zich bepalen tot het tijdig in werking stellen van de vereiste krachten. Hij onderhoudt echter zijn schepping niet zoals een seinhuiswachter zijn blok regelt. Hij doet het zoals een huisvrouw haar kamerplanten onderhoudt. Met raad en overleg, van dag tot dag. Nu iets meer zo, dan iets meer anders. De HERE is met alles doende!

In Job (38-39) wordt het ons gevraagd: Wie telt de wolken met wijsheid af en wie keert de kruiken van de hemel om? Wie verschaft de raaf zijn buit, wanneer zijn jongen tot God roepen, ronddolen zonder eten? Is het op uw bevel, dat de gier zich verheft en zijn nest in de hoogte bouwt? Is het door uw inzicht dat de valk vliegt, zijn vleugels uitslaat in het Zuiden?

De HERE alléén is zorgend bezig, van seconde tot seconde, met dit heelal dat wijder is dan onze blik en hoger dan ons verstand. Zo is de schepping werkelijk zíjn werk. Niet alleen het product van vroeger, maar ook elke seconde het werk van heden.

Wij kunnen de HERE dus op de vingers kijken, wanneer Hij ´s avonds de sterren rangschikt en wanneer Hij de vogels in het voorjaar weer laat terugvliegen naar het Noorden en wanneer Hij over de vroege akkers een waas van komende groei spreidt. En we kunnen ook angstig en ontzet worden wanneer een tsunami ons overspoelt.

Hoe groot is uw naam op de hele aarde!

Zo leert de Schrift ons met open ogen de Schepper zien in zijn schepping. Hij ís er. Hij is híer. En Hij is er nú.

*

Maar wíe is Hij?

Het is nodig dit te vragen, want hoevelen gebruiken niet de naam van God wanneer zij de wereld doorvorsen. U zult niet zoveel mensen met échte kennis van zaken ontmoeten, die niet willen erkennen dat er een Bouwheer moet zijn. Wie dat durft te ontkennen, heeft nog weinig nagedacht over de schepping. Er is wel een geweldige blindheid voor nodig om te kunnen denken dat deze gigantische wereld zo boordevol levenwekkende en dodende krachten door toeval ontstond en per seconde in tact blijft bij geluk.

Toch moeten wij ons niet verkijken op die erkenning van het wereldintellect of de grote bouwheer. De bijbel leert ons geen anonieme macht of intelligente Ontwerper op de achtergrond. De bijbel geeft ons een Naam: Hij is een Persoon! Hij is de Vader van onze Here Jezus Christus.[12]

Al te veel wordt het door ons zo gezien alsof schepping en verlossing losstaan van elkaar. Dan denken we: de bijbel leert de schepping door God (Genesis 1) en gaat dan verder met te vertellen over de verlossing (Lucas 1), waarbij te betreuren valt dat veel mensen alleen het eerste deel aanvaarden en niet het tweede deel. Wanneer wij het zo zien, vergissen wij ons ernstig. Want kijk nu eens naar Genesis 1. Daar wordt zeker nog niet gesproken over de Here Jezus. Toch wordt daar niet in het algemeen en vrijblijvend gesproken over een God als schepper. Genesis 1 is niet los verkrijgbaar: het is geen aparte brochure met informatie over een schepper. Het is het openingsgedeelte van een heel geschiedenisboek, eigenlijk een vijfdelig werk, dat loopt van Genesis tot Deuteronomium. Het is het begin van de bijbel.

En nu is dat geschiedenisboek van Mozes geschreven met een heel bepaald doel. Het werd samengesteld voor het volk Israel. Voor dit volk dat onder geweldige tekenen door de almachtige Vader als een eerstgeboren zoon was uitgeleid uit Egypte. en voor het volk waarmee de HERE bij de Sinai zijn genadeverbond had gesloten. God had zich met woord en daad aan Israel verbonden als Zaligmaker. Zo kenden ze God.

En als nu Mozes voor dat volk Israel de oude geschiedenissen gaat samenvoegen tot één boek, dan is het eerste dat hij schrijft: ,,IN het begin schiep God´´. Welke God? Die van de Egyptenaren? Of die van Babel? Of die van de Kanaänieten? Nee, dat was wel duidelijk aan Israel, dat hier bedoeld werd de God die hen verlost had, de HERE. Want Hij alleen is God: ,,Heb geen andere goden voor mijn aangezicht!´´

Zo is de boodschap van Genesis 1 niet allereerst dat er ,,een God is´´, maar dat de HERE, de God die uitleidde uit Egypte, ook de eerste is in de Schepping van hemel en aarde.

*

En nu is inmiddels de openbaring verdergegaan. God heeft zijn verlossende naam nog duidelijker voor ons gesteld. We weten hoe Hij zijn eniggeboren zoon niet heeft gespaard maar voor ons allen overgegeven. Het evangelie en de Geest van God bereiken ons na Pinksteren. En daarom zeggen wij hetzelfde nu nog wat anders dan Israel. Wij mogen zeggen: De Vader van mijn Heiland blijkt al eerder de schepper van ons mensenhart te zijn geweest.[13]

Dat zegt Johannes (1:3): Jezus (het Woord) was in het begin bij God en door Hem is alles ontstaan dat bestaat.

En Paulus zegt het in de brief aan de Kolossenzen (1:15): Christus is de eerstgeborene van heel de schepping, want in Hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare...alles is door Hem en voor Hem geschapen en Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.

En Jezus noemt zichzelf tegenover Laodicea: Het begin van Gods schepping (Openbaring 3:14).

Dat het de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus is die alles geschapen heeft, is van grote betekenis voor heel onze kennis van de schepping waarin we leven.

Want dat wil maar niet zeggen dat de Vader van de tweede persoon in de drie-eenheid alles schiep. Het wil iets veel belangrijkers zeggen: dat de Schepper alles schiep en onderhoudt als de Vader van Jezus. Van die Jezus, die in Betlehem onze broeder wilde worden, schepsel in de schepping, en die kwam om zelfs voor ons te sterven aan een stuk hout, uit deze schepping gekorven. Het is de Vader van déze Jezus die alle bossen waaruit kribbe en kruis afkomstig waren, in zijn hand draagt en onderhoudt.

En nu zien wij juist in Jezus´ dood voor ons het duidelijkst, hoe deze Vader is: Hij is een God van liefde. Wanneer Jezus zich voor ons vernedert in de doop, roept de hemel: Déze is mijn geliefde zoon. En wanneer Jezus voor ons wil sterven aan het kruis, juist dan wekt God Hem op en geeft Hem als mensgewordene de plaats aan zijn rechterhand.

Deze liefde van de Vader voor zijn Zoon is niet buitensluitend. Zij is er juist omdat God in Christus heel de wereld wil omvatten met die liefde.

En nu leert de bijbel dat déze God van liefde de wereld ook al heeft toebereid. Dat wil zeggen: er was niet een soort wereldliefde of scheppingsdrang in God die omging buiten Jezus. Daar was alleen maar van het begin af aan liefde voor de Zoon. En het scheppen van deze duizelingwekkende kosmos en het onderhouden van deze miljoenenwereld is omsloten door de liefde van God voor de Zoon. Daaruit komt alles voort.

Heel deze wereld is het ernstige spel van de liefde, de spelende ernst van de Vader, die door en om de Zoon schept en van de Zoon die zich verheugt in de wereld van zijn aardrijk (Spreuken 8:31).

De watertorretjes in de sloot en de sterrenbeelden aan de hemel, het teerste bloempje en de ontzaggelijke orkaan op de oceaan, zij zijn opgenomen in de liefde van de Vader voor de Zoon, een liefde die voortborduurt aan een groot heelal als een luisterijk bruiloftskleed voor Hem die bloedend stierf om die wereld te behouden.

De exotische vissen in de oceaantroggen, door geen mens aanschouwd, en de duizenden pinguïns wachtend in de Zuidpoolnacht, door niemand gezien, worden gezien door de Vader en getoond aan de Zoon.

Wij komen hier in aanraking met de werkelijkheid zoals ze ons nog grotendeels verborgen is. Straks zullen wij zien dat hemel en aarde en al wat er in is, zich buigt voor Jezus. Dat sterren en dieren, ouderlingen en engelen, buigen en zingen tot eer van Gods Heiland, in wie en door wie en om wie alles geschapen is. Dan zullen we alles - de kosmos uit het niets - geschapen zien als een kroon rond het hoofd van die éne mens Jezus, die in een vergeten uithoek van een grensprovincie stierf op een oneervolle wijze en zonder dat de politici of historici het opmerkten. En toch is het de Vader van deze Gekruisigde die alles geschapen heeft en het ter wille van zijn Zoon in stand houdt.

Zo behoort ook de belijdenis van God de Schepper tot onze enige troost. De Schepper is ónze God.

Wie niet in Jezus is, die kent de Schepper niet werkelijk. Maar wie door het geloof het eigendom is van zijn Heiland, die mag weten dat de Schepper zijn Vader is. En dat hij of zij zich al thuis mag weten op aarde.

Wij weten dat deze God ons in Jezus tot zijn kinderen heeft aangenomen (zondag 13), maar vandaag zien we dat deze Vader alle macht heeft: Bouwer en Koning! De psalmen zeggen dat zo: De HERE is Koning – laat de aarde juichen (Psalm97). De HERE is Koning, met hoogheid is Hij bekleed; de HEER is macht bekleed en omgord. Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet...Boven het geraas van de wijde wateren is hoog in de hemel de machtige HERE (Ps.93).

*

En nu gaan we begrijpen dat de catechismus niet droogweg zegt: ,,God heeft alles geschapen, waaraan ik zo vasthoud dat ik niet twijfel of Hij heeft in zes dagen alles gemaakt´´. Maar dat zij vol vertrouwen leert zeggen: ,,De HERE heeft in zes dagen alles gemaakt, zodat ik er niet aan twijfel of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb´´.[14]

Het gaat hier om vertrouwen. Daarom moeten we ons er ook voor wachten, kleingelovig te morrelen aan wat de Schrift zegt over de schepping in zes dagen. Kunt u zich die niet voorstellen? Maar kunt u zich dan wel voorstellen dat een libellenoog is opgebouwd uit ongeveer 30.000 facetjes? Kunt u de schepping begrijpen om u heen? Hoe zouden we dan de schepper begrijpen. Hij spreekt en het is er. Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Bij ons helpt zeggen meestal niet zoveel. Bij God wel. Wat Hij zegt, is er ook meteen. Onvoorstelbaar voor ons als kleine mensen. Geen wonder dan ook dat wij wel miljoenen jaren denken nodig hebben om het ontstaan van de schepping enigszins voorstelbaar te maken: en dan nog! De Schrift vraagt van ons een groot vertrouwen in God. Zou voor Hem die de storm in zijn hand houdt en die de verborgen schatten onder de aarde kent, iets te wonderlijk zijn? Wanneer Hij spreekt, zou het er dan niet zijn?

Wie zijn wij om te zeggen dat het niet kan wat de bijbel ons vertelt! Laten we niet zo bang zijn om kinderlijk te aanvaarden wat de Schrift zegt. Laten we niet halfslachtig zijn in onze eerbied voor de HERE onze God die rustte op de zevende dag nadat Hij in zes dagen de hemel en de aarde en de zee met alles wat daarin is had gemaakt. Zes dagen, niet eens zes maal 24 uur. God had de nachten niet nodig om in zes dagen alles te roepen wat er moest zijn om de geschiedenis van mens en dier te laten beginnen.

Aanvaarding van de wonderen in de bijbel helpt ons bij dat wat we nodig hebben: zeven dagen en nachten per week vertrouwen in deze almachtige Vader.

De catechismus zegt dat ik daarin niet moet twijfelen. Dat staat er niet voor niets. Wij twijfelen vrij vaak aan Gods macht. Wij vrezen de toekomst: waar gaat het heen met Nederland. Wij vrezen ontwikkelingen in de kerk: waar komen we uit als gemeenten? Wij piekeren: wat te doen, want anders... En soms laten we ons onder de indruk brengen van bijbelkritiek en gaan we twijfelen.

Maar dan zegt de Here tot al wie twijfelt over de waarheid van het profetisch woord en over de toekomst van kerk en wereld: ,, Israël, waarom beweer je: Mijn weg blijft voor de HERE verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht? Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, Hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden. Hij geeft de vermoeide kracht en de machteloze geeft Hij macht in overvloed´´ (Jesaja 40).

Twijfelt dan niet of onze Vader zal u voorzien van alles wat u voor lichaam en ziel nodig hebt en ook elk kwaad dat Hij u in dit moeitevol leven toedeelt, zal Hij doen meewerken ten goede.

Dat wil Hij: u kunt het sinds Golgotha zeker weten.

En Hij kán het ook: dat konden we al weten vanaf de schepping.

Er zijn veel vragen in dit leven waarop ik nu nog geen antwoord weet. Waarom gebeurt dit en waarom dat andere juist niet? Waarom die ramp in dat arme land en waarom dat onrecht in andere landen? Mijn vragen stapelen zich soms op. Maar wanneer ik mijn Schepper vertrouw, de Almachtige, kan ik nog wel even wachten op de antwoorden. Ik begin alvast met geloof en ik weet dat mijn Vader straks wel voor de antwoorden zal zorgen.

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde.[15]

Een veilig gevoel - of niet soms?


AMEN[16]


- Terug naar menu