- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Liedboek voor de kerken Lied 328 (Maak ons voor uw heil bereid)
Wet van de HERE
Zingen: GK-2006 lied 22:1,4 (Uw woord zet mij op vaste grond)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Psalm 25 (Een gebed om bewaring en verlossing van de boze)
Zingen: Psalm 25:10 (Zie op mij beschermend neer)
Tekstlezing: HC Zondag 52
Preek over de laatste bede en de lofzegging
Zingen: GK-2006 Lied 163 (Niet eenzaam ga ik op de vijand aan)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: Psalm 23 (U staat mij bij in liefdevol ontfermen)
Zegen, Amen.


Middagdienst
Votum, Zegengroet, Amen
Zingen: Liedboek voor de kerken Lied 328 (Maak ons voor uw heil bereid)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Psalm 25 (Een gebed om bewaring en verlossing van de boze)
Zingen: Psalm 25:10 (Zie op mij beschermend neer)
Tekstlezing: HC Zondag 52
Preek over de laatste bede en de lofzegging
Zingen: GK-2006 Lied 163 (Niet eenzaam ga ik op de vijand aan)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: GK-2006 Lied 142:1,2 (Een vaste burcht is onze God)
Collecte
Zingen: Psalm 23 (U staat mij bij in liefdevol ontfermen)
Zegen, Amen.


Preek over: Zondag 52

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?

______________________________






[1]

BIDDEN ONDER DE ROOK VAN DE VIJAND





De laatste bede van het Onze Vader is een roep om hulp. Ons gebed loopt uit op een S.O.S.-sein, op een vuurpijl in de lucht. Red ons, verlos ons van de boze! [2]

Soms eindigt de dag voor kleine kinderen ook met een zoeken naar houvast. Je was al naar bed gebracht, maar opeens was daar dat onzekere gevoel. En je riep je moeder heel hard na: ,,Mam, je gaat toch niet weg h├Ę┬┤┬┤. Je zou niet weten wat je moest zonder dat zij thuis was, zonder haar in je nabijheid. Voor kleine kinderen vinden we dit niet zo vreemd.

Bij grote mensen is het w├ęl ongewoon. Stel dat je bezoek afscheid neemt en bij het weggaan draait zij zich opeens om en zegt heel benauwd: ,,Jullie blijven ons toch wel altijd helpen?┬┤┬┤ We knikken van ja, maar misschien denken we dan wel meteen dat onze vriendin psychisch wat labiel is geworden.

Hoe ongewoon is zo┬┤n hulpzoekend afscheid dan wel bij het gebed. Een christen is toch geen klein kind? Een gelovige mag toch zeker zijn van onze Vader die in de hemelen is! En als christen weet je toch van de liefde die ons in Christus wordt geschonken. Waarom loopt je gebed dan zo angstig en hulpzoekend af? Alsof je je zo onzeker voelt als een klein kind. Het laatste woord is: ,,U zult me toch niet loslaten? U gaat toch niet weg?┬┤┬┤

We zijn aan deze laatste bede gewend. Ze is daardoor vaak uitgedroogd van gevoel. Maar wanneer buitenstaanders goed luisteren, zal het ze opvallen hoe onzeker die christenen hun gebed eigenlijk be├źindigen. Onzeker over zichzelf en daarom angstig hulpzoekend. Ondanks alle grote woorden over Gods Naam en zijn Rijk en zijn Hemel, blijven zij zelf hier op aarde toch achter als kwetsbare kinderen in een bedreigende wereld. Er zit voor hen niets anders op dan een S.O.S.-sein, een vuurpijl in de lucht.

*

Maar wat is dat dan voor gebed dat wij hiermee afsluiten?[3.1]

Laat ik proberen het kort samen te vatten en te typeren. Het Onze Vader is echt een reisgebed voor het volk van God. Zoals de Isra├źlieten in de woestijn achter de wolkkolom aantrokken, zo reizen de christenen achter het vaandel van de Vadernaam: Hij die in de hemelen is gaat voor hen uit en luistert naar hun bidden. En op die reis naar het Vaderhuis, bidden wij dan het Onze Vader.[3.2]

En zoals de Isra├źlieten de HERE opriepen om zijn naam te gaan vestigen in het beloofde land, zo scanderen de christenen hun hoopvolle leuzen. Wij noemen dat de eerste drie beden. Laat alles uitlopen op de heiliging van uw naam! Laat uw koninkrijk de overwinning behalen op aarde! En moge de hemel op aarde komen wanneer alle mensen uw wil leren doen! Het zijn drie beden of uitroepen vol vertrouwen hoop. De Here Jezus is opgestaan tot de strijd en wij zien uit naar zijn glorieuze overwinning, de intocht in het beloofde land van het hemelrijk. Ons gebed is een pelgrimslied. En wij zijn zeker van de eindbestemming.

Toch zijn we nu nog onderweg. En als pelgrims hebben we dan ook onze behoeften. Isra├źl had manna nodig om verder te kunnen reizen in de woestijn en om aan te komen in Kana├Ąn. Zo hebben wij onze dagrantsoenen nodig om als kinderen van God te kunnen overleven op aarde. Daarom bidden we voor ons dagelijks brood tijdens de reis naar het hemelrijk.[3.3]

We maken die reis ook niet zonder struikelen, niet zonder onderlinge twist of verwaarlozing. In de woestijn reisde een tabernakel mee met een altaar om schuldoffers te brengen. Zo bidden wij om de vergeving door Jezus┬┤ bloed. ,,Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven die ons iets schuldig zijn┬┤┬┤. Achter de banier van de Here trekt een volk dat alleen door zijn gunst en genade in leven kan blijven.

Zo is het Onze Vader een reisgebed van pelgrims onderweg. Een gebed vol hoop en uitzicht, vol vertrouwen op de grote Voorganger. Isra├źl is als een kudde schapen achter de Herder aan. En dan geldt psalm 23: ,,De HEER is mijn Herder: mij ontbreekt niets┬┤┬┤.

Waarom moet dit reisgebed dan eindigen met een S.O.S.-sein? Zijn we dan in gevaar? [3.4]

*

Ik denk dat deze zesde bede niet zo vanzelf spreekt voor ons. Ook dit slot van het gebed is iets dat we nog moeten leren. Het Onze Vader is niet het spontaan opwellende gebed van de leerlingen, het is een gebed dat hun is onderwezen. Jezus zei: ,,Wanneer jullie bidden, bidt dan alsvolgt┬┤┬┤. Luister goed naar Hem en leer bidden op een betere manier dan je van jezelf uit zou doen.

Deze laatste bede is immers helemaal niet een gebed dat zomaar opwelt uit een gelovige. In de woestijn zien we hoe het volk Isra├źl in benauwde situaties verschillende reacties kende. Soms zeiden ze: ,,Laten we maar gauw naar Egypte teruggaan, want dit wordt niets met die Mozes┬┤┬┤. Soms begonnen ze te mopperen: ,,Zijn we nu uit Egypte weggegaan om in de woestijn te sterven?┬┤┬┤ En soms trokken ze zich van gevaren opeens niets aan: ook al wisten ze dat de HERE niet met ze mee zou gaan, ze durfden wel op eigen houtje het beloofde land in te trekken en beseften niet dat dit tot een geweldige nederlaag zou leiden. U ziet allerlei reacties, maar u ziet het volk eigenlijk nooit spontaan samendrommen rond de HERE om zijn nabijheid af te smeken in gevaar of moeite.

En kijkt u eens naar de mensen rond Jezus. Sommigen liepen bij Hem weg toen ze zijn woorden moeilijk en dreigend vonden: wie praat er nu over het opnemen van het kruis! Heel anders was de reactie van Simon Petrus. Hij was juist zeker van zichzelf: al zouden allen U verloochenen, ik nooit! De leerlingen wilden Jezus corrigeren, vasthouden, trouw blijven, maar wie heeft nu tegen Hem gezegd: ,,Heer, houd Gij mijn handen beide met kracht omvat┬┤┬┤ Wie klemde zich als drenkeling aan Hem vast?

Deze leerlingen moesten het als iets nieuws gaan leren om hun gebed af te sluiten met een noodsignaal, een roep om hulp en bewaring.

En zou dit vandaag anders zijn? In een christenheid die zich missionair noemt is veel durf, veel ondernemingszin, veel vertrouwen, maar minder afhankelijkheid en nog veel minder een gevoel van groot gevaar. Toch moeten ook wij als christenen in de 21ste eeuw leren om uit te komen bij een S.O.S.-bericht. Het schip kan gekaapt worden en de bemanning gedood: geef ons escorte en red ons uit de hand van de kapers!

Misschien vinden wij dat wel een vreemd gebed. Is een gebed om bekering van Nederland niet meer voor de hand liggend dan een noodsein voor ons als christenen zelf?

Maar of wij het nu voor de hand liggend vinden of niet, wij zullen toch moeten leren bidden: ,,En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze┬┤┬┤.

Zo´n gebedsvoorbeeld wil je afhelpen van naïviteit. Alsof er in de wereld alleen maar christenen en neutrale mensen zijn. En alsof er geen vijand is en geen bedreiging.

Het grootste gevaar voor een christen in deze moderne tijd is dat hij zich van geen vijand meer bewust is. Maar voordat je Amen zegt en je op pad begeeft in deze wereld, moet je onder ogen zien dat je een heel gevaarlijke missie tegemoet gaat, met veel valkuilen en met bermbommen langs de route. Voordat je op pad gaat, moet je eerst je veiligheidsverbindingen controleren. Zonder die verbindingen zul je straks zijn overgeleverd aan dodelijk gevaar.

*

Wat is dan dit gevaar? Wie is de vijand?[4.1]

Die vijand is de duivel, de grote tegenstander van God, de satan. Waar God liefde is, is de satan alleen maar haat. Waar God waarheid is, is de duivel de vader van de leugen. Terwijl God enkel licht is, is deze satan duisternis en heeft het donker lief.[4.2]

En juist door dat duister is de duivel voor ons zo bedreigend. God laat zich zien. Soms zeggen mensen wel dat ze God niet kunnen zien, maar dat komt omdat ze hun ogen dichtknijpen en niet willen zien. Maar wanneer we onze ogen en harten openen, zien we Gods majesteit en waarheid in al zijn werken weerspiegeld. God laat zich kennen in sterren, oceanen, planten, stormen, zonsopgang en zonsondergang. De letters van de schepping geven samen de naam van de Schepper te lezen. Wanneer je God wilt ontlopen op deze aarde, moet je daar moeite voor doen. Wanneer je onbevangen om je heen kijkt, zul je Hem zien in al zijn werken.

Maar dat is andersom bij de duivel. Hij hult zich in duister. Je weet niet wat je aan hem hebt. Je weet niet van welke kant hij komt. Eigenlijk heb je voortdurend te maken met zijn agressie, maar het is altijd anoniem.

Mensen krijgen alleen ,,het boze´´ te zien. Kaïn werd misleid door zijn eigen negatieve gevoelens over zijn broer Abel. Zijn haat leidde hem tot moord. En hij besefte niet dat haat gesmeed is in de smidse van de duivel.[4.3]

Jakob bedroog zijn vader door vals te spelen. Hij werd geleid door geheime bedoelingen. En hij besefte niet dat geheime gedachten t├ęgen je naaste worden uitgedacht op de kantoren van de satan.

Petrus werd boos toen Jezus het lijdensplan ontvouwde. Hij protesteerde tegen deze plannen. Zijn eigenwijsheid stond tegenover de nederigheid van de Meester. Maar Petrus besefte niet dat deze eigenwijsheid in een mens het produkt is van de onwil van de duivel. Het is heel onthullend wanneer Jezus tegen deze boze, eigenwijze Petrus zegt: ,,Satan, ga achter mij!┬┤┬┤ Had Petrus ooit gedacht dat de satan zo dichtbij was? Een vijand in de schaduw, een tegenstander die gemaskerd is.

Hoe moeilijk wij hiervan overtuigd worden, ziet u wanneer Petrus later zelfs voor de tweede keer willoos wordt overgeleverd aan de satan. In zijn trots zegt hij altijd trouw aan Jezus te zullen blijven. Petrus is zeker van zichzelf: hij heeft hier geen zesde bede nodig. Maar voor hij het beseft, heeft hij de Meester drie maal verloochend. Wanneer je zonder die zesde bede denkt te kunnen leven, onderschat je de vijand en overschat je jezelf. Er blijft dan al snel niet veel meer van je over!

Het anonieme kwaad krijgt je in zijn greep omdat het de grijparmen zijn van een persoonlijke macht, de duivel. Het is een asymmetrische oorlog. Terwijl Christus voor ons uit gaat, ligt de grote vijand verscholen in een greppel.

Daarom moeten we bidden om verlossing van de boze. Andere christenen hebben de bede iets anders: Verlos ons van het kwaad. Die vertaling is mogelijk, hoewel veel minder waarschijnlijk. In de Nieuwe Bijbelvertaling heeft men vertaald: ,,Verlos ons uit de greep van het kwaad┬┤┬┤. Deze vertaling wil daarmee aangeven dat het kwaad niet iets neutraals is. Het is niet zomaar een keuze die je zelf kunt maken. Het kwaad is een macht, een instrument in de hand van een werkelijke tegenstander. Je kunt in de greep ervan komen.[4.4]

Wanneer we nuchter zijn, zien we ook wel dat het kwaad m├ę├ęr is dan een vrije keuze van de mens. We zien het heel duidelijk bij slachtoffers van verslaving. Hun keuze voor iets dat niet goed is, leidt tot het verdwijnen van hun vrijheid en tenslotte zijn ze volledig in de greep van een macht buiten henzelf. Die macht heet niet coke, maar satan. De satan gebruikt die coke om de mens te vernietigen. Hij is uitgeleverd in de greep van het kwaad.

We zien het ook bij gierigheid: het geld wordt een bovennatuurlijke macht. Het heet niet meer euro, maar Mammon, machtige afgod.

Maar we zien het niet minder bij hoogmoed in de kerk. In Korinte was veel zelfvertrouwen en eigenwijsheid. En op dat moment waarschuwt Paulus die gemeente voor de macht van de satan in hun midden (1 Kor.5,5; 7,5; 2 Kor.2,11; 12,7).

Wij leven zelf in een tijd die weinig concreet meer denkt over duivel en satan. Met moeite willen mensen nog geloven in een persoonlijke God, maar het geloof dat er een persoonlijke duivel is, een verdorven en machtig intellect in deze wereld, dat verwijzen de mensen al gauw naar de middeleeuwen.

Maar of het nu modern is of niet, populair of niet, toch doen wij er, gemeente, verstandig aan om ons door God te laten waarschuwen. In het duister van de 21ste eeuw woont nog altijd onopgemerkt en bijna vergeten, de grote tegenstander van God, de slang van het begin, de duivel, de satan. En juist het feit dat hij bijna vergeten is, is het meest in zijn voordeel. Het maakt de mensen naïef en zorgeloos. Het maakt de christenen zelfverzekerd en onafhankelijk.

Het is maar goed dat Jezus ons tot zich roept en zegt dat we weer moeten leren bidden. En ik hoop dat we bereid zijn om ook van Hem te leren, dat wij ons gebed moeten afsluiten met een S.O.S.-signaal. Dat wij ons bedreigd genoeg leren voelen, om een vuurpijl in de lucht te sturen. Red ons!

*

De laatste bede vraagt om een bepaalde houding. Niet triomfantelijk. Niet naïef. Maar hulpzoekend zelfs voordat je de vijand te zien krijgt![5.1]

Het gebed bestaat uit twee onderdelen. Eerst bidden we dat God ons `niet in beproeving brengt┬┤ of `niet in verzoeking leidt┬┤. En daarna dat Hij ons `verlost┬┤ of `redt┬┤. Wanneer je die twee onderdelen naast elkaar ziet staan, lijkt het wat vreemd. Dat tweede is gemakkelijk: dat de Here ons zal redden of bevrijden. Maar het eerste is dan vreemd: zou God ooit iemand in verzoeking leiden of in beproeving brengen?[5.2]

Het is wel duidelijk dat God niemand wil laten vallen of struikelen. De verzoeking om God vaarwel te zeggen, komt niet van Hem maar van de duivel. En de beproeving om het goede na te laten en het verkeerde te doen, komt van de grote leugenaar en niet van onze hemelse Vader. Onze God is de Vader van alle lichten: hoe zou Hij ons ooit kunnen doen struikelen om ons te laten vallen.

Maar nu iets anders: de Here zou ons wel een ogenblik los kunnen laten om te kijken of wij in verzoeking stand houden en in beproeving gelouterd blijken. Zo heeft de HERE zijn knecht Job voor een poosje in de handen van de satanische beproevingen overgegeven. En Job was een uitzonderlijk gelovige: hij wankelde maar bezweek niet. Dat is een uitzondering.

Wij moeten maar niet stoer doen alsof wij zo rechtvaardig zijn als Job. Dan kennen we onze eigen kwetsbaarheid niet. Soms zeggen christenen: ,,Ik kan dat wel aan, ik ben er toch zelf bij, ik maak heus mijn eigen keuzes wel┬┤┬┤. En met die uitspraken durven ze elke situatie binnen te gaan en overal zich te begeven. Je moet niet zo bangelijk zijn, zeggen ze. D├║rf de wereld aan, want je hebt toch je geloof en je bent toch een kind van God!

De zesde bede leert ons iets anders. We bidden of de Here ons niet in verzoeking brengt, ons daaraan niet blootstelt. Met andere woorden: stuur ons niet naar het front, plaats ons niet in de vuurlinie. Dat kunnen we niet aan.

En daar hoort dan het vervolg bij: Stel ons niet bloot aan de verzoekingen van de boze, maar verlos ons van hem. De christen durft niet naar het front en hij zoekt de dekking van God, de HEER van de hemelse legermachten. Laat van Hem de victorie komen!

Misschien vraagt u zich af of dit niet te zwak is. Spreekt Paulus in Efezi├źrs 6 niet over de geestelijke wapenrusting? En past het ons dus niet om als christenstrijders in de aanval te gaan op aarde? Dit lijkt misschien zo, maar wanneer u thuis Efezi├źrs 6 nog eens rustig leest, zult u ontdekken dat het in dit hoofdstuk helemaal niet gaat over de wapenrusting van een aanvaller. Het is veelmeer de bescherming van iemand die zich verdedigt.[5.3]

Zo schrijft Paulus: ,,Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel┬┤┬┤ (Ef.6:11). Het gaat erom zoals de apostel schrijft, ,,dat wij met de wapens van God weerstand kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden┬┤┬┤ (Ef.6:13). De christen valt niet aan. De christen wordt aangevallen. En hij moet zich dan geweldig beschermen en inkapselen. Zijn kleding bestaat uit waarheid, gerechtigheid, evangelie, vrede, verlossing. Zijn geloof gebruikt hij als een schild om de brandende pijlen van de Boze te doven. En zijn zwaard is geen lang steekwapen, maar een kort verdedigingszwaard: het zijn de woorden van God. Hij gebruikt Gods woord niet als aanvalswapen maar verdedigt zich ermee. En in deze geestelijke verdedigingsstrijd bidt de christen voortdurend.

Paulus ziet het gebed als de beste vorm van waakzaamheid. Hij schrijft: ,,Blijf waakzaam en bid voortdurend┬┤┬┤ (Ef.6:18). Het lijkt vreemd: wie waakzaam is moet in de verte turen. Maar dat helpt niet in de strijd tegen de duisternis. Je kunt niet in het donker kijken. Je kunt dan alleen maar waakzaam zijn door steeds de hulp van God in te roepen.

In antwoord 127 van de catechismus vinden we dit gebed onder woorden gebracht:[5.4]

,,Wij zijn van onszelf zo zwak, dat wij zelfs geen ogenblik kunnen standhouden, en bovendien houden onze doodsvijanden ÔÇô de duivel, de wereld en ons eigen vlees ÔÇô niet op ons aan te vechten.

Daarom bidden wij U: wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van uw Heilige Geest, zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven, maar altijd krachtig tegenstand bieden, totdat wij uiteindelijk de volkomen overwinning behalen┬┤┬┤.


*

Voor zo┬┤n gebed moet je wel vertrouwen hebben.[6.1]

Je stuurt geen vuurpijl omhoog wanneer je zou weten dat er toch niemand is die het ziet. En bij ons gebed is er niet alleen hoop, maar ook zekerheid. Er is daarboven wel degelijk onze hemelse Vader. En terwijl de vijand ons vanuit het duister onder vuur neemt, zien we Gods vriendelijk gezicht in het gelaat van Jezus Christus onze Heiland. Dit geeft ons moed voor het gebed.

Want we weten dat het hemelrijk, de grote kracht en de stralende glorie zijn voorbehouden aan onze hemelse Vader. Daar komt de duivel nooit meer aan toe. Dat heeft hij allang verloren. Nooit zal het rijk van de duivel nog een kans hebben nu Jezus alles heeft volbracht. Nooit zal de satan meer kunnen overwinnen nu Jezus alle macht heeft in de hemel en op aarde. Nooit zal de vorst van de duisternis meer een sprankje licht en luister kunnen stelen sinds alle heerlijkheid en glorie toekomt aan de Zoon aan Gods rechterhand.[6.2]

Stel u dit alles voor wanneer u bidt. Krijg beeld bij uw woorden. Lees Openbaring en zie de hemelse luister daarboven.

Dat helpt je om te bidden:

,,Dit alles vragen wij van U, omdat U ons al het goede wilt en kunt geven, want U bent onze Koning en hebt alle dingen in uw macht.

Wij bidden U dit, opdat daardoor niet aan ons maar aan uw heilige naam eeuwig lof wordt toegebracht┬┤┬┤ (antw. 128).


Aan het einde staan de overwinnaars van het beest en van zijn naam daar niet als zelfverzekerde christenen, maar als mensen die God alle eer geven. Zij zingen volgens Openbaring 15 het lied van het Lam:

,,Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Heer, onze God, Almachtige, rechtvaardig en betrouwbaar is uw bestuur, vorst van de volken. Wie zou u, Heer, niet vereren, uw naam niet prijzen? Want u alleen bent heilig.┬┤┬┤ (Openbaring 15:3-4).

*

Dat is het einde. Wij zijn nog onderweg. Als pelgrims, biddend onder de rook van de vijand. Zijn laatste mogelijkheid is nog dat hij ons van God afneemt. Hij is fanatiek op deze laatste kans. Wees gewaarschuwd.

Maar wanneer u uw gebed eindigt met een roep om bescherming, mag u daarop Amen zeggen en de wereld intrekken. Klaar voor de verdediging in Gods kracht.[6.3]

Misschien is ook onze zesde bede nog onvolmaakt en hebben we nog niet helemaal door hoe hulpbehoevend we zijn. Maar wanneer uw hart de Here zoekt, dan zal Hij uw gebed verhoren. Antwoord 129 zegt dat de kracht van Gods verhoring meer is dan de nog zwakke signalen van ons gebed.

,,God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem begeer┬┤┬┤.


Gelukkig weet de Here veel beter dan u het beseft, van welke kant de duivel u bedreigt. Schuil bij Hem. Vraag dat Hij zijn arm altijd om u heen geslagen houdt tijdens uw reis in aanvechting.

Wees niet te groot om iedere dag te leven als een kind dat tegen zijn moeder zegt: ,,U gaat toch nooit weg, U blijft toch wel altijd bij mij thuis!┬┤┬┤

AMEN [7]


- Terug naar menu