- Download preek als PDF bestand    (Klik hier voor grote letter)
 - Download liturgie als PDF bestand
 - Download PowerPoint presentatie
 
- Terug naar menu


Tips voor de (voor)lezer.

De tekst voor deze preek is hooggestemd: de voordracht van de preek vraagt om veel reli├źf en regelmatige rustmomenten voor overgangen.

ALGEMEEN
1. Lees als preeklezer vooraf het menu Informatie over Contact, Tekstkeuze e.a.

2. De cijfers tussen [ ] in de tekst, zijn alleen van belang wanneer men gebruik maakt van beamer-ondersteuning. Lees in dat geval als verzorger van de beamer vooraf in het menu Informatie : ,,De powerpoint presentatie''.


Liturgie.

Morgendienst

Votum, zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 34:1,2 (Ik zing voor God de Heer)
De wet van de HERE
Zingen: Psalm 34:3,6 (Des HEREN engel is rondom hem die Gods wil betracht)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Efezi├źrs 3
Zingen: GK-2006 lied 36:9,10
Tekstlezing: Efezi├źrs 3:14-19
Preek over Efezi├źrs 3:14-19
Zingen: GK-2006 lied 103:1,5,6,9 (Laat U mijn hart een tempel zijn)
Dienst van de gebeden
Collecte
Zingen: GK-2006 lied 102 (a of b):2,4 (Looft de Geest die ge in ┬┤t hart ontvangen hebt)
Zegen, Amen



Middagdienst

Votum, zegengroet, Amen
Zingen: Psalm 34:1,2 (Ik zing voor God de Heer)
Gebed voor de eredienst
Schriftlezing: Efezi├źrs 3
Zingen: GK-2006 lied 36:9,10
Tekstlezing: Efezi├źrs 3:14-19
Preek over Efezi├źrs 3:14-19
Zingen: GK-2006 lied 103:1,5,6,9 (Laat U mijn hart een tempel zijn)
Dienst van de gebeden
Geloofsbelijdenis
Zingen: Psalm 34:4 (wie het verwacht van God de Heer, mist nimmer enig goed)
Collecte
Zingen: GK-2006 lied 102 (a of b):2,4 (Looft de Geest die ge in ┬┤t hart ontvangen hebt)
Zegen, Amen



Preek over: Efeziërs 3:14-19

Wilt u voorlezing van deze preek in uw gemeente even melden via contact@vanbruggenpreken.nl?
______________________________



[1]

DE INWONING VAN CHRISTUS IN ONS BINNENSTE


Een gebed om de Geest!


Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Vanmorgen horen wij een gebed uit de gevangenis. [2.1]

En is dat niet heel apart? Stel nu eens dat u werd opgepakt en in de gevangenis zat. Maandenlang. Dat gebeurde met christenen in Rusland en Oost-Europa en het gebeurt vandaag met christenen in Iran, Sudan en andere landen. Wat verwacht je in zo´n situatie? Dat er wordt meegeleefd met je verdrukking. Wanneer we zelf gevangen zaten, zouden we dan ook niet in de eerste plaats hopen op het gebed van anderen voor óns? Wij denken er niet zo gauw aan dat gevangenen ook zelf kunnen bidden voor ánderen.

Toch horen we dit heel duidelijk in de brief aan de Efezi├źrs. Paulus zat al lange tijd gevangen. Ergens in Caesarea of Rome. Ver van de stad Efeze. En nu schrijft hij aan de christenen in die stad een brief. Daarin vraagt hij zeker ook dat de mensen te Efeze van hun kant voor hem zullen bidden (6:19-20), maar dat is aan het einde van de brief en heel kort. Veel meer woorden besteedt Paulus aan wat hijzelf vanuit de gevangenis bidt voor de lezers van de brief.
Hij heeft het daar al over in 1:15-23. En dan komt hij erop terug in 3:1. Vervolgens horen we de inhoud van dat gebed opnieuw en nu heel uitvoerig in onze tekst.
Paulus is een gevangene, maar de lezers krijgen hem in zijn cel vooral te zien als priester en voorbidder voor anderen.

Wat bidt hij dan toch? Wanneer wij aan anderen denken, bij geboorte, bij verjaardagen, dan hebben wij ook zo onze wensen. En die betreffen meestal de zichtbare kant van de mens: gezondheid, een baan, werk, slagen voor een examen enz. Van dat alles vinden we bij Paulus niets terug. Hij bidt voor de binnenkant van de lezers. Hij schrijft in vers 16 over de sterking van ,,de inwendige mens┬┤┬┤ (NBV: ,,uw innerlijke wezen┬┤┬┤). Dit is een wat vreemde uitdrukking. Paulus bedoelt ermee de binnenkant van de mens. Zijn hart.[2.2]

Die binnenkant zie je niet. Toch is hij er wel. Maar die binnenkant is vaak leeg. En wat leeg is, is zwak. Veel mensen zijn van binnen onbewoonde woningen: er staat niets in. Hun hele leven wordt beheerst door de buitenwereld, de mode, de nieuwste rage, de begeerte van de ogen, de jaloersheid of de trots. Welke indruk maak ik op anderen! Hoe kom ik over bij mijn buren! Wat kan ik meepakken van de dingen om mij heen! Dat is allemaal de uitwendige mens. En die leeft zich vaak uit, terwijl de binnenkant leeg is, ongemeubileerd, volstrekt te verwaarlozen.
Dit was vroeger niet anders dan nu. Wanneer je de hoofdstukken 4 en 5 doorleest, merk je dat wel: in Efeze was de buitenkant heel belangrijk.

Nu gaat Paulus echter juist bidden voor iets waar de mensen niet zo erg bij stilstaan: de binnenkant van de mens. Zijn innerlijke wezen. En dan vraagt hij dat wij niet leeg zullen staan, maar dat wij inwoning zullen krijgen. Dat Christus door zijn Geest zal komen inwonen in onze innerlijke mens (3:16b-17a).[2.3]
Hoe moet je je dat voorstellen? Wat houdt dit in? Misschien vindt u het wel een beetje griezelig en vaag. Je kunt het je niet zo voorstellen wat dit inhoudt. Toch is het helemaal niet zo geheimzinnig en mystiek. Paulus staat met zijn intieme gebed wel midden in dit leven. Hij omschrijft ook wat er gaat gebeuren wanneer je inwoning krijgt in je leven en wanneer je innerlijke mens sterk wordt.

[3]
DE INWONING VAN CHRISTUS IN ONS BINNENSTE
Een gebed om de Geest!

1. Een vraag om open ogen
2. Een vraag om stevigheid
3.Een vraag om verwondering



1.Een vraag om open ogen [4]


(De inwoning van Christus door de Geest)
Hoe woont Christus in ons binnenste? Paulus zegt in vers 17 ,,door uw geloof┬┤┬┤. Dat is een heel bijzondere manier van inwoning. Wanneer u een gast te logeren krijgt, komt die gast persoonlijk bij u in huis en u zet een stoel voor hem klaar. Op die manier komt Christus niet bij ons wonen. Hij is in de hemel en zit aan Gods rechterhand. Is het dan geen zinloze en lege bezigheid om te vragen dat Hij in ons binnenste komt wonen? Toch niet, want er is ook een andere manier van inwoning.[5.1]

Wanneer een jongen verkering krijgt en hij houdt echt van zijn nieuwe vriendin, dan komt er een foto op zijn kamer te staan of aan de muur te hangen. Of misschien stopt hij een fotootje in zijn mobieltje. Elke keer dat je die kamer binnenkomt of dat mobieltje mag gebruiken, merk je dat daar iets is veranderd: er is iemand binnengekomen. En dat heeft invloed. De jongen verandert er van. De aanwezigheid van die foto doet meer dan het lichamelijk binnenkomen van een willekeurige vreemde of voorbijganger.

Nu wil Christus niet lichamelijk in ons wonen, maar door het geloof. Hij wil een plaats krijgen in onze aandacht, in ons vertrouwen, in onze kennis, in onze liefde. Want wanneer je in iemand gelooft, krijgt hij of zij betekenis voor je. Er komt een foto te staan: dát is hij, dát is zij! Je hebt je hele vertrouwen gesteld op die persoon, op die vriend, op die vriendin. Je rekent op elkaar. Zo wil Christus dat wij op Hem rekenen en Hem vertrouwen.

Hij is gekomen met het evangelie en heeft ons zijn liefde getoond. Hij is gekruisigd voor onze zonden en opgestaan voor onze redding: krijgt Hij nu ook het warmste plaatsje in ons hart? Wat heerlijk dat Hij je aanziet en aanneemt. Geloof het en laat Hij door dat geloof in je binnenste een plaats krijgen.

Wanneer ons binnenste niet meer een leegstaande ruimte is, maar wanneer daar het geloof woont en de foto, het beeld van Christus Jezus er een plaats ontvangt, dan blijft dit binnenste niet langer een betekenisloze loze ruimte. Er komt kracht in je wonen. Zoals de foto van je liefste energie geeft en zin in de toekomst en werken naar een trouwdag, zo geeft de band aan Christus nieuwe impulsen en nieuwe energie aan ons binnenste. Paulus schrijft daarover in vers 16: ,,moge Hij u kracht en sterkte geven door zijn Geest┬┤┬┤.[5.2]

Niet het lichaam van Christus komt in ons wonen, maar zijn Geest. Hij is onzichtbaar bij ons met zijn aandacht, zijn goede wil en zijn kracht.

Mensen kunnen dat niet. Wanneer ik ergens niet ben, voel ik mij vaak machteloos. Mensen zeggen dan: ,,ik wou dat ik even naar hem toe kon┬┤┬┤ of: ,,je wou dat je er even kon kijken┬┤┬┤. Maar dat kan niet. Wij zijn aan plaats gebonden. Onze geest kan wel vanuit de verte denken aan zieke ouders, aan schoolgaande kinderen enz., maar wij kunnen er niet zonder ons lichaam naar toe gaan. Dat is anders bij God. Zijn Geest is niet gebonden aan een lichaam. De Geest van Christus is zelf ook God. En Hij kan komen zonder het lichaam van Christus. Toch is Christus er dan.

Misschien zou je even kunnen denken aan een webcam, waarbij de afstand wat overbrugd wordt terwijl je voor je computer zit: je ziet de ander bewegen en praten. Toch is die afstand maar in schijn overbrugd. Probeer de ander maar eens aan te raken: je voelt een glasscherm. Probeer de ander, wanneer die flauwvalt voor zijn computer maar eens te helpen. Het kan niet. Je ziet het, maar voelt je dubbel machteloos. Je bent er immers niet echt. Hoe anders is dit bij de Geest van Christus. Hij is er niet vanuit de verte, als een gedachte. Hij is er niet in de verte, alleen maar via de webcam, maar Hij is als persoonlijke kracht en energie in jezelf aanwezig. Stel je maar gerust voor dat Hij alles kan doen wat Jezus zou kunnen doen wanneer Hij lichamelijk bij je in huis was gekomen. De Geest kan je veranderen, troosten, beschermen, energie geven, voorthelpen, toerusten. De Geest vormt de onzichtbare handen van de Heiland zelf. Dat is het grote geheim van God.

Wanneer het goed is, weten we daar allemaal al wel iets van: dat je kunt ervaren in je leven hoe effectief de Geest je kan helpen in aanvechting en verdriet. Hoe Hij kon troosten en verderhelpen toen het niet meer leek te kunnen. Wanneer Christus door het geloof in ons hart woont, is er een nieuwe zonne-energiebron in ons geplaatst.

*

(Zicht op de Vader van allen)
Dat hebben we ook nodig. Christus wil in ons binnenste wonen om met ons aan het werk te gaan. Hij wil de vensters van ons leven schoonwassen en ons een beter zicht geven op de wereld om ons heen.[5.4]

Wij komen immers via de Geest in verbinding te staan met God zelf: het is de rijkdom van zijn heerlijkheid waarover Paulus bidt. En God is, zoals we in vers 15 lezen ,,de Vader naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt┬┤┬┤ of zoals de NBV vertaalt: ,,die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde┬┤┬┤.

God is de Vader: Hij komt niet als vreemdeling binnen. God is geen nieuwkomer. Wanneer je met Hem in contact komt, ontdek je opeens van welke familie je eigenlijk bent. Je komt thuis en leert dat je verdwaald was.

Naar God wordt elk geslacht op aarde genoemd. Dit betekent dat Hij de oorsprong is. Alles stamt uit Hem. Alle machten en engelen, mensen en dieren zijn afkomstig uit Hem. Wanneer je goed zicht wilt krijgen op de wereld, moet je beginnen met God. Dan ga je begrijpen hoe de wereld eigenlijk in elkaar steekt.

Helaas leven wij in een wereld waar de familienaam van de mensheid is doorgestreept. We lezen wel waar Jan en Ali wonen en waar de familie Pietersen gehuisvest is. Maar stel u nu eens voor dat alle mensen beseften hoe waar de bijbel is. En dat we allemaal achter onze naam op onze naambordjes weer onze familienaam zouden zetten: ,,Jan en Ali, kinderen van God┬┤┬┤ en ,,Pietersen, Godszoon┬┤┬┤.

Het lijkt een beetje vreemd. De mensen hebben toch meestal niets met God te maken? Ja, zo is het op dit ogenblik wel. Maar wanneer je je afstamming verloochent, dan blijft die afstamming er nog wel. U kunt uw familienaam wel laten veranderen, maar uw vader blijft uw vader, ook al wilt u niets van hem weten. Zo blijft God de Vader van alle geslachten en van elke gemeenschap.

Maar dit betekent dan ook dat er iets grondig mis is in de wereld. Op gigantische schaal is de familie mensheid verstoord. Een verschrikkelijk conflict met de Vader doortrekt de wereld. Zijn de mensen neutraal? Nee, wie neutraal is en ,,er niets aan doet┬┤┬┤, is in feite een huisverlater en iemand die zijn afkomst verloochent.

Daar moet een christen oog voor krijgen. Christus komt niet in ons hart wonen om ons wat intiem af te schermen voor de wereld. Hij komt daar juist om ons weer te laten beseffen wat er in die wereld is misgegaan. En Hij wil ons vullen met de kracht van de Vader. Wanneer je thuiskomt bij Hem, kom je ook weer in contact met die geweldige en goede energie van de Schepper. Niet langer hoeft die energie je te doden, maar die energie mag nu in je overstromen tot een nieuw leven en tot de opstanding ten eeuwigen leven.

Gemeente, laten wij bidden om geloof, om open ogen in deze wereld en om herstel van de goddelijke krachten in ons leven. Wij hebben het nodig. En gelukkig is er een weg terug. Door Jezus Christus. Door het geloof. Je mag bidden om familieherstel: dat wij en alle naar God genoemden, de naam van hun Vader weer eer mogen aandoen.


2. Een vraag om stevigheid [6]

(Diepere wortels)
Dan geeft geloof zicht op de wereld om ons heen. Het is een wereld die dwaalt en zwalkt en waarin weinig zekerheid is. Daarentegen bidt de gevangen Paulus dat de mensen in Efeze en wij allen `grond onder de voeten zullen hebben┬┤.[7.1]

Hij vraagt dat wij ,,geworteld en gefundeerd┬┤┬┤ zullen zijn. Een eikenboom of een beuk heffen hun brede stammen hoog op en hun wijd vertakte bladerdak vormt een geweldige last. Toch kun je ze niet omduwen. Ze staan muurvast door hun diepe wortels die zich wijd vertakken onder de grond. Zo is het ook met een gebouw. Soms vele verdiepingen hoog, maar je krijgt het niet aan de kant. Het staat op diep gelegde funderingen.[7.2]

Daar moet ons leven op gaan lijken. Op ,,eikenbomen van de gerechtigheid┬┤┬┤. Wat er ook gebeurt: je krijgt die mensen niet aan de kant. Ze staan in de geloofsgemeenschap van God en ze blijven er. Ze werden er geboren en ze groeien er steeds verder in kennis en goede werken.

Wat is het geheim van die standvastigheid en volharding van gedoopte mensen? Dat geheim zit in de wortels en in de fundering van je leven.

En wat is dan dit fundament? Paulus zegt: het is de liefde! De liefde van God voor ons en het aannemen van die liefde met wederliefde.[7.3]

Het kan in het geloof niet zonder kennis. Het kan niet zonder de gemeenschap der heiligen. Het kan niet zonder ons dagelijks brood. Maar de wortel van ons leven als gedoopten is de liefde. Niet voor niets vroeg de Heiland aan Simon Petrus tot drie maal toe: ,,Heb je Mij werkelijk lief?┬┤┬┤ Wanneer uw warme liefde voor uw Heiland opdroogt, dan schrompelen de wortels van uw geloofsleven in en dan moeten we ons niet verbazen dat de boom gaat vallen.

Nu zitten wortels en funderingen onder de grond. Die zie je niet. Daarom kun je ook een tijd lang de schijn ophouden terwijl de werkelijkheid ontbreekt. Ouderlingen kunnen op huisbezoek wel naar de vruchten van het geloof kijken, maar ze kunnen de wortel niet onderzoeken. Dat is iets tussen u en de HERE. Maar het is wel van levensbelang: onderzoek uzelf daarin.[7.4]

Hoe gemakkelijk verschraalt die liefde niet bij het ouder worden. Geloven en kerkgaan wordt dan een routine. Ongemerkt is de verliefdheid eruit verdwenen.

En hoe gemakkelijk kan de groei van die liefde stagneren bij ons opgroeien. Dan wordt kerkgaan een plicht, maar de liefde voor de Here kwijnt.

Laten we daarom allen ons hart onderzoeken: heb ik de HERE echt lief? Zoals Hij mij liefhad en ook als teken daarvan doopte? En laten we er veel om bidden voor onszelf en anderen. Want wanneer Gods krachtige Geest in ons werkt, komt Christus zelf woning maken in ons binnenste. En dan zullen we zeker ook de groei van het wortelstelsel van de liefde ontvangen. Dan staan we vast en we kunnen er tegen, in de jeugd en bij het ouder worden. Het diepste geheim van de volharding is niet een christelijke school of gelovige ouders: het geheim van de volharding is dat de liefde van God in je hart woont. Dat het beeld van Christus in je binnenste in ere is.

3. Een vraag om verwondering [8]

(Hoogte en diepte)
Wanneer het Christus is die in ons binnenste woont, dan geeft Hij ons dus zicht op de wereld om ons heen. En dan krijgen we door de liefde dus ook grond onder de voeten.

Toch is Paulus nog niet klaar met zijn gebed. Hij vraagt ook dat wij samen met alle heiligen in staat zullen zijn te vatten hoe groot de breedte, lengte en hoogte en diepte is van de liefde van Christus die de kennis te boven gaat. Dan zullen we vervuld worden tot alle volheid Gods (vers 18-19).

De inwoning van Christus leidt ons ook tot toenemende verwondering. [9.1]

Wanneer je met elkaar een tocht maakt door een berglandschap, sta je soms samen een poosje stil. Ademloos kijk je naar het grootse uitzicht. Het diepe dal daarbeneden: je wordt duizelig wanneer je over de rand kijkt. En dan het grootse en ongenaakbare bergmassief daar voor je: nooit zul je die wanden kunnen beklimmen. En wijd over je heen staat de onmetelijke blauwe koepel van de lucht. Wanneer je zo┬┤n uitzicht tot je laat doordringen, geeft het je bij terugkeer een gevoel van verzadiging. Je bent er helemaal vol van. Het staat op je netvlies en in je herinnering blijft de grootsheid je steeds weer vervullen met verwondering.[9.2]

Stel je voor dat je als een blinde daar had gelopen. Je had er niets van gezien. Het gevoel van verzadiging met het onmetelijk grote, was je ontgaan.

Helaas lopen wij van onszelf als blinden door de schepping en zijn we als mollen wanneer het gaat om de openbaring van God. We moesten eens weten wat er om ons heen is! Het grootste berglandschap valt er bij in het niet.

Ademloos zou je kunnen kijken naar de dimensies van het werk van de Vader en het liefdeswerk van de Zoon. Hoe diep is zijn ontferming over weerzinwekkende mensen! Hoe hoog is Gods recht op Golgota! Hoe bodemloos is Vaders ontferming over ons en onze kinderen. Wat heeft de doop alleen al een afmetingen in de wereldgeschiedenis: een heilzame vloed door alle eeuwen en over alle landen, waardoor velen gered worden.

Jammer genoeg kijken de mensen daar niet naar: ze zien het niet. Ze zijn blind.[9.3]

Blind zijn ze omdat ze naar zichzelf kijken en naar elkaar. Ze meten de kijkcijfers van sterren en shows. Ze kijken voortdurend naar eigen populaire medemensen. Zo zijn mensen knap in het weten van de maten van TV-sterren en popzangers: hun scores worden precies bijgehouden. Maar wat is het een klein en sterfelijk wereldje dat vaak aan ziekten en drugs te gronde gaat. Na een poosje schrompelt het in: namen worden vergeten, de smaak verandert, de mode wijzigt zich weer.

Paulus had daar in zijn tijd net zo goed mee te maken als wij. Daarom bidt hij vurig dat de christenen zich niet zullen verkijken op het kleine, maar oog zullen krijgen voor het grote en blijvende. Het bergmassief van de liefde van Christus is groter dan je denkt. Langzaam moeten je ogen ervoor opengaan. Samen met alle heiligen word je dan steeds beter gewaar hoe de liefde van Christus de kennis te bovengaat.

Dit betekent een alles overspoelend gevoel van verbazing en verwondering. Dat is heel wezenlijk voor het geloof van u allen, gemeente. Wanneer de verwondering uit je leven is, dan wordt je geloof als frisdrank waar de koolzuur uit verdwenen is. Paulus wil ons uit het binnenland van de mensen meenemen naar de stranden van Gods oceaan, opdat wij stil worden van ontzag. Opdat wij van de ene in de andere verbazing vallen.

Hoe meer je groeit in kennis en geloof, hoe meer je uitkomt bij de verwondering over de liefde van Christus. Zonder die verwondering wordt je leven niet vol en woont Christus niet volledig in je binnenste. Maar door die verwondering word je weer een zingend mens als in het paradijs van God. We beginnen dan al aan de toekomst van het nieuw Jeruzalem, waar je zoveel moois te zien hebt dat er geen traan meer overblijft.

(Knielend gebed)
Zover zijn we helaas nog niet. Paulus in de gevangenis weet dat heel goed. Hij heeft nog veel te vermanen in zijn brief. Maar hij doet dit biddend. Hij weet dat God de Vader klaar staat voor het herstel van ons leven. Daarom pleit hij bij God voor gedoopten. Wij mogen voor elkaar vragen om zicht op de wereld van de Vader, om vastheid en volharding en vooral om de groeiende verbazing over Christus┬┤ liefde.[9.4]

Laten we daarbij een voorbeeld nemen aan Paulus. Hij bidt heel eerbiedig. Hij buigt zijn knie├źn((3,14): geknield ligt hij in zijn gevangenis. Knielen hoort bij bidden. Wanneer je knielt, word je een beetje kleiner. En dat is een goed begin voor je gebed. Helaas gebeurt het in kerken vaak alleen nog maar bij trouwdiensten en een enkele keer bij de bevestiging van een predikant. Maar we mogen het eigenlijk ook doen bij veel andere gelegenheden, zoals na de doop. Samen op de knie├źn voor alle kindertjes en opgroeiende jeugd in de kerk. En wanneer onze kerkgebouwen er niet op gebouwd zijn om veel te knielen, hebt u gelukkig wel huizen waar er alle ruimte voor is. Neem een voorbeeld aan het gebed van Paulus uit de gevangenis: vergeet niet veel voor uw God te knielen en te bidden om de liefdevolle inwoning van Christus in het binnenste van een ieder van ons. En doe het met goede moed. Ook als ouders. Want de doop van je kind is een knielbank voor jezelf! Dat Christus door zijn Geest woning in u en hen komt maken!


AMEN[10]


- Terug naar menu