| Opinie. | ||||
| U vindt hier korte opiniërende bijdragen over diverse
onderwerpen. Het zijn samenvattingen van correspondentie naar aanleiding van
een preek of over preeklezen in het algemeen. Met dank aan de
briefschrijvers! Klik op het onderwerp om meer te lezen. |
|
|
VRUCHT VAN DE GEEST EN GAVEN: twee aparte onderwerpen? |
|
|
WERKT DE GEEST ALLEEN IN GELOVIGEN? Hoe zit het dan met de gaven van ongelovige geleerden en kunstenaars? |
| VRUCHT VAN DE GEEST EN GAVEN: twee aparte onderwerpen? |
| Vanuit een bepaalde hoek is in het 20ste eeuwse christendom een onderscheiding ingevoerd die inmiddels vrij gebruikelijk lijkt te worden in een brede kring. Het is de onderscheiding tussen enerzijds de gaven van de Geest en anderzijds de vrucht van de Geest. De vrucht bestaat uit geloof, liefde, hoop, blijdschap en al die zaken die iedere bekeerde christen mogen en moeten kenmerken. Maar de gaven van de Geest zijn dan de bijzondere werkingen die God geeft naardat Hij wil, zoals het spreken in andere talen, de genezing, de profetie. Eigenlijk zijn het twee afzonderlijke pakketten. Wie met dit onderscheid in gedachten luistert naar een preek waarin vrucht en gaven niet onderscheiden lijken te worden, voelt een zekere storing bij het ontvangen van de boodschap. Sommige luisteraars ervoeren dit bij de preek op deze site over Galaten 5:22-24. Er werd een vraag over gesteld. De gedachte achter dit onderscheid is immers dat je nog niet bent uitgepraat wanneer je het hebt gehad over de vrucht van de Geest (Galaten 5): je moet ook aandacht geven aan die andere groep die bestaat uit de gaven van de Geest. En je mag die twee soorten niet op een verwarrende manier met elkaar vergelijken. Anders gezegd: niet alleen moeten de gelovigen de vrucht van de Geest tonen maar in de gemeente mogen ook de gaven verwacht worden. Is dit onderscheid in het Nieuwe Testament te vinden? 1. Bij de uitstorting van de Geest (Handelingen 2; 10; 19) vinden we dit onderscheid nooit genoemd. 2. In de brieven vinden we deze twee begrippen nergens naast elkaar of van elkaar onderscheiden. Wel vinden we in 1 Korintiërs 12-14 veel over de gaven van de Geest en in Galaten 5 het een en ander over de vrucht van de Geest. Maar vanwaar dit verschil in woordkeus? In Korinte beschouwde men de Geest bijna als een bezit. Voor die gemeente is het gewenst om het beeld van de gaven in te voeren: het zijn geschenken die u krijgt! En waarmee u dus moet dienen in plaats van te heersen. In Galatië deed zich deze pastorale situatie niet voor en dan gebruikt Paulus voor het werk van de Geest de term `vrucht’. Dit om duidelijk te maken dat christenen die niet onder de wet maar onder de Geest leven, toch geen wetteloze mensen zullen worden. Integendeel! Het eisen van de wet is er niet, maar wel de groeikracht van de Geest! Het afwisselend (!) gebruik van de woorden gave en vrucht in twee verschillende brieven (niet in één tekstgedeelte!) heeft dus niet te maken met een scheiding of onderscheid tussen die twee, maar met de situatie waarin Paulus zijn woorden kiest over het veelzijdige werk van de éne Geest. Maar is het nu niet zo dat Paulus in Galaten 5 algemene zaken noemt en in 1 Korintiërs 12-14 juist bijzondere zaken? Bij nader toezien blijkt hier niet zo’n scherp verschil te zijn. Wanneer Paulus in Galaten 5:26 zegt dat wij niet praalziek moeten zijn, elkaar tartend, elkaar benijdend, dan is dit precies de boodschap die hij ook uitstraalt tegenover het hoogmoedige Korinte en die de ondertoon vormt in 1 Korintiërs 12-14. Anderzijds gaan deze hoofdstukken van 1 Korintiërs werkelijk ook over zaken waar iedereen naar mag streven, zoals de liefde (hoofdstuk 13) en de profetie (14:1). Er is accentsverschil tussen 1 Korintiërs 12-14 en Galaten 5, maar dit rechtvaardigt nog niet het onderscheiden van twee klassen werk van de Geest. In het geval van vrucht en gaven zet dit onderscheid ons ook wat buiten de wereld waarin mensen de Geest ontvangen, van de Geest vervuld worden en de Geest bedroeven. Vol zijn van de Geest is daar niet iets dat je in twee vakjes kunt verdelen (1. voor iedereen het algemene van de vrucht; 2 voor sommigen in de gemeente het bijzondere van de gaven). Wel geeft de Geest in iedere tijd wat die periode nodig heeft. De Geest gaat door de tijden, maar geeft met één hand en niet met twee. Het is dus heel goed mogelijk dat de Here in de tijd van de apostelen of in bijzondere tijden van vervolging bijzondere werkingen van de Geest geeft die niet in alle omstandigheden of tijden worden ontvangen. Het gaat dan echter niet om twee categorieën maar om de fluctuatie in het werken van de Geest in de gemeente van de gelovigen door de tijden heen. Hij geeft naar behoefte, in zijn eigen wijsheid en altijd genoeg om in Christus te mogen delen en in Hem te blijven. |
| Terug |
| WERKT DE GEEST ALLEEN IN GELOVIGEN? Hoe zit het dan met de gaven van ongelovige geleerden en kunstenaars? |
| In heel het scheppingswerk van God de Vader zijn de Zoon en de Geest mede-scheppend. De Geest zweefde boven de wateren. En door het Woord is alles geworden wat geworden is. Tot die schepping behoren ook alle goede gaven, die van boven komen van de Vader van de lichten (Jakobus 1:17). De duivel maakt kapot wat God schept, maar hij kan niet zelf iets moois of goeds maken omdat het mooie en goede uit een zuivere bron komen. Gelukkig is de wereld nog vol van Gods scheppend en bewarend werk, niet alleen in planten en dieren, maar ook in mensen en hun bijzondere schoonheid of buitengewone gaven. De grote zonde van de mens is dat hij/zij die schoonheid als eigen bezit gaat ontwikkelen en vaak ook exploiteren. En dat hij/zij bijzondere aanleg als eigen bezit naar eigen goeddunken en vaak in hoogmoed gaat ontwikkelen. Toch kan deze zonde van de mens niet verhinderen dat er goede gaven zijn en dat God daar zijn eigen werk mee doet. Misschien wordt de dirigent wegens hoogmoed veroordeeld terwijl gelijktijdig zijn muziekuitvoeringen velen tot troost mochten zijn (even aangenomen dat die uitvoeringen in dienst stonden van de schoonheid in klank die uit God is). Voor sommige christenen is het misschien verwarrend dat de Geest die ons in Christus geschonken wordt ook zomaar werkzaam zou zijn in volstrekt ongelovige technici of kunstenaars. We zouden kunnen onderscheiden tussen het werk dat de Geest als Schepper doet (uitgaande van de Vader en de eeuwige Zoon) en het werk dat Hij als Verlosser doet (uitgaande van de Vader door de mensgeworden Zoon die nu aan zijn rechterhand zit). Dit onderscheid betekent geen scheiding, want het scheppende en onderhoudende werk van de Drieënige God is verbonden met het verlossende en herstellende werk. De stelling dat ,,de Heilige Geest alleen in het hart van de gelovigen werkt' lijkt mij dan ook te beperkt geformuleerd waardoor men in moeite komt met het overige werk van de Geest. Ik zou die stelling alsvolgt veranderen: ,,Het verlossende werk van de Geest van Christus vindt alleen plaats in de harten van allen die tot geloof herboren worden: het mensenhart opent zich dan voor diezelfde Geest die altijd al scheppend en onderhoudend werkzaam is in alle mensen maar heel vaak zonder dat zij God daarvoor de eer geven'. |
| Terug |